Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:BH1071

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-01-2009
Datum publicatie
27-01-2009
Zaaknummer
10/690203-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Promis-vonnis. Vrijspraak het ten laste gelegde medeplegen van/medeplichtigheid aan moord, dan wel dood door schuld. Niet gebleken is dat de verdachte het voornemen had om samen met haar medeverdachte het slachtoffer om het leven te brengen, noch dat zij enige feitelijke handeling heeft verricht die heeft bijgedragen aan de dood van het slachtoffer. De verdachte heeft niet beseft of moeten beseffen dat haar medeverdachte daadwerkelijk van plan én in staat was het slachtoffer van het leven te beroven. Vrijspraak van het wegmaken en onttrekken aan het onderzoek van opsporingsambtenaren van sporen van voornoemde moord, nu dit handelen slechts aan de medeverdachte toegerekend kan worden. Vonnis medeverdachte te vinden onder LJN-nummer BH1072.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/690203-08

Datum uitspraak: 26 januari 2009

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

verblijvende op het adres [adres],

raadsman mr. H.J. Andel, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2009.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het onder 1 ten laste gelegde komt er op neer dat de verdachte betrokken is bij de dood van [slachtoffer]; primair in de vorm van het medeplegen van moord dan wel doodslag, subsidiair als medeplichtigheid daaraan en meer subsidiair zou sprake zijn van dood door schuld.

Onder 2 wordt de verdachte verweten het medeplegen van het wegmaken van voorwerpen waarmee voornoemde moord/doodslag is gepleegd, teneinde dat misdrijf te bedekken of de nasporing te beletten of te bemoeilijken.

EIS OFFICIEREN VAN JUSTITIE

De officieren van justitie mrs. Baars en Knobbout hebben gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde medeplegen van moord en het onder 2 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren met aftrek van voorarrest voor wat betreft feit 1 en ontslag van alle rechtsvervolging voor wat betreft feit 2;

- gevangenneming van de verdachte bij eindvonnis;

- niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en benadeelde partij 2].

MOTIVERING VRIJSPRAAK

Het onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde wordt het volgende overwogen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is niet gebleken dat de verdachte, op het moment dat zij samen met haar zus, de medeverdachte [medeverdachte] (hierna: [medeverdachte]), naar de woning van het slachtoffer [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) ging, het voornemen had om [slachtoffer] om het leven te brengen.

Niet vast is komen te staan dat de verdachte en [medeverdachte] daartoe een van te voren opgezet plan hadden, noch dat de verdachte wist of kon vermoeden dat [medeverdachte] naar [slachtoffer] toe ging met het voornemen haar om het leven te brengen. Voorts is niet komen vast te staan dat de verdachte enige feitelijke handeling heeft verricht die heeft bijgedragen aan de dood van [slachtoffer].

Vervolgens dient bezien te worden of de verdachte in strafrechtelijke zin verweten kan worden dat ze niet heeft ingegrepen toen duidelijk werd dat [medeverdachte] [slachtoffer] van het leven wilde beroven.

Het staat vast dat in de loop van de avond verdachte en [medeverdachte] bij [slachtoffer] waren en dat er handelingen zijn verricht en opmerkingen zijn gemaakt waarmee werd gezinspeeld op de dood van [slachtoffer]. De rechtbank gaat er echter vanuit dat een en ander door de verdachte niet zodanig geïnterpreteerd werd, dat zij op dat moment besefte of heeft moeten beseffen dat [medeverdachte] daadwerkelijk van plan én in staat was [slachtoffer] van het leven te beroven. De verdachte heeft aldus geen wetenschap gehad van het voornemen van [medeverdachte] om [slachtoffer] van het leven te beroven. De rechtbank volgt de verdachte in haar verklaring dat zo’n scenario, het doden van [slachtoffer], op dat moment voor haar geen realiteit was. Achteraf bezien is weliswaar duidelijk waar de handelingen en opmerkingen van [medeverdachte] op duidden, maar van belang is wat de verdachte op dát moment wist of kon vermoeden.

Gelet op het vorenoverwogene was naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een ‘stilzwijgende’ bewuste en nauwe samenwerking van de verdachte met [medeverdachte] of van een strafwaardig nalaten om in te grijpen. Dit betekent dat de verdachte van het onder feit 1, in alle modaliteiten, ten laste gelegde vrijgesproken moet worden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde wordt het volgende overwogen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting blijkt dat [medeverdachte], bij het verlaten van de woning van [slachtoffer] een blikje cola en een asbak meenam om deze later weg te (laten) gooien, omdat zij, zoals zij tegenover de politie verklaarde, bang was dat haar zusje de schuld zou krijgen. Er zijn onvoldoende redenen om dit handelen van [medeverdachte] ook aan de verdachte toe te rekenen. Ook van dit feit wordt de verdachte vrijgesproken.

VORDERING GEVANGENNEMING

Nu de verdachte van de gehele tenlastelegging wordt vrijgesproken, dient de vordering tot gevangenneming te worden afgewezen.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJ

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd de moeder van [slachtoffer], mevrouw [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], terzake van feit 1. De benadeelde partij vordert vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 5.000,00.

Als benadeelde partij heeft zich voorts in het geding gevoegd de vader van [slachtoffer]heer [benadeelde partij 2] wonende te [woonplaats], terzake van feit 1. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 8.829,00 en immateriële schade tot een bedrag van € 4.500,00.

De benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] zullen in de vorderingen niet-ontvankelijk worden verklaard, nu aan de verdachte geen straf of maatregel is opgelegd en artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht geen toepassing heeft gevonden.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 1 subsidiair, 1 meer subsidiair en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- wijst af de vordering tot gevangenneming;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

- veroordeelt de benadeelde partij [benadeelde partij 2] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Klein Wolterink, voorzitter,

en mrs. Van Dijke en Werkhorst, rechters,

in tegenwoordigheid van dhr. Meulendijk-Giese, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 januari 2009.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bij vonnis van 26 januari 2009.

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij op of omstreeks 06 juli 2007, althans in of omstreeks de periode van 6

juli 2007 tot en met 7 juli 2007, te [woonplaats slachtoffer] tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade,

althans opzettelijk, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft

beroofd, immers heeft/hebben/is/zijn verdachte en/of (een of meer van) haar

mededader(s) opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk

- die [slachtoffer] gedwongen een touw om haar nek te doen, althans bij die

[slachtoffer] een touw/koord om haar nek gedaan / gewikkeld, en/of (vervolgens)

die [slachtoffer] gedwongen ergens op te gaan staan, en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] op de grond gegooid / tegen de grond gewerkt en/of

- schrijlings op die [slachtoffer] gaan zitten en/of

- het/een om de nek van die [slachtoffer] gewikkeld(e) touw/koord (met kracht)

aangetrokken en/of aangetrokken gehouden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

(art. 289/287 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 06 juli 2007, althans in of omstreeks de periode van

6 juli 2007 tot en met 7 juli 2007, te [woonplaats slachtoffer]

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon

genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers

heeft/is die [medeverdachte] opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk

- die [slachtoffer] gedwongen een touw om haar nek te doen, althans bij die

[slachtoffer] een touw/koord om haar nek gedaan / gewikkeld, en/of (vervolgens)

die [slachtoffer] gedwongen ergens op te gaan staan, en/of

- (vervolgens) die [slachtoffer] op de grond gegooid / tegen de grond gewerkt en/of

- schrijlings op die [slachtoffer] gaan zitten en/of

- het/een om de nek van die [slachtoffer] gewikkeld(e) touw/koord (met kracht)

aangetrokken en/of aangetrokken gehouden,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

bij/ tot welk misdrijf zij, verdachte, op of omstreeks 6 juli 2007, althans

in of omstreeks de periode van 6 juli 2007 tot en met 7 juli 2007 te

[woonplaats slachtoffer], opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid

heeft verschaft,

immers heeft/is zij, verdachte,

- gedurende de circa 2,5 uur dat zij, verdachte, in de woning van die [slachtoffer]

is verbleven die [medeverdachte] niet belet voornoemd geweld, althans voornoemde

handelingen, jegens die [slachtoffer] te uiten/ plegen en/of

- niet ingegrepen toen zij zag/ hoorde, althans waarnam, dat die [medeverdachte] die

[slachtoffer] dwong, althans aanzette, om medicijnen in te nemen en/of chloor/

bleekmiddel te drinken, althans zichzelf van het leven te beroven, en/of een

afscheidsbrief te schrijven en/of een sms (met gerustellende woorden) naar

haar, [slachtoffer], moeder te sturen en/of

- (vervolgens) niet ingegrepen toen zij zag dat die [medeverdachte] met een touw /

koord uit de keuken kwam en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zei dat ze mee moest

komen en/of

- (vervolgens) niet ingegrepen toen die [medeverdachte] tegen die [slachtoffer] zei dat ze

een krukje of iets moest pakken en/of

- (vervolgens) niet ingegrepen toen zij die [medeverdachte] tegen die [slachtoffer] hoorde

roepen: "Ga er op staan, ga er op staan" en/of (vervolgens) die [slachtoffer]

hoorde roepen "Ik wil nog niet dood" en/of

- (vervolgens) niet ingegrepen, althans nagelaten, (medische) hulp in te

roepen toen zij stikgeluiden hoorde en/of (vervolgens) zag dat die [medeverdachte] op

die [slachtoffer] zat, althans over die [slachtoffer] heengebogen zat, en/of die

[slachtoffer] (toen) in haar broek plaste, althans in haar broek had geplast, en/of

schuim op haar mond had;

(art. 289/287 jo 48 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 06 juli 2007, althans in of omstreeks de periode van 6

juli 2007 tot en met 7 juli 2007, te [woonplaats slachtoffer] grovelijk, althans

aanmerkelijk onvoorzichtig en / of onachtzaam en / of nalatig

- gedurende de circa 2,5 uur dat zij, verdachte, in de woning van [slachtoffer] is verbleven [medeverdachte] niet heeft belet om

* die [slachtoffer] te dwingen een touw om haar nek te doen, althans bij die

[slachtoffer] een touw/koord om haar nek te doen / wikkelen, en/of (vervolgens) die

[slachtoffer] te dwingen ergens op te gaan staan, en/of

* (vervolgens) die [slachtoffer] op de grond te gooien / tegen de grond te werken

en/of

* schrijlings op die [slachtoffer] te gaan zitten en/of

* het/een om de nek van die [slachtoffer] gewikkeld(e) touw/koord (met kracht) aan

te trekken en/of aangetrokken te houden en/of

- niet heeft ingegrepen toen zij zag/ hoorde, althans waarnam, dat die [medeverdachte] die [slachtoffer] dwong, althans aanzette, om medicijnen in te nemen en/of

chloor/ bleekmiddel te drinken, althans zichzelf van het leven te beroven,

en/of een afscheidsbrief te schrijven en/of een sms (met gerustellende

woorden) naar haar, [slachtoffer], moeder te sturen en/of

- (vervolgens) niet heeft ingegrepen toen zij zag dat die [medeverdachte] met een

touw / koord uit de keuken kwam en/of (vervolgens) die [slachtoffer] zei dat ze mee

moest komen en/of

- (vervolgens) niet heeft ingegrepen toen die [medeverdachte] tegen die [slachtoffer] zei

dat ze een krukje of iets moest pakken en/of

- (vervolgens) niet heeft ingegrepen toen zij die [medeverdachte] tegen die [slachtoffer]

hoorde roepen: "Ga er op staan, ga er op staan" en/of (vervolgens) die

[slachtoffer] hoorde roepen "Ik wil nog niet dood" en/of

- (vervolgens) niet heeft ingegrepen, althans nagelaten, (medische) hulp in te

roepen toen zij stikgeluiden hoorde en/of (vervolgens) zag dat die [medeverdachte] op

die [slachtoffer] zat, althans over die [slachtoffer] heengebogen zat, en/of die

[slachtoffer] (toen) in haar broek plaste, althans in haar broek had geplast, en/of

schuim op haar mond had,

waardoor het aan haar, verdachtes, schuld te wijten is geweest, dat voornoemde

[slachtoffer] is overleden;

(art. 307 Sr)

2.

zij tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, op of

omstreeks 06 juli 2007, althans in of omstreeks de periode van 6 juli 2007 tot

en met 7 juli 2007 te [woonplaats slachtoffer], nadat er toen en daar het misdrijf was

gepleegd van moord, althans doodslag, althans nadat er enig misdrijf was

gepleegd, met het oogmerk om dat misdrijf te bedekken of de nasporing of

vervolging daarvan te beletten of te bemoeilijken, een of meer voorwerpen

waarop of waarmede dat misdrijf was gepleegd of andere sporen van dat misdrijf

heeft vernietigd en/of weggemaakt en/of verborgen en/of aan het onderzoek van

de ambtenaren van de justitie of politie onttrokken, immers heeft/hebben

verdachte en/of haar mededader(s) een blikje cola en/of een asbak en/of een

telefoon meegenomen en/of verwijderd van de plaats van het delict en/of

(vervolgens) dat/die blikje en/of asbak en/of telefoon in een afvalcontainer

gedeponeerd / gegooid, althans doen deponeren / gooien;

(art. 189 Sr)