Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2009:7030

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-07-2009
Datum publicatie
20-11-2014
Zaaknummer
330185 KG RK 09-1377
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verzoek ex artikel 8:491 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rekestnummer: 330185/KG RK 09-1377

Uitspraak: 24 juli 2009

BESLISSING van de voorzieningenrechter op het op 12 mei 2009 ontvangen verzoekschrift (met bijlagen) van:

de vennootschap naar vreemd recht

ITOCHU EUROPE PLC,

gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk,

verzoekster,

advocaat mr. N.J. Margetson.

Het verzoekschrift strekt er toe dat de voorzieningenrechter verzoekster machtigt om de in het verzoekschrift omschreven goederen (te weten: 4.000 mt palmolie) te doen verkopen door [VOF], gevestigd te ([vestigingsplaats], één en ander als bedoeld in artikel 8:491 BW.

Ter zitting van 15 juli 2009 zijn verschenen mr. N.J. Margetson namens verzoekster en mr. A.J. van Steenderen namens de vennootschap naar vreemd recht Advanced Liquid Feeds L.L.P., gevestigd te Bootle, Merseyside, Verenigd Koninkrijk, verweerster.

Verzoekster wordt hierna aangeduid als “Itochu” en verweerster wordt hierna aangeduid als

“ALF”.

De behandeling van de zaak heeft gelijktijdig plaatsgevonden met de behandeling van het door ALF aanhangig gemaakte kort geding onder nummer 334174 / KG ZA 09-692, waarin ALF opheffing vordert van het op verzoek van Itochu op voornoemde goederen gelegde conservatoire beslag. In beide samenhangende zaken wordt vandaag uitspraak gedaan.

De feiten

Evenals in het kort geding wordt van de volgende feiten uitgegaan.

1

Itochu was een zogeheten Tanker Voyage Charter Party d.d. 25 oktober 2008 aangegaan met Allied Chemical Carriers LLC voor het vervoer van palmolie van de Kuantan/Belawan range naar Merseyside, Liverpool met het m.s. "Chemstar Venus".

2

De "Chemstar Venus" vervoerde circa 18.500 mt zogeheten "Palm Fatty Acid Distillate and Crude Palm Oil" (hierna: palmolie). Itochu had 14.500 mt van die 18,500 mt palmolie direct verkocht aan ALF (hierna: de ALF partij) en de andere 4.000 mt (hierna: de ICOF partij) aan Inter-Continental Oil & Fats Pte. Ltd (hierna: ICOF). ICOF heeft de ICOF partij doorverkocht aan ALF. Alf heeft de volledige koopprijs voor de ICOF partij aan ICOF betaald.

3

De ICOF partij werd onder (vier) cognossementen vervoerd, welke cognossementen namens de kapitein waren getekend. ALF is houdster van de originele cognossementen.

4

Op 15 november 2008 is de "Chemstar Venus" voor de kust van Somalië gekaapt door piraten. Het schip is op 13 februari 2009 vrijgekomen. Toen het schip vrijkwam ging het naar de haven van Fujairah waar experts monsters van de lading hebben genomen en het schip hebben geïnspecteerd. Het schip is op 28 februari 2009 uit Fujairah vertrokken en heeft koers gezet naar Merseyside, Liverpool. Inmiddels was de het schip als gevolg van de kaping ongeveer 3 maanden vertraagd.

5

Tussen ALF en Itochu is een geschil ontstaan over de afwikkeling van de contractuele verhouding met betrekking tot de ALF partij. Op 16 maart 2009 hebben ALF en Itochu het contract met betrekking tot de ALF partij ontbonden. Hierna heeft Itochu ALF bericht dat zij, ter beperking van haar schade, niet naar Liverpool zou varen maar naar een andere haven waar zij de ALF partij in een bredere markt voor technische doeleinden zou kunnen verkopen.

6

Na ontbinding van het contract met betrekking tot de ALF partij is tussen ALF en Itochu overleg gevoerd omtrent de eveneens aan boord zijnde ICOF partij. ALF heeft tevergeefs getracht ICOF ertoe te brengen de door ALF aan haar betaalde koopprijs voor de ICOF partij terug te betalen. Tussen ALF en Itochu is de mogelijkheid aan de orde gekomen dat ALF de ICOF partij te Rotterdam zou verkopen in welk kader Itochu mogelijk relevante informatie omtrent een potentiële koper - de koper van de ALF partij - zou kunnen verstrekken en daaraan medewerking zou kunnen verlenen. Itochu heeft de naam van de koper van de ALF partij niet aan ALF verstrekt en ALF is niet ingegaan op het verzoek van Itochu om de originele cognossementen aan Itochu ter beschikking te stellen. ALF heeft op 18 maart 2009, terwijl het schip op 20 maart 2009 te Rotterdam zou aankomen, aan Itochu medegedeeld de cognossementen aan een agent te Rotterdam ter beschikking te zullen stellen, zodat deze ze zou kunnen presenteren als het schip zou arriveren. ALF heeft een mogelijke koper voor de ICOF partij te Rotterdam geïdentificeerd en bij Itochu geïnformeerd of zij er als reisbevrachter aan zou willen meewerken de bestemming op de cognossementen te wijzigen van Merseyside (Liverpool) naar Rotterdam. Die door ALF gewenste formele bestemmingswijziging heeft echter niet plaatsgevonden. Uiteindelijk heeft ALF de cognossementen te Rotterdam/Vlaardingen niet gepresenteerd en heeft zij bij Itochu geprotesteerd tegen het door Itochu geuite voornemen om de ICOF partij niettemin te Rotterdam/Vlaardingen te doen lossen.

7

Itochu heeft Letters of Indemnity voor Owners gesteld en heeft Owners gevraagd om de ICOF partij te Rotterdam/Vlaardingen te lossen zonder cognossementen, hetgeen is geschied. De ICOF partij is opgeslagen bij Vopak Terminal Vlaardingen B.V. (hierna: Vopak).

8

Op 23 maart 2009 heeft ALF het schip gearresteerd. Betreffend beslag is bij vonnis in kort geding van 27 maart 2009 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank (onder nummer 327140 / KG ZA 09-278) opgeheven onder de voorwaarde dat Itochu een bankgarantie ten behoeve van ALF stelt voor een bedrag van USD 1.400.000,00.

9

Itochu heeft, na daartoe op 23 maart 2009 verlof te hebben verkregen van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, ten laste van ALF conservatoir derdenbeslag gelegd (hierna: het beslag) op de bij Vopak opgeslagen ICOF partij. De vordering waarvoor het beslag is gelegd betreft de koopsom van de 14.500 mt palmolie, waarvan Itochu stelt, dat ALF die aan Itochu dient te voldoen. Deze vordering is, met inbegrip van rente en kosten, begroot op USD 13.500.000,=. Daarnaast is het beslag gelegd voor de vordering, die Itochu stelt op ALF te hebben, voor de door Itochu gemaakte en nog te maken opslagkosten ter zake van de ICOF partij. Deze vordering is, met inbegrip van rente en kosten, begroot op USD 330.000,=.

10

ALF heeft op 14 april 2009 FOSFA arbitrage in Londen aanhangig gemaakt.

De beoordeling

Het in het verzoekschrift gevorderde is op de wet gegrond.

Art. 8:490 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) biedt de vervoerder de mogelijkheid om zich grotendeels van zijn aansprakelijkheid voor de lading te ontdoen wanneer het hem niet mogelijk is om tot aflevering van het vervoerde over te gaan.

Artikel 8:491 lid 1 BW bepaalt dat in geval van toepassing van artikel 8:490 BW de vervoerder, de bewaarnemer dan wel hij, die jegens de vervoerder recht heeft op de aflevering op zijn verzoek, door de rechter kan worden gemachtigd de zaken geheel of gedeeltelijk op de door de rechter te bepalen wijze te verkopen.

Tussen partijen is onder meer in geschil of zich de situatie voordoet dat hij die jegens de vervoerder recht heeft op aflevering van de vervoerde zaken niet is opgekomen, weigerde deze te ontvangen of deze niet met de vereiste spoed in ontvangst nam.

In de visie van ALF was volstrekt duidelijk dat zij de rechtmatig houdster van de cognossementen was en was voorts duidelijk dat zij zich verzette tegen aflevering van de vervoerde zaken op een andere locatie, dan de in de cognossementen aangeduide bestemming.

Itochu heeft er - kort samengevat - op gewezen dat zij door ALF in een onmogelijke positie was gemanoeuvreerd. ALF had immers in het overleg tussen partijen, terwijl het schip nog varende was, eerst aangegeven dat de lading in de bestaande toestand op de in de cognossementen aangewezen plaats van aflevering onverkoopbaar zou zijn en dat het in de rede lag te trachten de totale partij, inclusief de ICOF partij, te Rotterdam te verkopen.

Op het moment dat het schip te Rotterdam/Vlaardingen kon gaan lossen, stelde ALF zich voor het eerst plotseling op het formele standpunt dat zij als recht- en regelmatig houder van de cognossementen tot ontvangst van de ICOF partij in Merseyside gerechtigd was. In de visie van Itochu slechts om haar onder druk te zetten om akkoord te gaan met een commerciële oplossing aangaande de tussen partijen ontstane geschillen.

Voor de visie van Itochu is, naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter, enige steun te vinden in de feiten.

Zo stelt ALF bij verweerschrift onder 17 dat zij op 19 maart 2009 een mogelijke koper voor de ICOF partij had geïdentificeerd. Dat was voor haar de reden om Itochu, als reisbevrachter op deze reis, de vraag voor te leggen of zij bereid zou zijn de bestemming in de cognossementen te wijzigen. Dat verzoek werd gedaan op 19 maart 2009 om 18.38 uur.

Op 20 maart 2009 informeerde ALF voorts nog naar de identiteit van de koper waarmee Itochu contact had, alsmede naar de koopprijs. Voorts werd in een e-mail van 20 maart 2009 om 10.20 uur nogmaals door ALF geïnformeerd of bereidheid bestond tot medewerking van de wijziging van de bestemming in de cognossementen. Een en ander valt moeilijk te rijmen met de kennelijk zeer kort nadien bij ALF ontstane wens om de ICOF partij toch te Merseyside in ontvangst te willen nemen.

Dit alles doet echter niet af aan het feit dat voor Itochu duidelijk moest zijn dat ALF de recht- en regelmatig houder van de cognossementen was op het moment dat zij de lading inclusief de ICOF partij te Rotterdam/Vlaardingen deed lossen.

Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zullen de juridische consequenties van één en ander in het kader van de reeds aanhangig gemaakte arbitragezaak aan de orde dienen te worden gesteld, althans zullen betreffende geschillen in een bodemprocedure dienen te worden beslecht.

Nu in het door ALF tegen Itochu aanhangig gemaakte kort geding heden wordt beslist dat het door Itochu gelegde beslag op de ICOF partij wordt gehandhaafd, ligt het in de rede dat niet spoedig definitieve beslissingen kunnen worden genomen omtrent de beslagen ICOF partij. Inmiddels dienen er aanzienlijke opslagkosten te worden gemaakt, kan sprake zijn van substantiële prijsfluctuaties en dient, in ieder geval op langere termijn, rekening te worden gehouden met eventuele kwaliteitsvermindering van het opgeslagen product. Dit terwijl de belangen van beide partijen niet zijn gelegen bij het product op zich, maar bij de waarde die het product vertegenwoordigd.

Eén en ander brengt mee dat de voorzieningenrechter, na afweging van de belangen van partijen, van oordeel is dat het verzoek dient te worden toegewezen, met dien verstande dat anders dan in artikel 8:491 lid 3 BW is bepaald, de kosten van opslag - welke reeds door Itochu zijn voldaan en/of nog dienen te worden voldaan - niet in mindering mogen worden gebracht op de opbrengst van het verkochte, die in de consignatiekas dient te worden gestort, dan wel dient te worden bewaard op een gelijkwaardig veilige wijze, waaromtrent partijen nader afspraken met elkaar zouden kunnen maken, hetgeen ter zitting van 15 juli 2009 nog niet mogelijk is gebleken.

Aan ALF kan worden toegegeven dat voor de hand zou liggen dat partijen - die beide in deze handel actief zijn - in onderling overleg tot verkoop van de ICOF partij zouden kunnen geraken, waarna de (opbrengst van de) partij zou kunnen dienen als zekerheid. Partijen hebben hierover ter zitting van 15 juli 2009 echter (nog) geen overeenstemming kunnen bereiken, zodat het verzoek wordt toegewezen zoals hierna omschreven.

Voor een kostenveroordeling is in deze procedure geen plaats, mede gelet op de kostenveroordeling die reeds is opgenomen in het aan deze zaak gelieerde kort geding.

De beslissing

De voorzieningenrechter,

verleent Itochu machtiging om op de voet van het in art. 8:491 BW bepaalde de in het verzoekschrift bedoelde goederen te laten verkopen door [VOF], gevestigd te [vestigingsplaats];

bepaalt dat de opbrengst van die verkoop, verminderd met de kosten daarvan, wordt gestort in de consignatiekas en op die wijze ten behoeve van de daarop rechthebbenden ter beschikking wordt gehouden, dan wel wordt bewaard op een gelijkwaardig veilige wijze, indien partijen hieromtrent nader afspraken met elkaar maken;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beslissing is gegeven door mr. C. Bouwman, voorzieningenrechter, in het bijzijn van mr. H.C. Fraaij, griffier.

1862/1729