Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BH8253

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
27-03-2009
Zaaknummer
292401 / HA ZA 07-2441
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over advocatendeclaratie. Bewijsopdracht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector Civiel Recht

Zaak-/rolnummer: 292401 / HA ZA 07-2441

Uitspraak: 9 april 2008

inzake:

[opposant],

wonende te [woonplaats],

procederende ingevolge toevoeging,

opposant bij dagvaarding d.d. 14 september 2007,

eiser in reconventie,

procureur: mr. R. Zwiers,

t e g e n :

[geopposeerde],

gevestigd te Amsterdam,

geopposeerde,

verweerster in reconventie,

procureur: mr. J.W. Bitter,

advocaat: mr. H. Brouwer.

Partijen worden aangeduid als “[opposant]”, respectievelijk “[geopposeerde]”, tenzij anders is vermeld.

1. Het verloop van de procedure

Het procesdossier bestaat uit de volgende stukken:

1. inleidende dagvaarding met producties d.d. 9 april 2007,

2. verstekvonnis van deze rechtbank d.d. 23 mei 2007,

3. verzetdagvaarding met producties,

4. conclusie van antwoord in oppositie tevens akte vermindering van eis met producties,

5. conclusie van repliek in oppositie met producties,

6. akte uitlating producties met bijgevoegde productie.

2. De vaststaande feiten

[geopposeerde] heeft in opdracht en voor rekening van [opposant] werkzaamheden verricht en daarvoor declaraties verzonden. Deze zijn deels onbetaald gebleven.

Bij verstekvonnis is [opposant] onder andere veroordeeld tot betaling van €. 5.882,45 terzake van deze declaraties.

3. De stellingen van [opposant]

3.1. Hij vordert dat het verstekvonnis wordt vernietigd en dat de vorderingen van [geopposeerde] alsnog worden afgewezen.

3.2. In reconventie vordert hij dat [geopposeerde] wordt veroordeeld om aan hem te betalen een bedrag van €. 7.741,--, zijnde declaraties die hij ten onrechte aan [geopposeerde] heeft voldaan, met nevenvorderingen.

3.3. Zowel in conventie als in reconventie dient [geopposeerde] in de kosten te worden veroordeeld.

3.4. Kort en zakelijk weergegeven legt hij hieraan het volgende ten grondslag. [geopposeerde] houdt ten onrechte geen rekening met reeds ontvangen betalingen. Na zijn schorsing als advocaat heeft [persoon 1] hem als advocaat van [opposant] opgevolgd. Desalniettemin heeft [geopposeerde] nog declaraties aan hem verzonden terwijl hij dus geen werkzaamheden meer mocht verrichten en dat feitelijk ook niet heeft gedaan. [geopposeerde] brengt kosten terzake [persoon 1] in rekening terwijl juist was afgesproken dat hij zelf dit bedrag aan [persoon 1] zou betalen uit de voorschotten van [opposant] die [geopposeerde] nog onder zich had. Bovendien geldt dat [geopposeerde] hem ten onrechte niet heeft gewezen op de mogelijkheid een toevoeging aan te vragen zodat hij in reconventie de reeds betaalde bedragen terugvordert op grond van toerekenbare tekortkoming, subsidiair onrechtmatige daad. De bevestigingsbrief die [geopposeerde] stelt terzake te hebben verzonden, is hem onbekend.

4. De stellingen van [geopposeerde]

4.1. Kort en zakelijk weergegeven stelt zij dat na het verstekvonnis is gebleken dat [opposant] nog dient te betalen een bedrag van €. 4.469,45. Vandaar de “vermindering” bij antwoord in oppositie. Dit bedrag dient wel te worden betaald en aan de hand van stukken legt [geopposeerde] gemotiveerd uit waarom dat zo is. [opposant] kwam niet in aanmerking voor een toevoeging nu hij handelde als ondernemer en niet als particulier. De beslissing om hem inmiddels voor die zaak wel een toevoeging te verstrekken is een fout van de Raad voor Rechtsbijstand. Van belang is dat [opposant] wel degelijk is gewezen op de mogelijkheid van toevoeging. [geopposeerde] verwijst naar de brief van 4 maart 2005 waarin dit is vermeld en waarin tevens de mededeling van [opposant] is bevestigd dat hij wenste dat [geopposeerde] zijn zaak tegen uurtarief zou behandelen.

4.2. [geopposeerde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [opposant] in conventie en in reconventie en wenst dat hij wordt veroordeeld in de kosten van de procedure.

5. De beoordeling

5.1. Het belangrijkste geschilpunt betreft de vraag of [geopposeerde] heeft gewezen op de mogelijkheid van een toevoeging. Gelet op de verplichting van de advocaat de cliënt daarop te wijzen wordt [geopposeerde], in overeenstemming met de hoofdregel van artikel 150 Rv., toegelaten tot het bewijs.

5.2. Partijen verschillen voorts van mening over een tweetal al dan niet aan [geopposeerde] gedane contante betalingen, te weten die van €. 1.250,00 en €. 1.300,--. Nu een advocaat gehouden is een deugdelijke financiële administratie bij te houden, wordt [geopposeerde] toegelaten tot het bewijs van zijn stelling dat dit een en dezelfde betaling zou betreffen.

5.3. Nu uit de stukken valt af te leiden dat partijen getuigen wensen te horen, wordt reeds thans een datum voor het getuigenverhoor vastgesteld.

5.4. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank:

laat [geopposeerde] toe tot het bewijs van haar stellingen zoals hiervoor vermeld,

bepaalt dat de zitting betreffende de getuigenverhoren zijdens [geopposeerde] zal plaatsvinden op vrijdag 13 juni 2008 om 10.00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam aan het Wilhelminaplein 100/125,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

.