Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BH3185

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-12-2008
Datum publicatie
18-02-2009
Zaaknummer
R 06-724
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 319 Fw; maatstaf. De bewindvoerder heeft zich onvoldoende van zijn wettelijke taak gekweten. In het bijzonder heeft de bewindvoerder er tot op de datum van de behandeling van de voordracht tot ontslag onvoldoende voor zorggedragen dat een deugdelijke weergave en onderbouwing van de financiële huishouding van schuldenares beschikbaar is, ondanks het feit dat de rechter-commissaris daar in elk geval bij brieven van 10 november 2006, 9 augustus 2007 en 17 maart 2008 om heeft gevraagd. Volgt ontslag van de bewindvoerder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Schuldsaneringnummer: R 06-724

Uitspraak: 18 december 2008

BESCHIKKING van de enkelvoudige kamer voor burgerlijke zaken

op de voordracht ingevolge artikel 319, eerste lid Faillissementswet

in de schuldsaneringsregeling van:

[schuldenares],

wonende te Moerkapelle,

schuldenares.

1. Inleiding

Op 28 juni 2006 is het op 8 januari 2003 uitgesproken faillissement van schuldenares opgeheven en is ten aanzien van schuldenares de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken met benoeming van [de bewindvoerder] tot bewindvoerder (hierna: de bewindvoerder).

2. De procedure

Bij de rechtbank is een verzoek d.d. 19 september 2008 ingekomen van mr. I.C. Prenger-de Kwant, rechter-commissaris, houdende de voordracht tot ontslag van de bewindvoerder.

De mondelinge behandeling van de voordracht heeft plaatsgevonden op 11 december 2008. Ter zitting zijn de bewindvoerder en schuldenares verschenen. De rechtbank heeft na afloop van de behandeling bepaald dat binnen twee weken uitspraak zal worden gedaan.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

In de voordracht van de rechter-commissaris is gesteld dat de bewindvoerder op

10 november 2006, 9 augustus 2007 en 17 maart 2008 schriftelijk is verzocht inkomensgegevens van schuldenares over te leggen voor het vaststellen van het vrij te laten bedrag. Hierop is geen enkele reactie van de bewindvoerder ontvangen. Op grond hiervan heeft de rechter-commissaris de rechtbank verzocht om de bewindvoerder te ontslaan.

4. Het standpunt van de bewindvoerder

De brieven zijn door de bewindvoerder ontvangen. De bewindvoerder erkent dat hij had moeten reageren op de brieven. Hij geeft aan geen goede reden te hebben voor het nalaten hiervan en wijt dit aan zijn eigen slordigheid. Hij vermoedt dat hij ervan uit is gegaan dat het aan de rechter-commissaris versturen van de gevraagde gegevens niet nodig was, omdat er toch onvoldoende inkomen aanwezig was. Inmiddels heeft de bewindvoerder contact gehad met rechter-commissaris S. van Nijen en heeft hij kopieën van bankafschriften en andere gegevens bij de schuldenares opgevraagd. De bewindvoerder geeft aan ongeveer eens per half jaar contact te hebben met schuldenares.

5. Het standpunt van de schuldenares

De schuldenares verklaart weinig contact te hebben met de bewindvoerder. De bewindvoerder krijgt alle stukken automatisch via de post, met uitzondering van de loonstroken. Kopieën van bankafschriften en van zorg- en kinderbijslag heeft zij recent aan de bewindvoerder toegezonden.

6. De beoordeling

Op basis van het verloop van de schuldsaneringsregeling zoals dit uit het dossier blijkt is de rechtbank van oordeel dat de bewindvoerder zich onvoldoende van zijn wettelijke taak heeft gekweten. In het bijzonder heeft de bewindvoerder er tot op de datum van de behandeling van de voordracht tot ontslag onvoldoende voor zorggedragen dat een deugdelijke weergave en onderbouwing van de financiële huishouding van schuldenares beschikbaar is, ondanks het feit dat de rechter-commissaris daar in elk geval bij brieven van 10 november 2006, 9 augustus 2007 en 17 maart 2008 om heeft gevraagd.

Met de rechter-commissaris is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende vertrouwen bestaat dat de bewindvoerder de financiële zaken in deze schuldsaneringsregeling op adequate wijze kan afwikkelen. Dit geldt te meer nu de bewindvoerder in de afwijzing van een eerdere voordracht van de rechter-commissaris tot ontslag van de bewindvoerder, waarbij nog werd geoordeeld dat sprake was van een incidentele misslag van de zijde van de bewindvoerder, geen aanleiding heeft gezien de wijze van zijn taakvervulling aan te passen.

Mede gelet op de belangen van schuldenares en haar schuldeisers, honoreert de rechtbank de voordracht en zal zij tegelijkertijd een opvolgend bewindvoerder benoemen, zoals in het dictum nader is omschreven.

7. De beslissing

De rechtbank,

verleent ontslag aan [de bewindvoerder] als bewindvoerder;

benoemt als opvolgend bewindvoerder [persoon 1], werkzaam bij [bedrijf 1]. te Zwijndrecht;

stelt vast dat [de bewindvoerder] op de voet van artikel 319, tweede lid Faillissementswet rekening en verantwoording dient af te leggen aan de in zijn plaats benoemde bewindvoerder.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.W. Vogels, rechter, en door deze uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 december 2008, in tegenwoordigheid van G.M. Schilperoort, griffier.

1634/1954