Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BG8778

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-12-2008
Datum publicatie
05-01-2009
Zaaknummer
226466/HA ZA 04-2963
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2011:BQ7497, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over promissory notes en garanties die zouden zijn afgegeven door de Staat Azerbeidzjan voor terugbetaling aan een Maltese bank van door deze uitgeleende bedragen; fraude ?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 226466/HA ZA 04-2963

Uitspraak: 24 december 2008

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

de rechtspersoon naar het recht van de plaats van haar vestiging FIRST INTERNATIONAL MERCHANT BANK LTD.,

gevestigd te Sliema, Malta,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr J.A.A. Oomens,

- tegen -

1. de STAAT AZERBEIDZJAN,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr G.J. ter Horst,

2. de entiteit naar vreemd recht AZTELL COMPANY OF THE MINISTRY OF COMMUNICATION OF THE AZERBEIDZJAN REPUBLIC,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde,

niet verschenen,

3. de entiteit naar vreemd recht BAKTELL COMPANY OF THE MINISTRY OF COMMUNICATION OF THE AZERBEIDZJAN REPUBLIC,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde,

niet verschenen,

4. de entiteit naar vreemd recht JSBI POSTBANK,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde,

niet verschenen,

5. de entiteit naar vreemd recht STATE OIL COMPANY OF THE REPUBLIC OF AZERBEIDZJAN,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde,

niet verschenen,

6. de entiteit naar vreemd recht STATE OIL FUND OF THE REPUBLIC OF AZERBEIDZJAN,

gevestigd te Baku, Azerbeidzjan,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr P.H.C.M. van Swaaij.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk "FIMbank", "de Staat Azerbeidzjan", "Aztell", "Baktell", "Postbank", "SOCAR" en "SOFAZ".

1. Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 21 juli 2004 en de door FIMbank overgelegde producties;

- herstelexploit d.d. 9 november 2004;

- conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van de Staat Azerbeidzjan,

met producties;

- akte houdende vervanging van productie van de Staat Azerbeidzjan, met productie;

- conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie van SOFAZ;

- conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in

reconventie contra de Staat Azerbeidzjan, met producties;

- conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in

reconventie contra SOFAZ, met producties;

- conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie van de Staat Azerbeidzjan,

met producties;

- conclusie van dupliek in conventie tevens repliek in reconventie van SOFAZ, met

producties;

- conclusie van dupliek in reconventie contra de Staat Azerbeidzjan, met productie;

- conclusie van dupliek in reconventie contra SOFAZ.

- akte houdende producties voor pleidooi van FIMbank, met producties;

- akte houdende producties voor pleidooi van de Staat Azerbeidzjan, met producties;

- stukken van 36 op 23 april 2004 en 7 op 26 april 2004 ten verzoeke van FIMbank en ten

laste van de gedaagden gelegde conservatoire derdenbeslagen.

1.2

FIMbank en de Staat Azerbeidzjan hebben hun standpunten doen bepleiten door hun raadslieden, die zich daarbij bedienden van overgelegde pleitnotities.

2. De vordering in conventie

2.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. Aztell te veroordelen tot betaling aan FIMbank van USD 4.019.309,62, met rente vanaf 20 juli 2004,

2. Baktell te veroordelen tot betaling aan FIMbank van USD 2.065.938,39 met rente vanaf 20 juli 2004,

3. de Staat Azerbeidzjan en Postbank hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan FIMbank van USD 6.085.248,01, met rente vanaf 20 juli 2004,

4. Aztell, Baktell, de Staat Azerbeidzjan en Postbank hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan FIMbank van € 20.000,-,

5. Aztell, Baktell, de Staat Azerbeidzjan en Postbank hoofdelijk te veroordelen in de kosten van de procedure, die van de beslagen daaronder begrepen,

6. SOCAR te veroordelen te gehengen en gedogen dat FIMbank zich voor haar tegen de Staat Azerbeidzjan toegewezen vordering verhaalt op haar vermogensbestanddelen,

7. SOFAZ te veroordelen te gehengen en gedogen dat FIMbank zich voor haar tegen de Staat Azerbeidzjan toegewezen vordering verhaalt op haar vermogensbestanddelen.

2.2

FIMbank heeft aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

2.2.1

Op 25 april 2001 heeft FIMbank met Aztell respectievelijk Baktell elk een "facility agreement" gesloten tot het lenen van USD 3.035.000,- respectievelijk USD 1.560.000,-.

Op 10 mei 2001 heeft FIMbank aan Aztell en Baktell de door hen geleende bedragen verstrekt, in totaal USD 4.595.000,-. Deze bedragen dienden uiterlijk op 6 november 2001 te zijn terugbetaald. Daarover was een contractuele rente verschuldigd.

2.2.2

Aztell en Baktell hebben elk een 'promissory note' d.d. 27 april 2001 afgegeven voor de terugbetaling van de geleende bedragen op 10 december 2001, met rente.

De Staat Azerbeidzjan (Ministry of Communication) heeft zich voor die betalingen garant gesteld door deze twee notes als borg "par aval" mede te ondertekenen. Ook Postbank heeft zich blijkens de notes garant gesteld voor de terugbetaling.

Daarnaast heeft de Staat Azerbeidzjan (Ministry of Communication) een aparte garantieverplichting op zich genomen door afgifte van een tweetal garantiedocumenten ('guarantee').

2.2.3

Toen niet werd betaald, is een betalingsregeling overeengekomen. Op 7 december 2001 hebben Aztell en Baktell ieder vier nieuwe 'promissory notes' afgegeven voor achtereenvolgende deelbetalingen op 25 februari 2002, 25 maart 2002, 25 april 2002 en

24 mei 2002 van elk USD 780.000,- (Aztell) respectievelijk USD 400.750,- (Baktell).

De Staat Azerbeidzjan heeft deze notes weer als borg "pour aval" medeondertekend en ook Postbank heeft deze notes medeondertekend.

De Staat Azerbeidzjan heeft twee nieuwe garantiedocumenten (guarantees) afgegeven, waarin de termijn werd verlengd tot 14 juni 2002. Postbank heeft deze garantiedocumenten medeondertekend.

2.2.4

De Staat Azerbeidzjan (Ministry of Communication) heeft aan FIMbank laten weten dat zij haar garantie voor de terugbetalingen door Aztell en Baktell verlengde totdat deze aan hun verplichtingen zouden hebben voldaan.

2.2.5

De Staat Azerbeidzjan, Postbank, Aztell en Baktell hebben geweigerd aan hun betalingsverplichtingen te voldoen. Daarvan wordt nakoming gevorderd, subsidiair betaling op basis van schadevergoeding [kennelijk: wegens wanprestatie].

Het verschuldigde bedraagt per juli 2004 inclusief rente USD 6.039.298,-.

FIMbank heeft daarnaast kosten moeten maken van in ieder geval € 20.000,-.

2.2.6

De Staat Azerbeidzjan of haar ambtenaren hebben bij FIMbank het vertrouwen gewekt dat de Staat Azerbeidzjan garant zou staan voor de terugbetaling van de geleende bedragen, zonder welk vertrouwen FIMbank de leningen niet zou hebben verstrekt. Bovendien heeft de Staat Azerbeidzjan (Ministry of Communication) illegaal gelden onttrokken aan Postbank die daardoor haar verplichtingen jegens FIMbank niet kan nakomen. Daarnaast heeft de 'State Notarial Office' documenten gelegaliseerd, zonder welke gelegaliseerde documenten de leningen niet waren verstrekt.

Op deze drie (zelfstandige) gronden is de Staat Azerbeidzjan subsidiair aansprakelijk uit onrechtmatige daad. De daardoor geleden schade is gelijk aan de geleende bedragen met rente.

2.2.7

SOCAR en SOFAZ fungeren - voor zover zij zelfstandig rechtspersoonlijkheid hebben - als betaaladres van de Staat Azerbeidzjan, voor wie zij als agent betalingen in ontvangst nemen. FIMbank heeft beslag gelegd op vorderingen die toebehoren aan de Staat Azerbeidzjan doch die aan SOCAR en SOFAZ betaalbaar zijn door Nederlandse vennootschappen. De tegen hen ingestelde eis heeft de strekking dat zij hebben te gedogen dat FIMbank haar tegen de Staat Azerbeidzjan gerichte vordering verhaalt op aan hen betaalbare gelden.

3. Het verweer in conventie van de Staat Azerbeidzjan en SOFAZ

3.1

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van FIMbank in de kosten van het geding.

3.2

de Staat Azerbeidzjan heeft daartoe het volgende aangevoerd:

-Aztell en Baktell zijn niet-bestaande entiteiten. Betwist wordt dat zij de gestelde facility agreements zijn aangegaan en dat zij de gestelde bedragen van FIMbank hebben ontvangen;

-deze facility agreements (met drawdown requests en facility letters) zijn niet door de Staat Azerbeidzjan ondertekend;

-ook heeft de Staat Azerbeidzjan geen aparte garanties afgegeven tot terugbetaling van de genoemde bedragen;

-de in kopie overgelegde documenten waarin de naam van de Staat Azerbeidzjan - Ministry of Communication voorkomt (promissory notes, guarantees) zijn vervalsingen; de gevolgen van die fraude kunnen niet ten laste komen van de Staat Azerbeidzjan;

-deze stukken met verplichtingen van de Staat Azerbeidzjan zijn niet ondertekend in overeenstemming met de destijds geldende Azerbeidzjaanse regelgeving en hebben daarom geen juridische waarde;

-FIMbank heeft nagelaten onderzoek te doen naar Aztell en Baktell en naar de echtheid van de documenten, de positie van de garantiegevers en de procedures voor de afgifte van garanties; dat alles moet voor haar rekening en risico komen; FIMbank heeft eigen schuld aan enig financieel nadeel.

3.3

SOFAZ heeft het volgende aangevoerd:

-zij is geen partij bij de gestelde facility agreements of bij de gestelde garanties;

-handelingen van de betrokken partijen kunnen niet aan haar, als zelfstandige rechtspersoon, worden toegerekend en zij is niet aansprakelijk voor de gestelde verplichtingen daaruit;

-ook de Staat Azerbeidzjan is niet aansprakelijk, waartoe zij verwijst naar het door deze gevoerde verweer;

-er is geen bewijs dat zij enige betalingsverplichting heeft jegens de Staat Azerbeidzjan;

-zij is niet verplicht toe te laten dat FIMbank op haar vermogen verhaal neemt voor vorderingen op de Staat Azerbeidzjan.

4. De vordering in reconventie van de Staat Azerbeidzjan

4.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad FIMbank te veroordelen tot vergoeding van de door de Staat Azerbeidzjan geleden en nog te lijden schade in verband met het nodeloos maken van kosten en het lijden van reputatieschade, op te maken bij staat, met veroordeling tevens van FIMbank in de proceskosten.

4.2

Aan deze vordering heeft de Staat Azerbeidzjan naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven, het volgende ten grondslag gelegd:

-zij is op volstrekt onjuiste gronden door FIMbank in deze procedure betrokken;

-zij heeft kosten moeten maken om haar positie veilig te stellen;

-de beslagen hebben schade toegebracht aan haar reputatie;

-FIMbank is verantwoordelijk voor de vergoeding van al haar kosten en schade.

5. De vordering in reconventie van SOFAZ

5.1

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad FIMbank te veroordelen (a) tot vergoeding van de door SOFAZ geleden en nog te lijden schade in verband met het nodeloos maken van kosten en het lijden van reputatieschade, op te maken bij staat en (b) tot het opstellen en verzenden van een schriftelijke verklaring aan alle partijen onder wie FIMbank ten laste van SOFAZ beslag heeft doen leggen, volgens een voorgestelde tekst of een door de rechtbank te bepalen tekst, met veroordeling tevens van FIMbank in de proceskosten.

5.2

Aan deze vordering heeft SOFAZ naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, kort en zakelijk weergegeven het volgende ten grondslag gelegd:

-de derdenbeslagen ten laste van SOFAZ zijn ten onrechte gelegd en daarom onrechtmatig;

-zij is op volstrekt onjuiste gronden in deze procedure betrokken;

-zij heeft kosten moeten maken om haar positie veilig te stellen;

-de beslagen hebben schade berokkend aan haar reputatie;

-FIMbank is verantwoordelijk voor de vergoeding van al haar kosten en schade;

-tevens heeft zij er belang bij dat haar reputatie wordt gezuiverd door een schriftelijke verklaring van FIMbank aan alle partijen onder wie beslag is gelegd.

6. Het verweer in reconventie van FIMbank

6.1

Het verweer strekt telkens tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van de Staat Azerbeidzjan respectievelijk SOFAZ in de kosten van het geding.

6.2

Naast hetgeen FIMbank in conventie heeft betoogd, heeft zij daartoe het volgende aangevoerd:

-de mogelijkheid van reputatieschade voor de Staat Azerbeidzjan respectievelijk SOFAZ is niet aannemelijk;

-voor de door SOFAZ gevorderde verklaring met rectificatie bestaat geen aanleiding;

-er is evenmin grond voor een volledige vergoeding van (proces)kosten.

7. De beoordeling in conventie en in reconventie

het toepasselijke recht

7.1

De vraag of Aztell en Baktell kunnen worden aangemerkt als zelfstandig bestaande entiteiten dan wel of deze moeten worden beschouwd als onderdeel van het Ministerie van Communicatie van de Staat Azerbeidzjan, dient te worden beoordeeld naar het recht van hun plaats van vestiging, derhalve het recht van Azerbeidzjan.

7.2

Bij de vorderingen op grond van de facility agreements en de garanties gaat het - voor zover in dit geding van belang - om verbintenissen uit overeenkomst in de zin van het EVO.

De twee facility agreements van 25 april 2001 tussen FIMbank en Aztell, respectievelijk Baktell (de Staat Azerbeidzjan wordt wel genoemd als "Guarantor" maar heeft deze stukken niet mede-ondertekend) bevatten in artikel 23 een rechtskeuze voor Maltees recht.

De twee eerste garanties van het Ministerie van Communicatie gericht tot FIMbank

(prod. 3 van FIMbank) en de twee latere garanties van het Ministerie (prod. 5 van FIMbank) bevatten alle een rechtskeuze voor Engels recht.

In de twee promissory notes met 'aval' van 27 april 2001 en in de acht promissory notes met 'aval' van 7 december 2001 staat geen rechtskeuze. Mogelijk dienen de promissory notes naar Nederlands recht te worden gekwalificeerd als orderbriefjes en is daarop van toepassing het Geneefs Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes van 7 juni 1930, Stb. 1933, 699, Trb. 1959, 163. Partijen zullen zich daarover en over de gevolgen van toepasselijkheid van dit verdrag desgewenst in een later stadium kunnen uitlaten.

7.3

Ingevolge art. 8 lid 1 EVO worden ook het bestaan en de geldigheid van de overeenkomst of van bepalingen daarvan beheerst door het recht dat daarop toepasselijk zou zijn indien de overeenkomst of de bepalingen geldig zouden zijn. Uit de uitlatingen van de raadsman van de Staat Azerbeidzjan bij pleidooi maakt de rechtbank op dat deze zich voor het bestaan van haar toestemming beroept op het recht van Azerbeidzjan (art. 8 lid 2 EVO).

Voor het antwoord op de vraag of de garanties en promissory notes geldig zijn ondertekend namens de Staat Azerbeidzjan en of de Staat Azerbeidzjan daardoor is verbonden is wellicht mede van belang het Haags Apostilleverdrag (Verdrag tot afschaffing van het vereiste van legalisering van buitenlandse openbare akten, Trb. 1963, 28). Ook daarover zullen partijen zich eventueel kunnen uitlaten.

7.4

Ingevolge art. 14 EVO is het recht dat de overeenkomst beheerst ook van toepassing voor zover het ten aanzien van verbintenissen uit overeenkomst wettelijke vermoedens vestigt of regels over de verdeling van de bewijslast bevat. Voor het overige gelden de regels omtrent het bewijs van het Nederlandse recht.

7.5

De gestelde onrechtmatige gedragingen van de Staat Azerbeidzjan worden gelocaliseerd in Azerbeidjzan en daarop is het recht van Azerbeidzjan toepasselijk (art. 3 WCOD). Dat geldt ook voor de vraag in hoeverre onrechtmatige gedragingen van personen in Azerbeidzjan kunnen worden toegerekend aan de Staat Azerbeidzjan.

feitelijke geschilpunten

7.6

Van de garanties en de promissory notes waarop FIMbank haar vorderingen jegens de Staat Azerbeidzjan en SOFAZ primair baseert is alleen een kopie overgelegd (prod. 2 tot en met 5 van FIMbank). Volgens de Staat Azerbeidzjan en SOFAZ gaat het om vervalsingen, die niet door of namens het Ministerie van Communicatie zijn ondertekend. Zonodig moeten de originelen beschikbaar worden gesteld voor onderzoek. Hetzelfde geldt voor brieven die namens het Ministerie van Communicatie (door [betrokkene-5]) aan FIMbank zijn gestuurd en waarop FIMbank zich wil beroepen (zoals de ongedateerde brieven van prods. 7 en 15 van FIMbank).

7.7

Partijen hebben onder meer de volgende stukken overgelegd met verklaringen van betrokken personen.

Overgelegd door FIMbank:

(a) [betrokkene], van 2000 tot 2004 president van FIMbank:

-proces-verbaal van voorlopig getuigenverhoor d.d. 18 december 2006 (prod. 32);

-verklaring d.d. 17 december 2006 (prod. 32);

(b) [betrokkene-1], van september 1999 tot juli 2006 in dienst van FIMbank:

-proces-verbaal van voorlopig getuigenverhoor d.d. 4 juni 2007 (prod. 33);

(c) [betrokkene-2] en [betrokkene-3], onderzoekers voor Cape Research:

-verklaring d.d. 24 september 2007.

Overgelegd door de Staat Azerbeidzjan:

(d) [betrokkene-4] (of [betrokkene-4], van juli 1997 tot februari 2004 minister van Communicatie van Azerbeidzjan:

-verklaring d.d. 30 juli 2004 (prod. 1.3),

-proces-verbaal van verhoor d.d. 20 oktober 2004 (prod. 22);

(e) [betrokkene-5], van 1998 tot 2003 hoofd van de afdeling investeringen van het Ministerie van Communicatie:

-verklaring d.d. 11 juli 2004 (prod. 1.2),

-proces-verbaal van verhoor d.d. 26 oktober 2004 (prod. 20),

-proces-verbaal van voorlopig getuigenverhoor d.d. 4 juni 2007 (prod. 50),

-verklaring d.d. 3 juni 2007 (prod. 50),

-brief d.d. 27 september 2002 (prod. 4.4),

-brief d.d. 28 oktober 2002 (prod. 1.1);

(f) [betrokkene-6], van 1998 tot 2002 bestuursvoorzitter van Postbank:

-proces-verbaal van verhoor d.d. 8 oktober 2004 (prod. 1.4),

-proces-verbaal d.d. 23 november 2004 (prod. 16),

-proces-verbaal d.d. 17 februari 2005 (prod. 17),

-proces-verbaal d.d. 13 juni 2005 (prod. 19),

-brief d.d. 11 juni 2004 (prod. 10);

(g) [betrokkene-7], van eind 1998 tot eind 2001 hoofd afdelling documentaire kredieten bij Postbank:

-proces-verbaal van verhoor d.d. 17 juni 2005 (prod. 23);

(h) [betrokkene-8]:

-proces-verbaal van verhoor d.d. 9 juni 2005 (prod. 29);

(i) [betrokkene-9] (of [betro[betrokkene-9]):

-proces-verbaal van verhoor d.d. 10 juni 2005 (prod. 30);

(j) [betrokkene-10]:

-proces-verbaal van verhoor d.d. 11 januari 2005 (prod. 35).

7.8

[betrokkene] heeft - onder meer en samengevat - het volgende verklaard:

-eind 1998 heeft hij een eerste bezoek gebracht aan Azerbeidzjan, waar hij gesprekken had bij Postbank (met [betrokkene-6], [betrokkene-9] en [betrokkene-7]), bij het Ministerie van Communicatie (met [betrokkene-9] en [betrokkene-5]) en bij de Nationale Bank.

-daarna heeft FIMbank diverse krediettransacties gedaan met Postbank, die steeds goed verliepen;

-in februari 2001 bezocht hij opnieuw Postbank ([betrokkene-6]) en het ministerie ([betrokkene-9] en [betrokkene-5]); er is toen gesproken over verdere en grotere kredieten; het ministerie wilde dat FIMbank de aankoop van communicatieapparatuur zou financieren; [betrokkene] liet [betrokkene-6] weten dat FIMbank het benodigde geld niet wilde lenen zonder een garantie van het ministerie, bijvoorbeeld in de vorm van promissory notes;

-vervolgens stelden Postbank en het ministerie voor dat Aztell en Baktell, twee staatsbedrijven en volledige dochterondernemingen van het ministerie, het geld voor de apparatuur zouden lenen, respectievelijk USD 3.035.000 en USD 1.560.000, en dat het ministerie garant zou staan voor de terugbetaling van de leningen; dat voorstel is door FIMbank goedgekeurd;

-FIMbank heeft gevraagd om documenten en onderzoek gedaan; zij ontving introductiebrieven over Aztell en Baktell en andere documentatie; [betrokkene] wenste dat de promissory note zou worden ondertekend door de minister en dat de handtekening zou worden bevestigd door een apostille;

-op 25 april 2001 sloot FIMbank twee facility agreements en gaf de minister van Communicatie twee garanties af met op die garanties een bevestiging van de handtekening: een legalisatie van notaris Zeynalov en een apostille van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;

-[betrokkene-1] heeft onderzoek gedaan naar de authenticiteit van de garanties en naar de bevoegdheid daartoe; in Azerbeidzjan is dat onderzoek uitgevoerd door Postbank als agent van FIMbank; een en ander zou in orde zijn;

-daarna heeft FIMbank voor de geleende bedragen l/c's afgegeven; betaling vond plaats op 10 mei 2001;

-de geleende bedragen werden niet, zoals afgesproken, in november 2001 terugbetaald; bij navraag zei [betrokkene-6] dat niet kon worden betaald omdat Postbank geld beschikbaar moest stellen aan het ministerie wegens verkiezingen; ook moest er geld komen om te voldoen aan de eisen van het IMF;

-in december 2001 werden twee nieuwe promissory notes toegestuurd die voor aval waren ondertekend door het ministerie.

-in januari 2002 heeft [betrokkene] weer een bezoek gebracht aan Postbank ([betrokkene-6] en [betrokkene-5]) en het ministerie ([betrokkene-5]); [betrokkene-5] erkende de verplichtingen van het ministerie onder de twee garanties; het ministerie zou liquiditeitsproblemen hebben;

-in april 2002 verzocht [betrokkene-5] schriftelijk om aanpassing van de leningvoorwaarden; FIMbank stemde daarmee in; FIMbank ontving twee nieuwe garanties, ondertekend door de minister, weer met legalisatie en apostille;

-in mei 2002 bezocht [betrokkene] opnieuw [betrokkene-5] op het ministerie; [betrokkene-5] was zenuwachtig en beloofde in elk geval de rente te betalen; daarna stuurde [betrokkene-5] een fax; ook FIMbank stuurde enkele faxberichten;

-in een faxbericht van 27 september 2002 nam [betrokkene-5] opeens een ander standpunt in: de door FIMbank toegestuurde documenten waren vals;

-in oktober 2002 bezocht een delegatie van FIMbank Postbank ([betrokkene-9]) en het ministerie ([betrokkene-9] en [betrokkene-5]); de minister en [betrokkene-5] ontkenden dat het ministerie ooit aan FIMbank betalingen had gegarandeerd;

-in eerdere gesprekken had [betrokkene-5] de geldigheid van de garanties en de promissory notes nooit bestreden; bij die gesprekken waren ook de leners Aztell en Baktell ter sprake gekomen als eigendom of onderdeel van het ministerie en [betrokkene-5] had nooit kenbaar gemaakt dat dit niet zo zou zijn.

7.9

De verklaring van [betrokkene] wordt slechts zeer ten dele bevestigd door [betrokkene-1]. Hij is nooit in Azerbeidzjan geweest maar heeft wel besprekingsverslagen van [betrokkene] gezien. Toen [betrokkene-7] in maart 2001 een bezoek bracht aan FIMbank op Malta, heeft [betrokkene-1] hem een lijst gegeven met de documentatie die FIMbank wilde ontvangen (prods. 11 en 12 van FIMbank). Er zijn contacten geweest over de ondertekening van de garantie door de minister. Postbank was benoemd als agent om alle documentatie te verzamelen en te controleren, waaronder de echtheid van de handtekeningen. De ontvangen documenten waren origineel en geen vervalsingen. De handtekeningen zijn gelegaliseerd en ook door Postbank geverifiëerd. In november 2001 werd niet betaald omdat er gelden werden onttrokken aan Postbank wegens verkiezingen en IMF-voorschriften. Er werd wel een nieuwe garantie ontvangen, ondertekend door de minister. [betrokkene-5] kreeg vanaf november 2001 steeds kopieën van de correspondentie met Postbank en heeft nooit iets laten weten over de (on)echtheid van de garanties. Dat gebeurde pas in september 2002. Aldus [betrokkene-1].

7.10

[betrokkene-5] heeft in zijn verklaringen hetgeen is verklaard door [betrokkene] grotendeels en op alle cruciale punten tegengesproken. Hij zegt [betrokkene] slechts tweemaal te hebben ontmoet: in januari 2002 en in of omstreeks mei 2002. Daarbij is niet gesproken over garantstellingen door het ministerie en ook niet over Aztell en Baktell. Het ging om de slechte financiële positie van Postbank. Er was sprake van een schuld van Postbank aan FIMbank. Toen [betrokkene] hem vroeg wanneer het ministerie alle schulden zou betalen, heeft hij deze geantwoord dat het ministerie geen schulden had en dat de schuld van Postbank aan FIMbank geen relatie had met het ministerie. Pas in augustus 2002 heeft hij de vervalste garanties onder ogen gekregen. De garanties zijn niet ondertekend door de minister. Hijzelf heeft geen brieven geschreven en ondertekend over betalingen aan FIMbank.

[betrokkene-5] heeft verder verklaard dat [betrokkene-6] - die inmiddels zou zijn veroordeeld tot een jarenlange gevangenisstraf - hem heeft bevestigd dat [betrokkene-6] op documenten de handtekening van de minister en van [betrokkene-5] had nagemaakt.

7.11

[[betro[betrokkene-9] heeft eveneens verklaard dat de garanties niet door hem zijn ondertekend.

7.12

[betrokkene-6] heeft - onder meer en kort samengevat - het volgende verklaard:

-in april 2001 was de financiële situatie van Postbank erg slecht; de oorzaak daarvan was vooral dat het Ministerie van Communicatie en haar organisaties niet voor de diensten van de bank betaalden;

-in verband daarmee heeft hij - in overleg met onder meer [betrokkene] - van FIMbank een krediet van USD 4.595.000,- gevraagd; [betrokkene] wilde dat het geld zou worden verstrekt door middel van letters of credit ten gunste van twee ondernemingen; het geld was echter niet bestemd voor het kopen van goederen voor of door deze ondernemingen maar om Postbank uit de crisis te redden;

-[betrokkene] wilde bepaalde documenten hebben en daarom heeft [betrokkene-6] een aantal documenten vervaardigd en deze toegezonden aan FIMbank;

-zo heeft hij de garanties van het Ministerie van Communicatie zelf valselijk op de computer vervaardigd en voorzien van de handtekening van de minister;

-verder heeft hij de geëigende valse documenten gemaakt met betrekking tot de, niet in werkelijkheid opererende, ondernemingen Aztell en Baktell (zie prods. 18 t/m 25 van FIMbank); ook heeft hij voor FIMbank introductiebrieven opgesteld betreffende Aztell en Baktell, hun (vertrouwenwekkende) achtergrond, activiteiten en bankzaken;

-[betrokkene] was ervan op de hoogte dat de garanties (en een brief van [betrokkene-5] over verlenging van de lening) vals waren.

7.13

Overgelegd zijn twee rapporten van het Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie van Azerbeidzjan naar de echtheid van een aantal documenten en van de handtekeningen daarop. Kennelijk - de betreffende documenten zijn niet bijgevoegd - ging het onder meer om de garanties d.d. 25 april 2001. Geconcludeerd wordt dat de handtekening daarop niet is geplaatst door minister N. [betrokkene-9]. Het briefhoofd van de documenten komt niet overeen met dat van het echte briefpapier.

7.14

Overgelegde stukken met betrekking tot het onderzoek naar de legalisaties door notaris Zeynalov lijken erop te wijzen dat deze niet werkelijk door een bevoegde notaris zijn afgegeven (prods. 38 t/m 48 van de Staat Azerbeidzjan; daartegenover prod. 26 van FIMbank).

7.15

Vooralsnog staat niet vast dat de gedaagden Aztell en Baktell zelfstandige entiteiten zijn, die als zodanig in rechte kunnen worden aangesproken.

7.16

Aandeelhouders van Postbank JSIB waren onder andere de onder het Ministerie van Communicatie ressorterende staatsbedrijven 'Baku Telephone Communication(s) Unit' (ook wel: 'Industrial Unit' of 'Union' of 'Production Unit/Union') en 'Azerpost Industrial Unit/Union'. Deze entiteiten hielden in 2004 samen ca. 25% van de aandelen in Postbank.

Daarnaast bestond het onder het Ministerie van Communicatie vallende bedrijf 'Aztelecom Production Union/Industrial Unit' (waarmee Postbank een geschil had).

Al deze entiteiten waren in 2001/2002 rekeninghouder bij Postbank.

[betrokkene-7] heeft verklaard dat in de communicatie tussen FIMbank en Postbank soms de genoemde entiteiten 'Aztelecom' en 'Baku Telephone' werden aangeduid als 'Aztell' en 'Baktell'.

7.17

FIMbank heeft diverse documenten overgelegd betreffende een 'Aztell Company' en een 'Baktell Company', beide 'of the Ministry of Communication of the Azerbaijan Republic' en haar bestuurders, respectievelijk [betrokkene-9] en [betrokkene-8].

Laatstgenoemden hebben echter verklaard dat zij deze Aztell en Baktell niet kennen en daarmee geen band hebben. Naar hun zeggen zijn zij verwanten van [betrokkene-6] en hebben zij op diens verzoek documenten ondertekend, terwijl [betrokkene-6] ook een kopie heeft kunnen verkrijgen van hun paspoort. Zij hebben verklaard niets te weten van een kredietverlening door FIMbank ten behoeve van Aztell en Baktell.

[betrokkene-6] heeft verklaard dat hij de bedoelde documenten betreffende de niet bestaande Aztell en Baktell zelf valselijk heeft vervaardigd en dat hij daarbij gebruik heeft gemaakt van de naam en het paspoort van Ahmadov ([betrokkene-9]) en Omarov (zie prods. 18 t/m 25 van FIMbank).

7.18

Uit een overgelegd document ("extract from charter") en de verklaring van [betrokkene-10] (prod. 34 en 35 van de Staat Azerbeidzjan) kan blijken dat op 16 september 2000 een vennootschap 'Aztell LLC' werd opgericht en dat deze vennootschap geen banden had met Postbank, noch iets te maken had met een lening van FIMbank.

Uit een brief d.d. 24 januari 2005 met bijlagen van (legal counsel) HGSM LLC (prod. 2.1 van de Staat Azerbeidzjan) kan worden opgemaakt dat de wel bestaande 'Aztell LLC' en 'Baktell LLC' niet in relatie staan tot het Ministerie van Communicatie en voorts dat er geen entiteiten van die naam zijn geregistreerd die wel met medewerking van dat ministerie zijn opgericht; de entiteiten Aztell en Baktell zoals gedagvaard bestaan niet en hebben niet bestaan (zie ook prods. 12 en 13 van de Staat Azerbeidzjan).

7.19

Het vorenstaande overziende, is niet gebleken - ook niet voorshands tot op tegenbewijs - dat het Ministerie van Communicatie van de Staat Azerbeidzjan zich jegens FIMbank heeft verbonden door (bevoegde) ondertekening van de 'promissory notes' of de 'guarantees' namens haar. FIMbank zal worden toegelaten dit te bewijzen.

7.20

Evenmin zijn de volgende gedragingen, die volgens FIMbank een onrechtmatige daad van de Staat Azerbeidzjan opleveren, komen vast te staan:

(a) betrokkenheid van ambtenaren van de Staat Azerbeidzjan bij de fraude (bestaande in het vervalsen van documenten), welke ambtenaren bij FIMbank het vertrouwen hebben gewekt dat de Staat Azerbeidzjan garant zou staan voor de terugbetaling van de geleende bedragen (dat laatste lijkt overigens een mogelijke grond voor contractuele gebondenheid);

(b) het illegaal door de Staat Azerbeidzjan (Ministerie van Communicatie) onttrekken van gelden aan Postbank, waardoor Postbank haar verplichtingen jegens FIMbank niet kan nakomen;

(c) het legaliseren van documenten door het staatsorgaan 'State Notarial Office', respectievelijk door het Ministerie van Buitenlandse Zaken en/of het Ministerie van Justitie van Azerbeidzjan.

Ook hieromtrent dient FIMbank bewijs te leveren.

7.21

FIMbank moet eveneens bewijzen dat en aan wie, hoe en wanneer zij de gestelde betalingen heeft verricht.

juridische geschilpunten

7.22

In afwachting van de uitkomsten van de hiervoor bedoelde bewijslevering laat de rechtbank een onderzoek naar de toepasselijke en van belang zijnde rechtsregels vooralsnog achterwege.

de positie van SOFAZ en de reconventionele vorderingen

7.23

Afgezien van het feitelijke onderzoek naar de juistheid van de stellingen van FIMbank, laat rechtbank ook de beoordeling van de positie van SOFAZ en van de vorderingen in reconventie voorlopig rusten.

8. De beslissing in conventie en in reconventie

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen:

laat FIMbank toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt,

1. dat en aan wie, hoe en wanneer zij de gestelde betalingen heeft verricht;

2. dat de Staat Azerbeidzjan zich als garantiegever of avalist (borg) jegens FIMbank heeft verbonden tot betaling van in totaal USD 4.595.000,-;

3. dat ambtenaren van de Staat Azerbeidzjan betrokken waren bij fraude, bestaande in het vervalsen van de hier van belang zijnde documenten en/of dat deze bij FIMbank het vertrouwen hebben gewekt dat de Staat Azerbeidzjan garant zou staan voor de terugbetaling van de geleende bedragen;

4. dat de Staat Azerbeidzjan (Ministerie van Communicatie) illegaal gelden heeft onttrokken aan Postbank, waardoor Postbank haar verplichtingen jegens FIMbank niet kan nakomen;

5. dat het 'State Notarial Office' en/of het Ministerie van Buitenlandse Zaken en/of het Ministerie van Justitie van de Staat Azerbeidzjan ten onrechte documenten hebben/heeft gelegaliseerd;

bepaalt dat, indien partijen daartoe getuigen willen doen horen, het getuigenverhoor zal plaatsvinden in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr A.N. van Zelm van Eldik op een door deze in overleg met de advocaten nader vast te stellen tijdstip;

verzoekt de advocaat van FIMbank om binnen zes weken na de uitspraak van dit vonnis aan de rechter en de advocaat van de Staat Azerbeidzjan en SOFAZ mee te delen of hij getuigen wil voorbrengen en om, in dat geval, opgave te doen van het aantal getuigen en van zijn verhinderdata en zo mogelijk die van de getuigen in de periode van februari tot en met mei 2009,

en verzoekt de advocaat van de Staat Azerbeidzjan en SOFAZ om, in dat geval, binnen twee weken na die opgave zijn eigen verhinderdata in diezelfde periode op te geven.

Dit vonnis is gewezen door mrs Van Zelm van Eldik, Van Essen en Sprenger.

Uitgesproken in het openbaar.

10/196/1928