Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BG8029

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-12-2008
Datum publicatie
22-12-2008
Zaaknummer
301363 / HA ZA 08-447
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet dwangbevel. De gemeente heeft ter zake van de ontmanteling van een hennepkwekerij terecht de kosten geïngevorderd bij de eigenaresse van het pand, nu de eigenaresse van het pand als overtreder in de zin van artiekl 5:25 en 26 Awb kan worden aangemerkt. De eigenaresse heeft aan haar verzet ten grondslag gelegd dat niet zij schuld heeft aan de inrichting en exploitatie van de hennepkwekerij, maar degene aan wie zij het pand had verhuurd, zodat op grond van deze situatie de kosten van de uitgeoefende bestuursdwang aan de huurder dienen te worden toegerekend en niet aan haar. Bij het begrip "overtreder" in de zin van artikel 5:25 en 5:26 Awb gaat het er om of de betrokkene formeel-juridisch dan wel feitelijk in de positie verkeerde om zeggenschap uit te oefenen over de in geding zijnde activiteiten, dat wil zeggen de activiteiten waarop de last betrekking heeft. Als eigenaresse van het pand is opposante tot op zekere hoogte verantwoordelijk te houden voor wat er in haar pand plaatsvindt. Als verhuurder dient zij te controleren of het gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan. Dat zij geen controle heeft uitgevoerd, naar eigen zeggen omdat het toezicht houden voor haar lastig is als gevolg van het feit dat zij in een rolstoel zit, kan niet aan de gemeente worden tegengeworpen. De gemeente heeft zich met recht op het standpunt kunnen stellen dat Hoogvliets als eigenaresse de mogelijkheid heeft geboden het pand te laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan en dat zij dus als overtreder in de zin van artikel 5:25 en 5:26 Awb is aan te merken. Daar komt bij dat de eigenaresse de gemeente niet van de verhuur op de hoogte heeft gesteld. Dat de eigenaresse geen kennis heeft genomen van de brief waarin de gemeente haar vraagt of de woning verhuurd is, komt voor haar rekening en risico.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 301363 / HA ZA 08-447

Uitspraak: 3 december 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[opposante],

wonende te [woonplaats],

opposante,

advocaat mr. J.H. van Meurs,

- tegen -

de rechtspersoon naar publiekrecht GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelend te Rotterdam,

geopposeerde,

advocaat mr. R.W. van Harmelen.

Partijen worden hierna aangeduid als "[opposante]" respectievelijk "de gemeente".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- verzetdagvaarding d.d. 6 februari 2008, met producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 25 juni 2008, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 27 oktober 2008.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [opposante] is eigenaresse van het pand aan de [adres] te [woonplaats] (hierna het pand). Op 27 oktober 2006 is in het pand een hennepkwekerij aangetroffen door medewerkers van de afdeling Toezicht Gebouwen van de dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting van de gemeente Rotterdam.

2.2 Op dezelfde datum heeft een fraude-inspecteur van ENECO Energie Infra B.V. het pand bezocht. De inspecteur heeft de illegaal aangebrachte bedrading verwijderd en de elektrische installatie veiliggesteld. Vervolgens heeft de Roteb, in opdracht van de gemeente, de hennepkwekerij ontmanteld. Na het ontmantelen van de hennepkwekerij en het afvoeren van de nodige materialen, werd in opdracht van de gemeente tevens een nieuw slot geplaatst, opdat het pand in voldoende mate kon worden afgesloten.

Bij de ontmanteling werden 20 armaturen, 20 assimilatielampen, 20 transformatoren, 2 afzuigers, 2 filters, 2 dompelpompen, 1 aquarium heater, 1 aquarium circulatiepomp, 1 bevloeiingsinstallatie, 1 thermo-hydrometer, 1 schakelkast, 1 relaiskast, 2 fan-controllers, 1 klimaat-controller, 2 kachels/heaters, 3 ventilatoren, 1 voedingscomputer, 11 jerrycans 0 liter, 5 flacons (1 liter) in beslag genomen, afgevoerd naar AVR Afvalverwerking en vernietigd.

Naast de aangetroffen hennepplanten en randapparatuur heeft de Roteb aan afvalstoffen 1 kilo meststoffen uit kweek van hennep en 3,6 kilo gasontladingslampen afgevoerd naar AVR KGA-Services.

2.3 Door middel van toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 125 van de gemeentewet is de hennepkwekerij in het pand ontmanteld. Het besluit tot toepassing van bestuursdwang (hierna: het besluit) is op 22 december 2006 schriftelijk aan [opposante] bekendgemaakt.

Ten tijde van de ontmanteling had [opposante] het pand verhuurd aan [persoon 1]. [opposante] heeft de gemeente hiervan niet op de hoogte gesteld.

2.4 Het besluit vermeldt onder meer het volgende:

"(…) Op 30 oktober 2006 heeft de dS+V aan u verzocht om hen te berichten of onderhavige woning al dan niet door u is verhuurd. Tevens heeft dS+V aan u, in geval van verhuur, verzocht om informatie inzake deze huurder (huurcontract, betalingsbewijzen en legitimatiebewijs) te overleggen. Door ons is geconstateerd dat u hieraan geen gevolg heeft gegeven. Wij verbinden hieraan de conclusie dat onderhavige woning niet door u is verhuurd. Derhalve bent u naar ons oordeel verantwoordelijk voor hetgeen zich in onderhavige woning heeft plaatsgevonden. (…)"

2.5 Tegen het besluit is op 27 mei 2007 bezwaar gemaakt. Op 1 november 2007 is [opposante] niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar. Op 23 november 2007 heeft [opposante] vervolgens beroep ingesteld, welk beroep op 22 april 2008 door de Rechtbank ongegrond is verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [opposante] geen verzet aangetekend.

2.6 Bij nota van 15 januari 2007 heeft de gemeente de kosten voor de ontmanteling van de hennepkwekerij, inclusief 15% beheerskosten, ad in totaal € 3.772,10 bij [opposante] in rekening gebracht. De gemeente heeft de gemaakte kosten als volgt gespecificeerd:

"(…)

Ingevolge artikel 125 van de Gemeentewet bent u 2.185,00

onderstaand bedrag verschuldigd. Ontmanteling

hennepkwekerij [adres]. HF2006.5045.

BTW 19% 534,85

€ 3.349,85

Beheerskosten € 422,25

------------------------

Totaal te voldoen voor 14-02-2007 € 3.772,10"

2.7 [opposante] heeft de nota van de gemeente onbetaald gelaten. Bij brief van 14 maart 2007 heeft de gemeente [opposante] aangemaand om tot betaling over te gaan. Vervolgens heeft de gemeente op 5 april 2007 een dwangbevel uitgevaardigd, dat op 25 januari 2008 aan [opposante] is betekend.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis [opposante] te ontheffen van het tegen haar uitgevaardigde dwangbevel, met veroordeling van de gemeente in de kosten van de procedure.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [opposante] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 [opposante] heeft op 23 november 2007 beroep ingesteld tegen de beslissing van de deelgemeente Noord van de gemeente Rotterdam van 1 november 2007 waarbij [opposante] in haar bezwaren niet-ontvankelijk is verklaard. Op dit beroep is door de rechtbank nog niet beslist. Er is nog geen rechtens onaantastbare beschikking op grond waarvan de uitgeoefende bestuursdwang tegen de hennepkwekerij en de daaraan verbonden kosten aan [opposante] zijn toegerekend.

3.2 [opposante] heeft geen schuld aan de inrichting en exploitatie van de hennepkwekerij. [opposante] had het pand verhuurd aan [persoon 1], die naar beste weten van [opposante] het pand zou gaan bewonen en tevens het pand van extra faciliteiten zou gaan voorzien. Volgens de Kamer van Koophandel drijft [persoon 1] in alle openheid een "growshop", een winkel waar men terecht kan voor de inrichting en exploitatie van hennepplantages. [persoon 1] is op of omstreeks 18 september 2007 door de rechtbank Rotterdam veroordeeld voor aan drugs gerelateerde strafbare feiten. Op grond van deze situatie dienen de kosten van de uitgeoefende bestuursdwang aan [persoon 1] te worden toegerekend en niet aan [opposante].

3.3 De gemeente handelt in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, met name het beginsel van de redelijkheid en het fair play beginsel, door reeds nu, nog voordat er een onherroepelijk rechterlijk oordeel over de rechtmatigheid van de bestuursdwang-aanschrijving is uitgesproken, het kostenverhaal ten uitvoer te leggen.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, onder ongegrondverklaring van het verzet, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [opposante] in de kosten van het geding.

Daartoe heeft de gemeente - verkort weergegeven en voorzover van belang - het volgende aangevoerd:

4.1 De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van [opposante] op 22 april 2008 ongegrond verklaard. De verzettermijn is op 4 juni 2008 verstreken. Het besluit waarbij [opposante] als overtreder is aangemerkt, heeft formele rechtkracht zodat van de rechtmatigheid van dat besluit moet worden uitgegaan.

4.2 De gemeente heeft het besluit terecht gericht aan [opposante] als eigenaar en rechthebbende van het pand. Voor de gemeente was het niet kenbaar dat het pand ten tijde van het oprichten en in stand houden van de hennepkwekerij verhuurd was. [opposante] heeft hiervan op geen enkele wijze blijk gegeven. Door het verhuren van het pand heeft [opposante] het risico genomen dat het pand in strijd met de bestemming zou worden gebruikt. [opposante] is als verhuurder verantwoordelijk voor de woning en het gebruik hiervan.

4.3 De gemeente heeft [opposante] terecht als overtreder in de zin van artikel 5:25 Awb aangemerkt en haar derhalve aangesproken voor de kosten van de uitoefening van bestuursdwang. Of [persoon 1] op 18 september 2007 al dan niet veroordeeld is voor aan drugs gerelateerde strafbare feiten, hetgeen niet door bewijsmiddelen wordt gestaafd, staat hier los van.

4.4 Van handelen in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur is geen sprake. Op grond van artikel 5:25 Awb heeft de gemeente de bevoegdheid om de kosten voor het toepassen van bestuursdwang middels een dwangbevel in te vorderen. Daarbij geldt niet als voorwaarde dat met invordering gewacht moet worden totdat de rechter een onherroepelijk oordeel over de rechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit heeft uitgesproken. In haar besluit van 22 december 2006 heeft de gemeente duidelijk vermeld dat een bezwaarprocedure de betalingsverplichting niet opschort.

5. De beoordeling

5.1 Ter comparitie van partijen is vast komen te staan dat het beroep van [opposante] tegen de aan het dwangbevel ten grondslag liggende bestuursdwangaanschrijving op 22 april 2008 door de bestuursrechter ongegrond is verklaard en dat [opposante] hiertegen geen verzet heeft aangetekend. De rechtbank gaat in deze civielrechtelijke verzetsprocedure dan ook uit van de rechtmatigheid van de aan het dwangbevel ten grondslag liggende bestuursdwangaanschrijving. Daarbij geldt dat de rechter er eveneens van uit dient te gaan dat de dwangsombeschikking in overeenstemming is met de betreffende wettelijke voorschriften en algemene beginselen nu deze niet is vernietigd, zowel wat haar inhoud als wat haar wijze van totstandkoming betreft. Het standpunt van [opposante] dat de gemeente in strijd met de algemene beginselen heeft gehandeld, gaat dan ook niet op.

5.2 De aan het hiervoor weergegeven beginsel van formele rechtskracht verbonden bezwaren kunnen door bijzondere omstandigheden zo klemmend worden dat op dit beginsel, gezien de bijzondere omstandigheden van het geval, een uitzondering dient te worden gemaakt. Van het bestaan van dergelijke omstandigheden is de rechtbank in dit geval evenwel niet gebleken. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

5.3 [opposante] legt aan haar verzet ten grondslag dat niet zij schuld heeft aan de inrichting en exploitatie van de hennepkwekerij, maar [persoon 1] aan wie [opposante] het pand had verhuurd, zodat op grond van deze situatie de kosten van de uitgeoefende bestuursdwang aan [persoon 1] dienen te worden toegerekend en niet aan haar.

De rechtbank begrijpt de grondslag aldus dat [opposante] stelt dat zij niet als "overtreder" kan worden aangemerkt.

5.4 Bij het begrip "overtreder" in de zin van artikel 5:25 en 5:26 Awb gaat het er om of de betrokkene formeel-juridisch dan wel feitelijk in de positie verkeerde om zeggenschap uit te oefenen over de in geding zijnde activiteiten, dat wil zeggen de activiteiten waarop de last betrekking heeft. Als eigenaresse van het pand is [opposante] tot op zekere hoogte verantwoordelijk te houden voor wat er in haar pand plaatsvindt. Als verhuurder dient zij te controleren of het gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan. Dat zij geen controle heeft uitgevoerd, naar eigen zeggen omdat het toezicht houden voor haar lastig is als gevolg van het feit dat zij in een rolstoel zit, kan niet aan de gemeente worden tegengeworpen. De gemeente heeft zich met recht op het standpunt kunnen stellen dat [opposante] als eigenaresse de mogelijkheid heeft geboden het pand te laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan en dat zij dus als overtreder in de zin van artikel 5:25 en 5:26 Awb is aan te merken.

Daar komt bij dat [opposante] de gemeente niet van de verhuur op de hoogte heeft gesteld. Dat [opposante] geen kennis heeft genomen van de brief van 30 oktober 2006, waarin de gemeente [opposante] vraagt of de woning verhuurd is, komt voor haar rekening en risico. Ter zitting is immers komen vast te staan dat deze brief aangetekend is verzonden en niet door [opposante] bij het postkantoor is afgehaald. Bovendien wordt in het besluit van 22 december 2006 (waarvan zij niet betwist deze te hebben ontvangen) naar deze brief verwezen en had het voor [opposante] duidelijk moeten zijn dat de gemeente het van belang achtte dat zij over eventuele verhuur geïnformeerd werd.

5.5 Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de gemeente ter zake van de ontmanteling van de hennepkwekerij de kosten mag invorderen bij [opposante]. [opposante] heeft de hoogte van de kosten voor de ontmanteling niet betwist. De rechtbank acht het verzet ongegrond en zal de vordering van [opposante] afwijzen, met veroordeling van [opposante] in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De rechtbank,

in oppositie,

wijst de vordering van [opposante] af;

veroordeelt [opposante] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de gemeente bepaald op € 248,- aan vast recht, op € 786,- aan salaris voor de advocaat.

verklaart het vonnis voor zover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.C.C. Hes-Bakkeren.

Uitgesproken in het openbaar.

1158/336