Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BF3274

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2008
Datum publicatie
29-09-2008
Zaaknummer
10/605003-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

“Skimmen”

Verdachte wordt verweten zich meermalen aan het zogeheten “skimmen” schuldig te hebben gemaakt. Ten laste gelegd als:

Feiten 1, 3 en 5: het vervalsen van betaalpassen door het kopiëren van gegevens van de magneetstrip van originele betaalpassen naar andere van een magneetstrip voorziene passen;

Feiten 2, 4 en 6: het gebruik maken van de valse betaalpassen door opnemen van geld in Duitsland.

Rechtbank:

1. rechtbank niet bevoegd met betrekking tot de feiten 2, 4 en 6 wegens ontbreken rechtsmacht Nederland. Feiten door Roemeense verdachte geheel in Duitsland gepleegd; de redenering van het OM dat het nauwe verband tussen de eerste en tweede fase van het skimmen, te weten het plaatsen van de skimapparatuur en het kopiëren van de gegevens van de magneetstrip van een betaalpas en het overbrengen van die gegevens naar de magneetstrip van een andere pas, en de derde fase, het opnemen van geld met behulp van de aldus vervaardigde valse pas, de bevoegdheid voor de rechtbank vestigt kennis te nemen van de geldopnames in Duitsland, wordt niet gevolgd.

2. vrijspraak mbt de feiten 1, 3 en 5. Er is mogelijk betrokkenheid van de verdachte bij het plaatsen van skimapparatuur in twee van de drie ten laste gelegde gevallen, maar er is geen enkele aanwijzing dat hij betrokken is bij het overbrengen van de gegevens van de magneetstrip van de geskimde betaalpassen naar die van andere (valse) passen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafvordering 348
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/605003-08

Datum uitspraak: 27 augustus 2008

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Roemenië),

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de PI [plaats detentie],

raadsman mr. H. Bijlsma, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding.

De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het ten laste gelegde komt er op neer dat aan de verdachte het verwijt wordt gemaakt dat hij zich in december 2007 en januari 2008 schuldig heeft gemaakt aan het al dan niet samen met anderen vervalsen van betaalpassen met behulp van door ‘skimming’ verkregen gegevens, dan wel medeplichtigheid daaraan (feiten 1,3 en 5) alsmede aan het gebruik van die valse betaalpassen (feiten 2, 4 en 6).

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Hemstede heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2, 3 primair, 4, 5 primair en 6 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek van voorarrest.

Subsidiair (bij ontbreken van rechtsmacht ten aanzien van de feiten 2, 4 en 6):

- bewezenverklaring van het onder 1 primair, 3 primair en 5 primair ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

BEVOEGDHEID RECHTBANK

Namens de verdachte is aangevoerd dat de rechtbank onbevoegd is ten aanzien van de feiten 2, 4 en 6, omdat het tweede lid van artikel 232 Wetboek van Strafrecht niet wordt genoemd in artikel 5a Wetboek van Strafrecht dat de Nederlandse rechtsmacht regelt voor een aantal specifieke feiten, buiten Nederland gepleegd door vreemdelingen met een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank ten aanzien van de feiten 2, 4 en 6 bevoegd is en wel op grond van artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht nu deze strafbare feiten telkens zowel in Nederland als in Duitsland zijn gepleegd.

Daartoe is het volgende door hem aangevoerd:

Skimmen valt uiteen in drie fases: het aanbrengen van de skimapparatuur, het kopiëren van de gegevens en tenslotte het met behulp van de vervalste passen opnemen van geld.

De eerste fase (aanbrengen van de skimapparatuur) wordt aan verdachte niet verweten, de tweede fase is als vervalsing van betaalpassen telkens ten laste gelegd onder de feiten 1, 3 en 5. De laatste fase kan om technische redenen niet in Nederland plaats vinden, zodat de verdachte hiervoor naar Duitsland is uitgeweken. Dat laatste onderdeel van het ‘skimmen’ is weliswaar onder 2, 4 en 6 als een apart feit (gebruik maken van vervalste betaalpassen) op de dagvaarding opgenomen, maar het maakt wel deel uit van hetzelfde feitencomplex dat in Nederland is begonnen.

De raadsman wordt in zijn conclusie door de rechtbank gevolgd.

In de artikelen 2 tot en met 7 van het Wetboek van Strafrecht is geregeld in welke gevallen Nederland rechtsmacht heeft gevestigd.

Ingevolge artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht is de Nederlandse strafwet toepasselijk op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt.

Indien, naast plaatsen in Nederland, ook buiten Nederland gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is op grond van voornoemde wetsbepaling vervolging van dat strafbare feit in Nederland mogelijk, ook ten aanzien van de van dat strafbare feit deel uitmakende gedragingen die buiten Nederland hebben plaatsgevonden (zie: HR 13 april 1999, NJ 1999, 538; HR 30 september 1997, NJ 1998, 117).

De onder 2, 4 en 6 verweten gedragingen hebben echter in hun geheel in Duitsland plaatsgevonden en deze gedragingen zijn aldus ook ten laste gelegd. De officier van justitie kan niet worden gevolgd in zijn redenering die neerkomt op de stelling dat uit artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht voortvloeit dat ook een nauw verband tussen de verschillende strafbare feiten op de dagvaarding (de in Nederland spelende feiten 1,3 en 5 enerzijds en de in Duitsland spelende feiten 2, 4 en 6 anderzijds) maakt dat vervolging in Nederland van een geheel in het buitenland gepleegd strafbaar feit mogelijk is.

In een dergelijke situatie is er immers ten aanzien van dat strafbare feit geen sprake van een locus delicti zowel in als buiten Nederland.

Evenmin is de strafvervolging van de verdachte voor deze feiten door Nederland van Duitsland op basis van een verdrag overgenomen.

Aan de rechtbank komt tenslotte ook niet op een van de andere genoemde rechtsmachtartikelen de bevoegdheid toe kennis te nemen van de onder 2, 4 en 6 ten laste gelegde feiten.

Gelet hierop is de rechtbank onbevoegd kennis te nemen van de onder 2, 4 en 6 ten laste gelegde feiten.

ONTVANKELIJKHEID OFFICIER VAN JUSTITIE

Namens de verdachte is aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging, omdat op 20 maart 2008 een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning van de verdachte op het adres Stadhoudersweg 125b te Rotterdam zonder dat er daaraan voorafgaand verlof was verkregen van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de politie op basis van de Politiewet bevoegd was ter hulpverlening in de woning binnen te treden en deze vervolgens te doorzoeken nu er mogelijk sprake was van een gevaarlijke situatie gelet op de op bloed lijkende bruine spatten in het appartement.

Hiertoe wordt het volgende overwogen.

De verdachte woonde op het adres [adres verdachte]. De politie ging er mede op basis van observaties van uit dat in zijn woning tevens een aantal Roemeense kennissen/medeverdachten verbleven. De verdachte heeft later verklaard dat hij zijn woning in verband met zijn vertrek naar Roemenië per februari 2008 tijdelijk aan die personen had onderverhuurd.

Het was de politie bekend dat een aantal van deze medeverdachten op 1 maart 2008 in Duitsland was aangehouden.

Uit het van het binnentreden opgemaakte proces-verbaal (p. 292-294) blijkt dat de politie op 20 maart 2008 zonder toestemming van de verdachte als hoofdbewoner of van de onderhuurders, samen met de verhuurder de woning is binnengegaan.

Door de opsporingsambtenaren is in de woning rondgekeken en er is ook een kledingkast geopend “om te controleren of er geen dood of gewond persoon in lag”, aldus het proces-verbaal. Vervolgens is er ter plekke contact geweest met het openbaar ministerie, maar na overleg is besloten niet over te gaan tot een – zo begrijpt de rechtbank: nadere – (spoed) doorzoeking.

De politie was niet voorzien van een machtiging tot binnentreden zoals vereist op basis van de Algemene Wet op het Binnentreden, noch was zij voorzien van een machtiging tot doorzoeking.

Niet aannemelijk is geworden dat de politie is binnengetreden in het kader van haar hulpverleningstaak als bedoeld in artikel 8 van de Politiewet en dat er sprake was van een situatie waarin terstond in de woning moest worden binnengetreden ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen. Dat er op de muren op bloed lijkende bruine spatten zaten, werd uiteraard pas bekend nadat de woning was betreden.

Het moet er derhalve voor worden gehouden dat de politie in het kader van de opsporing onbevoegd is binnengetreden in de woning en deze vervolgens (zij het op beperkte schaal) ook heeft doorzocht.

Dat is onrechtmatig. Voor zover de verdachte ook in de periode dat hij de woning onderverhuurde nog als bewoner zou moeten worden beschouwd en hij dan inderdaad als diegene dient te worden beschouwd die is getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogde te beschermen, geldt het navolgende.

Nu de verdachte door dit binnentreden en deze doorzoeking op geen enkele wijze in zijn verdediging is geschaad, behoeft aan het vormverzuim geen procesrechtelijke consequentie te worden verbonden. De rechtbank volstaat derhalve met de constatering van het vormverzuim; het verweer strekkende tot niet-ontvankelijk verklaring van de officier van justitie wordt verworpen.

VRIJSPRAAK

Het onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt in de feiten 1, 3 en 5 is het telkens al dan niet in vereniging vervalsen van betaalpassen door de van de magneetstrip van originele passen geskimde gegevens te kopiëren naar andere kaarten voorzien van een magneetstrip, teneinde zichzelf of een ander te bevoordelen.

Skimmen is het door middel van technische aanpassingen manipuleren van geldautomaten teneinde de gegevens van magneetstrippen van betaalpassen te kopiëren en vast te leggen, waarna deze gegevens met behulp van technische voorzieningen worden gekopieerd naar de magneetstrip van andere kaarten, welke kaarten vervolgens kunnen worden gebruikt (mits tevens de bijbehorende pincode is bemachtigd) om bij pinautomaten geld op te nemen van de rekeningen waarvan de gegevens illegaal zijn gekopieerd.

Vast is komen te staan dat op 8 december 2007 (station Hollands Spoor), op 28 december 2007 en op 7 en 8 januari 2008 (station Amsterdam Lelylaan) en op 10 en 11 januari 2008 (station Naarden/Bussum) betaalpassen zijn geskimd bij daar geplaatste kaartverkoopautomaten.

Op grond van camerabeelden kan tevens met grote mate van waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat de verdachte enige bemoeienis heeft gehad met de plaatsing van de skimapparatuur door een medeverdachte voor wat betreft de eerste twee genoemde stations. Van het station Naarden/Bussum ontbreken camerabeelden.

Tevens is vast komen te staan dat de verdachte op 12 en 13 januari 2008 met valse passen, immers passen waar op de magneetstrip door middel van skimming gekopieerde gegevens (van passen ingevoerd bij kaartverkoopautomaten op de stations Amsterdam Lelylaan en Naarden/Bussum) waren geplaatst, in Duitsland geld heeft gepind.

Dat in de tussenliggende periode de geskimde gegevens moeten zijn overgezet op andere (valse) passen - de kern derhalve van de aan verdachte verweten gedraging - laat zich raden, doch op grond van het onderzoek op de terechtzitting en de inhoud van het dossier is geenszins gebleken van enige betrokkenheid daarbij van de verdachte.

De verdachte dient derhalve te worden vrijgesproken van het hem onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde.

Bij afzonderlijk geminuteerde beslissing is de voorlopige hechtenis van de verdachte in deze zaak opgeheven.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de onder 2, 4 en 6 ten laste gelegde feiten;

- verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de overige ten laste gelegde feiten;

- verklaart de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging;

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte de onder 1, 3 en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Klaveren, voorzitter,

en mrs. Trotman en Dijkstra, rechters,

in tegenwoordigheid van Meulendijk-Giese, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 augustus 2008.

Bijlage bij vonnis van [verdachte]:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij meermalen, althans eenmaal op of omstreeks 8 december 2007, althans in de

periode van 8 december 2007 tot en met 10 december 2007 te 's-Gravenhage

(Station Den Haag Hollands Spoor) en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of met een ander of anderen,

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

door valselijk de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of

originele waardekaarten te kopieëren of te laden naar/op kaarten welke waren

voorzien van een magneetstrip ("skimming")(tengevolge waarvan met die

laatstgenoemde kaarten elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige

eigenaren van die originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren

geworden), zulks met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

(Zaak 1 - Hollands Spoor)

(art. 232 lid 1 WvSr)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

dat [medeverdachte], op of omstreeks 8 december 2007, althans in of omstreeks

periode van 8 december 2007 tot en met 10 december 2007 te 's Gravenhage,

(station Den Haag Hollands Spoor), en/of (elders) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, door valselijk

de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of waardekaarten te

kopieëren en/of te laden naar/op kaarten welke waren voorzien van een

magneetstrip ("skimming")(tengevolge waarvan met die laatstgenoemde kaarten

elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van die

originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren geworden), zulks met

het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

aan welk misdrijf hij, verdachte, toen daar medeplichtig is geweest door die

Trofim en/of diens medeverdachte(n) met een auto naar 's Gravenhage, station

Hollands Spoor, te brengen en/of door tijdens het plegen van dat misdrijf op

de uitkijk te gaan staan;

(zaak 1 - Hollands Spoor)

(art. 232 lid 1 jo. 48 WvSr)

2.

hij eenmaal, althans meermalen in of omstreeks periode van 9 december 2007

tot en met 10 december 2007 te Kerpen en/of elders in Duitsland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten, bestemd voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, als ware die betaalpassen en/of waardekaarten echt en

onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

toen en daar met behulp van die valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten een (groot) aantal geldopnames en/of pintransacties heeft

gedaan/verricht bij geldautomaten en bestaande die valsheid of vervalsing

hierin dat deze valse of vervalste betaalpassen en/of waardekaarten (telkens)

waren voorzien van de (magneetstrip)gegevens die waren gekopieërd van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten ("skimming");

(zaak 1 - Hollands Spoor)

(artikel 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij meermalen, althans eenmaal op of omstreeks 28 december 2007 en/of 7 en 8

januari 2008, althans in de periode van 28 december 2007 tot en met 8 januari

2008 te Amsterdam (Station Amsterdam Lelylaan) en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of met een ander of anderen,

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

door valselijk de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of

originele waardekaarten te kopieëren of te laden naar/op kaarten welke waren

voorzien van een magneetstrip ("skimming")(tengevolge waarvan met die

laatstgenoemde kaarten elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige

eigenaren van die originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren

geworden), zulks met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

(Zaak 2 - Lelylaan)

(art. 232 lid 1 WvSr)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

dat [medeverdachte], op of omstreeks 28 december 2007 en/of 7 en/of 8 januari

2008, althans in of omstreeks periode van 28 december 2007 tot en met 8

januari 2008 te Amsterdam, (station Amsterdam Lelylaan), en/of (elders) in

Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, door valselijk

de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of waardekaarten te

kopieëren en/of te laden naar/op kaarten welke waren voorzien van een

magneetstrip ("skimming") (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde kaarten

elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van die

originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren geworden), zulks met

het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

aan welk misdrijf hij, verdachte, toen daar medeplichtig is geweest door die

Trofim en/of diens medeverdachte(n) met een auto naar Amsterdam, station

Lelylaan, te brengen en/of door tijdens het plegen van dat misdrijf op de

uitkijk te gaan staan;

(zaak 2 - Lelylaan)

(art. 232 lid 1 jo. 48 WvSr)

4.

hij eenmaal, althans meermalen in of omstreeks periode van 28 december 2007

tot en met 13 januari 2008 te Bergheim en/of elders in Duitsland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten, bestemd voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, als ware die betaalpassen en/of waardekaarten echt en

onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

toen en daar met behulp van die valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten een (groot) aantal geldopnames en/of pintransacties heeft

gedaan/verricht bij geldautomaten en bestaande die valsheid of vervalsing

hierin dat deze valse of vervalste betaalpassen en/of waardekaarten (telkens)

waren voorzien van de (magneetstrip)gegevens die waren gekopieërd van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten ("skimming");

(zaak 2 - Lelylaan)

(artikel 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij meermalen, althans eenmaal op of omstreeks 10 en/of 11 januari 2008,

althans in de periode van 10 januari 2008 tot en met 13 januari 2008 te Bussum

(Station Naarden Bussum) en/of (elders) in Nederland

tezamen en in vereniging met [medeverdachte] en/of met een ander of anderen,

althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt of vervalst,

door valselijk de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of

originele waardekaarten te kopieëren of te laden naar/op kaarten welke waren

voorzien van een magneetstrip ("skimming")(tengevolge waarvan met die

laatstgenoemde kaarten elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige

eigenaren van die originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren

geworden), zulks met het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen;

(Zaak 4 - Naarden Bussum)

(art. 232 lid 1 WvSr)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

dat [medeverdachte], op of omstreeks 10 en/of 11 januari 2008, althans in of

omstreeks periode van 10 januari 2008 tot en met 13 januari 2008 te Bussum,

(station Naarden Bussum), en/of (elders) in Nederland, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk betaalpassen en/of waardekaarten,

bestemd voor het verrichten of verkrijgen van betalingen langs

geautomatiseerde weg, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, door valselijk

de (magneetstrip)gegevens van originele betaalpassen en/of waardekaarten te

kopieëren en/of te laden naar/op kaarten welke waren voorzien van een

magneetstrip ("skimming") (tengevolge waarvan met die laatstgenoemde kaarten

elektronische betalingen ten laste van de rechtmatige eigenaren van die

originele betaalpassen en/of waardekaarten mogelijk waren geworden), zulks met

het oogmerk zichzelf of een ander te bevoordelen,

aan welk misdrijf hij, verdachte, toen daar medeplichtig is geweest door die

Trofim en/of diens medeverdachte(n) met een auto naar Bussum, station Naarden

Bussum, te brengen en/of door tijdens het plegen van dat misdrijf op de

uitkijk te gaan staan;

(zaak 4 - Naarden - Bussum)

(art. 232 lid 1 jo. 48 WvSr)

6.

hij eenmaal, althans meermalen in of omstreeks periode van 10 januari 2008 tot

en met 13 januari 2008 te Bergheim en/of elders in Duitsland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten, bestemd voor het verrichten van betalingen langs

geautomatiseerde weg, als ware die betaalpassen en/of waardekaarten echt en

onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat hij, verdachte, en/of zijn mededaders

toen en daar met behulp van die valse of vervalste betaalpassen en/of

waardekaarten een (groot) aantal geldopnames en/of pintransacties heeft

gedaan/verricht bij geldautomaten en bestaande die valsheid of vervalsing

hierin dat deze valse of vervalste betaalpassen en/of waardekaarten (telkens)

waren voorzien van de (magneetstrip)gegevens die waren gekopieërd van

originele betaalpassen en/of originele waardekaarten ("skimming");

(zaak 4 - Naarden Bussum)

(artikel 232 lid 2 Wetboek van Strafrecht)