Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BE9372

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-08-2008
Datum publicatie
28-08-2008
Zaaknummer
298396 / HA ZA 08-30
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De kernvraag van deze procedure is of De Jongste c.s. als statutair of feitelijk bestuurder persoonlijk aansprakelijk zijn voor het feit dat de vennootschap het aan Van den Berg toekomende bedrag niet aan haar heeft uitgekeerd.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2
Burgerlijk Wetboek Boek 2 9
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RF 2009, 34
JRV 2008, 873
JIN 2008/659
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 298396 / HA ZA 08-30

Uitspraak: 20 augustus 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. E. den Hartog,

- tegen -

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur mr. J.W.M. Kromme.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk “[gedaagde sub 1]”, “[gedaagde sub 2]" en gedaagden gezamenlijk als [gedaagden]”.

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- de dagvaarding d.d. 29 november 2007 en de door [eiseres] overgelegde producties;

- de conclusie van antwoord;

het tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 19 maart 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brief van mr. J.W.M. Kromme d.d. 16 mei 2008, met producties;

het proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 2 juni 2008;

de stukken van het op 16 november 2007 ten verzoeke van [eiseres] en ten laste van [gedaagde sub 1] gelegd conservatoir beslag op de onroerende zaak aan het adres [adres] te [woonplaats] en het ten laste van [gedaagde sub 2] gelegd conservatoir beslag op de onroerende zaak aan het adres [adres2] te [woonplaats];

de stukken van de op 16 november 2007 ten verzoeke van [eiseres] en ten laste van[gedaagden] onder Rabobank en Cinjee Beheer en Advies B.V. gelegde conservatoire derdebeslagen;

de stukken van de op 19 en 20 november 2007 ten verzoeke van [eiseres] en ten laste van[gedaagden] onder Avero Achmea N.V. en v.o.f. Cinjee Advies gelegde conservatoire derdebeslagen.

1.2 In de dagvaarding is [bedrijf] (hierna: de vennootschap) mede vermeld als gedaagde. De vennootschap is echter voor het uitbrengen van de dagvaarding failliet verklaard en de dagvaarding is niet tegen haar uitgebracht.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1 De vennootschap heeft in opdracht van [eiseres] werkzaamheden verricht ten aanzien van het beheer van een of meerdere beleggingsrekeningen, haar verzekerings¬portefeuille en een of meerdere financieringen.

2.2 De werkzaamheden voor [eiseres] zijn feitelijk uitgevoerd door [gedaagde sub 2], die al jaren adviseur en vertrouwenspersoon van [eiseres] was. Hij heeft [eiseres] onder meer geadviseerd omtrent het oversluiten van een bestaande beleggingshypotheek in een nieuwe hypotheek. Vervolgens heeft hij het oversluiten van de hypotheek verzorgd en afgewikkeld.

2.3 [gedaagde sub 1] is enig bestuurder van de vennootschap.

2.4 Onderdeel van het hiervoor genoemde oversluiten van de hypotheek betrof de beëin¬diging van de oude hypotheek van [eiseres] bij Westland Utrecht. Bij de beëindiging van deze hypotheek is een bedrag van € 47.323,37 vrijgevallen. Van dit bedrag is door de vennootschap € 15.000,00 overgemaakt naar de privérekening van [eiseres]. Een tweede bedrag van € 15.000,00 diende te worden gestort op een polis bij de Onderlinge te ’s-Gravenhage terzake van de nieuwe hypotheek. Deze storting heeft echter nooit plaats¬gevonden en de vennootschap heeft deze € 15.000,00 onder zich gehouden. Voorts zijn uit het bedrag van € 47.323,37 diverse betalingen aan [eiseres] gedaan per kas met een totaal¬bedrag van € 8.000,--.

2.5 Bij e-mail d.d. 18 september 2007 heeft (de raadsman van) [eiseres] aan [gedaagde sub 2] bevestigd dat afgesproken is dat er voor eind september 2007 een bedrag van

€ 3.700,00 zal worden betaald. Dit bedrag is niet betaald.

2.6 De vennootschap heeft op enig moment in 2007 haar portefeuille als verzekerings¬tussen¬persoon overgedragen aan Cinjee Advies te Sliedrecht.

2.7 De vennootschap is bij vonnis van de rechtbank te Dordrecht d.d. 20 november 2007 failliet verklaard.

3 De vordering

De gewijzigde vordering van [eiseres] luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad[gedaagden] hoofdelijk te veroordelen:

- tot betaling van een bedrag van € 24.323,37 aan hoofdsom, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2007;

- tot betaling van € 1.190,00 aan buitengerechtelijke kosten;

- in de proceskosten, daaronder mede begrepen de beslagkosten.

Oorspronkelijk had [eiseres] tevens gevorderd dat[gedaagden] rekening en verantwoording afleggen over het verloop van haar financiële dossier. Tijdens de comparitie van partijen heeft [eiseres] verklaard dit deel van haar vordering te laten vervallen, waartegen door de [gedaagden] geen bezwaar is gemaakt.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan haar vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Als gevolg van de verrichte werkzaamheden heeft de vennootschap een bedrag van

€ 24.323,37 onder zich gehouden. Dit bedrag kwam en komt aan [eiseres] toe. Het is nooit aan haar uitgekeerd en als gevolg van het faillissement van de vennootschap zal het niet meer worden uitgekeerd. Door het niet uitkeren van het tegoed pleegt de vennootschap wanprestatie danwel een onrechtmatige daad jegens [eiseres].

3.2 [gedaagde sub 1] kan als statutair bestuurder van de vennootschap een persoonlijk en ernstig verwijt gemaakt worden van het handelen van de vennootschap jegens [eiseres]. Hij had er voor moeten zorgen dat de vennootschap het tegoed aan [eiseres] uitkeerde. Bovendien heeft hij onrechtmatig gehandeld door de activiteiten van de vennootschap te verkopen aan Cinjee Advies, nu daardoor de vennootschap geen verhaal meer bood. Hij is daarom persoonlijk aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden schade.

3.3 [gedaagde sub 2] is als feitelijk bestuurder eveneens persoonlijk aansprakelijk voor het handelen van de vennootschap jegens [eiseres]. Daarnaast heeft hij persoonlijk onrechtmatig gehandeld door het tegoed van [eiseres] te verduisteren.

3.4 De wettelijke rente is verschuldigd nu [eiseres][gedaagden] bij brief van 19 juni 2007 in gebreke heeft gesteld.

3.5 [eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van de buitengerechtelijke kosten conform rapport Voorwerk II.

4 Het verweer

Het verweer van[gedaagden] strekt tot afwijzing van de vordering van [eiseres], met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

[gedaagden] hebben daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Op het tegoed van [eiseres] is in mindering gebracht een bedrag van € 1.633,60 als gevolg van het terugboeken van provisie doordat de bestaande hypotheek vroegtijdig werd afgelost. Voorts is er een bedrag van € 2.950,00 in mindering gebracht terzake van de bemiddelingskosten voor het oversluiten van de hypotheek. Het tegoed van [eiseres] was daarom geen € 24.323,37 maar € 19.739,77.

4.2 De vennootschap hield dit tegoed van € 19.739,77 met instemming en ten behoeve van [eiseres]. Zij wist dat het bedrag van € 15.000,00 dat gestort moest worden bij de Onderlinge, niet was opgevraagd. Het bedrag kon op ieder moment worden opgevraagd en de vennootschap hield het daarom in reserve. [eiseres] heeft nimmer verzocht om de uitkering van het tegoed. De vennootschap is daarom niet tekort geschoten jegens [eiseres].

4.3 [gedaagde sub 1] was weliswaar statutair bestuurder van de vennootschap, maar hij heeft nimmer enige inhoudelijke betrokkenheid gehad bij de werkzaamheden voor [eiseres]. Het enige wat hij heeft gedaan, is [gedaagde sub 2] opdracht geven om de werkzaamheden voor [eiseres] te verrichten en hij heeft de destijds aan [eiseres] uitgebrachte offerte gezien.

4.4 [gedaagde sub 2] was geen bestuurder van de vennootschap en hij heeft zich ook niet als zodanig gedragen. Hij is nimmer beleidsbepaler geweest van de vennootschap.

4.5[gedaagden] betwisten de verschuldigdheid van de buitengerechtelijke kosten en de beslagkosten.

5 De beoordeling

A. Inleiding

5.1 De kernvraag van deze procedure is of[gedaagden] als statutair of feitelijk bestuur¬ders persoonlijk aansprakelijk zijn voor het feit dat de vennootschap het aan [eiseres] toekomende bedrag niet aan haar heeft uitgekeerd.

5.2 Van een zodanige persoonlijke aansprakelijkheid voor een statutaire bestuurder is naar vaste jurisprudentie slechts sprake wanneer hem, mede gelet op zijn verplichting tot een behoorlijke taakvervulling als bedoeld in artikel 2:9 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), persoonlijk een voldoende ernstig verwijt treft. Of dit het geval is, zal afhangen van de concrete omstandigheden van het geval. Als maatstaf geldt dat het handelen of nalaten als bestuurder van de betrokken vennootschap ten opzichte van de schuldeiser in de gegeven omstandigheden zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dit geldt eveneens voor degene die als ware hij bestuurder feitelijk de leiding over de vennootschap heeft gevoerd.

5.3 Als uitgangspunt geldt dat ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering degene die een (feitelijk) bestuurder voor schade als gevolg van een tekortkoming van de vennootschap aansprakelijk wil houden, de feiten die ten grondslag liggen aan de verwijten die hij de bestuurder maakt, moet stellen en - bij gemotiveerde betwisting - moet bewijzen.

B. De vordering op [gedaagde sub 1]

5.4 Het verwijt van [eiseres] jegens [gedaagde sub 1] is tweeledig. Allereerst stelt [eiseres] dat de vennootschap gehouden was de tegoeden die zij onder zich hield af te dragen. De vennootschap heeft het tegoed van [eiseres] niet afgedragen en heeft op deze manier drieënhalf jaar kunnen beschikken over het geld. De vennootschap heeft dit geld aangewend voor haar eigen doeleinden en niet gereserveerd voor [eiseres]. Hierdoor heeft de vennootschap niet aan haar zorgplicht omtrent het beheren van gelden van haar cliënt [eiseres] voldaan. Het schenden van deze zorgplicht door de vennootschap kan haar bestuurder, [gedaagde sub 1], worden aangerekend. [gedaagde sub 1] heeft immers als bestuurder van de vennootschap, een bedrijf met twee werknemers, toegestaan dat het bedrijf haar verplichtingen jegens [eiseres] niet nakwam. Hij diende als bestuurder te weten wat er binnen het bedrijf gebeurt. [gedaagde sub 1] is daarom als bestuurder persoonlijk aansprakelijk.

5.5 Hierover wordt als volgt overwogen. Uit de door [eiseres] gestelde omstandig¬heden dat de vennootschap niet aan de plicht tot het afdragen van het tegoed heeft voldaan, dat [gedaagde sub 1] statutair bestuurder van de vennootschap was en dat de vennootschap twee werknemers had, volgt niet dat [gedaagde sub 1] een persoonlijk en ernstig verwijt treft. Van een bestuurder kan in het algemeen niet worden verwacht dat hij op de hoogte is van de inhoud en stand van zaken van alle klantendossiers. Er zijn geen concrete en voldoende onderbouwde feiten en/of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat de betrokkenheid van [gedaagde sub 1] verder gaat dan enkel en alleen het opdracht geven aan [gedaagde sub 2] om [eiseres] te adviseren over een eventuele oversluiting van haar hypotheek en het inzien van de aan [eiseres] gerichte offerte. De stelling dat het bedrijf slechts twee werknemers had en dat [gedaagde sub 1] “dus” een verdergaande betrokkenheid zou hebben, is hiervoor onvoldoende.

5.6 Het tweede verwijt van [eiseres] jegens [gedaagde sub 1] is dat hij de vennootschap heeft leeggehaald. Ook dit verwijt kan niet leiden tot toewijzing van de vordering. [gedaagde sub 1] heeft op de comparitie verklaard dat de vennootschap in 2007 haar (verpande) activa heeft verkocht aan Cinjee Advies en dat de opbrengsten hiervan ten goede zijn gekomen aan de financiers van de vennootschap uit hoofde van hun pandrechten. [eiseres] heeft dit niet (gemotiveerd) betwist, zodat dit vaststaat, en zij heeft geen feiten en/of omstandigheden gesteld die maken dat deze verkoop onrechtmatig zou zijn jegens [eiseres].

C. De vordering op [gedaagde sub 2]

5.7 [eiseres]e verwijt [gedaagde sub 2] dat hij als feitelijk bestuurder heeft bewerkstel¬ligd dat de vennootschap niet heeft voldaan aan de aan haar onder 5.4 geschetste zorgplicht en dat hij heeft meegewerkt aan het leeghalen van de vennootschap. Daarnaast verwijt [eiseres] [gedaagde sub 2] dat hij het aan [eiseres] toekomende tegoed heeft verduisterd. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

5.8 Ten aanzien van de gestelde schending van de zorgplicht geldt dat in geschil is of de vennootschap in strijd met enige op haar rustende zorgplicht heeft gehandeld. Dit kan echter in het midden blijven. [eiseres] heeft onvoldoende concrete feiten en omstandigheden gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat [gedaagde sub 2] zich heeft gedragen als ware hij bestuurder. Anders dan [eiseres] betoogt, volgt uit het feit dat [gedaagde sub 2] al jaren de adviseur van [eiseres] binnen de vennootschap was, dat hij alle werkzaamheden heeft verricht ten aanzien van het oversluiten van de hypotheek en dat hij een toezegging heeft gedaan dat een bedrag van € 3.700,-- zou worden uitbetaald, niet dat hij zich als feitelijk leidinggevende heeft gedragen. Voor al deze handelingen geldt immers dat deze niet vereisen dat [gedaagde sub 2] feitelijk leiding gaf aan de vennootschap.

5.9 Met betrekking tot het verwijt dat de vennootschap is leeggehaald, geldt hetzelfde als hiervoor onder 5.6 is overwogen.

5.10 Ten aanzien van het verwijt dat [gedaagde sub 2] het aan [eiseres] toekomende bedrag zou hebben verduisterd, geldt dat [eiseres] geen feiten en/of omstandigheden heeft gesteld die er op wijzen dat [gedaagde sub 2] het geld heeft verduisterd. Ook dit verwijt kan daarom niet leiden tot toewijzing van de vordering van [eiseres].

D. Conclusies

5.11 De slotsom van het voorgaande is dat de vorderingen van [eiseres] zullen worden afgewezen. De rechtbank onderkent dat [eiseres] op grond van het voorlopige oordeel zoals dat op de comparitie van partijen aan de orde is geweest, mogelijk rekening had gehouden met een ander procesverloop, maar bij nadere beschouwing kan de conclusie alleen zijn dat er onvoldoende feiten en omstandigheden zijn gesteld om aan bewijsvoering in deze procedure toe te komen.

5.12 [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

6 De beslissing

De rechtbank:

- wijst af de vorderingen van [eiseres];

- veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van[gedaagden] bepaald op € 560,00 aan vast recht en op € 1.158,00 aan salaris voor de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. Doorduijn.

Uitgesproken in het openbaar.

1411/1876/1694