Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD9680

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-06-2008
Datum publicatie
08-08-2008
Zaaknummer
258633 / HA ZA 06-967
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In de overeenkomst met betrekking tot de afbouw van een tankschip is een garantieregeling opgenomen. In deze overeenkomst zijn voorts de Metaalunievoorwaarden van toepassing verklaard. Uitleg bepalingen in onderling verband en samenhang beschouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010/130
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 258633 / HA ZA 06-967

Uitspraak: 18 juni 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

[eiseres],

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. D.J.R.M. Braakenburg,

- tegen -

1. [gedaagde1],

2. [gedaagde2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. E.A. Bik,

advocaat mr. J. Smit te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “[eiseres]” respectievelijk “[gedaagde1]”en [gedaagde2]” dan wel “[gedaagden].” voor gedaagden gezamenlijk.

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 4 februari 2006, met producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 4 oktober 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 8 november 2006,

- conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- akte aan de zijde van [gedaagden]., met producties;

- antwoordakte aan de zijde van [eiseres].

2. De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1

Tussen partijen is op 2 juni 2003 een overeenkomst ‘contract afbouw tankschip type c’ (hierna: het afbouwcontract) gesloten. Uit hoofde van het afbouwcontract heeft [eiseres] in 2004 in opdracht en voor rekening van [gedaagden]. werk verricht en leveringen gedaan voor de afbouw van het in eigendom aan [gedaagden]. toebehorende motortankschip “[het schip]” (hierna: het schip).

2.2

In artikel 14 van het afbouwcontract zijn de Metaalunievoorwaarden van toepassing verklaard.

2.3

Op 18 september 2004 hebben partijen een overname protocol ondertekend, waarna het schip door [gedaagden]. in gebruik is genomen.

2.4

Het schip is een chemicaliëntanker, waarop tanks zijn verbonden met leidingen, die weer voorzien zijn van kleppen (afsluiters). De kleppen (type ‘vlinderklep’) zijn gemonteerd door GTI, een onderaannemer van [eiseres], en geleverd door Econosto Nederland B.V. (hierna: Econosto).

2.5

Na ingebruikneming van het schip bleek dat enkele afsluiters product (benzine) doorlieten. [gedaagden]. heeft [eiseres] daarvan bij schrijven van 31 januari 2005 op de hoogte gesteld en [eiseres] voor dit gebrek aansprakelijk gesteld. Op 5 mei 2005 heeft het expertisebureau Kets op verzoek van [gedaagden]. een expertise uitgevoerd en geconcludeerd dat op twee na alle afsluiters product doorlaten. Daarnaast is schade aan de coating in tanks vastgesteld.

2.6

Ter zake van de onder 2.1 bedoelde werkzaamheden heeft [eiseres] op 8 december 2004 een eindafrekening aan [gedaagden]. gestuurd, waarvan € 25.416,70 onbetaald is gebleven.

3. De vordering in conventie

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde1] en [gedaagde2] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 30.140,18 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2006 en met veroordeling van [gedaagden]. in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiseres] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

Uit hoofde van het afbouwcontract is [gedaagden]. nog een bedrag van € 25.416,70 aan [eiseres] verschuldigd, hetgeen [gedaagden]. ondanks aanmaning onbetaald heeft gelaten.

3.2

De op grond van artikel 17.6 van de Metaalunievoorwaarden verschuldigde rente tot 31 januari 2006 bedraagt € 2.753,48.

3.3

Uit hoofde van de Metaalunievoorwaarden maakt [eiseres] aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 1.970,-.

4. Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding. Daartoe heeft [gedaagden]. het volgende aangevoerd:

Nu [eiseres] geen deugdelijk schip heeft geleverd en heeft geweigerd de kleppen te vervangen, is zij haar verplichtingen uit het afbouwcontract niet nagekomen, zodat [gedaagden]. op grond van artikel 6:262 BW het recht toekomt de betaling van € 25.416,70 op te schorten totdat de kleppen zijn vervangen en de beschadigde coating is gerepareerd.

5. De vordering in reconventie

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [eiseres] te veroordelen:

- om binnen 2 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis de afsluiters op het schip te vervangen door deugdelijke (niet lekkende en voor de onderhavige tanker geschikte) afsluiters en de coating van de tanks te herstellen te vervangen, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag voor iedere dag of gedeelte daarvan dat [eiseres] in gebreke blijft, en

- tot vergoeding van schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, die [gedaagden]. als gevolg van de wanprestatie van [eiseres] heeft geleden en nog zal lijden,

- in de proceskosten.

De rechtbank begrijpt uit het gestelde in bij Akte, randnummer 69 dat [gedaagden]. de vordering met betrekking tot de coating wenst in trekken, maar zich ter zake alle rechten voorbehoudt.

Aan deze vordering heeft [gedaagden]., naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, het volgende ten grondslag gelegd:

5.1

Doordat de kleppen ondeugdelijk zijn, kan het schip niet worden ingezet voor het vervoer van bepaalde chemicaliën, waarvoor het schip was gebouwd. Nu deze schade het gevolg is van de aan [eiseres] toe te rekenen tekortkoming is zij daarvoor aansprakelijk op grond van artikel 13 van de van toepassing zijnde Metaalunievoorwaarden.

5.2

Nadat GTI 6 kleppen had vervangen, lieten er 2 weer lading door. Uiteindelijk verving GTI een aantal kleppen door ‘fire safe kleppen’, die wel voldeden. Daarom wenst [gedaagden]. dat alle kleppen worden vervangen door ‘fire safe kleppen’.

5.3

[eiseres] is verantwoordelijk voor (de keuze voor) deugdelijke kleppen. Voorts is [eiseres] uit hoofde van artikel 6:76 BW aansprakelijk voor gedragingen van haar hulppersonen, in casu GTI.

6. Het verweer in reconventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [gedaagden]. in de kosten van het geding.

Daartoe heeft [eiseres], naast hetgeen zij in conventie heeft betoogd, het volgende aangevoerd:

6.1

Na oplevering is niet onmiddellijk gebleken dat de afsluiters lekten. Nadat de oplevering op 18 september 2005 plaatsvond, trad de garantieregeling van artikel 12 van het afbouwcontract in werking. Op grond van dat artikel is [eiseres] bevrijd van garantieaanspraken ter zake van de kleppen, nu deze kleppen zijn geleverd door Econosto en gemonteerd door GTI.

6.2

Op grond van artikel 14.2 en 14.4 van de Metaalunievoorwaarden had de zaak moeten worden teruggezonden op het moment waarop bleek dat de levering ondeugdelijk was. Daarna had [eiseres] kunnen kiezen tussen herstel, vervanging of creditering van deel van de factuur. Voorts staat artikel 14.8 van de Metaalunievoorwaarden aan een beroep van [gedaagden]. op garantie in de weg, nu hij niet aan al zijn verplichtingen heeft voldaan.

6.3

Krachtens het bepaalde in artikel 13 van het afbouwcontract en artikel 13.2 van de Metaalunievoorwaarden is [eiseres] niet aansprakelijk voor gevolgschade. Voorts wordt de hoogte van de schade betwist. [gedaagden]. heeft bovendien niet aan zijn schadebeperkingsplicht voldaan, nu hij niet zelf voor vervanging heeft zorg gedragen.

7. De beoordeling in conventie en in reconventie

7.1

De rechtbank is bevoegd van het onderhavige geschil kennis te nemen op grond van artikel 23 EEX-Vo, nu partijen in artikel 16 van het afbouwcontract de bevoegde rechter te Rotterdam hebben aangewezen. Daarop is krachtens rechtskeuze van partijen als neergelegd in artikel 20.1 van de Metaalunievoorwaarden het Nederlandse recht van toepassing (artikel 3 EVO). Daarbij merkt de rechtbank op dat op de onderhavige overeenkomst van aanneming van werk d.d. 2 juni 2003, gelet op het bepaalde in artikel 217 jo 68 a lid 2 Ow NBW, niet de bijzonder bepalingen van Boek 7 titel 12 BW van toepassing zijn, maar het vóór 1 september 2003 geldende recht.

7.2

Niet in geschil is dat [gedaagden]. uit hoofde van het afbouwcontract nog een bedrag van € 25.416,70 schuldig is aan [eiseres]. Evenmin is in geschil dat een deel van de afsluiters ofwel vlinderkleppen lekken.

7.3

Partijen twisten in conventie onder meer over de vraag of [gedaagden]. een beroep op opschorting toekomt en in reconventie over de vragen of [eiseres] jegens [gedaagden]. gehouden is tot herstel of vervanging van de lekkende afsluiters en of [eiseres] aansprakelijk is voor de door het leveren van ondeugdelijke afsluiters geleden schade.

[eiseres] stelt dat het schip op 18 september 2004 is opgeleverd, zodat de garantiebepalingen van toepassing zijn en artikel 14.8 van de Metaalunievoorwaarden in de weg staat aan een beroep op opschorting respectievelijk aan een beroep op de garantiebepaling als opgenomen in het afbouwcontract. [gedaagden]. is daarentegen van mening dat aan de toepassing van de garantiebepalingen niet wordt toegekomen, omdat [eiseres] niet heeft voldaan aan haar primaire verplichting tot correcte oplevering van een tankschip type C en heeft in te staan voor (verborgen) gebreken, zodat zij krachtens artikel 13 van de Metaalunievoorwaarden aansprakelijk is.

7.4

Gelet op de discussie tussen partijen dient allereerst te worden vastgesteld welke betekenis moet worden toegekend aan de bepalingen als opgenomen in het afbouwcontract en in de Metaalunievoorwaarden, in onderling verband en samenhang beschouwd.

7.5

De in dit verband relevant te achten bepalingen van het afbouwcontract luiden als volgt:

“5. Oplevering, klasse

Het afbouwwerk wordt door [eiseres] opgeleverd volgens regels van Lloyds’s Register of Shipping en eisen Nederlandse Scheepvaart-inspectie ten tijde van het tekenen van deze overeenkomst. (….)

(…..)

12. Garantie

[eiseres] geeft garantie op door haar vervaardigd werk en materiaal voor een periode van twaalf maanden te rekenen vanaf de dag van oplevering. De garantie omvat herstel en vervanging van vervaardigde delen. Ingeval sprake is van garantie en garantiebepalingen door onderleveranciers en/of onderaannemers, draagt [eiseres] de aanspraken uit hoofde van deze garantie over aan opdrachtgever en is [eiseres] met de overdracht van de garantieaanspraak bevrijd en is opdrachtgever in de gelegenheid rechtstreeks bij onderleverancier of onderaannemer onder de garantie te vorderen. [eiseres] zal daarbij naar beste vermogen ondersteuning geven.”

De in dit verband relevant te achten bepalingen uit de Metaalunievoorwaarden luiden als volgt:

“(…)

Artikel 12: Oplevering van het werk

12.1. Het werk wordt als opgeleverd beschouwd wanneer:

a. opdrachtgever het werk heeft goedgekeurd;

b. het werk door opdrachtgever in gebruik is genomen (…)

c. (…)

12.2 Keurt opdrachtgever het werk niet goed dan is hij verplicht dit onder opgave van redenen schriftelijk kenbaar te maken aan opdrachtnemer. (….)

Artikel 13: Aansprakelijkheid

13.1 Opdrachtnemer is aansprakelijk voor schade die opdrachtgever lijdt en die het rechtstreekse en uitsluitend gevolg is van een aan opdrachtnemer toe te rekenen tekortkoming. (…)

13.2 Niet voor vergoeding in aanmerking komt:

a. bedrijfsschade waaronder bijvoorbeeld stagnatieschade en gederfde winst;

(….)

(…..)

Artikel 14: Garantie

14.1 Opdrachtnemer staat voor een periode van zes maanden na (op)levering in voor de goede uitvoering van de overeengekomen prestatie.

(…..)

14.8 Opdrachtgever kan alleen een beroep doen op garantie nadat hij aan al zijn verplichtingen ten opzichte van opdrachtnemer heeft voldaan.

(…)”

7.6

Naar het oordeel van de rechtbank moeten deze bepalingen - in onderling verband en samenhang beschouwd en gelet op hetgeen door partijen is aangevoerd - als volgt worden uitgelegd:

7.6.1

Voorop staat dat de bepalingen als opgenomen in de Metaalunievoorwaarden, die expliciet in het afbouwcontract van toepassing zijn verklaard, beschouwd moeten worden als aanvullend op de bepalingen als opgenomen in het afbouwcontract, in die zin dat de Metaalunievoorwaarden hebben te gelden voor zover in het afbouwcontract niet in een (afwijkende) regeling is voorzien.

7.6.2

De vraag of het schip als opgeleverd kan worden beschouwd, moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 5 van het afbouwcontract in samenhang met artikel 12.1 van de Metaalunievoorwaarden.

7.6.3

In het geval zich na oplevering nog gebreken voordoen (kennelijk van welke aard dan ook), kan een beroep worden gedaan op garantie. Voor de periode waarbinnen dat mogelijk is, geldt de in artikel 12 van het afbouwcontract opgenomen (afwijkende) periode van 12 maanden. De inhoud van de garantie en de daarbij geldende voorwaarden wordt behalve door dit artikel tevens bepaald door de in artikel 14 van de Metaalunievoorwaarden opgenomen bepalingen. Enerzijds biedt de overeengekomen garantie de opdrachtgever een ruimere bescherming dan hem op grond van de algemene bepaling van artikel 13.1 van de Metaalunievoorwaarden toekomt, doordat het enkele feit dat zich in deze periode een gebrek openbaart, voldoende is voor een recht op herstel en vervanging, zonder dat vereist is dat wordt aangetoond dat dit is toe te rekenen aan de opdrachtnemer. Anderzijds behelst de overeengekomen garantie een aantal beperkingen. Zo geldt dat, onder bepaalde omstandigheden en mits aan een aantal voorwaarden door de opdrachtnemer is voldaan, van de opdrachtgever kan worden verlangd dat deze zich tot een onderaannemer of - leverancier wendt, in welk geval de opdrachtnemer jegens de opdrachtgever is bevrijd (in zoverre bevat de garantie een exoneratie). Daarnaast wordt het beroep op garantie nader beperkt door een aantal voorwaarden als opgenomen in de Metaalunievoorwaarden, zoals het hebben voldaan aan alle verplichtingen jegens de opdrachtnemer. Daaronder valt de plicht tot volledige betaling voor afbouw en levering. Het niet voldoen aan deze voorwaarde(n) sluit een beroep op garantie uit.

Een en ander laat onverlet dat een beroep op (één van) de garantiebepalingen onder omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn.

7.7

Het hiervoor overwogene toegepast op het onderhavige geschil tussen partijen leidt tot het navolgend oordeel:

7.7.1

Als onweersproken staat vast dat op enig moment vóór 18 september 2004 het gehele leidingwerk van het schip met water is afgeperst op een druk van 15 bar, dat deze druktest in opdracht van [eiseres] is afgenomen onder controle en goedkeuring van klassebureau Lloyds Register of Shipping en dat daarbij geen lekkage van de afsluiters is geconstateerd. De stellingen van [gedaagden]. dat deze test met water gebreken aan afsluiters niet noodzakelijkerwijs aan het licht behoeft te brengen, nu dat afhankelijk is van de vraag welke producten door die afsluiters moeten worden tegengehouden en dat [gedaagden]. van de test en de resultaten daarvan niet op de hoogte is gesteld, kunnen buiten beschouwing blijven, nu [gedaagden]. niet heeft gesteld dat daarmee niet is voldaan aan de opleveringseisen als bedoeld in artikel 5 van het afbouwcontract. Voorts staat vast dat beide partijen op 18 september 2004 het overnameprotocol hebben getekend en daarin hebben verklaard dat het schip is afgebouwd in overeenstemming met het afbouwcontract d.d. 2 juni 2003, waarna [gedaagden]. het schip in gebruik heeft genomen. Indien [gedaagden]. alvorens het schip in gebruik te nemen zekerheid had willen hebben omtrent de kwaliteit van de afsluiters, had het op zijn weg gelegen een voorbehoud bij ondertekening van het protocol te maken en/of een test te verlangen/te laten uitvoeren met chemicaliën met het oog op het voorgenomen gebruik van het schip. Dit geldt te meer nu de rechtbank uit het betoog van [gedaagden]. begrijpt dat een dergelijke test het gebrek waarschijnlijk wel aan het licht zou hebben gebracht. Dit heeft [gedaagden]. echter niet gedaan.

Een en ander maakt dat het schip geacht moet worden als een tankschip type C te zijn opgeleverd als bedoeld in het afbouwcontract en de Metaalunievoorwaarden.

7.7.2

Eerst na de oplevering, doch binnen de garantietermijn, is het lekken van de afsluiters aan het licht gekomen. Dit maakt - anders dan [eiseres] thans kennelijk meent - dat sprake is van een relevant gebrek: afsluiters van een schip behoren niet te lekken. Nu bovendien artikel 12 van het afbouwcontract voor alle binnen de garantieperiode opgekomen gebreken geldt, komt [gedaagden]. in beginsel een beroep toe op de hierin opgenomen garantie, bestaande uit herstel en vervanging van de lekkende afsluiters. Daarvoor geldt echter wel dat aan de (aanvullende) bepalingen als opgenomen in de Metaalunievoorwaarden, moet zijn voldaan, waaronder artikel 14.8, waarin voor een beroep op garantie als voorwaarde wordt gesteld dat [eiseres] volledig was betaald. Feiten of omstandigheden die maken dat [eiseres] geen beroep toekomt op artikel 14.8 van de Metaalunievoorwaarden zijn niet gesteld. In dit verband wijst de rechtbank erop dat door en namens [eiseres] steeds aanspraak is gemaakt op volledige betaling (bij schrijven van 1 april, 26 mei en 11 juli 2005, productie 4 dagvaarding). In laatstbedoeld schrijven is [gedaagden]. daarbij ook gewezen op artikel 14.8 van de Metaalunievoorwaarden.

De conclusie moet zijn dat [gedaagden]. niet gerechtigd was zijn betaling op te schorten en nu hij dit wel heeft gedaan en [eiseres] niet volledig heeft betaald, [gedaagden]. geen beroep op de overeengekomen garantie meer kan doen.

7.8

Het voorafgaande leidt er toe dat de vordering in conventie tot betaling van de hoofdsom voor toewijzing gereed ligt. De gevorderde hoofdelijke veroordeling wordt afgewezen, nu niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde1] en [gedaagde2] hoofdelijk zijn verbonden.

De nevenvorderingen tot betaling van rente en buitengerechtelijke kosten zijn niet betwist en eveneens voor toewijzing vatbaar, met dien verstande dat de gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten zal worden gematigd op de voet van artikel 242 lid 1 Rv tot € 1.158,-. Nu gesteld noch gebleken is dat deze kosten reeds zijn voldaan, zal de gevorderde rente daarover worden afgewezen

7.9

Het voorafgaande leidt er voorts toe dat de vordering in reconventie dient te worden afgewezen. De overige stellingen van partijen kunnen dan ook buiten bespreking blijven.

7.10

[gedaagden] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het geding in conventie en in reconventie.

8. De beslissing

De rechtbank,

in conventie

veroordeelt [gedaagden]. om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen het bedrag van € 29.328,18 (zegge: negenentwintigduizenddriehonderdenachtentwintig euro en achttien eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente over € 28.170,18 vanaf 31 januari 2006 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagden]. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] bepaald op € 665,- aan vast recht, op € 71,32 aan overige verschotten en op € 1.737,- aan salaris voor de procureur;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie

wijst af de vordering van [gedaagden].;

veroordeelt [gedaagden]. in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiseres] bepaald op € 868,50 aan salaris voor de procureur;

in conventie en in reconventie voorts

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1515/10