Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD9512

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
06-08-2008
Zaaknummer
279902/HA ZA 07-672
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douane-expediteur krijgt uitnodigingen tot betaling van de belastingdienst wegens aangiftes ten invoer met een verkeerde goederencode; verhaal op zijn opdrachtgever; wie is de opdrachtgever: degene die de instructies gaf tot het doen van de aangiftes of d

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 279902/HA ZA 07-672

Uitspraak: 11 juni 2008

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROTRANSIT B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr J.G.A. van Zuuren,

advocaat mr T.A.J.S. Hesselink (Den Haag),

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde],

gevestigd te Vlaardingen,

gedaagde,

procureur en advocaat mr F.H.J. Krumpelman.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eurotransit" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 28 februari 2007 en de door Eurotransit overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek, tevens houdende wijziging van eis, met producties;

- conclusie van dupliek.

1.2

Partijen hebben hun standpunten doen bepleiten door hun raadslieden, waarbij de raadsman van Eurotransit zich bediende van pleitaantekeningen.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Eurotransit is douane-expediteur. Zij dient voor klanten onder meer douane-aangiften ten invoer in bij de belastingdienst.

[gedaagde] is logistiek dienstverlener in de haven van Rotterdam, die als agent werkzaam is in verband met het fysiek en administratief importeren van goederen.

East WorldTrade Ltd., gevestigd in Londen (hierna: East WorldTrade) is importeur van knofloook uit China in de EU.

2.2

Nadat Eurotransit van [gedaagde] daartoe instructies en documenten had ontvangen, heeft Eurotransit in de periode van 9 december 2004 tot en met 6 juni 2005 met betrekking tot dertien zendingen knoflook in containers in eigen naam aangifte ten invoer gedaan. Daarbij werd de goederencode vermeld voor gedroogde knoflook (0712 9090 00). Eurotransit heeft de douanerechten voorgeschoten en heeft deze gefactureerd aan [gedaagde], die de facturen heeft voldaan.

2.3

De belastingdienst heeft aan Eurotransit terzake van deze aangiften drie uitnodigingen tot betaling (utb's) uitgereikt: d.d. 16 augustus 2005 ad € 184.906,65, d.d. 16 augustus 2005

ad € 1.001.546,68 en d.d. 2 september 2005 ad € 118.457,10, derhalve in totaal voor een bedrag van € 1.304.910,43.

Deze utb's waren erop gebaseerd dat de knoflook van deze zendingen moest worden ingedeeld onder de goederencode van verse knoflook (0703 2000 00) waarvoor hogere invoerrechten golden dan voor gedroogde knoflook.

2.4

Eurotransit heeft tegen de utb's bezwaar gemaakt en heeft tegen de afwijzing daarvan beroep ingesteld. Op het hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het beroep door de douanekamer van de rechtbank Haarlem is nog niet beslist door de douanekamer van het hof Amsterdam.

2.5

Eurotransit heeft in kort geding van [gedaagde] bij wijze van voorschot betaling gevorderd van het bedrag van de utb's, vermeerderd met rente en kosten. Deze vordering is in twee instanties afgewezen.

3. De vordering

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Eurotransit van:

(a) € 1.304.910,43 aan voorgeschoten douanerechten,

(b) de door Eurotransit aan de ontvanger betaalde invorderingsrente over dit bedrag,

(c) € 56.375,20 terzake van kosten van rechtsbijstand in de civiele procedures,

(d) € 84.125,41 terzake van kosten voor de fiscale procedures,

(e) € 130.491,04, zijnde 10% administratiekosten over de voorgeschoten douanerechten,

(f) € 16.399,04 terzake van buitengerechtelijke kosten,

vermeerderd met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Eurotransit aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

De aangiften ten invoer zijn telkens gedaan in opdracht van [gedaagde]. Op deze overeenkomsten van opdracht zijn de Fenexvoorwaarden van toepassing. Als opdrachtgever moet [gedaagde] Eurotransit vrijwaren voor de utb's. Dat volgt uit art. 17 lid 1 j° art. 11 lid 1 van de Fenexvoorwaarden en subsidiair uit art. 7:406 lid 2 BW. Meer subsidiair is [gedaagde] jegens Eurotransit aansprakelijk uit onrechtmatige daad, nu [gedaagde], als gevolg van onvoldoende zorgvuldige controle, aan Eurotransit een verkeerde goederencode heeft opgegeven.

3.2

De te vergoeden schade bestaat uit het - inmiddels door Eurotransit betaalde - bedrag van de utb's, de eveneens betaalde invorderingsrente daarover, de ingevolge art. 18 lid 2 Fenexvoorwaarden verschuldigde 10% administratiekosten over voorgeschoten douanerechten (utb's), de kosten van rechtsbijstand voor de kortgedingprocedures en de fiscale bezwaar- en beroepsprocedures, alsmede de buitengerechtelijke kosten voor de onderhavige bodemprocedure.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Eurotransit in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1

Opdrachtgever van Eurotransit was niet [gedaagde] maar East WorldTrade.

De Fenexvoorwaarden zijn tussen Eurotransit en [gedaagde] niet van toepassing. Zo deze al van toepassing mochten zijn, zijn deze vernietigbaar omdat ze nimmer aan [gedaagde] zijn verstrekt.

[gedaagde] heeft niet onzorgvuldig jegens Eurotransit gehandeld bij het opgeven van de goederencode.

4.2

De omvang van de schade door de utb's staat niet vast. Niet blijkt dat Eurotransit deze heeft voldaan.

De gevorderde kosten van rechtbijstand zijn niet onderbouwd, zijn bovendien buiten proportie en zijn daarom niet toewijsbaar.

5. De beoordeling

5.1

Kern van het geschil is de - naar Nederlands recht te beantwoorden - vraag of [gedaagde] kan worden beschouwd als opdrachtgever van Eurotransit tot het doen van de aangiftes ten invoer en dus of [gedaagde] is opgetreden in eigen naam en als wederpartij van Eurotransit. Het antwoord daarop hangt af van hetgeen partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden. Daarbij is mede van belang hoe partijen zich in het verleden met betrekking tot soortgelijke werkzaamheden hadden gedragen.

Niet beslissend is dat partijen, die beide als dienstverlener werkzaam zijn in het Rotterdamse havengebied, wisten dat [gedaagde] niet ten behoeve van zichzelf handelde doch ten behoeve van East WorldTrade, de importeur van de knoflook.

5.2

De navolgende, uit de processtukken blijkende, niet betwiste feiten en omstandigheden zijn van belang.

5.2.1

De aangifte ten invoer door Eurotransit van de dertien zendingen knoflook vond telkens plaats na een instructie per faxbericht van [gedaagde], in de persoon van [persoon1], gericht aan Eurotransit, in de perso[persoon2]n [persoon2], onder vermelding van gegevens als containernummer, zeeschip, ECT-terminal, verwachte aankomstdatum en vrachtkosten:

"Beste [persoon2],

Gaarne bijgevoegde zending inklaren op naam van East World Trade Ltd - UK. Zie bijgaande [of: bijgevoegde] power of attorney."

5.2.2

De bijgevoegde "power of attorney" op formulier van de Fenex luidde als volgt:

"Power of attorney to carry out customs formalities and activities in connection therewith

The undersigned/the grantor of power of attorney, hereafter known as the undersigned, grants The Freight Forwarding Company ... [ingevuld:] Eurotransit B.V. Adress ... [ingevuld:] Europaweg 875 Situated in ... [ingevuld:] 3199 LD Maasvlakte Rt ... hereafter known als the freight forwarder, until recalled, power of attorney to carry out the transactions and formalities for the undersigned as prescribed by Customs and related laws with respect to shipments of goods brought by/on behalf of the undersigned or destined for the undersigned.

The undersigned hereby authorizes the freight forwarder, in accordance with article 5 paragraph 2, first line-item of the Common Market Customs Code (Regulation (EEC)

nr. 2913/92), to carry out the transactions and activities as prescribed in the Customs Code with respect to the aforementioned shipments of goods

?* in the name and on behalf of the undersigned.

×* in the name of the freight forwarder, but on behalf of the undersigned.

The undersigned also authorizes the freight forwarder for the levy of VAT

×* to act for the undersigned as tax representative, with a limited licence with respect to the shipments mentioned above.

(* Tick if applicable)

This power of attorney must be recalled in writing by the undersigned.

With respect to that, the undersigned accepts the applicability of the Dutch Forwarding Conditions, deposited by FENEX at the Registry of the District Courts of Amsterdam, Arnhem, Breda and Rotterdam, most recent version. The freight forwarder retains the right at all times to refuse an assignment to carry out transactions and formalities resulting from and specified in this empowerment.

The undersigned/grantor of power of attorney ..

Legally represented by .. [ingevuld adres van East WorldTrade, bedrijfsstempel van East WorldTrade en handtekening][ID-nummer 821180661][6 december 2004]"

5.2.3

[gedaagde] was ingeschakeld door East WorldTrade en ontving van deze telkens de op de zending betrekking hebbende gegevens en documenten (zoals cognossement, paklijst, certificaat van oorsprong, handelsfactuur). East WorldTrade gaf ook aan [gedaagde] de goederencode op, 0712 9090 20 voor gedroogde knoflook.

[gedaagde] stuurde de documenten door aan Eurotransit en verstrekte haar de verdere gegevens. Er was nooit rechtstreeks contact tussen Eurotransit en East WorldTrade. In een aantal gevallen had Eurotransit vragen in verband met de opdracht. Deze stelde zij aan [gedaagde], waarna zij van [gedaagde] een reactie kreeg.

5.2.4

Na de eerste instructie tot inklaring d.d. 8 december 2004, vroeg Eurotransit bij retourfax, in handschrift op het faxbericht van [gedaagde], om opgave van de goederencode (met de opmerking dat zij niet met 100% zekerheid kon zien of het nu echt gedroogde knoflook was omdat deze in een reefercontainer zat). In antwoord daarop gaf Bergakker de goederencode 0712 9090 20 op. De documenten die bij de eerste instructie tot inklaring werden toegezonden vermeldden dat het ging om "dried garlic". In maart 2005 zond [gedaagde] aan Eurotransit een kopie van een bericht van East WorldTrade aan [gedaagde] uit september 2004 waarin stond: "All the containers of garlic we import from China are dry garlic. The commodity code is 0712 9090 20". Op de instructie tot inklaring d.d. 30 mei 2005 stond bijgeschreven: "gedroogd zoals altijd".

5.2.5

Eurotransit verzorgde telkens de aangifte ten invoer en betaalde de op grond daarvan verschuldigde invoerrechten. Eurotransit zond voor de door haar uitgevoerde werkzaamheden en voor deze invoerrechten telkens een factuur, alleen ten name van en geadresseerd aan [gedaagde] (zonder een toevoeging als p/a of c/o).

Daarin werden vermeld: de naam van het zeeschip, aankomstdatum, containernummer, hoeveelheid knoflook met gewicht en "voor East World Trade Stradford" met haar

ID-nummer.

Er werden bedragen in rekening gebracht voor "Deklaratie, vrijmaken als BFV; invoerrechten en voorschotprovisie" (BFV betekent 'beperkt fiscaal vertegenwoordiger').

Op deze wijze werden door Eurotransit de invoerrechten die waren bepaald conform haar aangiften en die door haar waren betaald, doorbelast aan haar opdrachtgever.

Aangenomen kan worden dat onderaan de factuur een voorgedrukte mededeling stond dat de Fenex-voorwaarden toepasselijk waren.

5.2.6

De facturen werden telkens door [gedaagde] aan Eurotransit voldaan, veelal onder vermelding van "inklaring East World Trade". Er is nooit bezwaar gemaakt tegen de tenaamstelling van de facturen of tegen toepasselijkheid van de Fenexvoorwaarden.

5.2.7

Partijen hadden al een groot aantal jaren een zakelijke relatie, waarbij Eurotransit werkzaamheden als douane-expediteur verrichte op instructie van [gedaagde] ten behoeve van een derde-belanghebbende. Steeds was de gang van zaken dezelfde geweest als in de onderhavige gevallen: contacten tussen partijen zonder contact tussen Eurotransit en de derde-belanghebbende, power of attorney van de derde-belanghebbende, facturering aan en ten name van [gedaagde] met vermelding van de opdrachtgever van [gedaagde] en met verwijzing naar de Fenexvoorwaarden, betaling door [gedaagde].

5.2.8

Blijkens een overgelegd proces-verbaal van de FIOD-ECD heeft [persoon1], commercieel manager bij [gedaagde] - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende verklaard:

East WorldTrade is een klant van ons. Wij hebben voor dat bedrijf containers voor Europa ingeklaard. Ik heb van de directeur van East WorldTrade de opdrachten voor de inklaring gekregen. Ik heb van hem een statistieknummer gekregen en ik moest onder die goederencode inklaren. Ik heb van hem een fax gekregen met het statistieknummer. Deze heb ik aan onze expediteur Eurotransit gegeven en die heeft voor ons de containers met knoflook ingeklaard.

[persoon3], declarant bij Eurotransit, heeft - kort en zakelijk weergegeven - verklaard:

Eurotransit is door [persoon1] van [persoon4] [gedaagde] benaderd om aangiftes te maken voor inklaring van de containers met knoflook. [persoon4] is al 25 jaar een klant van ons bedrijf en wij hebben voor dit bedrijf wel vaker goederen ingeklaard. Wij hebben per zending een schriftelijke opdracht gekregen en een factuur waarop vermeld stond dat het droge knoflook betrof. Wij hebben daarnaar ook nog navraag gedaan bij de klant [gedaagde]. Wij hebben aangiftes ten invoer gemaakt. De gegevens voor de inklaring en de tariefpostgegevens hebben we van de klant [gedaagde] gekregen. Wij hebben gehoord dat zij die gegevens weer hadden gekregen van de klant in Engeland.

5.3

De rechtbank neemt verder het volgende in aanmerking.

5.3.1

[gedaagde] stelt dat East WorldTrade haar had ingehuurd als agent om voor East WorldTrade allerlei administratieve zaken te kanaliseren en dat zij van East WorldTrade voorschotten ontving om crediteuren te kunnen betalen.

5.3.2

Beide partijen wisten dat East WorldTrade de importeur en belanghebbende was van de knoflook. Het moet voor Eurotransit duidelijk zijn geweest dat East WorldTrade (eventueel indirect) opdrachtgever was van [gedaagde] als haar agent in Rotterdam.

Nu is gesteld noch gebleken dat tussen East WorldTrade en [gedaagde] daarover anders was overeengekomen, kon [gedaagde] bij de uitvoering van aan haar gegeven opdrachten, zoals die om te zorgen voor inklaring, handelen in eigen naam of handelen namens de opdrachtgever. Het lag in de eerste plaats op de weg van [gedaagde] om bij het inschakelen van een ander, zoals Eurotransit, (duidelijk) aan te geven in welke hoedanigheid zij handelde.

5.3.3

In de faxberichten van [gedaagde] aan Eurotransit met de instructie om de containers met knoflook in te klaren vermeldde [gedaagde] nooit dat zij handelde namens East WorldTrade.

5.3.4

Op zichzelf volgt uit het verzoek om in te klaren op naam van East WorldTrade met de verwijzing naar de "power of attorney" niet dat [gedaagde] niet bedoelde zich ten opzichte van Eurotransit als opdrachtgever te binden.

5.3.5

De "power of attorney" behelsde een volmacht tot het door Eurotransit in eigen naam en ten behoeve van East WorldTrade verrichten van fiscale handelingen zoals douaneaangiften, die destijds (tot september 2005) in Nederland niet in naam van de derde-belanghebbende konden worden verricht (door een direct vertegenwoordiger), doch die moesten plaatsvinden door en in naam van een indirect vertegenwoordiger, te weten een douane-expediteur, één en ander ter uitvoering van art. 5 van het Communautair Douanewetboek waarnaar in de "power of attorney" werd verwezen. Het "inklaren op naam van East World Trade", waartoe in de instructie-faxberichten van [gedaagde] opdracht werd gegeven, was toen derhalve niet mogelijk.

Daarnaast werd in de "power of attorney" volmacht verleend tot het als beperkt fiscaal vertegenwoordiger doen van aangiften omzetbelasting bij de invoer, zodat de

BTW-verplichting kon worden verlegd (art. 33a Wet op de Omzetbelasting).

5.3.6

In de "power of attorney" werd niet door East WorldTrade aan Eurotransit opdracht gegeven tot bepaalde fiscale handelingen. Het feit dat East WorldTrade aan Eurotransit een door de fiscale regelgeving verlangde volmacht verleende om als indirect vertegenwoordiger bij de belastingdienst fiscale handelingen te verrichten impliceert op zichzelf ook niet dat East WorldTrade daartoe een rechtstreekse opdracht gaf aan Eurotransit.

5.3.7

Kennelijk was door East WorldTrade éénmaal een "power of attorney" aan Eurotransit afgegeven, gedateerd 6 december 2004, en werd deze bij de latere instructies tot inklaring telkens opnieuw meegestuurd.

[gedaagde] had bij faxbericht van 6 december 2004 aan East WorldTrade om ondertekening van dit stuk gevraagd: "Please find attached the Power of Attorney which has to be signed by you, in order for us to do the customs clearance under fiscal representation. Please return it to us fully signed and stamped." Kennelijk heeft East WorldTrade aan dat verzoek van [gedaagde] voldaan. Blijkbaar had Eurotransit om ondertekening van de "power of attorney" gevraagd en had zij haar eigen naam en adres ingevuld.

5.3.8

Niet blijkt noch is concreet gesteld dat en op welke wijze [gedaagde] bij andere contacten in verband met de opdrachten aan Eurotransit kenbaar heeft gemaakt dat zij handelde als onmiddellijk vertegenwoordiger van East WorldTrade. Evenmin blijkt dat Eurotransit

East WorldTrade, die haar kennelijk alleen van naam bekend was, aanvaardde als haar eigenlijke opdrachtgever die jegens haar gehouden was tot vergoeding van de niet geringe fiscale rechten en heffingen, waarvoor zij als aangever tegenover de belastingdienst aansprakelijk was.

5.3.9

Door de vermelding op al haar facturen dat de Fenexvoorwaarden van toepassing waren op al haar werkzaamheden gaf Eurotransit telkens te kennen dat zij deze toepasselijkheid wenste. Aangenomen kan worden dat dit door de reeds jarenlang bestaande relatie tussen partijen bij [gedaagde] bekend was toen in december 2004 de eerste instructie van [gedaagde] tot het inklaren van knoflook ten behoeve van East WorldTrade werd gegeven. Gesteld noch gebleken is dat tegen die toepasselijkheid ooit bezwaar is gemaakt. Eurotransit mocht daarom gerechtvaardigd erop vertrouwen dat die toepasselijkheid door de opdrachtgever werd aanvaard. Dit leidt ertoe dat op de opdrachten tot het inklaren van de containers met knoflook de Fenexvoorwaarden van toepassing waren, in de gegeven omstandigheden: ongeacht of [gedaagde] voor zichzelf handelde dan wel namens East WorldTrade.

Tevens kan worden aangenomen dat de inhoud van de Fenexvoorwaarden bij [gedaagde] bekend was, aangezien [gedaagde] op haar (fax)brieven, waaronder alle instructies tot de inklaringen, ook steeds een verwijzing naar die voorwaarden vermeldde. Een beroep op vernietigbaarheid omdat deze voorwaarden niet aan [gedaagde] zouden zijn verstrekt kan daarom niet slagen.

5.3.10

In art. 1, lid 1 van de Fenexvoorwaarden (versies 1999 en 2004) is onder meer bepaald: "Als opdrachtgever van de expediteur wordt beschouwd, degene die de opdracht tot het verrichten van handelingen en werkzaamheden aan de expediteur geeft, ongeacht de overeengekomen wijze van betaling."

5.3.11

[gedaagde] heeft geen informatie gegeven ten aanzien van andere activiteiten die zij als agent van East WorldTrade ontplooide, of zij zelf (uitvoerings)werkzaamheden verrichtte, of zij anderen inschakelde en op welke wijze zij daarbij te werk ging.

5.4

Op grond van het voorgaande, een en ander in onderling verband bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat [gedaagde] bij het geven van de instructies tot inklaring is opgetreden in eigen naam. Dat leidt ertoe dat [gedaagde] dient te worden aangemerkt als de opdrachtgever van Eurotransit. [gedaagde] heeft geen concrete feiten gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden nopen.

5.5

Niet is omstreden dat de opdrachtgever ingevolge de Fenexvoorwaarden gehouden is de douane-expediteur te vergoeden wat deze als aangever aan de belastingdienst moet betalen.

Dat betekent dat [gedaagde] verplicht is tot vergoeding aan Eurotransit van hetgeen deze op grond van de utb's aan de belastingdienst heeft moeten betalen (of nog zal moeten betalen). Vooralsnog staat echter niet definitief vast dat Eurotransit het bedrag van de utb's van in totaal € 1.304.910,43 (of enig ander bedrag) verschuldigd is en dat zij dat bedrag (of enig ander bedrag) heeft voldaan. Hetzelfde geldt voor de invorderingsrente.

De zaak zal worden verwezen naar de rol, alwaar partijen, Eurotransit als eerste, over deze punten nadere informatie kunnen verstrekken.

Op de overige schadeposten zal zonodig in een later stadium worden ingegaan.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen:

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 6 augustus 2008 voor uitlating aan de zijde van Eurotransit.

Dit vonnis is gewezen door mrs Van Zelm van Eldik, Sprenger en Heevel.

Uitgesproken in het openbaar.

10/1928/1515