Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD9506

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-06-2008
Datum publicatie
06-08-2008
Zaaknummer
290443 / HA ZA 07-2090 en 299058 / HA ZA 08-136
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wederpartij van Eneco dient in te staan voor het correct gebruik van de elektriciteitsmeter. Wederpartij aansprakeljk geacht voor de illegale stroomaftap in verband met een hennepkwekerij, ook al heeft de wederpartij nooit zelf in het betreffende pand gewoond. In de vrijwaring wordt de wederpartij van Eneco toegelaten tot het bewijs dat de gedaagde in het incident zich schuldig heeft gemaakt aan de manipulatie van de elektriciteitsmeter dan wel dat met hem een huurovereenkomst is afgesloten met betrekking tot dat pand.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummers: 290443 / HA ZA 07-2090

299058 / HA ZA 08-136

Uitspraak: 11 juni 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer

in de hoofdzaak van:

de besloten vennootschap

ENECO ENERGIE SERVICES B.V., h.o.d.n. Eneco Energie,

in haar hoedanigheid van lasthebber van

ENECO Energie Retail B.V. en ENECO Netbeheer B.V.,

allen gevestigd te Rotterdam,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 16 augustus 2007,

procureur mr. T.A. Vermeulen te Rotterdam, advocaat mr. J.A. Trimbach te Hilversum

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat en procureur mr. J.H. van Meurs te Rotterdam,

en in de vrijwaringszaak van:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

eiseres in het incident,

advocaat en procureur mr. J.H. van Meurs te Rotterdam,

- tegen -

[gedaagde in incident],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in het incident,

advocaat en procureur mr. A.G.H.M. Ganzeboom te Capelle aan den IJssel.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als "Eneco", "[gedaagde]" en “[gedaagde in incident]”.

1 Het verloop van de procedure

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

in de hoofdzaak:

- inleidende dagvaarding d.d. 16 augustus 2007 en de door Eneco overgelegde producties;

- incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring en de door [gedaagde] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in het incident;

- conclusie van antwoord met producties;

in de vrijwaring:

- dagvaarding in vrijwaring d.d. 4 januari 2008 en de door [gedaagde] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord tevens conclusie van eis in reconventie met producties;

- conclusie van antwoord in reconventie;

1.2 Bij tussenvonnis van 19 december 2007 heeft de rechtbank [gedaagde] toegestaan om [gedaagde in incident] in vrijwaring op te roepen.

1.3 Bij tussenvonnis van 12 maart 2008 is een comparitie van partijen bepaald, welke is gehouden op 9 mei 2008. Eneco is bij haar fraudespecialist, [persoon1] verschenen, bijgestaan door haar advocaat. [gedaagde] en [gedaagde in incident] zijn samen met hun procureurs verschenen, [gedaagde] tevens vergezeld van haar vriend, [persoon2]. Van hetgeen ter zitting is verhandeld, heeft de griffier aantekeningen gehouden, die zich bij de processtukken bevinden. Ter zitting heeft [gedaagde in incident] zijn eis in reconventie ingetrokken.

1.4 De datum voor de uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1 [gedaagde] heeft zowel met Eneco Energie Retail B.V. als met Eneco Netbeheer B.V. een overeenkomst gesloten ten behoeve van de levering van elektriciteit aan de woning van [gedaagde] aan de [adres1] te [woonplaats] (hierna: “de woning”), welke vennootschappen Eneco hebben gemachtigd om namens hen te factureren en in rechte op te treden.

2.2 Op 27 oktober 2006 heeft Eneco op verzoek van de politie de woning bezocht om de elektriciteitsvoorziening te controleren omdat de politie aldaar een hennepkwekerij had aangetroffen. Door een fraude-inspecteur van Eneco is geconstateerd dat de verzegeling van de elektriciteitsmeter was verbroken en dat op illegale wijze, buiten de meter om, elektriciteit werd afgenomen ten behoeve van de hennepkwekerij. Eneco heeft hierdoor schade geleden.

2.3 Eneco heeft op 27 oktober 2006 aangifte van diefstal van elektriciteit gedaan.

2.4 [gedaagde in incident] heeft in opdracht van [gedaagde] werkzaamheden in de woning verricht.

2.5 Op 29 januari 2007 is [gedaagde in incident] door Justitie gehoord als verdachte van het opzetten van een hennepkwekerij en diefstal van energie in de woning, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

3 De vorderingen

in de hoofdzaak:

Eneco vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan haar tegen kwijting te betalen € 8.326,24 ter zake van schadevergoeding, € 312,56 aan wettelijke rente en € 768,00 ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.326,24 vanaf 2 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

in de vrijwaring:

[gedaagde] vordert [gedaagde in incident] te veroordelen, zo mogelijk gelijktijdig met het te wijzen vonnis is de hoofdzaak, om aan [gedaagde] te betalen al datgene waartoe [gedaagde] als gedaagde in de hoofdzaak jegens Eneco mocht worden veroordeeld, met veroordeling van [gedaagde in incident] in de proceskosten in de vrijwaring.

4 De stellingen van partijen

in de hoofdzaak:

4.1 Naast bovengenoemde vaststaande feiten heeft Eneco aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] op grond van het bepaalde in artikel 6:74 Burgerlijk Wetboek (BW) respectievelijk op grond van het bepaalde in de Algemene voorwaarden aansluiting en transport Eneco NetBeheer elektriciteit voor huishoudelijke afnemer, subsidiair op grond van de op [gedaagde] rustende zorgplicht ten aanzien van elektriciteitsvoorziening, aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van de manipulatie van de netcomponenten en de niet-geregistreerde energieafname. De schade bedraagt € 7.451,52 ter zake van niet-geregistreerd elektriciteitsverbruik en € 874,72 aan materialen en arbeidsloon. De berekening van de hoeveelheid illegaal afgenomen elektriciteit is gebaseerd op zaken en bevindingen welke ter plaatse zijn aangetroffen en wordt vastgesteld aan de hand van het verbruik en de gebruiksduur.

4.2 [gedaagde] heeft als verweer tegen de vordering aangevoerd dat zij de diefstal van elektriciteit niet heeft gepleegd en daarom hiervoor niet verantwoordelijk is. De manipulatie van de elektriciteitsmeter valt buiten het bestek van de contractuele relatie want is aan te merken als een onrechtmatige daad. [gedaagde] heeft nooit in de woning gewoond. Zij is een gehandicapte vrouw die nauwelijks kan lopen en zich meestal in een rolstoel voortbeweegt. Fysiek kan zij niet hebben ondernomen wat Eneco haar aanwrijft. [gedaagde in incident], die zich valselijk heeft uitgegeven voor [persoon3], heeft werkzaamheden verricht aan de woning om deze geschikt te maken voor bewoning door een gehandicapte. [gedaagde in incident] zou ten minste gedurende zijn werkzaamheden zijn onderkomen hebben in de woning op basis van een huurcontract, waarvan [gedaagde] een afschrift in het geding heeft gebracht. Zonder medeweten, laat staan instemming van [gedaagde] heeft [gedaagde in incident] vervolgens de kelder van de woning getransformeerd tot een hennepkwekerij. Daartoe moet ook de manipulatie van de elektriciteitsvoorziening hebben plaatsgevonden. [gedaagde] heeft tot de ontmanteling nooit geweten of vermoed dat er iets mis was met de door haar verhuurde woning. Omdat het hier gaat om diefstal van elektriciteit door [gedaagde in incident] en [gedaagde] de normale termijnbedragen altijd correct aan Eneco heeft voldaan, is het in strijd met de redelijkheid en billijkheid om een invalide vrouw verantwoordelijk te houden voor schade van Eneco. [gedaagde] bestrijdt bij gebrek aan wetenschap de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zij heeft van die voorwaarden vóór het sluiten van de overeenkomst geen kennis kunnen nemen. Zo deze toch van toepassing mochten zijn, roept [gedaagde] de nietigheid van de onevenredig bezwarende bepalingen in, die de verantwoordelijkheid bij de consument leggen. Ook op grond van onrechtmatige daad valt [gedaagde] niets te verwijten omdat haar geen schuld treft en de diefstal en de manipulatie niet aan haar zijn toe te rekenen. In elk geval is er geen grond om de gevorderde incassokosten toe te kennen, nu [gedaagde] de vordering van meet af aan heeft bestreden en Eneco desondanks doorgaat met het versturen van sommatiebrieven zonder enige nadere onderbouwing.

in de vrijwaring:

4.3 [gedaagde] heeft naast bovengenoemde stellingen in de hoofdzaak aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde in incident] gehouden is [gedaagde] te vrijwaren, nu alle kosten en schade waarvoor [gedaagde] in de hoofdprocedure verantwoordelijk wordt gesteld, in werkelijkheid door [gedaagde in incident] zijn veroorzaakt, althans aan hem moeten worden toegerekend. [gedaagde in incident] staat nota bene in het handelsregister van de Kamer Van Koophandel ingeschreven als exploitant van een zogenaamde ‘growshop’, dat wil zeggen als leverancier van zaken die nodig zijn voor het inrichten en exploiteren van hennepkwekerijen. Niet voor niets heeft Justitie [gedaagde in incident] eerder gedagvaard om voor de strafrechter te verschijnen teneinde zich te verantwoorden voor de aanleg en exploitatie van hennepkwekerijen.

4.4 [gedaagde in incident] heeft als verweer tegen de vordering aangevoerd dat hij zich niet verantwoordelijk acht voor de schade en de kosten die in de hoofdzaak mogelijk aan [gedaagde] worden toegerekend. [gedaagde in incident] ontkent dat hij huurder is geweest van de woning dan wel dat de woning hem ter beschikking is gesteld om hem tot onderkomen te dienen. [gedaagde in incident] woont sinds 16 oktober 1996 in een huurwoning aan de [adres2] te [woonplaats] en is als zodanig ingeschreven op dat adres. Het is evident dat [gedaagde] de verkeerde heer voor zich heeft. De huurovereenkomst staat op naam van [persoon3], geboren op 4 september 1965 te Rotterdam terwijl [gedaagde in incident] is geboren op 23 januari 1967. De handtekening op de huurovereenkomst komt niet overeen met die van [gedaagde in incident]. De door [gedaagde] overgelegde kwitanties staan op naam van [persoon3]. [gedaagde in incident] ontkent voorts dat hij de kelder van de woning heeft omgebouwd of laten ombouwen en ingericht of laten inrichten tot een hennepkwekerij. [gedaagde in incident] wist niet dat er een hennepkwekerij was aangelegd. [gedaagde in incident] heeft diverse werkzaamheden aan de woning verricht, waarvoor hij aan [gedaagde] facturen heeft gezonden, die tot op heden niet zijn voldaan.

5 De beoordeling van de vorderingen

5.1 Verwezen wordt naar hetgeen is overwogen en beslist in eerdergenoemde tussenvonnissen.

in de hoofdzaak:

5.2 Vaststaat dat [gedaagde] de contractspartij van Eneco is ten aanzien van de overeenkomst tot energielevering aan de woning. Tussen Eneco en [gedaagde] is in geschil of [gedaagde] jegens Eneco wanprestatie heeft gepleegd.

5.3 Vaststaat tevens dat in de woning ten behoeve van de aldaar geëxploiteerde hennepkwekerij elektriciteit werd afgenomen die niet door de elektriciteitsmeter werd geregistreerd. Een en ander levert een toerekenbare tekortkoming aan de zijde van [gedaagde] op. Als contractuele wederpartij van Eneco is zij immers jegens Eneco verplicht de in het pand aanwezige aansluiting op het elektriciteitsnetwerk van Eneco op legale wijze te (laten) gebruiken onder meer aan de hand van de registratie van het verbruik door de meetinstallatie. Als zodanig rust er op [gedaagde] een zorgplicht. Het buiten de registratie van de meetinstallatie om illegaal afnemen van elektriciteit levert een tekortkoming op in de nakoming van die zorgplicht. Die tekortkoming kan niet door nadere nakoming meer worden geheeld en verplicht derhalve aanstonds tot schadevergoeding. Dat [gedaagde] nooit in het onderhavige pand gewoond heeft, is in dit verband verder niet van belang. De tekortkoming moet aan haar worden toegerekend, nu deze krachtens de in het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen voor haar rekening komt. [gedaagde] dient als contactuele wederpartij van Eneco, ook indien zij een ander - al dan niet in de vorm van huur - gebruik laat maken van de woning ervoor te zorgen dat op legale wijze gebruik wordt gemaakt van de in de woning aanwezige elektriciteitsaansluiting. Indien de huurder c.q. de gebruiker van de woning op illegale wijze stroom aftapt, dan dient [gedaagde] daarvoor in te staan jegens Eneco. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [gedaagde] gelegen om hetzij te bewerkstelligen dat het contract met Eneco op naam van [gedaagde in incident] werd gesteld, hetzij de elektriciteitsvoorzieningen in het pand regelmatig te controleren. [gedaagde] heeft dat kennelijk nagelaten en in zoverre is sprake van een toerekenbare tekortkoming.

5.4 Uit het vorenstaande volgt reeds dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van de overeenkomst met Eneco en dat zij op grond daarvan aansprakelijk is voor de schade die Eneco daardoor heeft geleden. In het midden kan daarom blijven of [gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de bepalingen in de algemene voorwaarden van Eneco dan wel of zij zelf onrechtmatig jegens Eneco heeft gehandeld. Het feit dat [gedaagde] slecht ter been is en zich enkel met behulp van een rolstoel kan voortbewegen, doet niets af aan haar aansprakelijkheid, hoe vervelend dat op zichzelf genomen ook voor [gedaagde] is.

5.5 [gedaagde] heeft niet weersproken dat Eneco schade heeft geleden, noch heeft zij de hoogte van de schade - gemotiveerd en tijdig - betwist. De rechtbank houdt het er derhalve voor dat de schade op juiste wijze is berekend. Het hiervoor gevorderde bedrag van

€ 8.326,24 zal dan ook worden toegewezen.

5.6 De rente, ten aanzien waarvan [gedaagde] geen afzonderlijk verweer heeft gevoerd, is eveneens toewijsbaar.

5.7 Voor wat betreft de vergoeding van buitengerechtelijke kosten heeft [gedaagde] niet betwist dat daadwerkelijk buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. De daaraan verbonden kosten dienen mede gelet op het bepaald in artikel 6:96 lid 2 sub c BW voor rekening van [gedaagde] te komen. Het gevorderde bedrag van € 768,00 is volgens de gebruikelijk tarieven berekend en is redelijk te achten jegens [gedaagde], zodat dit bedrag zal worden toegewezen. [gedaagde] heeft niets gesteld dat tot een ander oordeel kan leiden.

5.8 [gedaagde] dient als de in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de proceskosten. Het gevorderde nasalaris en de wettelijke rente hierover zijn niet toewijsbaar, nu de wet voor deze kosten - voor zover dit vonnis daartoe een ontoereikende titel zou bieden - een speciale procedure heeft voorgeschreven in artikel 237 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

in de vrijwaring:

5.9 Het geschil tussen [gedaagde] en [gedaagde in incident] spitst zich toe op de vraag of [gedaagde in incident] aansprakelijk is voor de manipulatie van de meter en de diefstal van elektriciteit.

5.10 [gedaagde in incident] is aansprakelijk indien komt vast te staan dat hij schuldig is aan de manipulatie van de meter en de diefstal van elektriciteit dan wel als huurder hiervoor aansprakelijk moet worden gehouden. Een huurder heeft immers jegens de verhuurder eveneens de zorgplicht om erop toe te zien dat niet op illegale wijze in de woning elektriciteit wordt afgenomen zonder dat de meter dit registreert.

5.11 [gedaagde in incident] heeft de stellingen van [gedaagde] voldoende gemotiveerd betwist. De juistheid hiervan volgt niet zonder meer uit hetgeen [gedaagde] ter onderbouwing daarvan heeft aangevoerd of uit de stukken die zij overlegt. De bewijzen die zij heeft aangedragen hebben hoofdzakelijk betrekking op [persoon3] en het is de rechtbank vooralsnog niet gebleken dat deze [persoon3] en [gedaagde in incident] een en dezelfde persoon betreffen. Ten aanzien van de bewijslastverdeling bestaat geen aanleiding af te wijken van de in artikel 150 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering opgenomen hoofdregel dat degene die zich beroept op de rechtgevolgen van de door hem gestelde feiten, van die feiten de bewijslast draagt, in het geval deze door de wederpartij worden betwist. In dit geval brengt dat mee dat [gedaagde] moet bewijzen dat [gedaagde in incident] zich schuldig heeft gemaakt aan de manipulatie van de elektriciteitsmeter en de diefstal van de elektriciteit dan wel dat [gedaagde in incident] met haar de huurovereenkomst is aangegaan zoals door haar is gesteld. De rechtbank zal [gedaagde] in na te melden vorm toelaten tot die bewijslevering.

5.12 Iedere verdere beslissing wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank,

in de hoofdzaak:

veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco te betalen een bedrag van € 9.406,81, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over € 8.326,24 vanaf 2 augustus 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 300,00 aan vast recht, op € 70,85 aan overige verschotten en op € 768,00 aan salaris voor de procureur;

bepaalt dat [gedaagde] de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na de aanzegging van dit vonnis aan [gedaagde] tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in de vrijwaring:

alvorens verder te beslissen,

draagt [gedaagde] op het bewijs te leveren van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde in incident] zich schuldig heeft gemaakt aan de manipulatie van de elektriciteitsmeter en de diefstal van de elektriciteit dan wel dat [gedaagde in incident] met haar de huurovereenkomst is aangegaan zoals door haar gesteld;

stelt [gedaagde] in de gelegenheid om zich bij akte uit te laten over de vraag of, en zo ja, op welke wijze zij aan deze bewijsopdracht gevolg wenst te geven;

bepaalt dat indien [gedaagde] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank door mr. W.J.J. Wetzels;

bepaalt dat de procureur van [gedaagde] binnen twee weken na de datum van dit vonnis aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden juli, augustus en september 2008 en dat de procureur van [gedaagde in incident] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Wetzels en uitgesproken in het openbaar.

518