Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD9176

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-07-2008
Datum publicatie
01-08-2008
Zaaknummer
859585
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gepensioneerden spreken hun voormalig werkgever aan omdat deze niet heeft voldaan aan de verplichting tot afdracht van het werkgeversdeel. Er komen pensioenrechtelijke vraagstukkenaan de orde. Er is verder, anders dan gedaagde stelt, geen sprake van verjaring van de vorderingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2008, 111
AR-Updates.nl 2008-0503
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

Vonnis

in de zaken van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser sub 3],

wonende te [woonplaats],

4. [eiser sub 4],

wonende te [woonplaats]

5. [eiser sub 5] ,

wonende te [woonplaats],

6. [eiser sub 6],

wonende te [woonplaats],

7. [eiser sub 7],

wonende te [woonplaats],

8. [eiser sub 8],

wonende te [woonplaats],

9. [eiser sub 9],

wonende te [woonplaats],

10. [eiser sub 10],

wonende te [woonplaats],

11. [eiser sub 11],

wonende te [woonplaats]

en

12. [eiser sub 12],

wonende te [woonplaats],

eisers,

gemachtigde: H.H.Q. Abeln,

t e g e n :

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Delek Nederland B.V., v/h Texaco Nederland B.V.,

woonplaats: Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. R.J.G. Veugelers.

Partijen worden aangeduid als “Albers c.s.”, respectievelijk “Texaco”, tenzij anders is vermeld.

1. Het verloop van de procedures

1.1. In de procedure met nummer 816253 tussen Van der Burg en Texaco bestaat het dossier uit de volgende processtukken:

1. dagvaarding d.d. 3 juli 2007 met producties,

2. conclusie van antwoord met producties,

3. conclusie van repliek met producties,

4. conclusie van dupliek met producties,

5. aanvullende producties van mr. Sambeek,

6. tussenvonnis d.d. 22 januari 2008.

1.2. De ingevolge het tussenvonnis bepaalde comparitie van partijen heeft plaatsgevonden op 14 februari 2008, in aanwezigheid van partijen en gemachtigden. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekening gehouden. Ter comparitie bleek dat inmiddels tevens de procedure met nummer 859585 aanhangig is.

1.3. De kantonrechter heeft, in overleg met partijen, besloten de behandeling van beide procedures te combineren.

1.4. In de procedure met nummer 859585 heeft de kantonrechter kennis genomen van de volgende processtukken:

1. dagvaarding met producties,

2. conclusie van antwoord met producties, 3. tussenvonnis d.d. 5 maart 2008,

4. nagekomen producties mr. Veugelers,

5. nagekomen producties van mr. Abeln,

6. pleitaantekeningen van mr. Veugelers.

1.5. De comparitie van partijen in beide zaken is voortgezet, respectievelijk gehouden op 18 april 2008, in aanwezigheid van enkelen van eisers, gedaagde en gemachtigden. De gemachtigden hebben gepleit. Mr. Veugelers heeft voormelde pleitaantekeningen ingebracht. De griffier heeft van het verhandelde ter zitting aantekening gehouden.

1.6. Ter zitting is besproken dat ten aanzien van Van der Burg geldt dat het petitum in de namens hem uitgebrachte dagvaarding wordt gewijzigd, zodanig dat dit identiek is aan het petitum in de dagvaarding van Albers c.s. Het verweer in die zaak moet als identiek aan het verweer in de zaak van Albers c.s. worden gezien.

2. De vaststaande feiten

2.1. Tussen Albers c.s. en Texaco hebben gedurende de jaren 1997, 1998 en 1999 arbeidsovereenkomsten bestaan. In het kader hiervan waren eisers opgenomen in een pensioenregeling. Op basis van deze regeling hebben zij recht op pensioen verkregen. Deze rechten kunnen zij uitoefenen jegens Stichting Pensioenfonds Texaco Nederland te Rotterdam ("het pensioenfonds"). Daartegenover stond dat zowel Texaco als eisers aan het

pensioenfonds premie hebben betaald, zo ook gedurende voormelde jaren. Deze premiebetaling vond feitelijk plaats door inhoudingen op hun salaris.

2.2. Artikel 16 van het pensioenreglement luidt als volgt:

"Met inachtneming van de tussen de stichting en de werkgever gesloten financieringsovereenkomst (...) worden de kosten van de pensioenregeling door de werkgever en de deelnemers gezamenlijk gedragen.

De deelnemer zal een jaarlijkse bijdrage in de kosten van de pensioenregeling betalen ter grootte van 6% van de pensioengrondslag. De deelnemersbijdrage is uitsluitend bestemd voor de financiering van de pensioenaanspraken over toekomstige diensttijd. "

2.3. Artikelen 5 en 6 van de financieringsovereenkomst luiden als volgt:

(5) "De vennootschap zal binnen tien dagen na afloop van elk kalenderkwartaal de verschuldigde bijdrage, berekend of - indien deze bijdrage op een later tijdstip wordt vastgesteld - geschat over dat kwartaal, alsmede de bijdragen welke zij over dat kwartaal op het loon van de deelnemers heeft ingehouden, voldoen aan het fonds, met dien verstande dat de jaarbijdrage in haar geheel binnen negen maanden na afloop van het kalenderjaar moet zijn betaald. "

(6) "De bijdrage van de Vennootschap wordt vastgesteld door het bestuur van het fonds, op basis van een advies van de actuaris. Deze bijdrage is inclusief de eventueel op de deelnemers te verhalen bijdrage als omschreven in de reglementen. Bij de vaststelling van deze bijdrage wordt rekening gehouden met:

• een bijdrage voor de financiering van overeengekomen toeslagen, zoals vastgelegd in het Protocol inzake pensioen d.d. 1 maart 1995 en de daarbij behorende bijlage, alsmede

• een beoogde extra reserve van 5% van de voorziening pensioenverplichtingen, alsmede

• de financiering van de pensioenregeling, zoals vastgelegd in het pensioenreglement, alsmede

• de benodigde dekking van de pensioenverplichtingen.

De vennootschap behoudt zich het recht voor haar bijdrage te verminderen of te staken, indien zij tot de conclusie komt dat onverminderde betaling van haar bijdrage op grond van de financiële resultaten van haar onderneming niet langer verantwoord is, in welk geval zij hiervan uiterlijk 3 maanden voor de vervaldag schriftelijk aan het fonds mededeling doet. "

2.4. Op 1 januari 1995 is tussen Texaco en haar Ondernemingsraad een "Protocol inzake pensioenen Texaco/O.R." (verder te noemen: "het Protocol") tot stand gekomen. Blijkens artikel 15 van het Protocol kunnen de deelnemers (in casu Albers c.s.), ingevolge een derdenbeding, rechten geldend maken jegens Texaco.

2.5. Artikel 13 sub b van het Protocol luidt als volgt:

"In relatie tot de toeslagen-intentie is het volgende overeengekomen inzake de premie:

b. de bijdrage van de deelnemers zal in geen geval hoger zijn dan de bijdrage van Texaco. De vaststelling van deze bijdrage van Texaco vindt plaats overeenkomstig hetgeen in de overeenkomst tussen Texaco en het pensioenfonds is vastgelegd, met dien verstande dat de beleggingsopbrengsten over de pensioenreserves van niet-actieven die niet voor een toeslag in aanmerking komen, hierbuiten blijven. "

2.6. Bij brief van 4 november 2003 deelt het pensioenfonds aan de advocaat van Texaco mede:

"De betaling van € 1,2 miljoen welke Texaco Nederland B. V eind 2002 aan het

pensioenfonds heeft verricht, is door Texaco gedaan en door het pensioenfonds aangemerkt als berekend aan de hand van de tot dan door Texaco Nederland B. V verschuldigd gebleven bijdrage over de jaren 1997, 1998 en 1999. "

3. De vordering

3.1. Deze luidt als volgt:

“Mitsdien het de rechtbank behage bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde te veroordelen binnen 14 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan ieder van eisers een gespecificeerde en met bewijsstukken gestaafde opgave te doen van het totaal van de in 1997, 1998 en 1999 op zijn of haar salaris ingehouden pensioenpremie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van €. 500,-- per eiser voor iedere dag dat gedaagde in gebreke zou blijven met de volledige nakoming van deze verplichting, en met veroordeling van gedaagde aan ieder van eisers het over de jaren 1997, 1998 en 1999 ingehouden bedrag aan pensioenpremies te betalen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de dag van inhouding, althans vanaf zodanige datum als de rechtbank in goede justitie zal oordelen, althans vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening en gedaagde te veroordelen in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van eisers. "

3.2. Kort en zakelijk weergegeven leggen eisers hieraan het volgende ten grondslag. Vaststaat dat het pensioenfonds over de jaren 1997, 1998 en 1999 geen bijdrage van Texaco heeft vastgesteld en dat zij dus geen betalingsverplichting had. Dit is overigens door Texaco in een andere procedure erkend. Eisers concluderen in de dagvaarding:

"Nu er geen bijdrage voor gedaagde over de jaren 1997 tot en met 1999 is vastgesteld en gedaagde over deze jaren geen werkgeversbijdrage aan Stichting Pensioenfonds Texaco Nederland heeft betaald, zijn de in deze jaren door gedaagde ingehouden werknemersbijdragen daarmee hoger dan die van gedaagde zelf. Dat leidt tot de conclusie dat gedaagde deze bijdrage ten onrechte heeft ingehouden en dat eisers de ingehouden bedragen over de jaren onverschuldigd aan gedaagde hebben betaald. "

3.3. Dit is overigens ook al beslist door het Gerechtshof Den Haag bij eindarrest d.d. 26 januari 2007 tussen Texaco en De Boer. Het arrest is inmiddels in kracht van gewijsde. Het betreft een identiek geval. Achteraf probeert Texaco op de betaling van 1,2 miljoen het etiket van werkgeversbijdrage 1997 tot en met 1999 te plakken, maar dat klopt niet.

3.4. Albers c.s. wijzen voorts op de volgende stukken waaruit volgt dat de betaling van 1,2 miljoen euro niet betrekking heeft op de werkgeversbijdrage 1997 tot en met 1999:

a. de brief van 20 december 2002 van het pensioenfonds aan de deelnemers. Deze kent als onderwerp: "Toeslag per 1 januari 2003". In deze brief is onder andere het volgende vermeld:

"De afgelopen jaren heeft de Stichting Pensioenfonds Texaco Nederland, gelet op haar

financiële situatie, de ingegane pensioenen zonder problemen kunnen indexeren. Dit jaar worden wij geconfronteerd met een geheel andere situatie. Ongetwijfeld bent u op de hoogte

van de wereldwijde verslechtering van de financiële markten in de afgelopen twee jaren. Hierdoor zijn de bezittingen van de meeste pensioenfondsen overal ter wereld, waaronder die van de Stichting Pensioenfonds Texaco Nederland, in waarde gedaald.

Als gevolg hiervan zal een aantal pensioenfondsen in 2003 de ingegane pensioenen niet (volledig) indexeren.

Om dit te vermijden heeft het Bestuur van de Stichting Pensioenfonds Texaco Nederland aan Texaco Nederland het verzoek gedaan om een extra storting door de onderneming, omdat de financiële positie van het fonds niet toereikend was om zonder deze extra storting de pensioenen te kunnen indexeren. (...) Daarop heeft Texaco Nederland zich garant gesteld

voor een extra bijdrage aan het fonds zodat indexatie mogelijk wordt.

Tot onze vreugde kunnen wij u daarom mededelen, dat per 1 januari 2003 een toeslag op uw pensioen zal worden gegeven ter grootte van 80% van de inflatie, dat wil zeggen 80% van de stijging van het prijsindexcijfer tussen oktober 2001 en oktober 2002. Dat betekent dat uw pensioen wordt verhoogd met 2,6% per 1 januari 2003. "

b. een ongedateerde brief van Texaco aan het pensioenfonds, die blijkens haar tekst uit

2002 stamt. Daarin is onder andere vermeld:

"We are pleased to advise that Texaco Nederland B. V. intends to make an immediate injection of Euro 1.2 million into the pension fund.

This injection is intended tot address the decrease in the fund's value caused by the recent fall in markets as well as to signal our goodwill to employees regarding any possible concerns about the funding of the plan by employees and by the company. (...)"

c. het jaarverslag van het pensioenfonds over 2002:

"Gedurende 2002 heeft de werkgever op verzoek van het bestuur een extra storting gedaan van Euro 1,2 miljoen. (...)"

d. de brief van Texaco aan een van de eisers, de heer [eiser sub 7], in het kader van de afwikkeling van zijn dienstverband in verband met reorganisatie:

"Indien vóór uw 65ste jaar, dus vóór de beëindiging van uw deelnemerschap aan de pensioenregeling, een regeling wordt getroffen waarbij de door de deelnemers in 1997, 1998 en 1999 betaalde eigen bijdragen aan de Fleurtex-regeling en aan de standaard pensioenregeling op enigerlei wijze aan de deelnemers van de pensioenregeling worden gerestitueerd, dan zal deze regeling ook voor u van kracht zijn. "

4. Het verweer

4.1. Texaco concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van A1bers c.s. in de kosten van de procedure.

4.2. Kort en zakelijk weergegeven voert zij daartoe het volgende aan. De werkgeversbijdragen over 1997 tot en met 1999 zijn door Texaco betaald op 17 december 2002, hetgeen blijkt uit een bankafschrift. Het gaat om een bedrag van 1,2 miljoen euro dat is overgemaakt aan het pensioenfonds. Dit bedrag is hoger dan de werknemersbijdragen over die jaren. Anders dan Albers c.s. stellen blijkt uit de voormelde brief van 4 november 2003 en de verklaring d.d. 15 mei 2006 van de Country Chairman van Texaco Nederland wel degelijk dat het om de werkgeversbijdrage over die jaren gaat. Dit wordt ondersteund door de schriftelijke verklaring d.d. 21 augustus 2007 van de heer C.J. van Klink, voormalig bestuurslid van het pensioenfonds. Uit het pensioenreglement en de financieringsovereenkomst volgt dat deze bijdrage is verplicht en dus is er geen sprake van onverschuldigde betaling. Het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarop Albers c.s. zich op beroepen is bepaald niet eenduidig. Bovendien kent het Nederlandse recht geen precedentenstelsel. Ingevolge artikel 5 van de financieringsovereenkomst is Texaco gehouden een bijdrage vast te stellen. Het is onmogelijk dat niet te doen, zodat er ook geen reden is om, zoals Albers c.s. doen, te stellen dat er geen bijdrage is vastgesteld. Dat zou in strijd zijn met artikel 24 Pensioenwet. In plaats van het terugvorderen van de door Texaco ingehouden premiebedragen zou het logischer zijn dat Albers c.s. betaling van de werkgeversbijdragen aan het pensioenfonds zouden vorderen. De bijdrage 1997 tot en met 1999 is pas in 2002 betaald vanwege de discussie eind jaren '90. Deze discussie ging over de vraag of Texaco geen werkgeversbijdrage hoefde te betalen enerzijds en de werknemers een individuele persoonsgebonden pensioenrekening zouden krijgen anderzijds. Met dat laatste zouden de werknemers rechtstreeks kunnen profiteren van de toename van de beleggingsrendementen. In de eerste jaren van de 21 e eeuw bleek echter dat de rendementen tegenvielen en ging dit plan van de baan. Er diende derhalve alsnog door Texaco premie te worden afgedragen over de jaren 1997 tot en met 1999 en vandaar voormelde betaling van 1,2 miljoen euro. Er is bovendien geen sprake van onverschuldigde betaling betreffende de ingehouden werknemerspremies omdat er niet is betaald, maar omdat de bijdragen van de Albers c.s. zijn verrekend met het salaris. Omdat er geen sprake is van onverschuldigde betaling kunnen Albers c.s. zich niet beroepen op het bekendheidsvereiste op grond van artikel 3 :309 BW. Als de werknemerspremies niet verschuldigd zouden zijn, dan hebben Albers c.s. hoogstens een loonvordering en die is verjaard op grond van artikel 3:307 BW.

5. De beoordeling

5.1. Overwogen wordt als volgt. Albers c.s. zijn geen partij bij de financieringsovereenkomst. Wel kunnen zij krachtens derdenbeding rechten ontlenen aan artikel 13 sub b Protocol. In deze bepaling wordt verwezen naar de financieringsovereenkomst. Dit betekent dat zowel het pensioenfonds als Texaco jegens de werknemers / thans gepensioneerden gehouden zijn duidelijkheid te verschaffen over de hoogte van de werknemersbijdrage. Met andere woorden: Albers c.s. moeten er vanuit kunnen gaan dat Texaco aan het pensioenfonds bijdraagt en dat de gepleegde inhoudingen door Texaco op hun salaris niet hoger zijn dan de bijdrage van Texaco. In aanmerking genomen de termijnen die in artikelen 5 en 6 van de financieringsovereenkomst zijn vermeld, is duidelijk dat het pensioenfonds en Texaco zich niet aan hun verplichtingen tot respectievelijk vaststelling en betaling hebben gehouden. Volgens Texaco is eerst in 2003 het bedrag betaald aan het pensioenfonds. Dit betekent dat Texaco jegens Albers c.s., op grond van het derdenbeding in combinatie met het Protocol, tekort is geschoten.

5.2. Texaco voert aan dat hiervoor een goede reden was, te weten de discussie over de persoonsgebonden pensioenrekeningen. De kantonrechter onderschrijft dit niet. Indien deze discussie inderdaad met betrokkenen werd gevoerd, hadden pensioenfonds en/of Texaco zich moeten voorzien van toestemming van OR en/of werknemers dat vooralsnog niet betaald zou worden. Texaco en/of pensioenfonds hadden dan uitleg moeten verschaffen over het hoe en waarom, de mogelijke gevolgen van het niet betalen en informatie moeten verstrekken over de stand van zaken en de afloop van deze discussie. Gesteld noch gebleken is dat dit is gebeurd. Dergelijke verplichtingen vloeien overigens ook voort uit de eisen die goed werkgeverschap met zich brengt.

5.3. Onderzocht dient te worden of de betaling van 1,2 miljoen euro in december 2002 de bijdrage van Texaco betreft als bedoeld in artikelen 5 en 6 van de financieringsovereenkomst. Gelet op de overschrijding van voormelde termijnen rust op Texaco terzake een verzwaarde stelplicht. Het is immers duidelijk dat zij veel te laat betaalt, zodat het aan haar is om de kantonrechter hiervan te overtuigen.

5.4. Geoordeeld wordt dat Texaco hier niet in is geslaagd. Albers c.s. heeft een viertal documenten getoond, afkomstig van Texaco of haar pensioenfonds, uit de periode waarin de betaling van 1,2 miljoen euro heeft plaatsgevonden. Uit deze stukken blijkt dat het niet gaat om de voormelde bijdrage, maar juist om een meer algemene kapitaalinjectie. Daarbij is van belang dat Texaco, noch haar pensioenfonds voormelde betaling gepaard heeft laten gaan met een brief aan Albers c.s. waarin wordt uitgelegd dat alsnog uitvoering wordt gegeven aan achterstallige verplichtingen betreffende de jaren 1997 tot en met 1999. De onderhandse verklaringen van later datum van de Country Chairman en een voormalig bestuurslid kunnen daaraan niet afdoen. Onduidelijk blijft immers waarom uit de documenten uit de periode van betaling nu juist het tegenovergestelde blijkt. Aan een bewijsopdracht wordt dus niet toegekomen.

5.5. Aangetekend wordt dat niet kan worden uitgesloten dat in het onderlinge verkeer tussen het pensioenfonds en Texaco deze betaling van 1,2 miljoen euro om valide redenen is "geoormerkt" als de voormelde bijdrage en dat deze partijen in hun onderlinge verhouding mogen constateren dat Texaco per saldo voldaan heeft aan al haar betalingsverplichtingen. Dat kan echter niet doorwerken in de rechtsverhouding Texaco - Albers c.s. die wordt beheerst door het protocol in samenhang met de financieringsovereenkomst.

5.6. In verband daarmee gaat het argument van strijdigheid met artikel 24 Pensioenwet, alhoewel destijds nog niet van toepassing, niet op. Dat is een argument dat past in de methodiek van achteraf constateren dat alles in de verhouding pensioenfonds - Texaco is betaald, maar dergelijke redeneringen achteraf kunnen niet ontkrachten dat Texaco en/of het pensioenfonds zich destijds niet hebben gehouden aan hun verplichtingen op grond van de overeenkomst en de informatieverplichtingen op grond van de eisen van goed werkgeverschap.

5.7. Texaco voert aan dat het veel logischer zou zijn als Albers c.s. alsnog betaling aan het pensioenfonds zouden vorderen. De kantonrechter onderschrijft dit niet. Op basis van

Protocol in samenhang met financieringsovereenkomst en bij gebreke van andersluidende berichten van pensioenfonds en/of Texaco, mochten Albers c.s. er vanuit gaan dat zij zich zouden houden aan hun verplichtingen, met name de verplichting van Texaco tot tijdige betaling van de bedoelde bijdrage. Nu Texaco zelf tekort is geschoten, kan zij Albers c.s. niet tegenwerpen dat zij haar alsnog tot nakoming zou moeten dwingen. Bovendien stelt Texaco dat het pensioenfonds over voldoende middelen beschikt om aan alle verplichtingen te kunnen voldoen. Tot slot geldt dat Texaco niet uitlegt welke effecten een dergelijke betaling zo laat na dato nog ten gunste van Albers c.s. kan hebben.

5.8. Aldus resteert het beroep op verjaring. Albers c.s. stellen dat zij niet wisten van het bestaan van hun vordering totdat zij bekend werden met het arrest van het Hof d.d. 26 januari 2007 waarin deze kwestie zijdelings aan de orde kwam. De kantonrechter onderschrijft dat als startpunt van de verjaring (artikel 3:309 BW) begin 2007 heeft te gelden, nu nergens uit blijkt dat voordien aan hen is bericht dat deze kwestie speelde. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor onder 5.2. is overwogen.

5.9. Anders dan Texaco betoogt, is niet relevant of er sprake is van verrekening of betaling. Als het een loonvordering zou betreffen, zouden Albers c.s. tussen wal en schip vallen. In dat geval immers zijn ze te laat, maar hebben ze dat nooit tijdig kunnen weten omdat ze niet op de hoogte zijn gebracht van het tekortschieten van Texaco en pensioenfonds, zoals hiervoor overwogen. Een redelijke wetstoepassing brengt met zich dat onder het begrip onverschuldigde betaling in de zin van artikel 6:309 BW tevens wordt begrepen een geval als het onderhavige waarin de werkgever werknemerspremies verrekent met het salaris en de werknemer zonder meer mag uitgaan van de veronderstelling dat de werkgever zich houdt aan zijn premieafdrachtverplichtingen aan het pensioenfonds. Het beroep op verjaring gaat dus niet op.

5.10. Ten aanzien van de gevorderde vertragingsrente wordt uitgegaan van de premiebedragen vanaf 10 dagen na afloop van het kalenderkwartaal. Het verzuim is niet pas ingetreden in 2007, zoals Texaco constateert op grond van de door haar in mei 2007 ontvangen aanmaningsbrieven, maar voor het eerst 10 dagen na het eerste kwartaal van 1997. Verwezen wordt naar hetgeen hiervoor onder 5.1. is overwogen.

5.11. De overige stellingen van partijen behoeven geen beoordeling.

5.12. Als in het ongelijk gestelde partij wordt Texaco veroordeeld in de kosten van de procedure.

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om binnen 14 dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan ieder van eisers een gespecificeerde en met bewijsstukken gestaafde opgave te doen van het totaal van de in 1997, 1998 en 1999 op zijn of haar salaris ingehouden pensioenpremie, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom ter hoogte van €. 500,-- per eiser voor iedere dag dat gedaagde in gebreke zou blijven met de volledige nakoming van deze verplichting,

veroordeelt gedaagde aan ieder van eisers het over de jaren 1997, 1998 en 1999 ingehouden bedrag aan pensioenpremies te betalen, vermeerderd met wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW vanaf de dagen van inhouding, tot aan de dag der algehele voldoening,

veroordeelt gedaagde in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eisers (met uitzondering van Van der Burg) begroot op €. 191,44 aan verschotten en op €. 1.000,00 aan salaris gemachtigde (inclusief Van der Burg),

veroordeelt gedaagde in de kosten van de procedure van Van der Burg, aan de zijde van Van der Burg begroot op €. 283,31 aan verschotten en op nihil aan salaris gemachtigde,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen en is uitgesproken ter openbare terechtzitting.