Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD8858

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-05-2008
Datum publicatie
30-07-2008
Zaaknummer
303501 - KG ZA 08-223
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

model- en auteursrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer 303501 / KG ZA 08-223

Uitspraak: 21 mei 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de vennootschap naar Belgisch recht

MEUBELCO BVBA,

gevestigd te Brussel (België),

eiseres,

procureur mr. W.L. Stolk,

advocaat mr. J.L. de Crom,

- tegen -

[gedaagde],

tevens handelend onder de naam Sefa Meubel,

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. C.P. Timmers.

Partijen worden hierna aangeduid als respectievelijk “Meubelco” en “[gedaagde]”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 19 maart 2008;

- pleitnotities en producties en conclusie van dupliek van mr. De Crom;

- pleitnotities en producties van mr. Timmers;

- op 17 april 2008 zijdens [gedaagde] ontvangen aanvullende producties;

- brief d.d. 22 april 2008 van Meubelco met declaratie advocatenkosten;

- brief d.d. 24 april 2008 van [gedaagde] met aanvullende producties;

- brief d.d. 5 mei 2008 van Meubelco met aanvullende producties;

- brief d.d. 6 mei 2008 van [gedaagde];

- brief d.d. 16 mei 2008 van [gedaagde].

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

15 april 2008.

Ter zitting heeft [gedaagde] aan de voorzieningenrechter toegezegd, goede kleurenfoto’s van de collecties, waarvan ter zitting door [gedaagde] is aangegeven dat ze door haar worden gevoerd en ten aanzien waarvan als productie 4 in zwart/wit fotokopieën zijn overgelegd voor 17 april 2008 aan de voorzieningenrechter te verstrekken.

Hierop heeft [gedaagde] op 17 april 2008 aan de voorzieningenrechter kleurenfoto’s doen toekomen van de door haar gevoerde collectielijnen ‘Isabella’ en ‘Irena’ met beschrijvingen van de volgens haar bestaande afwijkingen ten opzichte van de door Meubelco gevoerde collectielijnen onder de namen ‘Romina’ en ‘Samira’.

Op 22 april 2008 heeft Meubelco middels een brief op voornoemde door [gedaagde] in het geding gebrachte producties gereageerd.

Middels een faxbericht (met producties) d.d. 24 april 2008 heeft [gedaagde], tegen de ter zitting gemaakte afspraak in, op de door Meubelco in het geding gebrachte stukken d.d. 22 april 2008 gereageerd. Hierop heeft Meubelco, na daartoe door de voorzieningenrechter in de gelegenheid te zijn gesteld, op 5 mei 2008 middels een brief met aanvullende producties gereageerd.

[gedaagde] heeft per brief d.d. 6 mei 2008 de voorzieningenrechter verzocht op de reactie zijdens Meubelco d.d. 5 mei 2008 te mogen reageren, dan wel dat de als laatst door Meubelco ingebrachte aanvullende producties buiten beschouwing zullen blijven. De voorzieningenrechter heeft [gedaagde] hiertoe tot 16 mei 2008 in de gelegenheid gesteld en heeft het vonnis op 21 mei 2008 gesteld. Op 16 mei 2008 is zijdens [gedaagde] gereageerd op de brief d.d. 5 mei 2008 met aanvullende producties van Meubelco. Hierop heeft Meubelco per brief d.d. 19 mei 2008 gereageerd.

2. De feiten

In dit kort geding wordt van de volgende feiten uitgegaan.

2.1

Meubelco is een in Brussel (België) gevestigde handelsonderneming in meubelen.

[gedaagde] handelt onder de naam ‘Sefa Meubel’, een in Rotterdam gevestigde eenmanszaak in meubelen en vloerbedekking.

2.2

Meubelco is houdster van (onder meer) de navolgende Benelux modelinschrijvingen:

a. Benelux-merkinschrijving voor de slaapkamerlijn genaamd ‘ROMINA’, ingeschreven op 24 april 2007, betreffende:

- een tweepersoonsbed met nummer 67.92-01;

- een kaptafel met nummer 67.92-01;

- een garderobekast met nummer 67.92-03;

- een nachtkastje met nummer 67.92-04.

b. Benelux-merkinschrijving voor de eetkamerlijn genaamd ‘SAMIRA’,

ingeschreven op 16 mei 2007, betreffende:

- een buffetkast met nummer 67.96-01;

- een vitrinekast met nummer 67.96-02;

- een stoel met nummer 67.06-03;

- een eettafel met nummer 67.96-04;

- een TV commode met nummer 67.96-05.

2.3

Op 11 september 2007 heeft mr. De Crom namens Meubelco aan [gedaagde] een brief gestuurd,

inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“ .........

Nadat u eerder meubelen uit de lijn “Romina” en “Samira” van cliënte heeft gekocht,

heeft cliënte thans dienen te constateren dat u gelijkende meubelen aanbiedt en verhandelt die zodanige gelijkenis met de meubelen van cliënte vertonen dat onmiskenbaar vaststaat dat daarmede inbreuk wordt gemaakt op de modelrechten en/of auteursrechten van cliënte, aangezien de betreffende meubelen niet door haar dan wel in haar opdracht zijn vervaar-digd en/of bij haar zijn ingekocht, en zij u tot het aanbieden en verhandelen geen toe-stemming heeft verleend.

Het moge duidelijk zijn dat door uw handelswijze en uw flagrante inbreuk op de rechten van cliënte, cliënte een aanmerkelijke schade lijdt, voor welke geleden en nog te lijden schade cliënte zich uitdrukkelijk alle rechten voorbehoudt.

Gelet op het voormelde, verzoek ik u namens cliënte en voor zover nodig sommeer ik u, uw inbreukmakend handelen met onmiddellijke ingang te staken en gestaakt te houden, schriftelijk opgaaf te doen van de mate en de omvang van de inbreuk, de inbreukmakende producten te vernietigen althans aan mijn cliente ter beschikking te stellen en tenslotte uiteraard alle winst af te dragen die het inbreukmakend handelen u tot op heden heeft opgeleverd.

Om hieraan op snelle en adequate wijze uitvoering te geven, heb ik een onthoudings-verklaring bijgevoegd, terzake waarvan ik u namens cliënte verzoek en voor zover nodig sommeer, om deze volledig en naar waarheid in te vullen en te ondertekenen en deze uiterlijk op donderdag 13 september 2007 voor 17.00 uur aan mij per fax te hebben geretourneerd, bij gebreke waarvan ik opdracht heb u onverwijld en zonder nadere aankondiging in rechte te betrekken.

..........”

2.4

Op 16 oktober 2007 heeft [gedaagde] aan mr. De Crom, als vertegenwoordiger van Meubelco,

een brief gestuurd, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“.........

Pas heb ik van u een brief ontvangen waarin u ons beschuldigd over een inbreuk op de modelrechten en/of auteursrechten op de meubelen die in de collectie van uw cliënt worden aangeduid onder de benaming “samira” en “romina”.

Van de gehele inhoud van de brief heb ik niets kunnen begrijpen.

In uw brief verzoekt u een onthoudingsverklaring af te leggen.

Ook zie ik geen enkel reden om de onthoudingsverklaring in te vullen waarvoor ik verklaring af zou moeten leggen over de punten die u noemt in uw brief, en volgens ondertekenen.

Over de inhoud en de punten die u noemt waarvoor u van mij een ondertekening vraagt is er namelijk geen enkel sprake. Ik begrijp absoluut niet waar dit allemaal over gaat.

.........”

2.5

Op 16 januari 2008 heeft mr. De Crom namens Meubelco aan [gedaagde] een brief gestuurd,

inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“Tot mij heeft zich wederom gewend de vennootschap naar Belgisch recht Meubelco BVBA, gevestigd aan de Rue Stephenson 44-48 te 1000 Brussel, Belgie, met het verzoek haar belangen in dezen te behartigen. Ik bericht u als volgt.

Bij brief aan u van 11 september 2007 heb ik u reeds bericht dat cliënte een handelsonderneming is in meubelen, en onder meer rechthebbende is op de meubelen die in haar collectie worden aangeduid onder de benaming “Romina” en “Samira”.

Afschriften van de betreffende modelregistraties heb ik u bij mijn brief van 11 september 2007 gezonden, tezamen met enige nadere afbeeldingen.

Voorts heb ik u bij mijn brief van 11 september 2007 bericht dat, nadat u eerder meubelen uit de lijn “Romina” en “Samira” van cliënte had gekocht, cliënte als toen heeft dienen te constateren dat u gelijkende meubelen aanbiedt en verhandelt die zodanige gelijkenis met de meubelen van cliënte vertonen dat onmiskenbaar vaststaat dat daarmede inbreuk wordt gemaakt op de modelrechten en/of auteursrechten van cliënte, aangezien de betreffende meubelen neit door haar dan wel in haar opdracht zijn vervaardigd en/of bij haar zijn ingekocht, en zij u tot het aanbieden en verhandelen geen toestemming heeft verleend.

………

Aan deze sommatie heeft u geen gevolg gegeven.

Integendeel, cliënte heeft niet alleen dienen te constateren dat u voormelde betreffende gelijkende meubelen nog steeds aanbiedt en verhandelt, doch heeft daarnaast dienen te constateren dat door u meubelen worden aangeboden welke vrijwel identiek zijn, althans zeer sterk gelijken op de meubelen welke in de collectie van cliënte worden aangeduid onder de benaming “Christy”, “Melissa” en “Naomi”, en terzake van welke meublen cliënte eveneens (auteurs-)rechthebbende is.

………

Cliënte heeft voorts dienen te constateren dat de betreffende meubelen niet alleen door u worden aangeboden en verhandelt, doch tevens dat door u reclame wordt gemaakt voor voormelde meubelen waarbij door u – uiteraard zonder toestemming of goedkeuring van cliënte – fotoafbeeldingen worden gebruikt welke eigendom zijn van cliënte. Ik verwijs u naar uw (paginagrote) advertentie in de krant “Merhabea, uitgave 61 van december 2007. De in deze advertentie door u gebruikte foto’s, zijn foto’s welke eigendom zijn van cliënte en welke u bijgaand mede aantreft.

De betreffende meubelen welke door u worden aangeboden en verhandeld, zijn van een aanzienlijk mindere kwaliteit dan de meubelen van cliënte en worden door u ook tegen aanzienlijk lagere prijzen dan de meubelen van cliënte aangeboden en verhandeld. Als gevolg hiervan heeft cliënte diverse annuleringen van klanten ontvangen, en wordt cliënte aangetast in haar goede eer en naam en heeft zij klanten verloren en dreigt zij nog meer klanten te verliezen aangezien door u – gelet ook op uw advertentie en het volstrekt ten onrechte gebruik door u van de foto’s van cliente – ogenschijnlijk dezelfde meubelen worden aangeboden en verhandeld tegen een aanmerkelijk lagere prijs dan de meubelen

van cliënte.

Een en ander is voor cliënte volstrekt onacceptabel.

Het moge duidelijk zijn dat door uw handelwijze en uw flagrante inbreuk op de rechten van cliënte, cliënte een aanmerkelijke schade lijdt, voor welke geleden en nog te lijden schade cliënte u bij dezen uitdrukkelijk aansprakelijjk stelt, en terzake waarvan cliënte zich uitdrukkelijk alle rechten voorbehoudt.

Gelet op het voormelde, verzoek ik u namens cliente en voor zover nodig sommeer ik u, thans voor de allerlaatste maal, uw inbreukmakend handelen met onmiddellijke ingang

te staken en gestaakt te houden, schriftelijk opgaaf te doen van de mate en de omvang van de inbreuk, de inbreukmakende producten te vernietigen althans aan mijn cliente als zijnde haar eigendom ter beschikking te stellen en tenslotte uiteraard alle winst af te dragen die het inbreukmakend handelen u tot op heden heeft opgeleverd.

………

Ik neem aan dat u van het voormelde goede nota zult nemen.

........”

2.6

In december 2007 en februari 2008 (respectievelijk uitgaven 61 en 62) heeft [gedaagde] met meubelen, waaronder meubelen onder de naam ‘Isabelle’, ‘Irena’ en ‘Catherina’, geadverteerd in de krant ‘Merhaba’.

2.7

Op 3 maart 2008 heeft [X.] (Merhaba Gazetesi) aan [gedaagde] een brief gestuurd, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“........

Hierbij deel ik u me dat de advertenties die zijn verschenen in de nummers 60 en 62 zonder toestemming van Sefa Meubel zijn gepubliceerd.

Deze advertenties hadden niet geplaatst mogen worden.

Wij bieden u daarvoor onze excuses aan.

.........”

2.8

Op 6 februari 2008 heeft [manager], werkzaam als marketing manager bij Meubelco, een schriftelijke door hem ondertekende verklaring afgelegd, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“.........

I am an employee of Meubelco BVBA, establlished and having its registered offices at 1000 Brussel, at the address Stephensonstraat 44-48.

As an employee of Meubelco BVBA, and under the directions and supervision of Meubelco BVBA,………, I have (on behalf of Meubelco BVBA) designed furniture, which is known by Meubelco BVBA under the names:

“Romina”, “Samira”, “Christy”, “Melissa” and “Naomi”, as shown on the pictures connected to this declaration, which mention my initials.

On behalf of Meubelco BVBA I have given orders and instruction to Foshan Yonghaoxuan Furniture Co. Ltd. in China to manufacture this furniture for Meubelco BVBA.

I declare that the foregoing is true and correct.

………”

3. Het geschil

3.1

Meubelco vordert dat het de voorzieningenrechter moge behage om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. [gedaagde] te bevelen om met onmiddellijke ingang zich ervan te zullen onthouden om,

direct of indirect, (verder) inbreuk te maken op het modelrecht en/of het auteurs- recht en alle overige rechten van Meubelco, terzake van de meubelen die in de collectie van Meubelco worden aangeduid onder de benaming “Romina”, “Samira”, “Christy”, “Melissa” en “Naomi” en andere model- en auteursrechten van Meubelco, en meer in het bijzonder de vervaardiging, inkoop, invoer, uitvoer, de verkoop, het te koop aanbieden, het maken van reclame voor, de tentoonstelling, de levering, de exploitatie (in meest ruime zin), het gebruik of het in voorraad hebben c.q. de openbaarmaking en verveelvoudiging te staken, van zaken die overeenstemming vertonen met de meubelen van Meubelco dan wel daarmee slechts ondergeschikte verschillen vertonen c.q. moet(en) worden beschouwd als inbreuk op het modelrecht en/of het auteursrecht van Meubelco en/of dienen te worden beschouwd als nabootsing;

2. [gedaagde] te bevelen binnen acht dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis aan mr. J.L. de Crom te Oosterhout, de advocaat van Meubelco, een door een onafhankelijke accountant gewaarmerkte en waarheidsgetrouwe, door alle relevante bescheiden (orderbonnen, facturen, voorraadadministratie, etc.) gestaafde opgave te verstrekken van:

- gespecificeerde aantallen inbreukmakende meubelen die zij heeft geproduceerd en/of heeft laten produceren, heeft verkocht, geleverd, in bestelling heeft, dan wel in voorraad houdt, onder vermelding van relevante data;

- verkoop- en inkoopprijzen c.q. gespecificeerde kostprijzen daarvan;

- genoten c.q. gegenereerde winst met de verkoop van de inbreukmakende

meubelen;

- de toeleverancier(s) c.q. producent(en), inclusief hun moederonderneming,

van de inbreukmakende meubelen, althans de onderdelen daarvan, en hun

adres-, telefoon-, internet- en telefaxgegevens;

3. [gedaagde] te bevelen binnen acht dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis

op eigen kosten de inbreukmakende meubelen terug te halen bij of van derden c.q. locaties waar de inbreukmakende meubelen naar toe gezonden zijn;

4. [gedaagde] te bevelen binnen acht dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis

op haar kosten de inbreukmakende meubelen, die zij in voorraad heeft en/of toe- of teruggestuurd krijgt, franco huis aan het magazijn van Meubelco te Brussel, België, aan de Rue Stephenson 44-48, af te (doen) geven;

5. [gedaagde] te bevelen binnen acht dagen na betekening van het in deze te wijzen vonnis over te gaan tot het schriftelijk afleggen van rekening en verantwoording, opgesteld door een onafhankelijke accountant, aangaande de door [gedaagde] met de inbreukmakende meubelen genoten c.q. gegenereerde winst en binnen deze termijn van acht dagen over te gaan tot de afdracht van deze genoten c.q. gegenereerde winst aan Meubelco;

6. [gedaagde] te veroordelen tot het verbeuren aan Meubelco van een dwangsom van

€ 5.000,00 voor iedere dag, een gedeelte van een dag daaronder begrepen, dan wel, zulks ter keuze van Meubelco, voor iedere gelegenheid, waarbij/waarop [gedaagde] nalatig is in de strikte nakoming van het voormeld gestelde in het petitum sub 1 tot en met 5;

7. Meubelco te machtigen de goederen die door [gedaagde] aan Meubelco worden toe- en/of teruggestuurd dan wel worden afgeleverd onverwijld en op kosten van [gedaagde] te vernietigen dan wel onbruikbaar te maken, of daarover als haar eigendom te beschikken;

8. [gedaagde] te veroordelen om aan Meubelco, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 10.000,00 (zegge: tienduizend euro), althans enig bedrag dat U Edelachtbare in goede justitie vermeend te behoren, als voorschot op de door Meubleco nog te vorderen schadevergoeding wegens gederfde inkomsten, reputatieverlies en gemaakte kosten voor rechtsbijstand in en buiten rechte, te voldoen binnen acht dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis;

9. overeenkomstig artikel 50 TRIPS-verdrag en artikel 1019i Rv. te bepalen dat eiseres niet eerder dan na ommekomst van een termijn van 6 maanden na het wijzen van het vonnis in kort geding een eis in de hoofdzaak zal dienen in te stellen;

10. [gedaagde] te veroodelen in de kosten van het geding.

3.2

Meubelco legt aan deze vorderingen ten grondslag dat [gedaagde] middels het zonder haar toestemming meubels aan te bieden en te verhandelen die zeer sterk gelijken op de door haar aangeboden meubels inbreuk maakt op haar model- en /of auteursrechten, dan wel onrechtmatig jegens haar handelt. Het betreft meubels uit de lijn ‘Romina’ en ‘Samira’, waartoe Meubelco modelgerechtigd is, en meubels uit de collectie van Meubelco die worden aangeduid met de namen ‘Christy’, ‘Melissa’ en ‘Naomi’, waarop Meubelco intellectuele eigendomsrechten heeft.

Deze door [gedaagde] aangeboden en verhandelde meubelen zijn van een aanzienlijk mindere kwaliteit dan de meubelen van Meubelco en worden door [gedaagde] tegen een aanzienlijk lagere prijs aangeboden en verhandeld. Meubelco lijdt hierdoor schade, omdat zij als gevolg van deze handelswijze van [gedaagde] minder meubelen verkoopt en wordt aangetast in haar goede naam en eer.

3.3

[gedaagde] voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling

4.1

Bij de aanvang van het pleidooi heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt tegen het te laat inbrengen van de producties 13 t/m 18 (in het bijzonder 17 en 18) zijdens Meubelco, omdat dit in strijd is met artikel 6.2 van het procesreglement kort gedingen rechtbanken sector civiel/familie.

De voorzieningenrechter passeert dit bezwaar en overweegt dienaangaande het volgende.

Het in de wet neergelegde procesrecht, dat als uitgangspunt dient, kent geen sanctie op het te laat indienen van processtukken in kort geding. Nu voornoemd procesreglement louter als een algemene richtlijn voor de rechtbanken dient te gelden, zullen - mede in ogenschouw nemend dat het hier korte en eenvoudig te doorgronden processtukken betreft - de producties 13 t/m 18 van Meubelco tot de tot dit kort geding behorende processtukken worden toegelaten. Bovendien heeft - gelet op de stukkenwisseling na de zitting - [gedaagde] kunnen reageren. De goede procesorde is dus niet geschonden.

4.2

In deze procedure stelt Meubelco dat haar het model- en/of auteursrecht toekomt op de door haar onder de namen ‘Romina’ en ‘Samira’ gevoerde meubellijnen en daarnaast het auteursrecht op de door haar onder de namen ‘Christy’, ‘Melissa’ en ‘Naomi’ gevoerde meubellijnen.

4.3

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat de in het geding zijnde modelregistraties van Meubelco nietig zijn, nu de meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ niet nieuw waren ten tijde van de modelregistraties. Ter onderbouwing van haar stelling heeft [gedaagde] aankoopfacturen van Meubelco, Kar Trading International en Rosella Meubelen overgelegd (productie 2 t/m 4).

De voorzieningenrechter overweegt het volgende.

Om voor modelregistraties in aanmerking te komen is, zo blijkt uit artikel 3.3 Benelux- verdrag intellectuele eigendom (hierna: BVIE), vereist dat het model nieuw is en dat het over een eigen karakter beschikt.

Tussen partijen is niet in geschil dat de meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ door Meubelco reeds sinds 2005 op de markt zijn gebracht en dat Meubelco de modelrechten op ‘Romina’ en ‘Samira’ heeft doen registreren op respectievelijk 24 april 2007 en 16 mei 2007. Nu artikel 3.3 BVIE ziet op het vóór de datum van de depotaanvraag op de markt brengen van identieke modellen door een ander dan degene die de aanvraag heeft ingediend, doet het feit dat Meubelco zelf reeds voor de data van het verkrijgen van de modelrechten de meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ op de markt heeft gebracht niet af aan de geldigheid van de verkregen modelrechten.

Meubelco heeft ter zitting aangevoerd en onderbouwd, dat door haar (dan wel door haar werknemers) de meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ zijn ontworpen. [gedaagde] stelt zelf ook wel eens meubels uit deze lijnen bij Meubelco te hebben gekocht. Vervolgens heeft Meubelco de betreffende meubelen in China laten produceren.

De enkele beschikbaarstelling van de meubelen aan derden waar de door [gedaagde] overgelegde aankoop- facturen op zien - nog daargelaten dat die stukken nog wel enige vragen oproepen - doet aan de nieuwheid niet af, nu zeker niet ondenkbaar is dat, zoals Meubelco ter zitting heeft gesteld, deze aankopen zijn geschied ten gevolge van misbruik door Kar Trading International, Rosella Meubelen en/of (een van) de Chinese ontwerper(s) jegens de ontwerper Meubelco.

4.4

Nu voorshands aannemelijk is dat voldaan is aan de nieuwheidseis en de onder 2.2 genoemde modelinschrijvingen door Meubelco in zoverre rechtmatig zijn verkregen, komt vervolgens de vraag aan de orde of de door Meubelco gevoerde meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ over een eigen karakter beschikken.

Ter beantwoording van deze vraag dient een vergelijking van totaalindrukken te worden gemaakt tussen voornoemde meubels van Meubelco en overeenstemmende modellen, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de mate van vrijheid van de ontwerper, evenals met de aard van het product en de bedrijfstak waarmee het is verbonden. Daarbij zij opgemerkt dat deze toetsingscriteria bij de aanvraag voor de modelrechten van de ‘Romina’ en ‘Samira’ al marginaal aan de orde zijn geweest.

Gelet op ondermeer de afwisseling van donker met licht hout, de vlakindelingen van de meubelstukken, de inkervingen op de poten en de zijkanten van de meubels, de aparte handgrepen en andere kleine accenten in onderlinge samenhang bezien, zoals bij de ‘Romina’ meubellijn de opstaande rand van het bed met de hoofdsteunen en met de kwastjes, de aparte poten van de kaptafel en de nachtkastjes en bij de ‘Samira’ meubellijn het vormgegeven metaal onder de tafelbladen en de stoelen met in de rugleuning drie metalen rondjes, die terugkomen in de buffetkast en vitrinekast is hier voorshands sprake van een eigen karakter van beide meubellijnen.

De door Meubelco gevoerde meubellijnen genaamd ‘Romina’ en ‘Samira’ genieten naar voorlopig oordeel dus modelrechtelijke bescherming.

4.5

Vervolgens is de vraag aan de orde of de door [gedaagde] gevoerde meubellijnen onder de namen

‘Isabella’ en ‘Irena’ zijn aan te merken als meubellijnen dan wel meubels waartegen Meubelco haar modelrechtelijke bescherming geldend kan maken, hetgeen door [gedaagde] wordt betwist.

4.5.1

Vooropgesteld zij dat de voorzieningenrechter bij de beantwoording van deze vraag de door Meubelco overgelegde producties 17 en 18 buiten beschouwing laat, gelet op het feit dat [gedaagde] uitdrukkelijk en gemotiveerd heeft betwist dat de als productie 17 overgelegde leverbon van haar winkel afkomstig is en dat de als productie 18 overgelegde foto’s in haar winkel genomen zijn. Dat deze stellingen van Meubelco juist zijn is onvoldoende aannemelijk geworden om daarvan thans te kunnen uitgaan.

Dat de gepubliceerde advertenties in ‘Merhaba’ onder de namen ‘Isabella’en ‘Irena’ de meubels van de lijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ weergeven is op zichzelf erkend, maar [gedaagde] stelt dat het hier een vergissing betreft. Hoewel die stelling op zichzelf niet zeer aannemelijk is kan, gelet op de excuusbrief d.d. 3 maart 2008 (zie onder 2.7) aangaande de in de krant ‘Merhaba’ verschenen advertenties aangaande de meubelen ‘Isabella’en ‘Irena’ binnen dit kort geding, waar voor verdere bewijsvoering geen plaats is, niet het - voorshands - bewijs worden ontleend dat [gedaagde] de in de advertentie afgebeelde meubelen ook werkelijk heeft verkocht.

4.5.2

Nu [gedaagde] ter zitting heeft aangegeven de meubellijnen ‘Isabella’ en ‘Irena’ - zoals weergegeven in de door haar overgelegde productie 4 - te verkopen, zal productie 4 dienaangaande in combinatie met de op 17 april 2008 door [gedaagde] overgelegde kleurenfoto’s

als uitgangspunt dienen voor de beoordeling of [gedaagde] inbreuk maakt op de modelrechten van Meubelco aangaande de meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’.

De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande het volgende.

Het bed van de door [gedaagde] gevoerde slaapkamermeubellijn ‘Isabella’ maakt naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter inbreuk op het modelrecht van het door Meubelco gevoerde modelrecht op het tweepersoonsbed (met Benelux-merkinschrijvings-nummer 67.92-01) van de door haar gevoerde meubellijn ‘Romina’ gelet op de afwisseling van donker met lichter gekleurd hout, het opstaande hoofdeinde met daarin dezelfde bewerking in combinatie met de kwastjes en de gemaakte inkervingen in het hout, zijnde in onderlinge samenhang bezien de kenmerken die zo karakteristiek zijn voor dit bed.

Daarnaast is er voor zover het het tweepersoonsbed uit de slaapkamerlijn ‘Isabella’ betreft sprake van onrechtmatig handelen door [gedaagde], nu uit voornoemd feitenbestand blijkt dat sprake is van een slaafse nabootsing.

Een inbreuk op de modelrechtelijke bescherming, dan wel onrechtmatig handelen door [gedaagde] van de overige meubels uit de lijn ‘Romina’ (een kaptafel, een garderobekast en een nachtkastje) en de meubellijn ‘Samira’ is voorshands binnen dit kort geding onvoldoende aannemelijk geworden. De meubels getoond op productie 4 en de door gedaagde d.d. 17 april 2008 overgelegde foto’s wijken te zeer af van de foto’s van de ‘Romina’- en ‘Samira’ meubels die Meubelco heeft overgelegd. Hiervoor zal nadere bewijsvoering in een bodemprocedure, mede gelet op het onder 4.5.1 overwogene, noodzakelijk zijn.

4.6

Voorts heeft Meubelco aangevoerd, hetgeen door [gedaagde] wordt betwist, dat [gedaagde] inbreuk maakt op haar auteursrechten aangaande de door haar gevoerde meubellijnen onder de namen ‘Christy’, ‘Melissa’ en ‘Naomi’.

De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande het volgende.

Voor het auteursrecht is van belang of de door Meubelco gevoerde modellijnen ‘Christy’, ‘Melissa’ en ‘Naomi’ voldoen aan de uit het auteursrecht voorvloeiende vereisten van nieuw en oorspronkelijk werk dat het persoonlijk stempel van de maker draagt.

Voorshands is binnen dit kort geding door Meubelco niet aannemelijk gemaakt dat de meubels in deze modellijnen als nieuw en oorspronkelijk werk zijn aan te merken. Meubelco heeft ter zitting ook zelf aangegeven dat een gedeelte van dit assortiment door leveranciers al gedurende lange tijd op de markt wordt gebracht.

Nu naar voorlopig oordeel door Meubelco niet aannemelijk is gemaakt dat zij op de meubellijnen ‘Christy’, ‘Melissa’ en ‘Naomi’ auteursrecht bezit, zal de vordering voor zover het deze meubellijnen betreft worden afgewezen.

Gelet op het voorgaande is er daarnaast geen sprake van onrechtmatig handelen door [gedaagde] dienaangaande, nu niet is gebleken van slaafse nabootsing(en) welke een vorm van onge- oorloofde mededinging oplevert.

4.7

Het voorgaande leidt er kort gezegd toe dat de vordering van Meubelco strekkende tot het verbod voor [gedaagde] het tweepersoonsbed uit de slaapkamermeubellijn ‘Isabella’ te vervaardigen, in te kopen, in te voeren, uit te voeren, te verkopen, te koop aan te bieden, reclame te maken voor, ten toon te stellen en te leveren zal worden toegewezen, nu uit het voorgaande blijkt dat Meubelco rechthebbende is op het bed uit de ‘Samira’-lijn waarvan dit een slaafse nabootsing is en aannemelijk is dat [gedaagde], in strijd met de rechten van Meubelco, dergelijke bedden heeft verhandeld etc. een en ander in voege als hierna in het dictum bepaald. Op die grond zal ten aanzien van dat bed ook worden toegewezen hetgeen onder

4 en 7 is gevorderd. De voorzieningenrechter ziet aanleiding de dwangsom te matigen en te maximeren.

Voorts zal [gedaagde] worden veroordeeld tot het onder 1 gevorderde verbod ten aanzien van meubels die te zeer lijken op de door Meubelco gevoerde meubellijnen ‘Romina’ en ‘Samira’ (voor de andere meubels dan het bed). Ook van deze lijnen is gelet op het voorgaande aannemelijk dat Meubelco rechthebbende is. Weliswaar is van de andere meubels dan voornoemd bed niet voorshands gebleken dat [gedaagde] op die rechten inbreuk heeft gemaakt, maar gelet op de verhandeling van het bed enerzijds en voorgenoemde advertenties anderzijds, is de vrees van Meubelco dat [gedaagde] zich aan dergelijke inbreuken schuldig zal maken naar voorlopig oordeel gerechtvaardigd, zodat voldoende aanleiding is voor een verbod.

Het overigens onder 1, 4, 6 en 7 gevorderde en het onder 2, 3 en 5 gevorderde zal worden afgewezen, gelet op de aard van de onderhavige procedure, waarbij sprake dient te zijn van maatregelen die op korte termijn noodzakelijk zijn, en/of het gegeven dat het voorshands niet binnen de macht van [gedaagde] lijkt te liggen aan die vorderingen gevolg te geven.

4.8

Nu de toe te wijzen vordering een voorlopige maatregel vormt als bedoeld in art. 50 lid 1 TRIPs-Verdrag, moet ingevolge artikel 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering een termijn worden bepaald voor het instellen van de eis in de hoofdzaak. De hierna te bepalen termijn wordt daartoe redelijk geacht.

4.9

Meubelco heeft vergoeding op grond van artikel 14 van de Richtlijn 2004/48/EG van 29 april 2004 gevorderd van de door haar werkelijk gemaakte proceskosten, inclusief advocaatkosten. Meubelco heeft haar vordering terzake beperkt tot een bedrag van (afgerond) € 40.000,--.

In het licht van genoemde richtlijn zal de voorzieningenrechter voor de proceskosten- veroordeling in intellectuele eigendomszaken moeten komen tot een veroordeling van

de redelijke en evenredige kosten, te toetsen aan de billijkheid.

Nu de vordering van Meubelco gedeeltelijk is toegewezen, acht de voorzieningenrechter het, in het kader van een richtlijnconforme interpretatie van artikel 1019h, in het onderhavige geval redelijk en billijk om de vordering strekkende tot vergoeding van de werkelijk door Meubelco gemaakte proceskosten een gedeelte toe te wijzen als volgt.

De voorzieningenrechter zal, buiten het vastrecht, de advocaatkosten voor een bedrag van € 25.000,-- toewijzen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat Meubelco deze kosten voor juridische bijstand voldoende heeft onderbouwd. Het toe te wijzen bedrag geldt als voorschot op en ter nadere verrekening met hetgeen [gedaagde] in de bodemprocedure (mogelijk) zal blijken verschuldigd te zijn.

4.10

[gedaagde] zal, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. Deze kosten worden aan de zijde van Meubelco begroot op:

- verschotten € 254,--

- salaris voor de advocaat € 25.000,--

Totaal € 25.254,--

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

verbiedt [gedaagde] om na betekening van dit vonnis het tweepersoonsbed uit de door [gedaagde] gevoerde meubellijn ‘Isabella’ alsmede andere meubels, die slechts op ondergeschikte punten verschillen vertonen met de meubels uit de door Meubelco gevoerde meubellijnen

‘Romina’ en ’Samira’ te vervaardigen, in te kopen, in te voeren, uit te voeren, te verkopen, te koop aan te bieden, reclame te maken voor, ten toon te stellen en te leveren, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,= voor iedere dag dat en elk meubelstuk waarmee [gedaagde] dit gebod overtreedt, tot een maximum van € 100.000,=;

beveelt [gedaagde] om binnen acht dagen na betekening van dit vonnis op haar kosten de tweepersoonsbedden uit de door [gedaagde] gevoerde meubellijn ‘Isabella’, die zij in voorraad heeft en/of toe- of teruggestuurd krijgt, franco huis aan het magazijn van Meubelco te Brussel, Belgïe, aan de Rue Stephenson 44-48, af te (doen) geven, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,= voor iedere dag dat [gedaagde] hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 50.000,=;

machtigt Meubelco de tweepersoonsbedden uit de door [gedaagde] gevoerde meubellijn ‘Isabella’ die aan Muebelco worden toe- en/of teruggestuurd dan wel worden afgeleverd onverwijld en op kosten van [gedaagde] te vernietigen dan wel onbruikbaar te maken, of daarover als haar eigendom te beschikken;

bepaalt de termijn waarbinnen op grond van artikel 1019i Wetboek van Burgerlijke Rechts-vordering een bodemprocedure aanhangig dient te worden gemaakt op drie maanden vanaf de dag van het wijzen van dit vonnis;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Meubelco begroot op € 25.254,-- (vijfentwintigduizend tweehonderd en eenenvijftig euro);

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, voorzieningenrecher, in tegenwoordigheid van mr. H.C.Fraaij, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting

1862/106