Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD8855

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-05-2008
Datum publicatie
30-07-2008
Zaaknummer
307125 - KG ZA 08-437
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

zorgovereenkomst - artikel 7:460 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2008, 179
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer 307125 / KG ZA 08-437

Uitspraak: 22 mei 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

[eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser,

procureur mr. A.K. Ramdas,

- tegen -

de stichting Stichting Humanitas Thuiszorg en

Maatschappelijke Dienstverlening Rotterdam,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. J.A.G. Kleingeld-Noorloos.

Eiser wordt hierna aangeduid als “[eiser]” en gedaagde wordt hierna aangeduid als “Humanitas”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 14 mei 2008;

- producties van mr. Ramdas;

- conclusie van antwoord en producties van mr. Kleingeld-Noorloos.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

19 mei 2008.

2. De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1

Op 11 april 2008 is tussen partijen een overeenkomst dienstverlening gesloten, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

De heer [eiser] ontvangt minimaal 7 uur per week verzorging en minimaal 1 uur per week verpleging via het Bureau Particuliere Thuiszorg.De zorg wordt dagelijks geleverd. De kosten van de verzorging bedragen € 29,00 per uur van 07.00 tot 20.00 uur en € 40,90 tijdens avond/nacht/weekend. Voor de verpleging bedragen de kosten € 34,55 per uur van 07.00 uur tot 20.00 uur en € 48,10 per uur tijdens avond/nacht/weekend.

Deze overeenkomst gaat in op 08-04-2008 en is geldig voor onbepaalde tijd.

De levering van deze diensten zal plaatsvinden conform de leveringscondities welke u bekend zijn en waarmee u zich akkoord heeft verklaard.

………”

2.2

Op 24 april 2008 heeft mevrouw [directeur], directeur van Humanitas, aan

mr. Ramdas, de raadsman van [eiser], een brief gestuurd, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

De reden voor het voorlopig stopzetten van de zorgverlening aan de heer [eiser] ligt gelegen in het feit dat de heer [eiser] meermalen een medewerker van Humanitas Thuiszorg verbaal heeft bedreigd.

Hiervan heeft Humanitas Thuiszorg een melding gemaakt bij de politie.

Ondergetekende heeft telefonisch met de heer [eiser] afgesproken dat Humanitas Thuiszorg bereid is de zorgverlening te hervatten mits de heer [eiser] geen verbale bedreigingen meer zal uiten richting onze medewerkers en er duidelijkheid is omtrent de mogelijkheden voor een hoog laag bed.

Humanitas Thuiszorg zal onderzoeken op welke wijze er een hoog laag bed kan worden aangeschaft zonder dat dit verregaande consequenties heeft voor de heer [eiser].

Hierbij zal gekeken worden naar de arbeidsomstandighedenwet en de hieruit voort-vloeiende bepalingen voor fysieke belasting.

………”

2.3

Op 7 mei 2008 schrijft heeft mevrouw [directeur], directeur van Humanitas, aan mr. Ramdas, een brief gestuurd, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Naar aanleiding van dit schrijven delen wij u mee dat wij niet het voornemen hebben om de zorg aan de heer [eiser] te hervatten. Wij wensen het contract met de heer [eiser] te beëindigen.

De reden hiervoor ligt gelegen in het feit dat wij vier schriftelijke meldingen hebben van verbale bedreigingen van de heer [eiser] richting onze medewerkers. Deze meldingen staan geregistreerd door middel van het MIZ (Melding Incident Zorg) systeem (verplichting Inspectie voor de Volksgezondheid). Hiernaast zijn er ook vele medewerkers van ons telefonisch door hem onheus bejegend.

We wijzen u erop dat de heer [eiser] zich, door het tekenen van de zorgovereenkomst Humanitas Thuiszorg, akkoord heeft verklaard met onze leveringsvoorwaarden.

Hierin staat bij punt 3.3 het volgende:

De cliënt en de zorgverleners zijn gehouden elkaar volgens algemeen aanvaardbare omgangs-vormen te bejegenen en alle vormen van discriminatie, geweld, seksuele en/of verbale intimidatie achterwege te laten.

De directeur thuiszorg heeft de bevoegdheid om, na gedegen onderzoek, de zorg aan een cliënt te beëindigen indien daar gegronde aanleidingen voor zijn.

Ondergetekende heeft meerdere instanties benaderd om te onderzoeken of de zorgverlening aan de heer [eiser] wederom gestart kon worden. Deze instanties waren unaniem in hun uitspraak niet mee te willen werken aan zorgverlening aan de heer [eiser] vanwege verbale agressie in het verleden.

Voor het hervatten van de zorgverlening aan de heer [eiser] is geen enkele basis van vertrouwen meer. Op 29 april jl. heeft de heer [eiser] telefonisch aan ondergetekende meegedeeld dat onze organisatie moet doen wat hij wil en dat hij gewend is dit af te dwingen via een kort geding. Gezien de blijvend dreigende houding van de heer [eiser] is het onmogelijk om de vertrouwensband te herstellen.

Omdat we beseffen dat de heer [eiser] zorg nodig heeft, willen we het volgende voorstel doen. We leveren de heer [eiser] nog 14 dagen zorg. Deze zorg zal bestaan uit het aan- en afdoen van de manchetten twee keer per dag. We zullen niet de benen van de heer [eiser] zwachtelen omdat dit door het overgewicht van de heer niet mogelijk is. We houden ons derhalve aan de eerste zorgvraag die gesteld is, namelijk het aan en uitdoen van de beenmanchetten. In deze 14 dagen heeft de heer [eiser] de mogelijkheid om een andere zorgverlener te zoeken.

We willen wel dat de heer [eiser] deze brief ondertekent voor akkoord.

We zullen onze medewerker de opdracht geven om zich te houden aan de zorgvraag (het aan- en uitdoen van de manchetten).

Wanneer de heer [eiser] zich weer verbaal agressief gedraagt mogen de medewerkers direct het huis verlaten en wordt er geen zorg meer geleverd.

Wij verzoeken u vriendelijk uw cliënt te verzoeken geen contact met Humanitas Thuiszorg op te nemen en verder contact via u als zijn advocaat te laten verlopen.

………”

[eiser] heeft geweigerd deze brief voor akkoord te tekenen.

2.4

In de schriftelijke uitwerking van [zorgteammanager], zorgteammanager bij Humanitas, over het contact van [eiser] met de zorgverleners van Humanitas staat - voor zover hier relevant -

het volgende:

“………

Op basis hiervan is dhr vreselijk boos geworden en is toen iedere 10 minuten gaan bellen. Hij heeft hierbij op zeer agressieve manier bedreigingen geuit naar zowel de organisatie als naar mij als persoon.

………

Tijdens mijn gesprek met [X.] kwam de avonddienst terug op kantoor en gaf aan dat dhr het CT-nummer continue belde en zeer agressief was. Dhr. Dreigde hierbij de mdw-ster alle hoeken van de kamer te laten zien als zij niet zou komen. Mijn mdw-ster geeft hierbij aan niet naar dhr te willen gaan. Op basis van de tonatie van dhr heb ik op dat moment de telefoon aangenomen en dhr aangegeven dat hij met deze bedreigingen naar mijn mdw-ster nu echt te ver is gegaan, dat we aangifte gaan doen, en de zorg per direct wordt gestopt aangezien ik niet de verantwoording kan nemen om iemand langs te laten komen.

………

Een paar uur daarna belde hij zeer agressief en dreigend op dat de zorg moest komen.

………”

2.5

Op 22 april 2008 heeft [zorgteammanager] een meldingsformulier ongewenst gedrag opgemaakt, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Datum incident: 18 april 2008

………

Soort ongewenst gedrag

………

x Anders, namelijk bedreigingen (verbaal)

………

Dhr ’s middags 18/4 een ultimatum gesteld in het verbeteren van de werkomstandigheden bij dhr thuis. Dhr uitte hierbij veel onvrede en boosheid en dreigde met rechtzaak en niet betalen van geleverde PGB-zorg. Besproken de situatie na het weekend te beoordelen. Dhr werd steeds bozer, gaf aan niet verantwoordelijk te zijn, ons financieel uit te kleden, mij persoonlijk kapot te maken en mijn huis af te nemen. Dhr was moeilijk af te remmen en draafde erg door. Gesprek afgebroken, gezegd maandag 21/4 te bellen. Dhr bleef bellen, na afsluiten van kantoor is zijn telefoon via centrale doorverbonden met contactpersoon. Dhr was zeer boos en gaf aan mw alle hoeken van de kamer te laten zien als ze kwam. Ik heb de zorg per direct gestopt en overgedragen aan directeur/achterwacht. Tevens telefonische melding bij politie.”

2.6

Op 15 mei 2008 2008 heeft [verzorgende], werkzaam als verzorgdende B bij Humanitas, een meldingsformulier ongewenst gedrag opgemaakt, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Datum incident: 18 april 2008

………

Soort ongewenst gedrag

………

x Anders, namelijk bedreigingen

………

Dhr. belde op en begon te schelden, te bedreigen en zei dat er niemand meer hoefde te komen en dat als er iemand kwam dan zou dhr. [eiser] diegene in elkaar slaan.

En dhr. bleef maar doorgaan met praten en schelden zonder dat ik er tussen kon komen,

dhr. bleef ook constant bellen.”

2.7

Op 23 april 2008 heeft [wijkverpleegkundige], werkzaam als wijkverpleegkundige bij Humanitas, een meldingsformulier ongewenst gedrag opgemaakt, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Datum incident: 18 april 2008

………

Soort ongewenst gedrag

………

x Verbale agressie

………

Dhr. is door centrale doorverbonden naar de contactpersoon van de avondzorg. Dhr was verbaal en boos en uitte zich hierbij dreigende taal, zoals ik ga je breken en laat je alle hoeken van de kamer zien als je komt, ben toen terug gegaan naar kantoor en mijn zorgteammanager dit vertelt en laten hoor door de telefoon hoe dhr. mij te woord stond. zorgteammanager heeft toen zorg stop gezet.”

2.8

Op 15 mei 2008 heeft [medewerker], werkzaam bij Humanitas, een meldingsformulier ongewenst gedrag opgemaakt, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Datum incident: 23 april 2008

………

Soort ongewenst gedrag

………

x Verbale agressie

………

Telefonisch contact opgenomen met dienst omdat hij de telefoniste bleef bellen en lastig vallen met opmerkingen. Uitgelegd wat de afspraken waren die ik de dag daarvoor gemaakt met dhr. Vervolgens ging dhr schreeuwen tegen mij en was niet meer voor rede vatbaar. Uiteindelijk heb ik de verbinding verbroken.”

2.9

Op 23 april 2008 heeft [medewerker 2], werkzaam bij Humanitas, een meldingsformulier ongewenst gedrag opgemaakt, inhoudende - voor zover hier van belang - het volgende:

“………

Soort ongewenst gedrag

………

x Verbale agressie

………

Op 23 april heb Dhr. [eiser] 2x gebeld met de mededeling dat hij stappen ging ondernemen tegen Humanitas, omdat de zorg tijdelijk is gestopt omdat hij geen hoog/laag bed had.

[X.] zou het uitzoeken daar kon hij niet op wachten. zijn been is hierdoor dikker geworden. Fysio zou de schade op papier zetten. Humanitas is hier aansprakelijk voor; materieel en immaterieel.

3. Het geschil

3.1

[eiser] vordert, dat het de voorzieningenrechter behage om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Humanitas te veroordelen om de zorgverlening zoals neergelegd in de overeenkomst dienst-verlening van 11 april 2008 onverwijld te hervatten dan wel binnen twee dagen na betekening van het te wijzen vonnis de zorgverlening te hervatten met verbeurte van een dwangsom van € 500,00 voor iedere keer dat Humanitas in gebreke mocht blijven voor het leveren van zorgverlening, met veroordeling van Humanitas in de kosten van de onderhavige procedure met inbegrip van het salaris van gemachtigde.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan zijn vordering in essentie ten grondslag gelegd, dat Humanitas de met hem gesloten overeenkomst (zie onder 2.1) dient na te komen, nu de beëindiging van de zorgverlening grote lichamelijke gevolgen heeft voor [eiser].

3.3

Humanitas heeft gemotiveerd verweer gevoerd waarop in het kader van de beoordeling

- zo nodig - zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1

Vooropgesteld zij dat partijen met elkaar een zorgovereenkomst hebben gesloten voor onbepaalde tijd en dat - gelet op artikel 7:460 BW - een dergelijke overeenkomst slechts opzegbaar is wegens gewichtige redenen.

4.2

Binnen dit kort geding is voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] zich op 18 en 23 april 2008 telefonisch agressief heeft opgesteld naar medewerkers van Humanitas toe en daarnaast medewerkers van Humanitas heeft lastig gevallen door voortdurend te bellen.

Het hoeft geen betoog dat dit gedrag van [eiser] niet door de beugel kan en dat [eiser] - indien hij overlegt met Humanitas dan wel zijn onvrede wil uiten - de normale fatsoens-normen in acht dient te nemen.

Ter beoordeling ligt de vraag of voornoemd gedrag van een zodanige kwalijke orde is dat sprake is van - gelet op artikel 7:460 BW - gewichtige redenen op grond waarvan Humanitas rechtmatig, gelet op alle omstandigheden van het geval, de met [eiser] d.d.

11 april 2008 gesloten zorgovereenkomst heeft opgezegd.

4.3

De voorzieningenrechter overweegt dienaangaande het volgende.

De door Humanitas geboden zorg in het kader van de zorgovereenkomst is voornamelijk gericht op het verzorgen van de benen van [eiser]. Enerzijds is het voorshands voldoende aannemelijk dat [eiser] door het ontberen van deze zorg gezondheidsschade oploopt en momenteel node zorg ontbeert. Anderzijds heeft Humanitas als zorginstelling in te staan voor haar personeel. Bovendien moet Humanitas op basis van wederzijds vertrouwen de door haar beschouwde meest optimale zorg aan [eiser] kunnen verlenen.

Humanitas heeft naar voorlopig oordeel voldoende aannemelijk gemaakt dat het zwachtelen van de benen van [eiser] niet tot de verantwoorde mogelijkheden behoort van de zorgverlening, zolang [eiser] nog niet beschikt over een hoog/laag bed. Dat de kosten van een dergelijk bed niet voor rekening van Humanitas dienen behoren te komen, komt voorshands aannemelijk voor. Gelet hierop zal de zorg voor de benen van [eiser] zich dan ook hoofdzakelijk beperken, zolang het hoog/laag bed nog niet is geleverd, tot het om- en afdoen van manchetten.

4.4

Gelet op alle feiten en omstandigheden waarbij zwaar meeweegt dat [eiser] door het ontberen van deze zorg gezondheidsschade oploopt en er momenteel op korte termijn geen andere zorgaanbieder voor [eiser] - zoals Humanitas ter zitting heeft verklaard - beschikbaar is, is er voorshands - hoe kwalijk de telefonische bedreigingen ook zijn - geen sprake van gewichtige redenen op grond waarvan Humanitas de zorgovereenkomst rechtsgeldig mocht opzeggen.

4.5

De vordering van [eiser] zal dan ook worden toegewezen zoals hierna in het dictum vermeld, met dien verstande dat [eiser] zich in de toekomst onthoudt van bedreigingen in welke vorm dan ook en dat Humanitas binnen de zorgovereenkomst als de deskundige op het gebied van de aangeboden zorg dient te gelden, ook als dit - gedurende de tijd dat [eiser] nog geen hoog/laag bed tot zijn beschikking heeft - inhoudt dat de zorg zich beperkt tot het om- en afdoen van manchetten.

De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding tot veroordeling van de gevorderde dwangsom, gelet op de positie die Humanitas als zorginstelling in het maatschappelijk verkeer inneemt.

4.6

In de omstandigheden van de zaak wordt aanleiding gevonden dat iedere partij eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

veroordeelt Humanitas om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis de zorgverlening zoals neergelegd in de overeenkomst dienstverlening van 11 april 2008 te hervatten;

compenseert de proceskosten aldus dat partijen de eigen kosten dragen;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. van Steenderen-Koornneef, in het bijzijn van

mr. H.C. Fraaij, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting

1862/1917