Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD7203

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-07-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
310163 / HA RK 08-196
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wraking afgewezen. De enkele omstandigheid dat de rechter ter zitting desgevraagd meermalen heeft geweigerd over te gaan tot voorlezing van datgene wat de griffier op die zitting had vastgelegd als gesproken door de raadsman, levert naar het oordeel van de rechtbank geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter niet onpartijdig was, althans dat de bij verzoeker daaromtrent bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Meervoudige kamer voor wrakingszaken

Zaaknummer : 310163

Rekestnummer : HA RK 08-196

Parketnummer : 10/750091-07

Uitspraak : 15 juli 2008

Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:

[naam verzoeker],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

preventief gedetineerd in P.I. Rijnmond, locatie "De IJssel" te Krimpen aan den IJssel,

verzoeker,

strekkende tot wraking van mr. [naam rechter], vice-president in de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht (hierna: de rechter).

1. Het procesverloop en de processtukken

Ter zitting van 4 juli 2008 is door de meervoudige kamer van deze rechtbank, van welke kamer de rechter voorzitter is, het onderzoek hervat in de de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak onder bovenvermeld partketnummer.

Bij gelegenheid van die behandeling heeft de raadsman van verzoeker de rechter gewraakt.

De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hierboven omschreven strafzaak, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van de hiervoor omschreven zitting.

Verzoeker, zijn raadsman, de rechter, alsmede de officier van justitie zijn verwittigd van de datum waarop het wrakingsverzoek zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.

De rechter is in de gelegenheid gesteld voorafgaande aan de zitting schriftelijk te reageren. De rechter heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt.

Ter zitting van 8 juli 2008, alwaar de gedane wraking is behandeld, zijn verschenen: verzoeker, zijn raadsman mr. [naam advocaat], alsmede de officier van justitie mr. [naam ovj].

De raadsman heeft - mede aan de hand van pleitaantekeningen - het standpunt van verzoeker nader toegelicht.

Behalve de hiervoor genoemde stukken heeft de wrakingskamer voorts nog kennis genomen van het fax-bericht van de raadsman van verzoeker, gedateerd 7 juli 2008.

2. Het verzoek en het verweer daartegen

2.1

Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft verzoeker aangevoerd hetgeen is verwoord in voormeld fax-bericht van 7 juli 2008, waarvan een door de griffier gewaarmerkte fotokopie aan deze beslissing is gehecht en waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast wordt beschouwd.

2.2

De rechter heeft niet in de wraking berust.

De rechter bestrijdt deels de feitelijke grondslag van het verzoek en heeft overigens te kennen gegeven dat geen sprake is van een omstandigheid die grond tot wraking van de rechter kan opleveren.

3. De beoordeling

Door de rechter is aangevoerd dat het verzoek tot wraking ter zitting niet is gemotiveerd.

De rechtbank volgt dat standpunt niet. Gelet op het verloop van de terechtzitting moet het de rechter duidelijk geweest zijn dat het verzoek tot wraking zijn grond vond in de omstandigheid dat de rechter tot tweemaal toe weigerde gevolg te geven aan het verzoek van de raadsman om over te gaan tot voorlezing van hetgeen de griffier uit de mond van de raadsman had vastgelegd. Daarenboven heeft de raadsman het verzoek tot wraking zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk was nader uitgewerkt in het faxbericht van 7 juli 2008.

Verzoeker is derhalve ontvankelijk in het verzoek.

Aan de door verzoeker aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.

Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de - beweerdelijk - bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter jegens verzoeker een vooringenomenheid koestert - objectief - gerechtvaardigd is.

De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. De enkele omstandigheid dat de rechter ter zitting van 4 juli 2008 desgevraagd meermalen achtereen heeft geweigerd over te gaan tot voorlezing van datgene wat de griffier op die zitting had vastgelegd als gesproken door de raadsman, levert naar het oordeel van de rechtbank geen zwaarwegende aanwijzing op voor het oordeel dat de rechter niet onpartijdig was, althans dat de bij verzoeker daaromtrent bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

De wraking is mitsdien ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen.

4. De beslissing

Wijst af het verzoek tot wraking van mr. [naam rechter].

Deze beslissing is gegeven op 15 juli 2008 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. L.A.C. van Nifterick en mr. P. Vrolijk, rechters.

Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.

Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste rechter en de griffier ondertekend.