Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD7171

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
287970 / HA ZA 07-1750
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident op de voet van artikel 843a Rv (exhibitie-indicent). In het vorige tussenvonnis is de incidentele vordering van gedaagde in de hoofdzaak (grotendeels) toegewezen. Vervolgens onttrekt de procureur van gedaagde zich. Aan de orde is thans nog de proceskostenveroordeling, waaronder de proceskostenveroordeling in het incident. Verder komt het bepaalde in artikel 843a lid 1 Rv nog aan de orde dat de eiser in het exhibitie-incident gehouden kan zijn de kosten voor het verschaffen van inzage enz te vergoeden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 287970 / HA ZA 07-1750

Uitspraak: 25 juni 2008 (bij vervroeging)

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

Mr. Maria Josepha COOLS q.q., handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FUTURE GREEN OFFICE PRODUCTS HOLDING B.V., gevestigd te Mijdrecht,

kantoorhoudend te Utrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv,

procureur mr. J. W. Bitter,

advocaat mr. C.A. Schreuder te Utrecht,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEESPIERSON INFORMAL OPPORTUNITY FUND B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseressen in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv,

procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

advocaat mr. F. Kemp te Amsterdam.

Partijen blijven hierna aangeduid als “de curator” respectievelijk "MIO".

1 Het procesverloop

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis d.d. 19 maart 2008, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- akte na tussenvonnis aan de zijde van MIO;

- akte na tussenvonnis aan de zijde van de curator.

2 De verdere beoordeling van het geschil in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv

2.1

In voormeld tussenvonnis van 19 maart 2008 is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating bij akte door MIO over de vraag of de curator met de stukken die zij door middel van producties 6-10 bij haar incidentele conclusie na tussenvonnis van 27 februari 2008 in het geding heeft gebracht heeft voldaan aan de incidentele vordering van MIO.

2.2

MIO heeft vervolgens bij akte aangegeven dat de curator heeft voldaan aan de incidentele vordering, hetgeen door de curator - vanzelfsprekend - niet is weersproken. Daarmee ligt de incidentele vordering voor afwijzing gereed.

2.3

Niettegenstaande het bovenstaande is het debat tussen partijen over de toe te wijzen (proces)kosten in dit incident nog niet gesloten.

2.4

Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat verstrekking van bescheiden geschiedt op kosten van de verzoeker. De rechtbank kent de curator op grond van deze bepaling ex aequo et bono een bedrag van € 100,-- (zegge: honderd euro) toe.

2.5

De curator heeft uiteindelijk afgezien van het voeren van verweer tegen de incidentele vordering van MIO - op welke punten verweer kan worden gevoerd is (onder andere) geregeld in artikel 843a Rv - en is overgegaan tot het verstrekken van de door MIO gevorderde bescheiden. Kennelijk is de curator tot de conclusie gekomen dat het voeren van verweer tegen de incidentele vordering weinig kans van slagen maakt en/of dat zij bij het voeren van verweer tegen de incidentele vordering onvoldoende belang heeft. Hier komt bij dat niet is gebleken dat de curator ook buiten de onderhavige incidentele procedure om onvoorwaardelijk bereid was de gevorderde bescheiden aan MIO ter beschikking te stellen. Een en ander betekent dat de curator in dit incident proceskosten verschuldigd is. Het door de curator verschuldigde procureursalaris bedraagt in totaal € 2.000 (zegge: tweeduizend euro).

2.6

Op grond van het bovenstaande zal de curator ter zake van verschuldigde proceskosten worden veroordeeld tot betaling aan MIO van € 1.900,-- (zegge: negentienhonderd euro).

3 De beslissing

De rechtbank,

in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv

wijst de incidentele vordering af;

veroordeelt de curator in de proceskosten, die aan de zijde van MIO zijn bepaald op nihil aan verschotten en € 1.900,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 juli 2008 voor conclusie van antwoord.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen.

Uitgesproken in het openbaar.

901/196