Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD5420

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
305128/KG ZA 08-336
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2009:BK4987, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagden hebben in een moskee, die eigendom is van eiseres, mede-bezoekers opgeroepen deel te nemen aan bijeenkomsten in de moskee van de mede door gedaagden ondersteunde stichting die nu juist de door eiseres niet onderschreven standpunten uitdraagt. Gedaagden hebben ook in de moskee door gebruikmaking van de microfoon inzage gevraagd in de boekhouding van eiseres en om wijziging in de samenstelling van het bestuur van eiseres. In dit kort geding gaat het om de vraag of eiseres gedaagden de toegang tot de moskee kan ont-zeggen nu gedaagden zich niet willen gedragen naar de regels die eiseres aan het gebruik van de moskee stelt.

Uitgangspunt bij die beoordeling is dat eiseres een stichting naar Nederlands burgerlijk recht is en haar bestuur verantwoordelijk is voor een waardig en gepast gebruik van de haar in eigendom toebehorende moskee. Zij is als enige ten volle bevoegd die maatregelen te treffen die zij in het belang acht van dat waardige gebruik en daarmede van de doelstelling van de stichting. Eiseres is niet gehouden in te gaan op de verlangens van gedaagden tot inzage in haar boekhouding en het wijzigen van de samenstelling van haar bestuur. De statuten van eiseres verplichten daar niet toe; evenmin enige wettelijke bepaling.

Ook indien de toetsing zou moeten zijn of eiseres in de gegeven omstandigheden in rede-lijkheid heeft kunnen besluiten om bezoekers die eiseres gedurende vele jaren tot haar mos-kee heeft toegelaten, thans dat recht te ontzeggen, beantwoordt de voorzieningenrechter de-ze vraag voorshands bevestigend. Gelet op het karakter van een moskee is de voorzienin-genrechter voorshands van oordeel dat een moskee een besloten gebouw is, dat tijdens de openstelling voor gebed en meditatie voor een ieder toegankelijk is, maar dat deze openstel-ling niet geacht mag worden te zijn geschied zonder enige voorwaarden en zonder verlies van het recht voor het bestuur om ingeval van verstoring van de orde iemand de toegang te ontzeggen. Ook indien de moskee een openbare functie heeft, kan eiseres derhalve ingrijpen wanneer zij van oordeel is dat de orde verstoord wordt en niet aan de voorwaarden waaron-der zij bezoekers toegang wenst te verlenen, wordt voldaan. Een dergelijke ingreep houdt niet in een inbreuk op de vrijheid van godsdienst en het recht van vrije meningsuiting. Van discriminatie kan evenmin worden gesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 305128/KG ZA 08-336

Uitspraak: 25 juni 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de stichting STICHTING MOSKEE ESSALAM,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur en advocaat mr. J.C. Debije,

- tegen -

1. [gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],

3. [gedaagde sub 3],

4. [gedaagde sub 4],

5. [gedaagde sub 5],

allen wonende te Rotterdam,

gedaagden,

procureur en advocaat mr. M. Wiersma.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “De Stichting”.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 8 mei 2008;

- pleitnotities en producties van mr. Debije;

- pleitnotities van mr. Wiersma.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

11 juni 2008.

2. De feiten

In deze procedure staat het volgende vast:

2.1

De Stichting kent blijkens haar statuten als doelstelling “ behartiging van de geestelijke be-langen van diegenen van Marokkaanse oorsprong, die verblijven in Nederland, in het bij-zonder ook in (delen van) Rotterdam-Zuid, speciaal ook door het bieden van mogelijkheden ten behoeve van het houden van godsdienstoefeningen en het (doen) geven van godsdienstig onderwijs en onderricht, alles binnen de leer van de Islam”.

2.2

De Stichting kent een bestuur en geen inspraak- of raadplegingsregeling.

2.3

De Stichting is eigenaresse van de moskee aan de Polderlaan te Rotterdam.

2.4

Zij is doende een nieuwe moskee te bouwen aan het Vredesplein te Rotterdam. Daartoe worden haar financiële middelen ter beschikking gesteld door de Al Maktoun Foundation van Sheikh [sheikh] uit Dubai, Verenigde Arabische Emiraten.

2.5

Diverse bestuursleden van De Stichting wonen niet in Rotterdam, maar in de Verenigde Arabische Emiraten dan wel in Ierland. In het bestuur hebben gedelegeerden van de Al Maktoum Foundation zitting.

2.6

Gedaagden zijn bezoekers van de moskee. Zij vinden de besluitvorming binnen De Stichting niet transparant, in het bijzonder rond de (vertraagde) bouw van de nieuwe moskee. Zij wensen inzage in de boekhouding van De Stichting en zijn van oordeel dat het bestuur van De Stichting dient te bestaan uit personen met een achtergrond in de Marokkaanse gemeen-schap in Rotterdam, om de primaire doelstelling van De Stichting voldoende in het ge-zichtsveld te houden.

2.7

Een aantal vaste bezoekers van de moskee heeft in oktober 2006 de stichting Stichting Ge-meenschap Moskee Essalam opgericht met als doelomschrijving “het behartigen van de be-langen van bezoekers van de Essalam Moskee”en in het bijzonder “het waken voor de con-tinuïteit van het bezoek aan de Essalam Moskee te Rotterdam” en “van de continuïteit van de mogelijkheid om de moskee te bezoeken”. Deze stichting beoogt bij het bestuur van De Stichting de onder 2.6. genoemde zaken onder de aandacht brengen.

2.8

Op 7 oktober 2007 werd in de moskee - door in ieder geval gedaagde sub 4 - opgeroepen om ten strijde te trekken tegen het bestuur van De Stichting. Dit was aanleiding voor het bestuur van De Stichting om bij brief van 1 november 2007 gedaagden sub 1 tot en met 4 aan te zeggen dat zij niet langer welkom waren in de moskee. Die gedaagden hebben aan die aan-zegging geen gehoor gegeven.

2.9

Na afloop van de gebedsdienst op 14 maart 2008 hebben gedaagden in de moskee met ge-bruikmaking van de microfoon opgeroepen tot een bijeenkomst van voornoemde Stichting Gemeenschap Moskee Essalam. Daarbij is aangegeven dat het bestuur van De Stichting nog immer geen enkele openheid wil geven over de financiële situatie van de moskee en met name niet met betrekking tot de besteding van donaties, en dat zulks een onwenselijke situa-tie wordt geacht.

2.10

Op een door de voorzieningenrechter ter zitting gedaan voorstel tot mediation wenst De Stichting niet in te gaan.

3. Het geschil

3.1

De vordering luidt om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

- gedaagden te verbieden om – gedurende een periode van twee jaar na het wijzen van het vonnis in deze – de moskee van De Stichting (daarmee bedoelend zowel de huidige moskee aan de Polderlaan alsook de toekomstige moskee aan het Vredesplein) te betre-den, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- voor elke maal dat een gedaagde dit verbod overtreedt, aan De Stichting te verbeuren door de het verbod overtredende gedaagde;

- gedaagden te veroordelen om aan De Stichting binnen twee weken na dit vonnis de vol-gens het gebruikelijke tarief te begroten bijdrage in de proceskosten te voldoen.

De Stichting heeft daaraan de onder 2 vermelde feiten alsmede het navolgende ten grond-slag gelegd:

De Stichting is eigenaresse van de moskee aan de Polderlaan te Rotterdam. Zij bepaalt wie wel en niet mag binnenkomen. Van het recht iemand de toegang te weigeren wordt beperkt gebruik gemaakt. Zij is van oordeel dat gedaagden zich hebben misdragen. Ter adstructie daarvan beroept zij zich op de onder 2 vermelde incidenten, correspondentie en verklarin-gen. Gedaagden zaaien oproer en onrust, brengen het bestuur in diskrediet en verstoren de rust en orde in de moskee. De Stichting hoeft dat overigens - gelet op haar eigendomsrecht - niet te bewijzen. Als eigenaresse staat het haar vrij te bepalen aan wie zij de door haar aan-geboden faciliteiten wel of niet wil aanbieden. De moskee is een particulier initiatief. De Stichting wenst haar eigendom niet ter beschikking te stellen om een platform voor discus-sie met het bestuur te creëren. Zij streeft (overeenkomstig haar doelstelling) naar een waar-dig en gepast gebruik van de moskee voor gebed en bezinning. De moskee is geen openbaar gebouw. Gedaagden kunnen hun heil in een andere moskee zoeken of zelf het initiatief ne-men een moskee te stichten. Als gedaagden donaties hebben gegeven, zoals zij stellen en De Stichting betwist, kunnen gedaagden de door hen gestorte bedragen terugkrijgen. Aan de sommatie van 1 november 2007 ( zie onder 2.8) hebben gedaagden geen gehoor gegeven. In maart van dit jaar werd de orde – tijdens de gebedsdienst – opnieuw verstoord. Gedaagden riepen via de microfoon op tot discussie en verzet tegen het bestuur. Er werd aangekondigd dat zij in april een bijeenkomst in de moskee zouden organiseren om het verzet verder te stroomlijnen en te concretiseren ( zie onder 2.9.). Dit was voor De Stichting de druppel die de emmer deed overlopen. Zij heeft een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening.

3.2

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van De Stichting in de kosten van het geding.

Gedaagden hebben daartoe het volgende aangevoerd:

Zij betwisten het bestuur van De Stichting op onware gronden zwart te maken en in eer en goede naam aan te tasten. Zij zaaien geen oproer en onrust en hebben geen gebedsdiensten verstoord. Wellicht zijn tijdens de bijeenkomst in de moskee op 7 oktober 2007 na de ge-bedsdienst - waarbij niet alle gedaagden aanwezig waren - woorden uitgesproken die het moskeebestuur onwelgevallig waren, maar de bijeenkomst is rustig en ordelijk verlopen. Dat geldt ook voor het voorval op 14 maart 2007, zoals weergegeven onder 2.9. De overige incidenten waar De Stichting zich ter ondersteuning van haar vordering op beroept, betwis-ten gedaagden met klem, althans gedaagden betwisten daarbij betrokken te zijn geweest. Ook betwisten zij de juistheid van de - ongetekende - verklaringen die De Stichting over-legt. Volgens gedaagden rust op het moskeebestuur de - in ieder geval morele - verplichting om (enige) openheid over de financiële situatie van de moskee te geven. De Stichting kan gedaagden de toegang tot de moskee niet ontzeggen. Een moskee fungeert als publieke ruimte, althans als een ruimte met een openbare functie. Zij is vrij toegankelijk voor alle moslims die daar hun religieuze plichten willen vervullen. Er is geen aanvaardbare reden om gedaagden de toegang te ontzeggen. Er is sprake van willekeur, machtsmisbruik en discri-minatie. Aan gedaagde sub 5 is de brief van 1 november 2007 niet toegezonden. Zijn naam wordt in geen enkele verklaring genoemd. Er zijn anderen wier naam wel in verklaringen voorkomen, maar niet zijn gedagvaard. Gedaagden hebben er belang bij dat zij gebruik kun-nen maken van hun grondrecht in vrijheid hun godsdienst uit te oefenen en hun gedachten en gevoelens te openbaren. Een eventuele belangenafweging dient in het nadeel van De Stichting uit te vallen.

4. De beoordeling

4.1

De door De Stichting gestelde spoedeisendheid bij de gevraagde voorziening wordt niet be-twist door gedaagden. De voorzieningenrechter gaat in navolging van partijen daarvan uit.

4.2.

In het kader van dit kort geding dient de voorzieningenrechter te beoordelen of het zozeer waarschijnlijk is dat een vordering, zoals door de Stichting is ingesteld, in een bodemproce-dure wordt toegewezen, dat het verantwoord is daarop bij wijze van voorlopige voorziening vooruit te lopen.

4.3

Partijen verschillen onder meer van mening over de vraag of het bestuur van De Stichting gehouden is met gedaagden in gesprek te gaan over de besluitvorming binnen De Stichting en de wijze waarop De Stichting zich ten dienste van de gemeenschap dient op te stellen; voorts over de vraag of De Stichting gehouden is haar boekhouding aan gedaagden ter inza-ge te geven en het bestuur te doen samenstellen uit personen met een achtergrond in de Ma-rokkaanse gemeenschap in Rotterdam. In het kader van dit kort geding gaat het om de vraag of De Stichting gedaagden de toegang tot de moskee kan ontzeggen nu gedaagden zich niet willen gedragen naar de regels die De Stichting aan het gebruik van de moskee stelt.

4.4

Uitgangspunt bij die beoordeling is dat De Stichting een stichting naar Nederlands burger-lijk recht is en haar bestuur verantwoordelijk is voor een waardig en gepast gebruik van de haar in eigendom toebehorende moskee aan de Polderlaan te Rotterdam. Zij is als enige ten volle bevoegd die maatregelen te treffen die zij in het belang acht van dat waardige gebruik en daarmede van de doelstelling van De Stichting (in gelijke zin de President Rechtbank ‘s-Hertogenbosch 29 december 2006, NJF 2007,77).

4.5

De Stichting is, naar de voorzieningenrechter voorshands van oordeel is, rechtens niet ge-houden om een platform te bieden voor de door gedaagden gewenste discussie. De Stichting heeft dat ook kenbaar gemaakt, in ieder geval aan gedaagden sub 1 tot en met 4.

4.6

Gedaagden hebben in weerwil daarvan, naar onbestreden vaststaat, in de moskee mede-bezoekers opgeroepen deel te nemen aan bijeenkomsten (in de moskee) van de mede door gedaagden ondersteunde stichting Gemeenschap Moskee Essalam(zie onder 2.7 ) die nu juist de door De Stichting niet onderschreven standpunten uitdraagt. Hierbij dient in aan-merking genomen te worden dat De Stichting – anders dan gedaagden menen – niet gehou-den is in te gaan op de verlangens van gedaagden tot inzage in haar boekhouding en het wij-zigen van de samenstelling van haar bestuur. De statuten van De Stichting verplichten daar niet toe; evenmin enige wettelijke bepaling. De wet voorziet in artikel 2: 298 BW slechts in de mogelijkheid een bestuurslid of bestuur te ontslaan in de in dat artikel genoemde gevallen van handelen in strijd met de wet of de statuten of wanbeheer. In de gegeven omstandighe-den maakt De Stichting geen misbruik van haar (eigendoms)recht door gedaagden de toe-gang tot de moskee te ontzeggen. Weliswaar richtte de sommatie van 1 november 2007 zich niet tegen gedaagde sub 5, maar niet betwist is dat hij bij het voorval op 14 maart 2008 be-trokken was en niet gesteld of gebleken is dat hij zich daarvan distantieert. Aan hetgeen De Stichting gedaagden verder nog verwijt en door gedaagden wordt betwist, gaat de voorzie-ningenrechter voorbij.

4.7

Ook indien de toetsing zou moeten zijn of De Stichting in de gegeven omstandigheden in redelijkheid heeft kunnen besluiten om bezoekers die De Stichting gedurende vele jaren tot haar moskee heeft toegelaten, thans dat recht te ontzeggen, beantwoordt de voorzieningen-rechter deze vraag gelet op het onder 4.6. overwogene voorshands bevestigend.

4.8

Gedaagden bepleiten voorts dat de moskee een openbare functie heeft, hetgeen de Stichting betwist. Gelet op het karakter van een moskee is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat een moskee een besloten gebouw is, dat tijdens de openstelling voor gebed en meditatie voor een ieder toegankelijk is, maar dat deze openstelling niet geacht mag worden te zijn geschied zonder enige voorwaarden en zonder verlies van het recht voor het bestuur om ingeval van verstoring van de orde iemand de toegang te ontzeggen. Ook indien de mos-kee een openbare functie heeft, kan de Stichting derhalve ingrijpen wanneer zij van oordeel is dat de (interne) orde verstoord wordt en niet aan de voorwaarden waaronder zij bezoekers toegang wenst te verlenen, wordt voldaan. Een dergelijke ingreep houdt niet in een inbreuk op de vrijheid van godsdienst en het recht van vrije meningsuiting. Van discriminatie kan evenmin worden gesproken. Zoals vastgesteld onder 2.8., 2.9. en 4.6. is van een verstoring van de interne orde door gedaagden sprake.

4.9

Het bestuur van de Stichting is dan ook gerechtigd gedaagden de toegang tot de moskee te ontzeggen. Nu gedaagden geen gehoor willen geven aan dat besluit, is de vordering van De Stichting om een ordemaatregel te treffen en bij vonnis gedaagden daartoe te veroordelen op straffe van een dwangsom, toewijsbaar. Gelet op de aard van de maatregel en het belang van gedaagden hun normale sociale kontakten in de moskee te kunnen onderhouden, ziet de voorzieningenrechter in de gegeven omstandigheden aanleiding het verbod thans tot de duur van zes maanden beperken; voorts wordt de gevorderde dwangsom gemaximeerd. Het feit dat De Stichting niet tegen anderen optreedt, die daarvoor, naar het oordeel van gedaagden, in aanmerking komen staat aan toewijzing van de vordering niet in de weg.

4.10

Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

verbiedt gedaagden om gedurende een periode van zes maanden na betekening van dit von-nis de moskee van De Stichting (daarmee bedoelend zowel de huidige moskee aan de Pol-derlaan alsook de toekomstige moskee aan het Vredesplein, beiden te Rotterdam) te betre-den, zulks op straffe van een dwangsom van € 1.000,- ( één duizend euro) voor elke maal dat een gedaagde dit verbod overtreedt, aan De Stichting te verbeuren door de het verbod overtredende gedaagde, met dien verstande dat door elk van de gedaagden niet meer dan

€ 25.000,00 ( vijfentwintig duizend euro) kan worden verbeurd;

veroordeelt gedaagden in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van De Stichting bepaald op € 254,- aan verschotten en op € 816,- aan salaris voor de procu-reur, te voldoen binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. van der Kolk - Nunes, voorzieningenrechter, in tegen-woordigheid van mr. V. Bouchla, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

615/1993