Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD5415

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-06-2008
Datum publicatie
25-06-2008
Zaaknummer
308649/KG ZA 08-507
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

executiegeschil

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer 308649/KG ZA 08-507

Uitspraak: 20 juni 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de stichting STICHTING MOSKEE ESSALAM,

gevestigd te Rotterdam;

2. de stichting STICHTING AL MAKTOUM FOUNDATION LIMITED,

gevestigd te Rotterdam,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

beide gevestigd te Rotterdam,

procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

advocaat mr. F.H. Hulshof,

- tegen -

de rechtspersoon naar Duits recht KARL KÖNIG IX GmbH,

gevestigd te Ober-Mörlen (Duitsland),

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,

advocaat mr. R.J. Leijssen.

Partijen worden hierna aangeduid als “de Stichting” respectievelijk “König”.

1. Het verloop van het geding

1.1

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 9 juni 2008;

- pleitnotities en producties van mr. Hulshof;

- eis in reconventie, pleitnotities en producties van mr. Leijssen.

1.2

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 16 juni 2008. Daarbij heeft de Stichting haar eis aangevuld. Gelet op de spoedeisendheid van de zaak heeft de voorzieningenrechter aansluitend op de zitting, en vooruitlopend op het op 20 juni 2008 schriftelijk te wijzen vonnis, zijn beslissing op de door de Stichting (bij aan-vulling van eis) gevorderde ordemaatregel gegeven. Gelet op de spoedeisendheid wordt voor de overige dan de hierna in de beoordeling te vermelden feiten en standpunten van par-tijen verwezen naar de onder 1.1 genoemde stukken.

2. De beoordeling

in conventie

2.1

Tussen partijen zijn geschillen gerezen met betrekking tot de (af)bouw (door König) van de moskee van de Stichting aan de Colosseumweg 84c te Rotterdam. Nadat König met ingang van 17 maart 2008 de bouwwerkzaamheden had opgeschort en König meerdere malen ge-probeerd had om het bouwterrein af te sluiten en de zich daarop bevindende bouwmaterialen af te voeren (hetgeen door de Stichting is verhinderd), heeft König de geschillen voorgelegd aan de voorzieningenrechter in kort geding.

2.2

Bij vonnis van 20 mei 2008 heeft de voorzieningenrechter op vordering van König de vol-gende veroordeling jegens de Stichting uitgesproken:

verbiedt Moskee Essalam om de moskee te laten afbouwen door een andere aannemer dan König voordat de hoedanigheid en de stand van het werk aan de moskee door een door partijen tezamen aan te wijzen (team van) deskundige(n) c.q. door de Raad van Arbitrage is vastgesteld, op straffe van ver-beurte van een dwangsom van € 10.000,- voor elke dag of elk dagdeel dat Moskee Essalam dit verbod mocht overtreden, tot een maximum van € 300.000,-.

2.3

De Stichting heeft bij brief van haar raadsman d.d. 5 juni 2008 de Raad van Arbitrage voor de Bouw (hierna: de Raad) verzocht om een spoedplaatsopneming. De voorzitter van de Raad heeft dat verzoek bij brief van 13 juni 2008 gehonoreerd en de plaatsopneming gea-gendeerd op maandag 23 juni 2008 dan wel (als reservedatum) dinsdag 24 juni 2008. Daar-bij is de raadsman van de Stichting verzocht te bevorderen dat een waarborgsom ten bedrage van € 4.500,- per omgaande wordt overgemaakt op de rekening van de Raad.

2.4

König weigert mee te werken aan een plaatsopneming zolang niet eerst een aantal vraag-punten op schrift is gesteld. In dit verband wijst König op het door haar bij de rechtbank te Rotterdam ingediende verzoekschrift tot het benoemen van deskundigen en de in dat ver-

zoekschrift vermelde vragen. König vreest dat, indien hem in de bodemprocedure het bewijs wordt opgedragen van zijn stellingen, zij wellicht in een lastig parket zou kunnen komen indien niet precies kan worden vastgesteld wat het thans gerealiseerde bouwwerk, binnen het kader van de tussen partijen gesloten aanneemovereenkomst, zou moeten kosten en wat de verdere afbouwkosten zijn.

König weigert tevens op voorhand de helft van de waarborgsom te voldoen.

2.5

De Stichting vordert in dit kort geding (samengevat) de veroordeling van König om de helft van de aan de Raad te betalen waarborgsom te betalen. De Stichting vordert tevens dat de voorzieningenrechter een ordemaatregel neemt welke erop is gericht dat de plaatsopneming door de deskundige van de Raad maandag 23 juni 2008 doorgang kan vinden.

Deze vorderingen worden als volgt beoordeeld.

2.6

De gevorderde betaling van de helft (€ 2.250,-) van de waarborgsom is niet toewijsbaar, nu niet valt in te zien welk spoedeisend belang de Stichting bij deze vordering heeft.

2.7

De vordering tot het treffen van de gevorderde, hiervoor bedoelde, ordemaatregel is wel toe-wijsbaar. De voorzieningenrechter heeft in zijn vonnis van 22 april 2008 overwogen dat het in het belang van beide partijen is dat wordt vastgesteld wat de huidige stand van het werk is, zodat daarmee geschillen hierover voor de toekomst worden beperkt, zomede dat het voor de Stichting van het grootste belang is dat de moskee op korte termijn gereed komt in verband met de toenemende druk die door de gemeente Rotterdam en de Rotterdamse mos-limgemeenschap op de Stichting wordt uitgeoefend om de bouw van de moskee af te ron-den. Deze situatie is op dit moment niet anders. De door König gewenste vraagstellingen, die, naar verwachting, tot maandenlange vertraging zullen leiden, komen de voorzieningen-rechter daarom op dit moment ongewenst, en overigens ook onnodig voor. Voorshands moet worden aangenomen dat de huidige stand van het werk aan de hand van bijvoorbeeld foto’s en video-opnames in volle omvang kan worden vastgelegd, en dat de deskundige op basis daarvan en aan de hand van verdere eigen waarneming en bevindingen in staat is om de stand van het werk op te nemen. Aldus wordt in genoegzame mate tegemoet gekomen aan de bezwaren van König met betrekking tot zijn bewijspositie in de bodemzaak.

Bij dit alles komt dat König thans weigert mee te werken aan de door haarzelf gevorderde en (precies zó) toegewezen opname van de stand van het werk door een deskundige van de Raad.

2.8

De raadsman van König heeft nog aangevoerd dat hij 23 en 24 juni verhinderd is en dat zulks bij de raadsman van de Stichting bekend was. Voorzover in dit verweer een verwijt aan het adres van de Stichting schuilt, is dit verwijt niet terecht. Uit de brief van de Raad d.d. 13 juni 2008 blijkt dat de spoedplaatsopneming op genoemde data is vastgesteld “in de wetenschap dat mr. Leijssen deze data als verhinderd heeft opgegeven”.

De voorzieningenrechter ziet, gelet op de spoedeisendheid als vermeld onder 2.7, in de ver-hindering van mr. Leijssen geen reden om de plaatsopneming uit te stellen.

Daarbij komt (a) dat het thans gaat om een bouwtechnische expertise, waarbij de toegevoeg-de waarde van juridische bijstand beperkt wordt geacht, (b) dat het de Stichting vrij staat om zich tijdens de plaatsopneming te laten bijstaan door een eigen deskundige en (c) dat mr. Hulshof ter zitting heeft toegezegd – zulks uit het oogpunt van juridisch evenwicht – dat, in-dien mr. Leijssen of een kantoorgenoot namens hem niet bij de plaatsopneming aanwezig kan zijn, ook mr. Hulshof (of een kantoorgenoot) niet daarbij aanwezig zal zijn.

2.9

Voor het geval König zich tijdens de plaatsopneming niet laat vergezellen door een partij-deskundige, dient de Stichting König gedurende twee weken na 23 juni 2008 de gelegenheid te geven een eigen deskundige in te schakelen en de stand van het werk op te nemen.

2.10

Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden ge-compenseerd.

in reconventie

2.11

Hetgeen in conventie is overwogen leidt tot afwijzing van de reconventionele vordering tot, kort gezegd, een verbod om de moskee door een derde te laten afbouwen zolang de door König gestelde vragen niet aan de deskundige zijn voorgelegd.

2.12

Daarnaast vordert König afgifte van de onder 2. van de eis in reconventie vermelde materia-len en inventarisstukken. Deze vordering is toewijsbaar, met uitzondering van de gevorder-de afgifte van de kisten met natuursteen, de rollen metaalplaten, de steigers, de edelstaal-ankers en de “kleine gereedschappen”.

2.13

De Stichting betwist dat de kisten natuursteen, de metaalplaten en de edelstaalankers aan König in eigendom toebehoren. Volgens de Stichting heeft zij deze goederen betaald, in welk verband de Stichting wijst op de door haar in het vorige kort geding als productie 9 in het gebrachte betalingsbewijzen en op een in het onderhavige kort geding door de Al Mak-toum Foundation respectievelijk de (Deira Branch van) Al Fardan Exchange te Dubai afge-geven betalingsdocument terzake een factuur die onder meer betrekking heeft op “Natural Stone”. König betwist dat bedoelde documenten betrekking heeft op de onderhavige kisten met natuursteen. De voorzieningenrechter kan in het kader van dit kort geding niet vaststel-len hoe de eigendomsverhoudingen liggen, zodat deze goederen voorlopig moeten blijven liggen.

2.14

Met betrekking tot de steigers en de kleine gereedschappen stelt de Stichting, dat König de-ze goederen al heeft weggehaald. Er zijn geen aanwijzingen dat de steigers zich nog steeds op het terrein van de Stichting bevinden. Ten aanzien van “de kleine gereedschappen” geldt dat de vordering tot teruggave daarvan te onbepaald is om in kort geding te kunnen worden toegewezen.

2.15

Ten aanzien van de overige goederen betwist de Stichting niet dat deze van König zijn, zodat de vordering in zoverre toewijsbaar is. De Stichting heeft benadrukt dat zij König nimmer heeft belet om deze goederen terug te halen. De voorzieningenrechter is daar even-wel niet van overtuigd, zodat de veroordeling zal worden gesanctioneerd met een (gema-tigde en aan een maximum gebonden) dwangsom.

2.16

Nu partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden ge-compenseerd.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter,

in conventie

verstaat dat de ten processe bedoelde plaatsopneming door de deskundige van de Raad van Arbitrage voor de Bouw op maandag 23 juni 2008 doorgang kan vinden op de wijze zoals door de Raad in zijn brief van 13 juni 2008 bepaald;

verstaat voorts dat de Stichting gedurende twee weken na 23 juni 2008 König, indien König dat wenst, in de gelegenheid stelt een eigen plaatsopneming te (doen) houden;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten aldus, dat partijen de eigen kosten dragen;

in reconventie

gebiedt de Stichting om te gehengen en te gedogen, dat König de volgende goederen van het bouwterrein meeneemt:

4 bureaus en personeelscontainers;

1 zeecontainer die dient als materiaal en werktuigopslag;

8 pakketten Isover isolatie;

4 staalplaten;

1 bouwstroomverdelerkast,

zomede de volgende materialen die zich in de zeecontainer bevinden:

1 aliminium uitrusting;

10 houtladders;

1 betonmengmachine;

1 heftruck;

1 bouwbevochtigingsinstallatie,

zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,- voor iedere dag dat de Stichting niet daaraan voldoet, met een maximum van € 100.000,-;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

compenseert de proceskosten aldus, dat partijen de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in bijzijn van

mr. T.M. Rijppaert, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

220/676