Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD4894

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-05-2008
Datum publicatie
26-06-2008
Zaaknummer
838581
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een telecombedrijf heeft bij een akte van cessie uit 2002 haar vorderingen cedeert aan eiseres in deze procedure. Gedaagde in deze procedure heeft in 2005 een overeenkomst met het betreffende telecombedrijf gesloten. Gedaagde is abonnements- en gesprekskosten verschuldigd aan eiseres. Gedaagde stelt dat de cessie niet rechtgeldig is, nu deze plaatsvond voordat hij een overeenkomst met het telecombedrijf had gesloten. Hiermee is volgens gedaagde niet voldaan aan het vereiste dat de vordering waarop de cessie betrekking heeft in voldoende mate bepaalbaar is

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Lindorff Purchase B.V., voorheen Tranfair Purchase B.V.,

gevestigd te Zwolle,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 8 oktober 2007,

gemachtigde: mr. D.H. Grimaldi,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.C. Hardam.

Het verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:

- dagvaarding met producties;

- conclusie van antwoord met producties;

- conclusie van repliek, tevens akte houdende vermindering van eis, met producties;

- conclusie van dupliek.

De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

De vaststaande feiten

- T-mobile heeft met gedaagde op 24 februari 2005 een overeenkomst gesloten voor de duur van twee jaar, betrekking hebbend op een aansluiting op het mobiele telecommunicatienetwerk van T-mobile.

- Het contract is op 15 januari 2007 met ingang van 25 februari 2007 verlengd, opnieuw voor de duur van twee jaar.

- Op 24 februari 2007 heeft gedaagde aangifte gedaan van diefstal van zijn mobiele telefoon waarna op 26 februari 2007 een nieuwe overeenkomst met T-mobile is gesloten met een contractsperiode van één jaar. Daarbij is gedaagde een nieuwe simkaart verstrekt.

- Op 13 maart 2007 heeft T-mobile de telefoonaansluiting van gedaagde geblokkeerd.

- Op 27 juli 2007 heeft Transfair, zoals eiseres voordien heette, gedaagde een "Een kennisgeving van saldo-overdracht" doen toekomen, waarbij T-mobile haar vordering aan Transfair heeft overgedragen.

De vordering

T-mobile Netherlands BV heeft haar vordering op gedaagde op 2 april 2007 aan eiseres verkocht en gecedeerd, van welke cessie gedaagde schriftelijk in kennis is gesteld. In de akte van cessie is overeengekomen dat T-mobile, de vorderingen als bedoeld in de overeenkomst van koop/verkoop van 6 september 2002, verkoopt en overdraagt aan Transfair, thans Lindorff. Op grond van artikel 1.1 van de overeenkomst verbindt T-mobile zich de vorderingen behorende tot de portefeuille met ingang van 1 september 2002 te verkopen aan eiseres. Eiseres verklaart de vorderingen te kopen en te aanvaarden. De vorderingen worden periodiek aangeleverd met behulp van lijsten. Ook de onderhavige vordering komt op zo'n lijst voor en derhalve in voldoende mate door de akte van cessie bepaald.

Gedaagde is aan abonnements- en gesprekskosten € 890,61 verschuldigd. Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, is eiseres genoodzaakt geweest de vordering uit handen te geven. Zij vordert tevens de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.

Het verweer

Gedaagde heeft de vordering gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal, voor zover relevant, bij de beoordeling van het geschil nader worden ingegaan.

De beoordeling van het geschil

Gedaagde heeft onvoldoende weersproken dat Ben Nederland B.V. op 25 februari 2003 haar naam gewijzigd heeft in T-Mobile Netherlands B.V., zodat dit vaststaat.

Gedaagde heeft aangevoerd dat T-mobile haar vordering op gedaagde niet rechtsgeldig aan eiseres heeft gecedeerd. De akte van cessie is gedateerd 6 september 2002, terwijl gedaagde pas op 24 februari 2005 een abonnement met T-mobile is aangegaan. Er is daarmee, volgens gedaagde, niet voldaan aan het vereiste dat de vordering waarop de cessie betrekking heeft in voldoende mate bepaalbaar is. Eiseres stelt daartoe dat het niet nodig is dat de vordering in de akte zelf wordt gespecificeerd. Voldoende is dat de akte zodanige gegevens bevat dat, eventueel achteraf, aan de hand daarvan kan worden vastgesteld om welke vordering het gaat. In casu wordt de onderhavige vordering aan de hand van de akte van cessie in combinatie met de overeenkomst en de lijst van over te dragen vorderingen in voldoende mate bepaald.

De kantonrechter overweegt dat het op zich juist is dat de vordering in de akte van cessie niet geïndividualiseerd hoeft te worden, maar wel is vereist dat ten tijde van de ondertekening van de akte van cessie reeds mogelijk is de vordering te bepalen, in die zin dat ofwel de vordering zelf dan wel de rechtsverhouding waaruit de vordering voortvloeit dient te bestaan.

Gedaagde en T-mobile hebben op 24 februari 2005 een overeenkomst gesloten. In de dagvaarding wordt gesteld dat T-mobile haar vordering op gedaagde op 2 april 2007 aan eiseres heeft gecedeerd. Eiseres heeft nimmer een op die datum opgemaakte akte van cessie overgelegd, maar slechts verwezen naar de akte van cessie, gedateerd 6 september 2002.

Vast staat dat ten tijde van het ondertekenen van de akte van cessie noch de onderhavige vordering zelf, noch de rechtsverhouding tussen T-mobile en gedaagde bestond.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vordering van T-mobile op gedaagde met de akte van cessie niet rechtsgeldig aan eiseres is gecedeerd.

Al het overige dat partijen over en weer nog te berde hebben gebracht, kan gezien het voorgaande onbesproken blijven, aangezien het, gelet op het voorgaande, niet tot een ander oordeel kan leiden.

Op grond van het vorenstaande wordt de vordering afgewezen.

Eiseres wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van gedaagde vastgesteld op € 200,-- aan salaris voor zijn gemachtigde, welk bedrag op Rabobankrekening 19 23 25 892 t.n.v. MvJ Rotterdam (545) onder vermelding van het zaaknummer moet worden overgemaakt;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.L.M van der Wildt en uitgesproken ter openbare terechtzitting.