Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD4078

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-04-2008
Datum publicatie
16-06-2008
Zaaknummer
273382/ HA ZA 06-3250
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eneco vordering: illegaal stroom onttrekken. sleutel woning aan derden verstrekt. berekening periode in gebruik zijn van de hennepkwekerij

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 273382/ HA ZA 06-3250

Uitspraak: 23 april 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap ENECO ENERGIE SERVICES B.V., zaakdoende onder de benaming ENECO ENERGIE,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. J. Kneppelhout,

advocaat mr. M.C. Veltkamp-van Paassen te ‘s-Gravenhage,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. B. van der Eijk.

Partijen worden hierna aangeduid als "Eneco" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

dagvaarding d.d. 20 november 2006 en de door eiseres overgelegde producties;

conclusie van antwoord;

tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 7 februari 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- brief van mr. J. Kneppelhout d.d. 11 juni 2007 met de daarbij behorende akte vermindering van eis;

proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 13 juni 2007.

2 Het geschil

2.1

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen aan Eneco te betalen € 6.618,85, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juni 2006 en proceskosten.

2.2

[gedaagde] heeft de vordering van Eneco gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing danwel matiging daarvan, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Eneco in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

3.1

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen het volgende vast:

- [gedaagde] heeft op 29 december 2005 een huurovereenkomst inzake het pand aan [adres] te [woonplaats] gesloten met Patrimoniums Woningstichting te Delfshaven en op die dag de sleutels van de betreffende woning ontvangen;

- Voor het betreffende adres is geen overeenkomst tot levering van energie gesloten;

- Het pand is gelegen in het leveringsgebied van Eneco;

- Op 22 april 2006 is een hennepkwekerij in de woning aan [adres] te [woonplaats] aangetroffen en is er geconstateerd dat er ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal stroom werd onttrokken door een illegale aansluiting op de in het pand aanwezige hoofdkastaansluiting.

- Door [werknemer], werknemer van Eneco, is een rapportage Diefstel Energie opgesteld. Deze rapportage vermeld - voor zover van belang - het volgende:

“ Op zaterdag 22 april 2006 werd ik door een medewerker van de meldkamer van ENECO Energie Services B.V. verzocht te gaan naar het pand [adres] te [woonplaats]. In dat pand was door de politieambtenaren een (1) hennepkwekerij aangetroffen. Na binnentreden van water overlast in onderliggende percelen.

(…)

Ik zag dat de kappen van de in de hennepkwekerij aanwezige assimilatielampen onder een (l)ichte laag stof zat, waarop duidt dat deze korte tijd aanwezig was.

Het witte filtermateriaal van het aanwezige koolstoffilter was door het gebruik in de hennepkwekerij dermate vervuild op een wijze dat de filter minimaal een (1) à twee (2) hennepoogsten in werking is geweest.

De koolstoffilter was licht vervuild en dat blijkt uit het feit dat onder de banden waaraan deze koolstoffilter was opgehangen vervuiling is aangetroffen, dat de vervuiling ter plaatse is ontstaan.

Op de vloer in de hennepkwekerij zag ik afvalbladeren en resten van hennepplanten liggen, kennelijk afkomstig van een eerdere hennepoogst.

Ook zag in een grote hoeveelheid vuilniszakken staan, gevuld met restkluiten met afgeknipte steel en wortel van hennepplanten.

De in de hennepkwekerij aanwezige hennepplanten waren ongeveer 56 dagen oud.

Gelet op bovenstaande bevindingen was deze hennepkwekerij al een geruime tijd in het pand aanwezig.”

3.2

Eneco vordert - na vermindering van eis - in hoofdsom een bedrag van in totaal € 6.618,85. Dit bedrag omvat het geschatte niet geregistreerde elektriciteitsverbruik (€ 6.261,35) over de fraudeperiode van 29 december 2005 tot 22 april 2006, vermeerderd met de kosten terzake gewerkte uren van een binnendienst en een buitendienst medewerker (€ 357,50).

Eneco heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld door illegaal stroom te onttrekken waardoor Eneco schade heeft geleden.

3.3

[gedaagde] heeft gesteld dat hij de woning heeft gehuurd voor kennissen in woningnood, dat hij de sleutel aan deze kennissen ter beschikking heeft gesteld en dat hij niet bekend was met het feit dat in de woning een hennepkwekerij zou worden of is aangelegd.

Eneco heeft gesteld dat het zeer onaannemelijk is [gedaagde] niet op de hoogte was van het bestaan van de hennepkwekerij en hij daar wel degelijk bij betrokken was. Daarnaast heeft Eneco gesteld dat [gedaagde] als huurder een zorgplicht jegens Eneco heeft omdat hij als huurder de beschikking had over de meetinrichting , zodat hij daar ook jegens Eneco verantwoordelijk voor is. Nu hij er niet voor heeft gezorgd dat er geen misbruik van de meetinrichting werd gemaakt, heeft hij onrechtmatig gehandeld, aldus Eneco.

De rechtbank stelt voor op dat niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] zelf illegaal stroom heeft onttrokken, omdat [gedaagde] dat heeft betwist en Eneco deze stelling vervolgens onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde] heeft echter de gestelde zorgplicht en de schending daarvan niet betwist. Hij heeft slechts gesteld dat hij zich er niet mee heeft bemoeid en ook het hem toegezegde geld nooit heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] door het negeren van de hierboven bedoelde zorgplicht, die zich richt op de belangen van Eneco en waardoor het mogelijk is geworden dat in het gehuurde pand aan de [adres] te [woonplaats] illegaal stroom kon worden afgenomen, onrechtmatig jegens Eneco heeft gehandeld. [gedaagde] is daarmee aansprakelijk voor de daardoor door Eneco geleden schade.

3.4

Eneco heeft gesteld dat zij voor € 6.261,35 schade heeft geleden. Bij de berekening van dit bedrag is zij uitgegaan van een periode van 114 dagen, 29 december 2005 (datum ondertekening huurcontract) tot en met 22 april 2006 (datum oprollen hennepkwekerij) waarin kweek heeft plaatsgevonden en waarin in totaal 38.496 kWh aan elektriciteit is weggenomen. Hierbij is gerekend met 38 assimilatielampen die 12 uur per dag werkten, 2 afzuigmotoren die 24 uur per dag werkten en 2 ventilatoren die 24 uur per dag werkten. Deze apparatuur is in de hennepkwekerij aangetroffen.

3.5

[gedaagde] heeft de hoogte van de gestelde schade betwist en daarbij gesteld dat er van een onjuiste periode wordt uitgegaan. Uit de huurovereenkomst blijkt dat [gedaagde] de woning eerst per 1 februari 2006 zou gaan huren en de schadeperiode dus niet eerder in zal kunnen gaan, aldus [gedaagde]. Eneco heeft dat betwist en hiervoor verwezen naar de door haar in het geding gebrachte ‘sleutelverklaring’ waaruit blijkt dat [gedaagde] de sleutel op 29 december 2005 heeft gekregen. Dit is vervolgens niet betwist door [gedaagde], zodat daarmee vaststaat dat [gedaagde] vanaf 29 december 2005 de beschikking had over het pand zodat Eneco van deze datum uit kan gaan.

3.6

Voorts heeft [gedaagde] aangevoerd dat als er van de datum van 29 december 2005 moet worden uitgegaan, er niet langer dan 56 dagen stroom kan zijn onttrokken, omdat uit de rapportage van Eneco blijkt dat de in de hennepkwekerij aanwezige planten ongeveer 56 dagen oud waren. Gelet op het feit dat een gehele oogst 70 dagen duurt en ook het opzetten van een kwekerij nog enige tijd in beslag zal nemen, kan er nimmer voor die tijd nog een volledige oogst hebben plaatsgevonden, aldus [gedaagde].

Eneco heeft dat betwist en gesteld dat het mogelijk is om in één dag een kwekerij, die elders is opgezet, naar binnen te brengen en in werking te hebben en uit de stoflagen en resten die zijn aangetroffen in de kwekerij blijkt dat er wel degelijk langer is gekweekt dan 56 dagen. Omdat de berekening uitgaat van schattingen, (70 plus 56 is 126) is een periode van 114 dagen heel goed mogelijk volgens Eneco.

3.7

Blijkens de stellingen van Eneco, de aanvankelijk door haar ingestelde vordering en het door haar in het geding gebrachte frauderapport gaat Eneco ervan uit dat de onderhavige hennepkwekerij al geruime tijd (vanaf 29 maart 2005) in het pand aanwezig was. Nu van Eneco, gelet op het feit dat er illegaal stroom is onttrokken en het haar daarmee onmogelijk is gemaakt de exacte omvang van de geleverde stroom aan te tonen, slechts verwacht mag worden dat zij haar schade voldoende aannemelijk maakt en [gedaagde] de omstandigheden die Eneco aan haar conclusie dat reeds geruime tijd een hennepkwekerij aanwezig was ten grondslag heeft gelegd, niet heeft betwist, is dat in het onderhavige geding ook voldoende komen vast te staan.

Gelet op het feit dat [gedaagde] de hierboven bedoelde zorgplicht van [gedaagde] op 29 december 2005 is ingegaan, heeft Eneco de schadeperiode terecht op 114 dagen gesteld. Het verweer van [gedaagde] op dit punt wordt dan ook verworpen.

3.8

Daarnaast heeft [gedaagde] nog een beroep op matiging van de schade gedaan op grond van de redelijkheid en billijkheid. Ook dit verweer zal worden verworpen nu hieraan onvoldoende feiten en/of omstandigheden ten grondslag zijn gelegd die dit rechtvaardigen. Zoals hierboven reeds is overwogen is Eneco bij haar vordering (uiteindelijk) van een juiste periode uitgegaan. De omstandigheid dat [gedaagde] in goed vertrouwen zijn medewerking heeft verleend tot slot, is een omstandigheid die voor zijn eigen rekening en risico moet komen.

3.9

Nu [gedaagde] de rekenmethode van Eneco niet heeft betwist en hij tevens niet de door Eneco gevorderde schade in de vorm van gewerkte uren van een binnendienst en een buitendienst medewerker ad € 357,50 en de rente heeft betwist, zal de rechtbank de door Eneco gevorderde schadevergoeding van € 6.618,85 met rente toewijzen.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van Eneco.

4 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Eneco te betalen het bedrag van € 6.618,85 (zegge: zesduizend zeshonderdachttien euro en vijfentachtig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 BW over dit bedrag vanaf 17 juni 2006 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco bepaald op € 300,00 aan vast recht, op € 71,32 aan overige verschotten en op € 768,00 aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk.

Uitgesproken in het openbaar.

1411/544