Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD3416

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-05-2008
Datum publicatie
09-06-2008
Zaaknummer
10/600069-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Medeplichtigheid aan witwassen door het afgeven van een geldbedrag aan een “Hawala” bankier. De handelingen ten aanzien van de geldbedragen vonden plaats onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerkend voor - witwassen zijn aan te merken. Deze omstandigheden rechtvaardigen een vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag van de [medeverdachte] en verdachte, vanuit zijn betrokkenheid bij de aflevering van het geldbedrag, worden verwacht dat hij over de herkomst van het geldbedrag een op enige manier verifieerbare verklaring geeft. Dit heeft de verdachte niet gedaan. De verdachte is bij de witwashandelingen behulpzaam geweest en heeft hiertoe gelegenheid geboden, door [medeverdachte] met het geldbedrag te vervoeren naar het afleveradres. (Promis)

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 420bis
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/600069-07

Datum uitspraak: 30 mei 2008

Tegenspraak

VONNIS

van de politierechter in de zaak tegen de verdachte:

[Verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Turkije),

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres: [adres],

raadsman mr. M. Bouman, advocaat te Delft.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage, aangeduid als A, aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Het primair ten laste gelegde komt er op neer dat aan de verdachte het verwijt wordt gemaakt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het, al dan niet samen met anderen, witwassen van (een) (grote) geldbedrag(en) (van 70.000,- euro en 3.970,- euro) op of omstreeks 17 april 2007 in Amsterdam.

Het subsidiair ten laste gelegde komt erop neer dat aan de verdachte het verwijt wordt gemaakt dat hij medeplichtig is geweest aan de bovengenoemde witwashandelingen, al dan niet samen met anderen gepleegd door [medeverdachte].

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Meissen heeft gerequireerd tot:

- bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (medeplegen van witwassen);

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

VRIJSPRAAK

Het primair ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Uit de verklaringen van de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] blijkt dat de betrokkenheid van de verdachte bij het voorhanden hebben van het tenlastegelegde geldbedrag van 70.000,- niet verder gaat dan het met de auto brengen van [medeverdachte] naar het adres in Amsterdam waar dit geldbedrag door [medeverdachte] diende te worden afgegeven. Niet blijkt dat de verdachte daadwerkelijk feitelijke zeggenschap heeft gehad over het geldbedrag in de plastic tas of handelingen heeft gepleegd bij het afleveren van het geldbedrag door [medeverdachte]. Al met al is geen sprake geweest van een bewuste, nauwe en volledige samenwerking tussen de verdachte en [medeverdachte] bij het voorhanden hebben en afleveren van het geldbedrag.

BEWIJSMOTIVERING EN BEWEZENVERKLARING

Uit het onderzoek is het volgende gebleken.

Op 17 april 2007 is de verdachte samen met de medeverdachte [medeverdachte] in een auto naar Amsterdam gereden.

De verdachte heeft verklaard dat hij [medeverdachte] die dag op diens verzoek met de auto heeft opgehaald. Volgens de verdachte had [medeverdachte] een rood plastic tasje bij zich en vertelde hij dat hij geld moest wegbrengen naar een adres in Amsterdam. Volgens de verdachte is hij met [medeverdachte] naar het adres in Amsterdam gereden waar het geld moest worden afgeleverd. Aangekomen bij het adres in Amsterdam, heeft hij in de auto gewacht en is [medeverdachte] met het plastic tasje samen met een andere persoon een woning ingegaan. Toen [medeverdachte] enkele minuten later de woning verliet, had hij het plastic tasje niet meer bij zich.

Medeverdachte [medeverdachte] heeft verklaard dat hij die dag voor een vriend genaamd “Hassan” een geldbedrag van 70.000,- euro heeft afgegeven aan een persoon op een adres in Amsterdam. Deze “Hassan” had hem dit verzoek een dag eerder in een koffiehuis gedaan en hem hierbij het geld gegeven met het adres en het telefoonnummer van de persoon aan wie het geld diende te worden afgegeven. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de avond tevoren, op 16 april 2007, rond 22.15 uur, met deze persoon telefonisch een afspraak heeft gemaakt voor de geldoverdracht op 17 april 2007. [medeverdachte] heeft verklaard dat de verdachte hem op zijn verzoek naar de woning in Amsterdam heeft gebracht.

Tijdens een observatie op 17 april 2007 door de politie op de Zeeburgerdijk in Amsterdam in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar witwashandelingen door een persoon genaamd [naam persoon 1], wordt waargenomen dat twee mannen uit een auto stappen. Gezien wordt (om 10.53 uur) dat de passagier uit die auto samen met [naam persoon 1] de portiek behorende bij de woning aan de Zeeburgerdijk [nummer] binnenloopt, terwijl de passagier op dat moment een rode plastic tas draagt. Enige tijd later (om 11.15 uur) verlaat de passagier de woning zonder de rode plastic tas en rijden beide mannen in de auto weg. De inzittenden van de auto blijken bij aanhouding de verdachte en [medeverdachte] te zijn.

Uit onderzoek aan de mobiele telefoon van [medeverdachte] blijkt dat er op 16 april 2007 om 22.13 uur contact is geweest tussen het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte] en een telefoonnummer dat door [naam persoon 1] wordt gebruikt. Tijdens dit gesprek, dat is afgeluisterd via de telefoonaansluiting van [naam persoon 1], maakt een persoon met [naam persoon 1] de afspraak om de volgende dag om 11.00 uur langs te komen. In een afgeluisterd telefoongesprek van [naam persoon 1] op 17 april 2007, om 11.20 uur, deelt [naam persoon 1] aan een persoon genaamd Yacoob mede dat “70 dvd’s binnen zijn”.

[naam persoon 1] heeft verklaard dat hij in dit verband met één dvd 1000,- euro bedoelt.

[medeverdachte] heeft in zijn verklaring bij de politie [naam persoon 1] van een foto herkend als degene aan wie hij het geld heeft afgegeven.

Op grond van het vorenstaande staat naar het oordeel van de politierechter vast dat [medeverdachte] op 17 april 2007 het geldbedrag van 70.000,- euro voorhanden heeft gehad en heeft afgegeven aan [naam persoon 1].

Voor een veroordeling terzake witwassen dient vervolgens wettig en overtuigend te worden bewezen dat dit geldbedrag van misdrijf afkomstig was.

Uit het onderzoek is gebleken dat de handelingen ten aanzien van het geldbedrag van 70.000,- euro plaatsvonden onder omstandigheden die, in de context van de gebeurtenissen en in samenhang bezien, als zogenoemde typologieën van - en daarmee kenmerkend voor - witwassen zijn aan te merken:

- de wijze van vervoer van dit aanzienlijke geldbedrag - los in een plastic tas - is hoogst ongebruikelijk en gaat gepaard met aanzienlijke veiligheidsrisico’s;

- het geldbedrag bestond voor een groot deel uit kleine coupures. Dit leidt de politierechter af uit de videobeelden op pagina 1179 van het dossier, waarop is te zien dat de tas waarin, zo volgt uit de verklaring van [medeverdachte] , de 70.000,- euro werd vervoerd voor een groot deel is gevuld;

- het geldbedrag werd niet afgeleverd bij een officiële bancaire instelling, maar bij een persoon in een woning, zodoende onttrokken aan het voor dit soort geldtransacties gebruikelijke (overheids)toezicht (melding van ongebruikelijke transacties en identificatieverplichting), waardoor de werkelijke aard en de herkomst van het geldbedrag kon worden verhuld;

- van het geldbedrag is geen mogelijke legale herkomst vast komen te staan;

- er heeft zich op geen enkel moment een persoon als eigenaar van het geldbedrag gemeld, hetgeen minst genomen onwaarschijnlijk is bij een legale herkomst van een geldbedrag van een dergelijke omvang.

Deze omstandigheden rechtvaardigen een vermoeden van witwassen van opbrengsten van misdrijven. Gelet op dit vermoeden mag worden verwacht dat door [medeverdachte] en de verdachte, vanuit zijn hiervoor weergegeven betrokkenheid bij de aflevering van het geldbedrag, een verifieerbare verklaring wordt gegeven over de herkomst van het geldbedrag. Dit hebben zij niet gedaan. [medeverdachte] heeft enkel verklaard dat de geldbedragen afkomstig zijn van een persoon genaamd “Hassan” die het geld zou hebben verdiend met illegale gokhandel, maar heeft met betrekking tot de identiteit van deze “Hassan” geen gegevens verstrekt. Deze “Hassan” heeft zich ook niet gemeld en ook overigens is van diens bestaan niets gebleken. De verdachte heeft verklaard niets te weten over de herkomst van het geld en hier niet naar te hebben gevraagd.

Voorts blijkt uit naar aanleiding van een rechtshulpverzoek door de Duitse autoriteiten toegezonden informatie dat de verdachte in het verleden in Duitsland is veroordeeld vanwege invoer van heroïne en volgt uit informatie van Interpol dat de verdachte enkele jaren geleden in Turkije is aangehouden vanwege betrokkenheid bij heroïne.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in verdovende middelen aanzienlijke geldbedragen in kleine coupures oplevert.

Op grond van dit alles acht de politierechter wettig en overtuigend bewezen dat het door [medeverdachte] afgegeven geldbedrag van 70.000,- euro - middellijk of onmiddellijk - afkomstig was van de handel in verdovende middelen, althans uit enig misdrijf, en dat [medeverdachte] hiervan wetenschap heeft gehad.

Uit het vorenstaande volgt voorts dat de verdachte [medeverdachte] bij deze witwashandelingen behulpzaam is geweest en [medeverdachte] hiertoe gelegenheid heeft geboden, door [medeverdachte] met dit geldbedrag te vervoeren naar het afleveradres in Amsterdam. Uit de hiervoor weergegeven verklaring van de verdachte blijkt dat hij op de hoogte moet zijn geweest van de bovengenoemde voor witwassen kenmerkende omstandigheden, in het bijzonder de wijze van vervoer van het geldbedrag en aflevering van het geldbedrag aan een persoon in een woning onttrokken aan het zicht van de autoriteiten. Door zich in deze situatie niet te bekommeren om de herkomst van het geldbedrag, heeft de verdachte op de koop toe genomen dat dit afkomstig was van de handel in verdovende middelen of andere criminele activiteiten.

Anders dan de officier van justitie, acht de politierechter witwassen van het bedrag van 3.970,- euro dat blijkens het dossier is aangetroffen in de fouillering van de verdachte niet bewezen, nu ten aanzien van dit bedrag zich niet de situatie voordoet dat de verdachte hiervoor geen plausibele verklaring heeft gegeven.

Gelet op het bovenstaande wordt wettig en overtuigend bewezen geacht dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

[medeverdachte] op 17 april 2007 te Amsterdam

een voorwerp, te weten (een) geldbedrag van (totaal) 70.000,-

euro, (in contanten) heeft

afgegeven aan

- [naam persoon 1] , terwijl ten aanzien van dat (grote) geldbedrag

- de werkelijke aard en/of de herkomst werden verborgen of verhuld, terwijl [medeverdachte] wist dat

dat geldbedrag - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit

de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval afkomstig

was van enig misdrijf

en

- [medeverdachte] dat geldbedrag

heeft voorhanden gehad en overgedragen , terwijl [medeverdachte] , wist

dat dat geldbedrag - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was uit de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval afkomstig was/ van enig misdrijf;

tot/bij het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door toen en daar die [medeverdachte] (terwijl die in het bezit was van dat genoemde geldbedrag) met een auto te vervoeren naar een adres in Amsterdam, (te weten aan de Zeeburgerdijk [nummer]), (teneinde die 70.000,- euro, af te geven aan [naam persoon 1])

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de bewezenverklaarde tenlastelegging kennelijke verschrijvingen voorkomen, zijn deze in bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Medeplichtigheid aan witwassen

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is medeplichtig geweest aan het witwassen van een geldbedrag van 70.000,- euro. Dit geldbedrag, dat van de handel in verdovende middelen of ander misdrijf afkomstig was, werd door een mededader afgegeven aan een persoon in een woning. De verdachte heeft, wetende van de criminele herkomst van het geldbedrag, deze mededader vervoerd naar het afleveradres.

Dit is een ernstig feit. Door het witwassen van crimineel vermogen wordt de onderliggende criminaliteit, zoals in dit geval vermoedelijk de handel in verdovende middelen, gefaciliteerd. Het vormt een aantasting van de legale economie en is, mede vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, een bedreiging voor de samenleving.

Op een dergelijk feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf van enige duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 21 januari 2008 niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten. Hierin wordt aanleiding gezien een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

Van de Lijst met inbeslaggenomen voorwerpen is een kopie als bijlage, aangeduid als B, aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

De officier van justitie heeft gevorderd het op de Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde geldbedrag van 3970,- euro, bestaande uit diverse bankbiljetten, verbeurd te verklaren.

De politierechter overweegt het volgende:

Ten aanzien van het op de Lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde geldbedrag van 3970,- euro, bestaande uit diverse bankbiljetten, zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte.

Niet is gebleken dat dit geldbedrag verband houdt met een strafbaar feit.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 48, 55 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De politierechter:

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 8 (acht) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 4 (vier) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

- stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

- beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt: gelast de teruggave van het vermelde geldbedrag.

Dit vonnis is gewezen door mr. Mul, politierechter,

in tegenwoordigheid van mr. Van Erve, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 mei 2008.

Bijlage bij vonnis d.d. 30 mei 2008 van [verdachte], parketnummer 10/600069-07:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

hij op of omstreeks 17 april 2007 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten een (grote) geldbedrag van (totaal) 70.000,-

euro, althans een (grote) geldrag(en), (in contanten) heeft/hebben

ontvangen van

- Hassan en/of

- [medeverdachte] en/of

- één of meer, (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of

verzonden en/of afgegeven aan

- [naam persoon 1] en/of

- één of meer, (onbekend gebleven) perso(o)n(en), althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn (mede)dader(s), voornoemd€ geldbedrag(en) voorhanden gehad, terwijl ten aanzien van (onder meer) die/dat (grote) geldbedrag(en)

- (telkens) en/of hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (ten aanzien van)

een geldbedrag van € 3.970,00, althans enig(e) geldbedrag(en) de werkelijke aard en/of

de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing werd(en) verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren van die/dat geldbedrag(en) en/of die/dat geldbedrag voorhanden heeft/hebben gehad terwijl hij, verdachte en/of zijn

mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat

die/dat geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit

de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval afkomstig

was/waren van enig misdrijf

en/of

- hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) die/dat geldbedrag(en)

heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of

omgezet, terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) ten tijde van het

verwerven en/of het voorhanden krijgen en/of overdragen en/of omzetten van

die/dat geldbedrag(en), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten

vermoeden, dat die/dat geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig

was/waren uit de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval

afkomstig was/waren van enig misdrijf;

artikel 420bis lid 1 aanhef en onder b Wetboek van Strafrecht

artikel 420quater lid 1 aanhef en onder b Wetboek van Strafrecht

artikel 47 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, voor zover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 17 april 2007 te Amsterdam en/of Rotterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten (een) (grote) geldbedrag van (totaal) 70.000,-

euro, althans een (grote) geldrag(en), (in contanten) heeft/hebben

ontvangen van

- Hassan en/of

- één of meer, (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of

verzonden en/of afgegeven aan

- [naam persoon 1] en/of

- één of meer, (onbekend gebleven) perso(o)n(en), althans heeft/hebben die [medeverdachte] en/of zijn (mede)dader(s), voornoemde geldbedrag(en) voorhanden gehad, terwijl ten aanzien van (onder meer) die/dat (grote) geldbedrag(en) en/of hebben/heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (ten aanzien van) een geldbedrag van € 3.970,00, althans enig(e) geldbedrag(en)

- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing werd(en) verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) was/waren van die/dat geldbedrag(en) en/of die/dat geldbedrag voorhanden heeft/hebben gehad, terwijl [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) wis(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat

die/dat geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit

de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval afkomstig

was/waren van enig misdrijf

en/of

- [medeverdachte] en/of zijn mededader(s), (telkens) die/dat geldbedrag(en)

heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of

omgezet, terwijl [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven

en/of het voorhanden krijgen en/of overdragen en/of omzetten van die/dat geldbedrag(en), wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden,

dat die/dat geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit de opbrengst van de handel in verdovende middelen, in elk geval afkomstig was/waren van enig misdrijf;

tot het plegen van welk misdrijf, hij, verdachte, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen heeft verschaft door toen en daar die [medeverdachte] (terwijl die in het bezit was van dat/die genoemde geldbedrag(en)) met een auto te vervoeren vanuit Rotterdam naar een adres in Amsterdam, (te weten aan de Zeeburgerdijk [nummer]), (teneinde die 70.000,- euro, althans (een) (groot) geldbedrag(en), af te geven aan een (mede)dader genaamd [naam persoon 1]);

artikel 420bis lid 1 aanhef en onder b Wetboek van Strafrecht

artikel 420quater lid 1 aanhef en onder b Wetboek van Strafrecht

artikel 47 Wetboek van Strafrecht