Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD2327

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-04-2008
Datum publicatie
22-05-2008
Zaaknummer
875229
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Een werkneemster heeft een arbeidscontract op oproepbasis. De werkneemster wordt na eniege maanden ziek en meldt dit bij het CWI om een uitkering van de Ziektewet te ontvangen. Het CWI besluit dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd en dat zij dus niet gehouden is een uitkering te verstrekken. De werkneemster moet zich vervoegen bij haar werkgever om aanspraak te maken op loondoorbetaling. De werkgever stelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd, maar dat er sprake is van een contract op oproepbasis. De werkgever verzoekt thans de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, o.a. stellend dat door de houding van de werkneemster de verhouding tussen partijen verstoord is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0336
Prg. 2008, 108

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie: Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 burgerlijk wetboek

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Innovative Solutions in Media (ISM) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verzoekster,

gemachtigde: mr. R.D. Ouwerling, advocaat te Capelle aan den IJssel,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

gemachtigde: mr. M.N. Vissers, advocaat te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “ISM” respectievelijk “[verweerster]”.

1. De processtukken en de loop van het geding

Op 13 maart 2008 is ter griffie van de rechtbank, sector kanton, het verzoek van ISM ontvangen om de arbeidsovereenkomst tussen partijen, voor zover ingevolge enige rechterlijke beslissing zal komen vast te staan dat sprake is van een voorovereenkomst die zou zijn geconverteerd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, te ontbinden op grond van gewichtige redenen, primair bestaande uit veranderde omstandigheden en subsidiair te ontbinden per 7 juni 2008, voor zover de overeenkomst niet reeds van rechtswege op deze datum zal eindigen op grond van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerster]. Bij het verzoekschrift zijn producties gevoegd.

[verweerster] heeft een verweerschrift met producties ingediend. Het verweer strekt tot afwijzing van het verzoek en, mocht het verzoek toch worden ingewilligd, tot toekenning van een billijke vergoeding aan [verweerster], ten laste van ISM.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 april 2008. Ter zitting is ISM verschenen bij haar hoofd P&O, de heer C. Pleisier, bijgestaan door de gemachtigde, die zich heeft bediend van pleitaantekeningen. [verweerster] is samen met haar gemachtigde verschenen. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

De kantonrechter heeft een datum voor de uitspraak van de beschikking bepaald.

2. De vaststaande feiten

In het kader van de onderhavige procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan:

2.1 [verweerster], geboren op 11 november 1986, is op 7 juni 2007 bij ISM in dienst getreden. Haar functie is stafmedewerkster. Het loon van [verweerster] bedroeg laatstelijk € 8,50 bruto per uur, inclusief 8% vakantietoeslag en pro rata opgebouwde vakantiedagen.

2.2 Op 17 augustus 2007 heeft [verweerster] zich ziek gemeld.

2.3 Bij brief van 22 oktober 2007 aan [verweerster] heeft het UWV haar aanvraag voor een Ziektewetuitkering afgewezen. Het UWV concludeert dat [verweerster] een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde heeft, zodat haar werkgever verplicht is tijdens ziekte het salaris door te betalen.

2.4 Op 29 november 2007 heeft ISM tegen de beslissing van het UWV bezwaar aangetekend.

2.5 Bij brief van 21 december 2007 aan ISM heeft [verweerster] op grond van artikel 7:629 Burgerlijk Wetboek aanspraak gemaakt op doorbetaling van het loon tijdens ziekte.

2.6 Op 22 januari 2008 heeft het UWV in haar beslissing op het bezwaar van ISM de bestreden beslissing gehandhaafd.

2.7 [verweerster] heeft beroep aangetekend tegen de beslissing op bezwaar van het UWV.

3. De stellingen van partijen

3.1 ISM heeft - voor zover thans van belang en kort samengevat - het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. Het verzoek houdt geen verband met enig opzegverbod. ISM stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht, een zogenaamd nulurenoproepcontract, voor de bepaalde duur van één jaar, op grond waarvan slechts één oproep heeft plaatsgevonden voor de periode van vier weken vóór en drie weken ná de vakantie van [verweerster] in juli en augustus 2007. [verweerster] is op 17 augustus 2007, derhalve na afloop van de eerste oproep ziek geworden, zodat voor ISM geen loondoorbetalingplicht tijdens ziekte bestaat. Er is geen vertrouwensbasis meer voor de samenwerking tussen partijen, hetgeen aan [verweerster] is te wijten nu zij het ten onrechte doet voorkomen alsof het nulurenoproepcontract voor bepaalde tijd niet zou bestaan en alsof er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd voor veertig uur per week. De discussie of het loon moet worden doorbetaald, vormt de basis van het conflict tussen partijen. Door bij het verweerschrift een conceptdagvaarding met een loonvordering over te leggen, zet ze de toch al gespannen relatie tussen partijen verder op scherp.

3.2 [verweerster] heeft - voor zover thans van belang en kort samengevat - als verweer aangevoerd dat zij in principe gewerkt zou hebben op 17 augustus 2007 als zij niet ziek was geworden. Het heeft er op zijn minst alle schijn van dat het onderhavige verzoek enkel en alleen is ingesteld om de eventuele loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte qua duur zoveel als mogelijk te beperken, zodat niet anders geconcludeerd kan worden dan dat het verzoek verband houdt met de ziekte van [verweerster]. Omdat ISM weigert het loon door te betalen en het UWV haar een Ziektewetuitkering heeft geweigerd, heeft [verweerster] vanaf

17 augustus 2007 geen inkomsten meer. [verweerster] heeft er belang bij om duidelijkheid te krijgen over haar recht op loondoorbetaling dan wel een Ziektewetuitkering en om dat recht geldend te maken. Aan haar kan dan ook niet worden verweten dat zij ISM heeft verzocht om loondoorbetaling. [verweerster] ontkent dat de arbeidsrelatie tussen partijen is verstoord. Dit blijkt ook niet uit de praktijk. Bovendien levert de vermeende verstoring in de werkrelatie geen noodzaak op tot ontbinding vanwege de arbeidsongeschiktheid van [verweerster]. ISM heeft geen belang bij ontbinding per 7 juni 2008 omdat de arbeidsovereenkomst van rechtswege per die datum zal eindigen.

4. De beoordeling van het verzoek

4.1 De kantonrechter stelt voorop dat partijen het erover eens zijn dat de overeenkomst tussen partijen in ieder geval eindigt op 7 juni 2008 nu dit uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst is bepaald.

4.2 Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of ISM verplicht is tot doorbetaling van het loon tijdens ziekte of dat het UWV een Ziektewetuitkering dient te verstrekken en in het verlengde daarvan hoe de arbeidsovereenkomst tussen partijen gekwalificeerd moet worden. Gelet op het voorwaardelijke karakter van het verzoek, leent deze procedure zich naar haar aard niet voor een nader onderzoek naar de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst, dat mogelijk gepaard zal gaan met het horen van getuigen. Voor de beantwoording van deze vragen is een bodemprocedure geïndiceerd.

4.3 De kantonrechter dient zich er vooreerst van te vergewissen of het verzoek verband houdt met het bestaan van een opzegverbod. Volgens ISM is hiervan geen sprake en houdt het verzoek uitsluitend verband met het feit dat [verweerster] het ten onrechte doet voorkomen alsof het nulurenoproepcontract voor bepaalde tijd d.d. 8 juni 2007 niet zou bestaan en dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor veertig uur per week. [verweerster] stelt zich daarentegen op het standpunt dat het verzoek verband houdt met haar ziekte.

4.4 Het is de kantonrechter onvoldoende gebleken dat het verzoek geen verband houdt met een opzegverbod. Het ontbindingsverzoek is ingesteld nadat [verweerster] ziek is geworden en nadat zij ISM heeft aangesproken op doorbetaling van het loon/ziekengeld omdat haar aanvraag voor een Ziektewetuitkering bij het UWV werd afgewezen. Nu aldus een verband tussen het ontbindingsverzoek en de arbeidsongeschiktheid niet kan worden uitgesloten, moet het verzoek worden afgewezen. Dit kan slechts anders zijn als zich andere omstandigheden voordoen die een gewichtige reden voor ontbinding vormen.

4.5 ISM stelt dat dergelijke omstandigheden zich voordoen. Zij stelt dat de vertrouwensbasis voor de samenwerking geheel is weggevallen omdat [verweerster] zich in strijd met de bedoeling van partijen op het standpunt stelt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor veertig uur per week. Het geschil over de kwalificatie van de arbeidsovereenkomst is naar het oordeel van de kantonrechter niet gerezen naar aanleiding van de persoon van [verweerster] maar vindt zijn oorsprong in het feit dat haar aanvraag voor een uitkering bij het UWV is afgewezen. [verweerster] is in beroep gekomen tegen de beslissing op bezwaar van het UWV. ISM kan het [verweerster] niet verwijten dat zij daarnaast, om haar inkomen veilig te stellen, ISM aanspreekt op loondoorbetaling tijdens ziekte. [verweerster] ontkomt er in deze situatie niet aan om zich tegenover ISM op het standpunt te stellen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De kantonrechter is van oordeel dat het standpunt dat [verweerster] inneemt in het licht van de omstandigheden begrijpelijk is en geen aanleiding kan vormen voor ISM om het vertrouwen in de persoon van [verweerster] te verliezen. Op basis van het vorenstaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat niet is gebleken van een verandering in de omstandigheden die een gewichtige reden oplevert die noopt tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

4.6 Gelet op de aard van het geschil worden geen termen aanwezig geacht om de ene partij de proceskosten van de andere partij te laten vergoeden.

5. De beslissing

De kantonrechter,

wijst het verzoek af;

bepaalt dat elk der partijen de eigen kosten van deze procedure draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. L.J. van Die en uitgesproken ter openbare terechtzitting.