Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD0872

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-04-2008
Datum publicatie
29-04-2008
Zaaknummer
10/662771-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het in de etalage tonen en ter verkoop aanbieden van T-shirts met de opdruk “corrupt” en “poep” met op de “o” van deze woorden een sterk op het politielogo gelijkende afbeelding is belediging van een politieambtenaar in functie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 266, geldigheid: 2008-04-29
Wetboek van Strafrecht 267, geldigheid: 2008-04-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2008, 164

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/662771-07

Datum uitspraak: 29 april 2008

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres].

Raadsman, mr. A. Jhingoer, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 16 april 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Bijl heeft gerequireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 400,-.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 08 februari 2007 te Rotterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [naam verbalisant], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid schriftelijk en/of bij afbeelding, op t-shirts, heeft toegevoegd de woorden "corrupt" en "poep" waarbij in de "o" het gespiegelde politielogo is afgebeeld.

Het in de tenlastelegging vermelde “politielogo" is een kennelijke vergissing die verbeterd wordt gelezen als "gespiegelde politielogo". Uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter zitting komt naar voren dat er bij verdachte geen onduidelijkheid is geweest met betrekking tot hetgeen hem wordt verweten. De verdachte is door de verbeterde lezing dan ook niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

Namens de verdachte is vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat de verbalisant niet ter zake van zijn functie-uitoefening is beledigd. Daarnaast is aangevoerd dat een individuele agent niet door de afbeelding en tekst op de T-shirts beledigd kan worden, nu die afbeelding en tekst zien op het gehele politiekorps en niet op de individuele agent.

Subsidiair is namens de verdachte vrijspraak bepleit omdat de opdruk op de T-shirts niet beledigend is en als dat wel het geval zou zijn, verdachte nimmer de opzet heeft gehad om daarmee te beledigen.

Namens de verdachte is ten slotte een beroep gedaan op de rechtvaardigingsgrond van artikel 266, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en het grondrecht van de vrijheid van meningsuiting.

De rechtbank constateert dat in de etalage van de winkel van verdachte, zichtbaar vanaf de openbare weg, T-shirts zijn aangetroffen met daarop de teksten “corrupt” en “poep” waarbij in de letter “o” een gespiegeld politielogo is afgebeeld, welk logo als zodanig voor het publiek herkenbaar is als het originele politielogo.

De rechtbank stelt voorop dat in het maatschappelijk verkeer is geaccepteerd dat op T-shirts humoristische dan wel licht kritische afbeeldingen en/of teksten worden afgebeeld. Echter, deze uitingsvrijheid is niet onbeperkt en vindt haar grenzen in de zorgvuldigheid en betamelijkheid die in het maatschappelijke verkeer jegens anderen in acht moet worden genomen.

De rechtbank ziet zich tegen die achtergrond gesteld voor de vraag of de termen “corrupt” en “poep” in combinatie met een op het politielogo gelijkende afbeelding geschikt zijn om en/of de strekking hebben om een ander te beledigen. Die vraag wordt door de rechtbank bevestigend beantwoord. Een uitlating is beledigend wanneer zij de strekking heeft een ander bij het publiek in een ongunstig daglicht te stellen en hem aan te randen in zijn eer en goede naam. De term corrupt heeft de strekking de eer en goede naam aan te tasten (HR 30 oktober 2001, NJ 2002, 129). In tegenstelling tot hetgeen namens de verdachte is aangevoerd, is de rechtbank van mening dat de genoemde tekst en afbeelding zich tevens richt op de individuele agent die deel uitmaakt van de politieorganisatie. Immers, door hem neer te zetten als lid van een corrupte organisatie wordt daarmee ook zijn persoonlijke integriteit in twijfel getrokken. Daarmee is de ambtenaar [naam verbalisant] niet alleen beledigd gedurende, maar tevens ter zake van zijn rechtmatige functie-uitoefening dan wel bediening.

De tekst “poep” in combinatie met het gespiegelde politielogo op T-shirts wordt beledigend geacht omdat deze shirts zijn tentoongesteld in de etalage van de winkel van verdachte tezamen met T-shirts met het opschrift “corrupt” met het gespiegelde politielogo. Het gebruik van die termen in combinatie met het gespiegelde politielogo op T-shirts ondermijnt dan ook het vertrouwen in de integriteit van de politie en de individuele politieman en tast het gezag aan waarmee hij in de maatschappij moet kunnen functioneren.

De door de verdediging geponeerde stelling dat een politieambtenaar méér moet kunnen verdragen dan een gewone burger vindt geen steun in het recht (vgl. HR 19 december 2000, NJ 2001, 101). Vooral ook nu de wetgever de belediging van een ambtenaar in functie als strafverzwarend heeft aangemerkt.

Het beroep op de rechtvaardigingsgrond van artikel 266, tweede lid, van het Wetboek van strafrecht en het beroep op het grondrecht van vrijheid van meningsuiting mist feitelijke grondslag, nu verdachte expliciet heeft verklaard dat hij met het aanbieden van genoemde

T-shirts geenszins de bedoeling had om daarmee een oordeel te geven over de behartiging van publieke belangen, noch zijn mening tot uitdrukking heeft willen brengen.

Voor wat betreft het opzet van verdachte op het beledigen van de verbalisant overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij de genoemde afbeelding en teksten op de

T-shirts niet als beledigend heeft ervaren, maar als satirisch. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte door het tentoonstellen van T-shirts met daarop satirische zijnde spottende dan wel hekelende teksten en afbeeldingen jegens de politie heeft beseft dat deze afbeeldingen en teksten beledigend zouden kunnen zijn voor de politie als organisatie dan wel voor de individuele politieambtenaar. Derhalve heeft de verdachte de aanmerkelijke kans geriskeerd dat ter zake aangifte zou worden gedaan.

Verdachte heeft naar zijn zeggen de T-shirts gezien als handel en erop vertrouwd dat het wel goed zou zitten met de teksten en afbeelding nu hij zijn waar via de reguliere handel heeft aangeschaft. Verdachte heeft door zo te handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij hiermee het feit pleegde zoals ten laste is gelegd. De verdachte heeft mitsdien gehandeld met het voor dit misdrijf vereiste opzet in de zin van voorwaardelijke opzet.

De verweren worden verworpen.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

Eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft in zijn winkel T-shirts in de etalage getoond en ter verkoop aangeboden met de opdruk “corrupt” en “poep” met op de “o” van deze woorden een sterk op het politielogo gelijkende afbeelding. Verdachte heeft zich hiermee schuldig gemaakt aan belediging van een politieambtenaar in functie. Een politieambtenaar moet er van uit kunnen gaan dat hij ongehinderd zijn functie kan uitoefenen en niet geconfronteerd wordt met dergelijke grievende uitlatingen. Beledigingen als deze tasten overigens ook het gezag van de individuele politieambtenaar aan.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 3 januari 2008 niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De door de officier van justitie geëiste geldboete van € 400,- komt de rechtbank te hoog voor. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat aanvankelijk een transactievoorstel aan verdachte is gedaan van € 175,-. De rechtbank ziet geen aanleiding van de hoogte van dit bedrag af te wijken.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen T-shirts verbeurd te verklaren.

De in beslag genomen T-shirts zullen worden verbeurd verklaard, nu het bewezen feit met betrekking tot deze T-shirts is begaan.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 23, 24c, 33, 33a, 266 en 267 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 175, (zegge: honderdenvijfenzeventig euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 3 dagen hechtenis;

- beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd:

- 11 T-shirts met “corrupt” (zwart)

- 4 T-shirts met “poep” (zwart)

- 15 T-shirts met “corrupt” (wit)

- 19 T-shirts met “poep” (wit).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. De Vreede, voorzitter,

en mrs. Daalmeijer en Benaissa, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Kandemir-Akkal, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 april 2008.

Bijlage bij vonnis van 29 april 2008:

TEKST GEWIJZIGDE TENLASTELEGGING.

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 08 februari 2007 te Rotterdam opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [naam verbalisant], gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, in diens tegenwoordigheid schriftelijk en/of bij afbeelding, op één of meer t-shirt(s), heeft toegevoegd de woorden "corrupt" en/of "poep" waarbij op/in/boven de "o" het politielogo is afgebeeld en/of getekend, althans woorden en/of afbeeldingen van gelijke beledigende aard en/of strekking.

(Artikel 266/267 Wetboek van Strafrecht)