Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BD0198

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
23-04-2008
Zaaknummer
215770 / HA ZA 04-1242
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BL9878, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindvonnis na tussenvonnis met bewijsopdracht. Schadelijdende partij heeft het causaal verband tussen het tanken bij telkens dezelfde brandstofpomp en de vervolgens optredende schades aan de motoren van de betreffende vrachtwagens voor een aantal van de g

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 215770 / HA ZA 04-1242

Uitspraak: 26 maart 2008

Vonnis van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser]

handelende onder de naam [handelsnaam eiser],

wonende te Meppen, Duitsland,

eiser,

procureur mr. J.G.A. van Zuuren,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KUWAIT PETROLEUM (NEDERLAND) B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. P.J. de Waal.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]", respectievelijk "KPNL".

1 Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 21 december 2005.

Ingevolge dat tussenvonnis heeft bewijsvoering plaatsgevonden. De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende processtukken:

- proces-verbaal van het op 28 maart 2006 gehouden getuigenverhoor, met één door de rechter tijdens dit getuigenverhoor gewaarmerkte bijlage;

- proces-verbaal van het op 10 oktober 2006 gehouden getuigenverhoor;

- proces-verbaal van het op 27 februari 2007 gehouden getuigenverhoor, met zes door de rechter tijdens dit getuigenverhoor gewaarmerkte bijlagen;

- akte aan de zijde van [eiser] houdende overlegging van één productie;

- conclusie na enquête aan de zijde van [eiser];

- conclusie na enquête aan de zijde ven KPNL.

1.2

De rechter ten overstaan van wie het bewijs is bijgebracht heeft de rechtbank verlaten en heeft dit vonnis niet kunnen wijzen.

2 De verdere beoordeling

2.1

In het tussenvonnis is [eiser] opgedragen te bewijzen dat KPNL via haar tankstation te Klazienaveen in de periode van 30 april tot en met 17 juni 2002 verontreinigde dieselolie heeft geleverd en dat dit heeft geleid tot de problemen die in 2002 zijn opgetreden aan de vrachtauto’s van [eiser].

2.2

[eiser] heeft [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] als getuigen in enquête doen horen. KPNL heeft [contra-getuige 1] als getuige in contra-enquête doen horen. Voorts heeft [eiser] schriftelijke verklaringen van [schriftelijk verklarende 1] en [schriftelijk verklarende 2] in het geding gebracht, welke verklaringen als bijlage 6 aan het proces-verbaal van het op 27 februari 2007 gehouden getuigenverhoor zijn gehecht.

2.3

[eiser] vordert in deze procedure betaling van de reparatiekosten vanwege beschadiging van haar vrachtauto’s met de volgende kentekens:

kenteken reparatiekosten

EL-T-159 € 808,50

EL-T-1002 € 4.832,15

EL-T-1040 € 702,33

EL-T-1060 € 5.531,40

EL-T-1080 € 5.662,15

EL-T-1111 € 4.650,80

EL-T-3600 € 1.864,55

EL-T-3800 € 5.957,66

EL-T-4100 € 423,90

EL-T-4300 € 3.322,45

EL-T-5300 € 902,70

EL-T-5400 € 593,85

EL-T-5600 € 875,80

EL-T-5700 € 4.469,29

EL-T-6300 € 1.688,00

EL-T-6700 € 1.322,95

EL-T-7200 € 225,00

EL-T-8100 € 3.243,35

EL-T-9300 € 731,00

EL-T-9400 € 499,45

Totaal € 48.307,28

2.4

Ter onderbouwing van haar vordering heeft [eiser] onder meer de volgende bescheiden in het geding gebracht. Producties 2a – 2t bevatten overzichten waarin met betrekking tot elke vrachtwagen van [eiser] die zou zijn beschadigd onder meer is vermeld op welke data deze voor de laatste keer bij KPNL te Klazienaveen had getankt voordat de schade ontstond, wanneer en waar schade is ontstaan en vervolgens op welke datum reparatiewerkzaamheden zijn verricht met een beschrijving van die werkzaamheden. Als producties 3a – 3c heeft [eiser] facturen van International Diesel Service (hierna: IDS) in het geding gebracht, waarmee de bij KPNL de bij haar tankstation te Klazienaveen getankte brandstof aan [eiser] in rekening heeft gebracht. Het door KPNL in het geding gebrachte, als bijlage 1 aan de verklaring van getuige [contra getuige 1] gehechte overzicht spoort met die facturen van IDS. De producties 4a – 4t bevatten reparatienota’s van de eigen werkplaats van [ei[X Gmbh] facturen van [X Gmbh] (hierna: [X Gmbh]) aan [eiser].

De getuige [getuige 3] heeft de hierna onder 2.5 tot en met 2.11 beschreven voorvallen in algemene bewoordingen bevestigd.

KPNL heeft de juistheid van deze producties noch van die verklaring inhoudelijk betwist of ontzenuwd.

Uit deze producties en die verklaring leidt de rechtbank de hierna onder 2.5 tot en met 2.11 weergegeven feiten af.

2.5

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-159 is op vrijdag 24 mei 2002 368,5 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2a en 3b. Op zaterdag 25 mei 2002 zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “vrachtwagen start slecht, geen vermogen”. Diezelfde dag is de vrachtauto door onder anderen monteur (en getuige) [getuige 3] van [eiser] gerepareerd; daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “reiniging en stomen van de tank; tank leeggepompt en gedicht; filters en dichtingen hernieuwd”; zie productie 2a en reparatiefactuur 2425/02/T (productie 4a). Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “de apparatuur was abnormaal versleten door slechte, vervuilde en waterhoudende brandstof”; zie hiervoor productie 2a . De kosten van de op 25 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 808,50.

2.6

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-1002 is op dinsdag 21 mei 2002 272 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2b en 3b. Op woensdag 22 mei 2002 zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “vrachtwagen start slecht, geen vermogen”. Diezelfde dag is de vrachtauto gerepareerd door monteur [getuige 3] van [eiser], waarbij de volgende reparaties zijn uitgevoerd: “rubberen ringen, dichtingen en 2 filters vernieuwd”; als reden van reparatie is vermeld: “de apparatuur was abnormaal versleten door slechte, vervuilde en waterhoudende brandstof”; zie reparatiefactuur 2434/02/T (productie 4b) en productie 2b. De kosten van deze reparatie bedragen € 681,80.

2.7

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-1060 is op dinsdag 21 mei 2002 525,9 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2d en 3b. Diezelfde dag zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “vrachtwagen start slecht, geen vermogen” en is de vrachtauto door een monteur van [eiser] gerepareerd. Daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “Rubberen ringen, dichtingen en 1 filter vernieuwd”; zie reparatiefactuur 2414/02/T (productie 4d) en productie 2d. Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “De vrachtwagen had geen vermogen door de sterk vervuilde brandstof”; zie productie 2d. De kosten van de op 21 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 996,25.

2.8

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-6300 is op dinsdag 21 mei 2002 510 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie productie 2o en 3b. Op woensdag 22 mei 2002 zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “start niet, geen vermogen”. Diezelfde dag is de vrachtauto gerepareerd. Daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “2 filters, rubberen en koperen ringen hernieuwd”. Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “De vrachtwagen had geen vermogen door de sterk vervuilde brandstof”. Zie hiervoor producties 2o en de reparatiefactuur 2431/02/T (productie 4o). De kosten van de op 22 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 1.688,00.

2.9

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-7200 is op vrijdag 17 mei 2002 210,1 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2q en 3b. Op zaterdag 18 mei 2002 zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “start niet, geen vermogen”. Diezelfde dag is de vrachtauto gerepareerd in de werkplaats van [eiser]. Daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “Een filter, rubberen en koperen ringen hernieuwd”. Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “De vrachtwagen had geen vermogen door sterk vervuilde brandstof”. Zie hiervoor producties 2q en reparatiefactuur 2418/02/T (productie 4q). De kosten van de op 18 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 225,00.

2.10

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-9300 is op vrijdag 17 mei 2002 212,18 1 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2s en 3b. Op zaterdag 18 mei 2002 zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “vrachtwagen start niet, geen vermogen”. Diezelfde dag is de vrachtauto gerepareerd in de werkplaats van [eiser]. Daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “Een filter en dichtingen hernieuwd, voor- en terugloop van de dieselleiding gereinigd, dieseltank leeggepompt en gereinigd”. Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “De vrachtwagen had geen vermogen door de sterk vervuilde brandstof”. Zie hiervoor producties 2s e reparatiefactuur 2423/02/T (productie 4s). De kosten van de op 18 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 731,00.

2.11

Met de vrachtauto met kenteken EL-T-9400 is op maandag 20 mei 2002 640,2 1 liter dieselolie getankt bij KPNL te Klazienaveen; zie producties 2t en 3b. Op diezelfde dag zijn de volgende klachten aan deze vrachtauto opgetreden: “vrachtwagen start niet, geen vermogen” en is de vrachtauto door een monteur van [eiser] gerepareerd. Daarbij zijn de volgende reparaties uitgevoerd: “Twee filters, dichtingen en rubberen ringen hernieuwd, tankinstallatie gereinigd en opnieuw gedicht”. Als reden voor de reparatie wordt aangegeven: “De vrachtwagen had geen vermogen door de sterk vervuilde brandstof”. Zie hiervoor producties 2t en reparatiefactuur 2435/02/T (productie 4t). De kosten van de op 20 mei 2002 uitgevoerde reparaties bedragen € 499,45.

2.12

In alle onder 2.5 tot en met 2.11 genoemde gevallen had de betreffende vrachtwagen van [eiser] een substantiële hoeveelheid dieselolie getankt bij het tankstation van KPNL te Klazienaveen, waarmee (gelet op de verklaring van getuige [getuige 3] over de inhoud van de brandstoftanks van de vrachtwagens) ten minste een aanmerkelijk deel van de brandstoftank van de betreffende vrachtauto werd gevuld. In al deze gevallen is sprake van een vergelijkbaar patroon van klachten, namelijk het niet meer (behoorlijk) kunnen starten van de motor en het ontbreken van enig vermogen, welk klachtenpatroon steeds binnen één dag na het tanken van dieselolie bij KPNL te Klazienaveen is opgetreden en hetwelk na onderzoek telkens terug te voeren bleek op vervuilde brandstof. Bovendien bleken de herstelwerkzaamheden telkens naar aard vergelijkbaar.

Al deze omstandigheden duiden op causaal verband tussen enerzijds het tanken van dieselolie door de genoemde vrachtauto’s bij KPNL te Klazienaveen in de periode van 17-24 mei 2002 en anderzijds het optreden van de schadegevallen aan de brandstofinstallaties en de motoren van die vrachtauto’s.

Van feiten of omstandigheden die zodanig causaal verband ontzenuwen is niet gebleken. Zo doet de verklaring van de getuige [contra getuige 1], dat bij KPNL in de periode 30 april tot en met 17 juni 2002 geen klachten van andere klanten dan [eiser] zijn binnengekomen, aan dat causale verband niet af, omdat daarmee nog niet gezegd is dat geen van die andere klanten (in de periode waarom het in dit verband gaat, namelijk 17 tot en met 24 mei 2002) inderdaad geen problemen heeft gehad wegens bij KPNL te Klazienaveen getankte dieselolie.

2.13

Uit het vorenstaande vloeit voort dat [eiser] niet alleen het bewijs heeft geleverd van causaal verband tussen enerzijds het tanken van dieselolie bij KPNL te Klazienaveen in de periode van 17 tot en met 24 mei 2002 door de onder 2.5 tot en met 2.11 genoemde vrachtauto’s van [eiser] en anderzijds het optreden van de genoemde schadegevallen aan die vrachtauto’s, maar tevens dat de oorzaak van deze schadegevallen steeds gelegen is geweest in “vervuilde brandstof” c.q. “vervuilde en waterhoudende brandstof”, nu in deze gevallen een andere bron van die verontreiniging dan de bij het tankstation van KPNL te Klazienaveen gesteld noch gebleken is. Daarmee is komen vast te staan dat de betreffende door KPNL geleverde brandstof verontreinigd was en niet voldeed aan hetgeen [eiser] op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.

Derhalve heeft [eiser] het haar opgedragen bewijs geleverd voor zover het betreft de onder 2.5 tot en met 2.11 genoemde schadegevallen, zodat een hoofdsom van in totaal € 5.630,- voor toewijzing in aanmerking komt.

2.14

Wat betreft de overige door [eiser] gestelde, maar niet onder 2.5 tot en met 2.11 behandelde schadegevallen is de rechtbank van oordeel dat in die gevallen niet is gebleken van voldoende causaal verband tussen enerzijds het tanken bij KPNL te Klazienaveen en anderzijds het optreden van schade aan de brandstofinstallaties c.q. de motoren van de betreffende vrachtauto’s. In deze gevallen is telkens een langere periode (drie dagen tot omstreeks vijf weken) gelegen tussen het tijdstip van tanken bij KPNL te Klazienaveen en het optreden van klachten over de betreffende vrachtauto. Door zodanig tijdsverloop valt de mogelijkheid niet uit te sluiten dat een andere omstandigheid de oorzaak van de schade aan de motor c.q. de brandstofinstallatie vormt, terwijl evenmin valt uit te sluiten dat met de betreffende vrachtwagen in de tussentijd ook bij een andere brandstofleverancier dan KPNL is getankt.

Daarop stuit toewijzing van de betreffende gedeelten van de vordering van [eiser] af.

2.15

[eiser] vordert tevens vergoeding van de herstelkosten die [X Gmbh] haar in rekening heeft gebracht ten aanzien van de onder 2.6 behandelde vrachtwagen met kenteken EL-T-1002 en de onder 2.7 behandelde vrachtwagen met kenteken EL-T-1060. Het gaat in beide gevallen om werkzaamheden van [X Gmbh] welke blijkens producties 2b en 2d zijdens [eiser] op 24 juli 2002 zijn uitgevoerd (welke datum spoort met de datum van de betreffende facturen van [X Gmbh]; zie producties 4b en 4d). Zonder nadere toelichting, welke niet is gegeven, is niet aannemelijk dat aldus twee maanden later uitgevoerde werkzaamheden van [X Gmbh] (na de betreffende herstelwerkzaamheden door personeel van [eiser]) noodzakelijk waren om de door het tanken van dieselolie bij KPNL te Klazienaveen op (in beide gevallen) 21 mei 2002 aan de brandstofinstallaties en de motoren van die vrachtauto’s ontstane schade te herstellen. Daarom komen de betreffende kosten van [X Gmbh] niet voor toewijzing in aanmerking.

2.16

[eiser] is niet ingegaan op de gemotiveerde betwisting door KPNL bij conclusie van antwoord van haar vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. [eiser] heeft het beloop van die kosten niet aannemelijk gemaakt, evenmin dat die kosten buiten het bestek vallen van de verrichtingen waarvoor de in de artt. 237 tot en met 240 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten.

Daarom zal de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten in haar geheel worden afgewezen.

2.17

[eiser] vordert vergoeding van de wettelijke rente vanaf 22 november 2002. KPNL voert aan dat zij niet in verzuim verkeerde en dat onduidelijk is waarop de genoemde datum is gebaseerd.

De vordering van [eiser] strekt tot schadevergoeding als bedoeld in art. 6:74 lid 1 BW. In dit vonnis is de rechtbank tot de slotsom gekomen dat KPNL in een aantal gevallen toerekenbaar is tekortgeschoten in haar leveringsverplichtingen door verontreinigde brandstof af te leveren en dat daardoor schade aan de betreffende vrachtauto’s is ontstaan. Uit die vaststellingen vloeit voort dat het betreffende deel van de vordering tot schadevergoeding toewijsbaar is. Gesteld noch gebleken is dat KPNL terstond na kennisneming ervan tot vergoeding van de schade is overgegaan. Daarmee komt ingevolge art. 6:83 aanhef en onder b BW in samenhang met art. 6:119 BW de wettelijke rente over het bedrag van de schadevergoeding vanaf de datum vanaf het moment dat KPNL daarmee op de hoogte kwam voor vergoeding in aanmerking. De betreffende schades zijn aan het licht gekomen vanaf 18 mei 2002. [eiser] heeft KPNL van de schades in kennis gesteld uiterlijk bij brief van 29 oktober 2002. KPNL heeft aansprakelijkheid voor de schade afgewezen bij schrijven van (haar verzekeraar AIG Europe) van 30 oktober 2002.

Derhalve komt de wettelijke rente in ieder geval vanaf de gevorderde ingangsdatum, 22 november 2002 voor toewijzing in aanmerking.

2.18

Hoewel [eiser] aldus slechts een gedeelte van haar vordering toegewezen krijgt, heeft zij om tot vergoeding te komen deze procedure moeten voeren. Daarom zal de rechtbank KPNL in de proceskosten veroordelen. De rechtbank zal de aan [eiser] toe te wijzen bedragen voor vastrecht en procureursalaris bepalen in verhouding tot het geldelijk belang van de toe te wijzen hoofdsom.

3 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt KPNL tot betaling aan [eiser] van € 5.630,- (zegge: vijfduizendzeshonderddertig euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 november 2002 tot aan de datum van betaling;

veroordeelt KPNL in de aan de zijde van [eiser] gevallen proceskosten, tot en met deze uitspraak bepaald op € 1.320,90 aan verschotten (waarvan € 303,- aan vast recht) en € 1.920,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger.

Uitgesproken in het openbaar.

901/1928