Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9774

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
292214 / HA ZA 07-2421
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Energielevering. Hennepkwekerij. Gedaagde betaalt de rekeningen van de leverancier, maar ontkent dat zij contractant is. Ook betwist zij de omvang van de vordering, dit omdat volgens gedaagde de kwekerij maar kort in gebruik is geweest. Gedaagde heeft een vaststellingsovereenkomst met de leverancier ondertekend. Wat die overeenkomst betreft, beroept zij zich op dwaling (of misbruik van omstandigheden). Geen van deze (en andere) verweren slaagt. Wat betreft het beroep op dwaling wordt uit de correspondentie afgeleid dat gedaagde bekend was met de wijze waarop de schade berekend was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 292214 / HA ZA 07-2421

Uitspraak: 26 maart 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de besloten vennootschap

ENECO ENERGIE SERVICES B.V.,

2. de besloten vennootschap

ENECO ENERGIE RETAIL B.V.,

3. de besloten vennootschap

ENECO NETBEHEER B.V.,

allen gevestigd te Rotterdam,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

procureur mr. E. Alper,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. A.P. van Elswijk.

Partijen worden hierna "Eneco" en "[gedaagde]" genoemd.

1. Het verloop van de procedure

1.1. Eneco heeft bij dagvaarding gevorderd, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan Eneco te betalen € 10.443,30¸ vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2007 tot aan de dag van voldoening, met veroor-deling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

1.2. [gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd en stukken over-gelegd. In reconventie heeft [gedaagde] gevorderd te bepalen dat de door

[gedaagde] en Eneco overeengekomen schuldbekentenis en betalingsregeling d.d.

4 mei 2007 uit hoofde van dwaling wordt vernietigd.

1.3. Bij vonnis is een comparitie van partijen bepaald. Deze heeft plaats gehad. Voorafgaand en tijdens de comparitie van partijen heeft Eneco opnieuw stukken overgelegd. Eneco heeft in reconventie geantwoord, daarbij verweer gevoerd en een stuk overgelegd. Vervolgens is een datum voor de uitspraak van dit vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

Tussen partijen staat het volgende vast:

2.1. [gedaagde] is eigenares van de onroerende zaak gelegen aan de [adres] te Rotterdam. Eneco stuurt [gedaagde] regelmatig rekeningen, gespecificeerd in be-dragen voor levering van elektriciteit door Eneco Energie Retail B.V., hierna

”Retail" te noemen, en voor transport van electriciteit door Eneco Netbeheer B.V., hierna “Netbeheer" te noemen. Deze rekeningen worden door [gedaagde] betaald. Zoals blijkt uit de door Eneco overgelegde huurovereenkomst, gedateerd 2 december 2006, heeft [gedaagde] de woning aan de [adres] te Rotterdam met ingang van 1 december 2006 verhuurd aan [huurder] voor een prijs inclusief elektriciteit.

2.2. Op 23 februari 2007 heeft een fraude-inspecteur van Eneco in aanwezigheid van politie voornoemd pand bezocht en daar een hennepkwekerij aangetroffen. Ten be-hoeve van deze kwekerij bleek er vóór de elektricititeitsmeter een kabel te zijn aan-gesloten, zodat de afname van elektriciteit langs die kabel niet door de meter werd geregistreerd. Op 2 maart 2007 heeft de fraude-inspecteur aangifte gedaan van dief-stal.

2.3. Per brief van 2 maart 2007 schreef Eneco aan [gedaagde] onder meer:

“Op 23/02/2007 18:33 uur heeft ENECO NetBeheer B.V. op verzoek van de politie het pand [adres] te ROTTERDAM bezocht. Dit vanwege vermoedelijke onregelmatigheden aan bij ons in beheer zijnde zaken. Bij dit bezoek zijn onregelmatigheden geconstateerd.

Wij hebben geconstateerd dat in het betreffende pand elektriciteit is afgenomen dat niet kon worden geregistreerd door de meetinrichting, omdat een normaal functioneren daarvan werd verhinderd en/of omzeild. Dit alles zonder de uitdrukkelijke toestemming van ENECO Net-Beheer B.V. Geconstateerd is energiediefstal ten behoeve van het kweken van hennep. De situatie ter plaatse is door onze bevoegde expert op meerdere foto's vastgelegd. Deze foto's zijn overgedragen aan de politie en zijn onderdeel van de aangifte. Deze aangifte is bij de politie op te vragen.

U bent ons kosten verschuldigd voor (manipulatie aan) de aansluiting en de niet- geregi-streerde energieafname. Als voor de aansluiting verantwoordelijke afnemer/contractant bent u op grond van de artikelen 11 lid 1, 4 lid 6 en 4 lid 3 van de Algemene voorwaarden aan-sluiting en transport ENECO NetBeheer elektriciteit 2006 voor huishoudelijke afnemers, toepasselijk verklaring "Algemene voorwaarden aansluiting en transport ENECO NetBeheer elektriciteit en/of gas 2006 voor huishoudelijke afnemers/netgebruiker" en geldende recht-spraak, aansprakelijk voor de geleden schade van de energiediefstal.

In samenwerking met de politie heeft onze bevoegde expert ten aanzien van de energiedief-stal het verbruik berekend. De berekening geschiedt op basis van het vermogen en de ge-bruikstijd van de aangetroffen elektrische apparatuur. Aan de hand van het aangetroffen stof en het restafval wordt de kweekduur vastgesteld. Deze berekening is de meest nauwkeurige benadering van het energieverbruik, omdat een juiste registratie van het energieverbruik niet mogelijk was. Het feit dat een juiste registratie niet mogelijk was, valt onder uw verant-woording.

Gelet op het misbruik hebben wij de energietoevoer afgesloten. Alleen wanneer u het volle-dige notabedrag (fraudenota en eindafrekening) betaalt, zal tot heraansluiting worden over-gegaan.

Wij verzoeken u het totale bedrag € 12.221,41 van deze nota binnen 14 dagen na ontvangst aan ons over te maken op gironummer (…..).

Wij stellen u nu reeds in gebreke bij te late en/of onvolledige betaling. Conform de algeme-ne voorwaarden artikel 9 houden wij het recht om de energietoevoer van andere adressen op uw naam af te sluiten.”

2.4. Op 19 maart 2007 heeft Eneco een herinnering gestuurd. Op 2 april 2007 heeft de advocaat van Eneco [gedaagde] een sommatiebrief gestuurd. Daarin is onder meer te lezen:

“Als gevolg daarvan bent u gehouden om de niet geregistreerde elektriciteit te betalen en bent u aansprakelijk voor de overige schade die cliënte heeft geleden, onder meer bestaande uit de kosten verbonden aan het onderzoek ter plaatse, administratiekosten en de kosten ver-bonden aan het plaatsen van een nieuwe elektriciteitsmeter. (….) De schade bedraagt thans € 12.221,41 en is nader gespecificeerd in de bijgaande verzamelnota.”

2.5. Per brief d.d. 6 april 2007 heeft [gedaagde] hierop als volgt geantwoord:

“Tot 1 december 2006 werd [adres] probleemloos aan derden verhuurd. In Novem-ber is het voor de periode van 3 weken verhuurd aan een bedrijf. Op 1 december 2006 heb-ben wij de hebben wij de betreffende woning/kamer gelegen aan de [adres] te Rot-terdam verhuurd aan de heer [huurder]. Deze man is tevens de oorzaak van alle ellende en hij is inmiddels met de noorderzon vertrokken. Ook heeft hij zonder mijn medeweten een hennepkwekerij in mijn woning (blokweg 13 A) aangelegd met als gevolg een torenhoge re-kening van Eneco!

Niet geregistreerde afname van elektriciteit kan pas in de maand december hebben plaatsge-vonden. Daaruit voortvloeiend, kan ik het met uw voorstel niet eens zijn. December, januari en februari tellen intotaal: 31 + 31 + 28 = 90 dagen. Uw voorstel is 210 dagen, een verschil van 120 dagen! Telefonisch is door mij al geprobeerd dat recht te zetten. Ik ben nu een beetje van de schrik bekomen en heb ook de tijd gehad om alles op een rijtje te zetten. Van-daar dat ik nu pas schriftelijk reageer. Het voorstel van Eneco kan ik niet accepteren. Maxi-male berekening kan gaan over december, januari en februari.

Ik begrijp dat ik als eigenaar van het pand aansprakelijk en verantwoordelijk ben, maar ik ben niet van plan om mij ook door jullie te laten misbruiken.

Bijgaand een kopie van de huurovereenkomst, dat met ingang van 1 december 2006 is afge-sloten.”

2.6. De advocaat van Eneco gaat hierop in per brief van 13 april 2007. Hij schrijft dat hij de gedachtengang van [gedaagde] onjuist acht, omdat deze als contractant voor de hele periode van illegaal verbruik aansprakelijk is. [gedaagde] wordt in deze brief gesommeerd een bedrag van € 13.201,75 te betalen.

2.7. Op 18 april 2007 is door partijen een afbetalingsregeling getroffen. De advocaat van Eneco heeft deze per brief van 4 mei 2007 vastgelegd. In de brief wordt onder meer vermeld:

“Door het voor akkoord ondertekenen van deze brief erkent u de vaststelling van uw schuld als juist en verbindt u zich deze schuld ten volle te voldoen.”

2.8. Deze brief is door [gedaagde] voor akkoord ondertekend. In de brief wordt on-der meer vermeld dat [gedaagde] € 1.095,61, per maand betaalt, dat Eneco na ont-vangst van 60% van het totaal openstaand bedrag de elektriciteit weer zal aansluiten en dat de restantschuld weer geheel en direct opeisbaar is indien [gedaagde] bij de nakoming van de overeenkomst in gebreke blijft.

2.9. Nadat [gedaagde] in totaal € 3.341,22 had afbetaald, is zij opgehouden met be-talen. Eneco heeft op 30 augustus 2007 beslag gelegd de onroerende zaak aan de [adres] te Rotterdam.

3. Het geschil en de beoordeling daarvan

3.1. Eneco stelt dat zij optreedt als lasthebber namens Retail en Netbeheer. Op grond van de lastgeving is Eneco onder meer gemachtigd om namens Retail en Netbeheer hun vordering op [gedaagde] te incasseren en daarvoor de noodzakelijke rechts-maatregelen te nemen. Voorafgaand aan de comparitie van partijen heeft Eneco twee akten overgelegd, waarvan één, gedateerd 31 decmber 2007, mede ondertekend na-mens Netbeheer en één, gedateerd 8 januari 2008, mede ondertekend namens Retail.

3.2. [gedaagde] ontkent dat Eneco als lasthebber bevoegd is om namens Retail en Netbeheer op te treden. [gedaagde] stelt dat tussen Eneco als lasthebber jegens de lastgevers, alsmede tussen de lastgevers onderling, tegenstrijdige belangen bestaan zodat Eneco niet als zodanig mag optreden.

3.3. Dit verweer faalt. Uit de door Eneco overgelegde akten blijkt voldoende dat Eneco bevoegd is de genoemde partijen te vertegenwoordigen zoals door Eneco ge-steld. Het betoog van [gedaagde] geeft geen aanleiding dit in twijfel te trekken. Haar opmerking omtrent tegenstrijdige belangen heeft [gedaagde] niet uitgewerkt en toe-gelicht.

3.4. Eneco stelt verder dat [gedaagde] met Retail en Netbeheer een overeenkomst heeft gesloten voor de levering, respectievelijk de aansluiting en het transport van onder meer elektriciteit ten behoeve van de woonruimte aan [adres] te Rotter-dam. Het bestaan van deze overeenkomst blijkt uit de door [gedaagde] betaalde fac-turen voor verbruik, alsmede uit het feit dat voornoemd pand door [gedaagde] inclu-sief elektriciteitsvoorzieningen is verhuurd, aldus Eneco.

3.5. [gedaagde] ontkent dat zij met Retail en Netbeheer een overeenkomst heeft ge-sloten voor levering of aansluiting en transport van energie. [gedaagde] stelt dat zij, voor zover haar bekend, met Eneco te maken heeft en niet met Retail of Netbeheer. (Voor) het incasseren van Eneco op [gedaagde] namens Retail en Netbeheer maakt ook niet uit dat [gedaagde] met Retail en Netbeheer ooit een overeenkomst daartoe heeft gesloten. Eneco zal de overeenkomsten die zij stelt te hebben gesloten met [gedaagde] dienen over te leggen. Aldus [gedaagde].

3.6. Dat laatste heeft Eneco niet gedaan. Dat geeft hier echter niet de doorslag. Uit het feit dat [gedaagde] de van Eneco afkomstige facturen betaalt, blijkt voldoende dat ook [gedaagde] zich uit overeenkomst gebonden acht. Uit de wijze waarop die facturen zijn gespecificeerd blijkt verder welke rol Retail en Netbeheer spelen. Het betoog van [gedaagde] geeft geen aanleiding de juistheid van de lezing van Eneco omtrent die rolverdeling in twijfel te trekken. Daarom kan ook dit verweer niet sla-gen.

3.7. De door Eneco ingestelde vordering heeft betrekking op haar schade als gevolg van de hierboven beschreven stroomfraude. Eneco stelt dat [gedaagde] zowel jegens de Netbeheerder als jegens de leverancier gehouden is om de buiten de meter om afgenomen elektriciteit te vergoeden en aansprakelijk is voor de (overige) schade die is geleden, bestaande uit de kosten verbonden aan het onderzoek ter plaatse en de netmeting, administratiekosten en de kosten verbonden aan het plaatsen van een nieuwe elektriciteitsmeter.

3.8. De berekening van de hoeveelheid afgenomen elektriciteit volgt volgens Eneco uit de verzamelnota van de Netbeheerder en de bijbehorende specificatie. Deze be-rekening, aldus Eneco, is een beredeneerde begroting op grond van de aangetroffen elektrische apparatuur, waaronder de assimilatielampen, afzuigers, ventilatoren en/of heaters. Uit de door de fraude-inspecteur aangetroffen omstandigheden heeft Eneco kunnen opmaken dat de kwekerij al een geruime periode in het pand aanwezig was, in ieder geval vanaf 28 juli 2006 tot en met 23 februari 2007. Sindsdien zal de hen-nepkwekerij minimaal drie volledige hennepoogsten met een cyclus van 70 dagen hebben plaatsgevonden. Dit leidt tot de conclusie dat in genoemde periode in elk geval een hoeveelheid elektriciteit van 72.752 kWh ter waarde van € 11.420,59 is verbruikt, zoals volgt uit de verzamelnota. Deze bevat een post “ontvreemd energie-verbruik” (€ 11.528,94) en een post “arbeidsloon” (€ 692,50). In de bij deze nota behorende specificatie wordt het verbruik van de hennepkwekerij over 210 dagen berekend op in totaal 72.752 KWh. Met dit cijfer kan de aansluiting op de verzamel-nota worden gevonden. Aldus Eneco.

3.9. Uit de aard van de overeenkomst volgt volgens Eneco dat het de contractant niet is toegestaan een situatie te scheppen waardoor het normaal functioneren van de meetinrichting wordt verhinderd. Naar de mening van Eneco had [gedaagde] ook op grond van de in het maatschappelijk verkeer gebruikelijke zorgvuldigheid ervoor moeten zorgen dat aan de elektriciteitsvoorzieningen geen ongeoorloofde handelin-gen kunnen worden verricht.

3.10. In het betoog van Eneco ligt besloten dat [gedaagde] jegens Retail en

Netbeheer ervoor instaat dat haar huurders geen stroomfraude plegen. Dit spreekt niet vanzelf, maar wordt door [gedaagde], minstens ten dele, erkend. Uit haar hier-boven aangehaalde brief van 6 april 2007 blijkt dat zij zich aansprakelijk acht voor stroomfraude gepleegd door haar huurder Vasovia. Deze verklaring heeft Djojomar-to niet herroepen. [gedaagde] ontkent echter dat de hennepkwekerij al langere tijd in gebruik is geweest en aldaar in die kelder meerdere oogsten heeft opgeleverd. Djo-jomarto verhuurde de woning en kelder immers sinds 1 december 2006.

3.11. [gedaagde] betoogt dat zij de overeenkomst met Eneco volgens de brief van

4 mei 2007 onder invloed van dwaling is aangegaan. [gedaagde] heeft pas bij de dagvaarding inzicht gekregen in de manier waarop Eneco haar totale opeisbare schuld heeft berekend. Indien [gedaagde] ten tijde van de ondertekening van de brief van 4 mei 2007 had beseft dat de totale schuld is berekend op afname van elek-triciteit over een veel langere periode dan feitelijk mogelijk kan zijn, dan zou

[gedaagde] deze brief nimmer hebben ondertekend.

3.12. Dit betoog wordt door Eneco bestreden. Zij wijst op de brieven van haar advo-caat van 2 april 2007 en 13 april 2007 en naar de verzamelnota die bij eerstgenoem-de brief was gevoegd. Die methode en de hoogte van de vordering moet voor Djo-jomarto duidelijk zijn, omdat zij op 6 april 2007, ruim voor de mondelinge en schrif-telijke vaststellingsovereenkomst, schriftelijk verweer heeft gevoerd over de periode van vordering. Aldus Eneco.

3.13. Met dit betoog heeft Eneco het beroep van Eneco op dwaling voldoende weer-legd. Uit de brief van [gedaagde] van 6 april 2007 komt naar voren dat deze zich realiseert dat Eneco het verbruik van de hennepkwekerij over 210 dagen berekent, terwijl zij zelf aan 90 dagen komt. [gedaagde] heeft niet weersproken dat zij voor zij haar brief schreef de verzamelnota en de bijbehorende specificatie had ontvangen. Uit de daarin gegeven informatie was duidelijk dat, indien [gedaagde] het gelijk aan haar kant heeft, de vordering van Eneco veel minder zou bedragen.

3.14. [gedaagde] heeft in, verband met haar beroep op dwaling, verder aangevoerd dat zij, sinds Eneco gas en elektriciteit heeft afgesloten, geen elektriciteit en geen gasaansluiting meer heeft en de verwarming en het gasfornuis niet aan kunnen. Dit heeft dermate veel druk op [gedaagde] uitgeoefend dat zij noodgedwongen de brief van 4 mei 2007 heeft ondertekend. (Ook) door de dreigementen van Eneco haar nimmer meer van energie te voorzien, voelde [gedaagde] zich hiertoe gedwongen. Eneco is hiermee een regeling aangegaan die, naast het feit dat de totale opeisbare schuld veel te hoog is vastgesteld, ook ver boven de draagkracht van [gedaagde] strekt. Ook kan [gedaagde] onmogelijk een maandelijkse betalingsregeling van

€ 1.095,61 voor langere tijd continueren.

3.15. Eneco betwist de juistheid van dit betoog. Eneco heeft niet heeft gezegd dat [gedaagde] nimmer van energie voorzien zou worden, maar alleen dat heraanslui-ting pas zou plaatsvinden nadat [gedaagde] de gehele vordering van Eneco had be-taald. Partijen hebben echter bij de totstandkoming van de vaststellingsovereen-komst afgesproken dat Eneco reeds na ontvangst van 60% van de totale vordering tot heraansluiting zou overgaan.

3.16. Bij de beoordeling van dit punt is niet duidelijk of [gedaagde] alleen de ach-tergrond van haar beroep op dwaling wil schetsen dan wel ook wil aanvoeren dat de overeenkomst door misbruik van omstandigheden tot stand is gekomen. Indien dit laatste het geval is, kan dit [gedaagde] niet baten. De door haar genoemde omstan-digheden geven geen aanleiding te oordelen dat hetgeen Eneco daarvan wist of moest begrijpen deze had moeten weerhouden het tot stand komen van de overeen-komst te bevorderen.

3.17. Gezien het bovenstaande faalt het beroep van [gedaagde] op een wilsgebrek en wordt ervan uit gegaan dat [gedaagde] gebonden is aan de vaststellingsovereen-komst. Hetgeen [gedaagde] tegen van de vordering van Eneco en de berekening daarvan heeft ingebracht stuit hierop af.

3.18. Hieruit volgt dat de vordering van Eneco in hoofdsom moet worden toegewe-zen. In het bedrag van die vordering is verder € 904,-- aan buitengerechtelijke kosten begrepen. Dit bedrag is in overeenstemming met het gebruikelijk tarief. [gedaagde] heeft op dit punt geen verweer gevoerd. Ook deze vordering zal worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering tot betaling van beslagkosten ad € 271,37 en van de wettelijke rente. De rente is voor een bedrag van € 387,74 (berekend tot en met 24 augustus 2007) in het bedrag van de vordering opgenomen.

3.19. Omdat het beroep van [gedaagde] op een wilsgebrek niet slaagt, moet haar vordering in reconventie haar worden ontzegd. Nu [gedaagde] in het ongelijk is ge-steld, moet deze in de proceskosten worden veroordeeld.

4. De beslissing

de rechtbank,

in conventie

veroordeelt [gedaagde] om aan Eneco te betalen € 10.443,30¸ vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 september 2007 tot aan de dag van voldoening,

in reconventie

ontzegt [gedaagde] haar vordering;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Eneco begroot op € 370,85 aan verschotten en € 900,-- aan salaris voor haar procu-reur;

verklaart dit vonnis in conventie en wat betreft de proceskosten uitvoerbaar bij voor-raad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.V.M. Los.

Uitgesproken in het openbaar.