Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9765

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
278367 / HA ZA 07-430
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervolg van tussenvonnis 9 januari 2008. De omstandigheid dat in hoger beroep mogelijk anders zal worden beslist over de stelling dat de dwangsommen verjaard zijn rechtvaardigt niet dat Rb reeds thans ook de andere grondslag beoordeelt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 278367 / HA ZA 07-430

Uitspraak: 2 april 2008

Vonnis van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. [eiser sub 1],

wonende te Hellevoetsluis,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eisers sub 2],

gevestigd te Vierpolders, gemeente Brielle,

eisers,

procureur mr. A.J. Rijsterborgh,

- tegen -

de commanditaire vennootschap

KLIMU C.V.,

gevestigd te Roosendaal

gedaagde,

procureur mr. O.E. Meijer.

1 Het verdere verloop van het geding

De rechtbank verwijst naar haar tussenvonnis van 9 januari 2008.

Gevolg gevende aan dat tussenvonnis hebben eisers een akte genomen en heeft gedaagde daarop bij akte gereageerd.

Vervolgens hebben partijen wederom vonnis gevraagd.

2 De verdere beoordeling

2.1

Met de beslissing in het tussenvonnis van 9 januari 2008 over de subsidiaire vordering is het materiele belang van eisers bij beoordeling van de primaire vordering weggevallen. De rechtbank heeft – voor alle zekerheid – eisers nog de gelegenheid gegeven om aan te geven welk belang zij nog hebben bij hun primaire vordering.

2.2

Eisers hebben als enig zodanig belang aangevoerd dat de in het tussenvonnis van 9 januari 2008 gegeven beslissing ten aanzien van verjaring in hoger beroep mogelijk niet stand zal houden.

Dat belang rechtvaardigt niet dat de primaire vordering thans in deze instantie wordt onderzocht, om de volgende redenen. Ten eerste zal het eventueel (door wie van partijen dan ook) in te stellen (incidenteel) appel ook de te geven beslissing over de primaire vordering kunnen betreffen. Ten tweede zal in hoger beroep – gesteld dat in hoger beroep wordt geoordeeld dat de dwangsommen niet zijn verjaard – alsnog onderzocht moeten worden of deze verbeurd zijn.

De conclusie is dat eisers niet in hun primaire vordering kunnen worden ontvangen omdat zij daarbij geen belang meer hebben.

2.3

Voor het overige zal op basis van het tussenvonnis van 9 januari 2008 worden beslist.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

verklaart voor recht dat, zo eisers ingevolge het onder kenmerk 208992 / HA ZA 04-96 op 20 oktober 2004 tussen partijen gewezen vonnis van deze rechtbank dwangsommen verbeurd hebben, deze dwangsommen zijn verjaard;

veroordeelt gedaagde in de aan de zijde van eisers gevallen proceskosten, tot en met deze uitspraak bepaald op € 335,31 aan verschotten (waarvan € 251,- aan vastrecht) en € 1.356,- aan salaris van de procureur;

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.P. Sprenger.

Uitgesproken in het openbaar.

1928