Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9758

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
267070/HA ZA 06-2270
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident; geen rechtsmacht ten aanzien van gedaagde met woonplaats in EEX-lidstaat België; wel rechtsmacht op grond van art. 767 Rv ten aanzien van gedaagde gevestigd in China.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010, 49

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 267070/HA ZA 06-2270

Uitspraak: 2 april 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de naamloze vennootschap N.V. INTERPOLIS SCHADE,

gevestigd te Tilburg,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SQUIBY FOODS B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

eiseressen in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

procureur mr J. Kneppelhout,

advocaat mr M.M. Enneking ('s-Hertogenbosch),

- tegen -

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging OOCL BENELUX N.V.,

gevestigd te Antwerpen,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging ORIENT OVERSEAS CONTAINER LINE LTD.,

gevestigd te Hong Kong, China,

gedaagden in de hoofdzaak,

eiseressen in het bevoegdheidsincident,

procureur mr J.F. van der Stelt,

advocaat mr R.L. Latten.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als "Interpolis", "Squiby",

"OOCL Benelux" en "OOCL Limited"; Interpolis en Squiby samen worden aangeduid als "Interpolis c.s." en OOCL Benelux en OOCL Limited samen als "OOCL".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaardingen d.d. 4 mei 2006;

- akte houdende overlegging producties, met producties;

- incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties;

- conclusie van antwoord in het bevoegdheidsincident;

- conclusie van repliek in het bevoegdheidsincident, met productie;

- conclusie van dupliek in het bevoegdheidsincident;

- de stukken van het op 4 mei 2006 ten verzoeke van Interpolis en ten laste van

OOCL Limited onder OOCL Benelux, "gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam",

gelegde conservatoire beslag.

2. De vordering in de hoofdzaak

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad OOCL, althans OOCL Benelux, althans OOCL Limited te veroordelen tot betaling aan Interpolis c.s. van € 101.320,-, met rente en kosten.

Interpolis c.s. heeft aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

(a) Squiby heeft in of omstreeks april 2005 een vervoerovereenkomst gesloten met OOCL Benelux, althans OOCL Limited tot het vervoer van een zending diepvries-levensmiddelen van Rotterdam naar Jebel Ali in Dubai;

(b) de zending is in een aan OOCL Limited toebehorende koelcontainer ten vervoer aan OOCL aangeboden; bij aankomst in Southampton is geconstateerd dat het koelsysteem van deze container niet functioneerde, waarna de zending is overgeladen in een andere koelcontainer, die is vervoerd naar Jebel Ali;

(c) door het niet behoorlijk functioneren van de eerste koelcontainer is de zending beschadigd; de schade bedraagt € 101.320,-;

(d) Interpolis is gesubrogeerd in de rechten van Squiby.

3. De bevoegdheidsvraag

3.1

OOCL heeft incidenteel gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren, met veroordeling van Interpolis c.s. in de kosten van het incident.

Daaraan is het volgende ten grondslag gelegd.

(a) voor het vervoer was een cognossement afgegeven; op de keerzijde daarvan stond in

cl. 1:"Identity and Definition of Carrier. Orient Overseas Container Line Limited is the only Carrier herein. "Orient Overseas Container Line" and "OOCL" are trade names for transportation provided by the Carrier."

(b) OOCL Limited is derhalve als enige vervoerder onder het cognossement; OOCL Benelux is geen vervoerder en kan ook niet als zodanig worden aangemerkt; dat geldt ook naar het recht van de loshaven; de vordering tegen OOCL Benelux kan niet slagen;

(c) Interpolis c.s. kan geen rechtsmacht jegens OOCL Limited creëren op de voet van

art. 7 Rv, omdat (voldoende) samenhang tussen de vordering jegens OOCL Benelux en die jegens OOCL Limited ontbreekt;

(d) ook aan art. 767 Rv en art. 9 Rv kan geen bevoegdheid worden ontleend.

3.2

Interpolis c.s. heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering, met haar veroordeling in de kosten van het incident.

Daartoe is aangevoerd dat de rechtbank Rotterdam bevoegdheid toekomt ingevolge

art. 767 Rv, althans art. 9 aanhef en onder c of a Rv.

4. De beoordeling van de bevoegdheid

4.1

Ten aanzien van de tegen OOCL Benelux ingestelde vorderingen rijst allereerst de vraag of de rechtsmacht wordt beheerst door de EEX-Vo. Deze is formeel toepasselijk indien OOCL Benelux ten tijde van het aanhangig maken van de zaak woonplaats had in een lidstaat (omtrent een forumkeuze als bedoeld in art. 23 EEX-Vo is niets gesteld of gebleken).

In art. 60 EEX-Vo is bepaald dat voor de toepassing van deze verordening vennootschappen en rechtspersonen woonplaats hebben op de plaats van (a) hun statutaire zetel, of (b) hun hoofdbestuur, of (c) hun hoofdvestiging.

4.2

In de dagvaarding en de beslagstukken staat dat OOCL Benelux een naamloze vennootschap naar het recht van België is en tevens dat OOCL Benelux gevestigd is en kantoor houdt in Rotterdam. OOCL Benelux c.s. heeft in haar incidentele conclusies vermeld dat OOCL Benelux een vennootschap is naar het recht van de plaats en het land van vestiging en dat zij gevestigd is in Antwerpen, België. In de conclusie van dupliek in het bevoegdheidsincident heeft Interpolis c.s. overgenomen dat OOCL Benelux gevestigd is in Antwerpen, België. OOCL heeft aangevoerd dat de Belgische vennootschap OOCL Benelux haar hoofdvestiging heeft in Antwerpen en een bijkantoor heeft in Rotterdam. Interpolis c.s. heeft dat niet weersproken en heeft ook niet gesteld dat OOCL haar hoofdbestuur (of statutaire zetel) in Rotterdam had.

4.3

Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de woonplaats van OOCL Benelux in de zin van art. 60 EEX-Vo zich ten tijde van het aanhangig maken van deze zaak in België bevond en niet (tevens) in Nederland. Dat betekent dat de EEX-Vo formeel toepasselijk is. Dit leidt ertoe dat de Nederlandse rechter wat betreft de vorderingen tegen OOCL Benelux geen rechtsmacht heeft, nu zij niet bevoegd is op grond van art. 2 EEX-Vo en zij op grond van de stellingen van partijen voor dit geschil ook geen bevoegdheid kan ontlenen aan een andere regel van de EEX-Vo.

4.4

Ten aanzien van de tegen OOCL Limited ingestelde vorderingen is de EEX-Vo niet formeel toepasselijk. Interpolis heeft primair aangevoerd dat de rechtsmacht van de rechtbank is gebaseerd op art. 767 Rv. Vaststaat dat Interpolis met verlof van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam ten laste van OOCL Limited conservatoir derdenbeslag heeft doen leggen onder OOCL Benelux in Rotterdam. Het beslag is niet gelegd ten verzoeke van Squiby, zodat deze daaraan geen bevoegdheid kan ontlenen.

4.5

Voor toepassing van deze bepaling is vereist dat voor Interpolis een andere weg om tegen OOCL Limited een executoriale titel in Nederland te verkrijgen ontbreekt.

Niet is omstreden dat een vonnis van de rechter te Hong Kong niet krachtens een verdrag of wetsbepaling in Nederland kan worden ten uitvoer gelegd. Eventueel zou, na het verkrijgen van een vonnis van de rechter te Hong Kong, een geding opnieuw bij de Nederlandse rechter aanhangig kunnen worden gemaakt (art. 431 Rv). De rechtbank deelt echter niet de opvatting van OOCL dat aldus in art. 431 lid 2 Rv een 'andere weg' wordt aangegeven als bedoeld in art. 767 Rv. De uitzondering dat partijen een buitenlandse rechter exclusief bevoegd hebben verklaard doet zich hier niet voor.

4.6

Voor rechtsmacht ingevolge het vreemdelingenbeslag van art. 767 Rv moet in het verzoekschrift om dit beslag onder een derde te mogen leggen het goed waarop beslag zal worden gelegd uitdrukkelijk zijn omschreven. Dit voorschrift heeft ten doel om misbruik van deze bevoegdheidsgrond te voorkomen.

4.7

In het beslagrekest waarop het verlof werd verleend is onder meer vermeld dat OOCL Benelux gelden en goederen voor OOCL Limited onder zich had, waaronder geïnde vracht en dergelijke en dat Interpolis recht en belang had om beslag te doen leggen op alle gelden en goederen van OOCL Limited die OOCL Benelux onder zich had en/of zou verkrijgen en/of deze aan OOCL Limited verschuldigd was en/of zou worden, waaronder de vracht en inklaringskosten. Tussen partijen staat vast dat OOCL Benelux optrad als lijndienstagent van OOCL Limited.

Gelet hierop en op het feit dat geen concrete omstandigheden zijn aangevoerd die wijzen op misbruik van het derdenbeslag om bevoegdheid te scheppen, is de rechtbank van oordeel dat aan bedoeld voorschrift is voldaan.

Dat betekent dat de rechtbank rechtsmacht toekomt wat betreft de vordering van Interpolis tegen OOCL Limited. Of deze vordering kans van slagen heeft, ook vanwege de vorderings-gerechtigdheid van Interpolis, wordt niet beoordeeld in het kader van dit bevoegdheids-incident.

4.8

Ten aanzien van de door Squiby tegen OOCL Limited ingestelde vordering kan geen bevoegdheid worden ontleend aan art. 767 Rv en evenmin aan het door Interpolis c.s. genoemde art. 9 aanhef en onder a en c Rv. Het onder a bedoelde geval is niet aan de orde, nu OOCL de rechtsmacht van de Nederlandse rechter vóór alle weren heeft betwist. Het onder c bedoelde geval doet zich hier niet voor omdat niet kan worden gezegd dat het onaanvaardbaar is van Squiby te vergen dat zij de zaak onderwerpt aan het oordeel van de rechter te Hong Kong. De rechtbank is derhalve wat betreft deze vordering onbevoegd.

4.9

Nu beide partijen deels in het ongelijk worden gesteld, zal de rechtbank de kosten van het incident compenseren als hierna vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank,

in het incident

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen van Interpolis en Squiby tegen OOCL Benelux en van de vordering van Squiby tegen OOCL Limited;

verklaart zich bevoegd kennis te nemen van de vordering van Interpolis tegen OOCL Limited;

compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij haar eigen kosten draagt;

ontzegt het meer of anders gevorderde;

bepaalt dat van dit vonnis hoger beroep kan worden ingesteld voordat het eindvonnis is gewezen;

in de hoofdzaak

bepaalt dat de zaak van Interpolis tegen OOCL Limited weer wordt uitgeroepen ter rolle van woensdag 14 mei 2008 voor conclusie van antwoord aan de zijde van OOCL Limited;

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.