Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9754

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
13-05-2008
Zaaknummer
279842 / HA ZA 07-655
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

uitleg overeenkomst, wanprestatie, bewijs nadere mondelinge overeenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2011/10

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 279842 / HA ZA 07-655

Uitspraak: 26 maart 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres],

gevestigd te Botlek- Rotterdam,

eiseres,

procureur mr. A.M.A.E. d’Hamecourt-Broekmans,

advocaat mr. W.F. Schovers te Prinsenbeek, gemeente Breda,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SYSTEMFARMA B.V.,

gevestigd te Sliedrecht,

gedaagde,

procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,

advocaat mr. E.B.M. Brons-Stikkelbroeck te Utrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als "[eiseres]" respectievelijk "Systemfarma".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 19 februari 2007 en de door [eiseres] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 30 mei 2007, waarbij een comparitie van

partijen is gelast;

- processen-verbaal van de comparities van partijen, gehouden op 19 juni 2007 en 15 november 2007.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:

2.1

Op 7 mei 2003 zijn Visser Speciaaltransport B.V. te Zwijndrecht (hierna: VST) en Systemfarma een overeenkomst aangegaan waardoor VST zich als huisvervoerder van Systemfarma heeft verbonden (hierna: de overeenkomst). De overeenkomst is gesloten voor de periode 21 mei 2003 tot 20 mei 2006.

2.2

[eiseres] heeft alle door VST met Systemfarma aangegane verplichtingen onverkort van VST overgenomen.

2.3

Tot 12 december 2005 heeft [eiseres] aan Systemfarma gefactureerd op basis van de werkelijk gereden kilometers.

2.4

In de loop van 2005 is het aantal door [eiseres] gereden kilometers teruggelopen. De oorzaak was dat de klanten van Systemfarma om nachtleveringen verzochten en [eiseres] die niet kon verzorgen. Systemfarma is voor deze nachtleveringen uitgeweken naar een andere transporteur. [eiseres] en Systemfarma hebben over deze situatie gesproken.

2.5

[eiseres] heeft Systemfarma vanaf 12 december 2005 tot en met 9 maart 2006 twaalf keer een bedrag van € 5.834,58 gefactureerd, welk bedrag was gebaseerd op een vast aantal kilometers van 7200 per week en een prijs van € 0,63 per kilometer. Systemfarma heeft deze facturen gedeeltelijk betaald. [eiseres] heeft Systemfarma vanaf 11 mei 2006 tot en met 19 mei 2006 drie keer een bedrag van € 4.914,70 gefactureerd, welk bedrag was gebaseerd op een vast aantal kilometers van 6000 per week en een prijs van € 0,63 per kilometer. Systemfarma heeft deze facturen onbetaald gelaten.

2.6

Bij brief van 13 februari 2006 heeft Systemfarma [eiseres] meegedeeld dat zij de overeenkomst niet zou verlengen nadat deze op 20 mei 2006 zou eindigen.

2.7

Bij brief van 28 maart 2006 heeft de general manager van Systemfarma, de heer [general manager] (hierna: [general manager]), het volgende meegedeeld aan de statutair directeur van [eiseres], de heer [statutair directeur] (hierna: [statutair directeur]).

“In antwoord op uw fax d.d. 15 maart 2006 aan Systemfarma t.a.v. de heer [X.] (Rb: operationeel manager van Systemfarma), deel ik u mee dat Systemfarma Apotheek B.V. niet akkoord gaat met uw voorstel om alle facturen vanaf week 48 2005 t/m week 9 2006 geheel te betalen, omdat deze rekeningen zijn gebaseerd op 7200 per week voor Systemfarma gereden kilometers.

Tijdens uw telefoongesprek met de heer [X.] op 13 maart j.l. heeft u gezegd dat uw bedrijf in de bovengenoemde periode 6000 km per week voor Systemfarma had gereden. Uw prijs is € 0,63 per kilometer.

De kosten voor Systemfarma per week zijn 6000 x € 0,63 = € 3780,- ex. B.T.W. (€ 4498,20 incl. B.T.W.)

In de periode van week 48 2005 t/m week 9 2006 is dit 13 x € 4498,20 = € 58476,60 incl. B.T.W. Dit is het bedrag dat door Systemfarma op 15 maart 2006 aan u betaald is.

U heeft aan de heer [X.] gezegd dat u de rekeningen gebaseerd had op 7200 km per week, omdat uw berekening van € 0,63 per kilometer was gebaseerd op 7200 km per week, hetgeen u in het verleden elke week voor Systemfarma had gereden.

Systemfarma heeft u nooit de garantie van 7200km per week gegeven. Dit zouden zij nooit doen, omdat onze klanten vaak tijdstippen voor ontvangst van hun geneesmiddelen kiezen die niet door uw firma verzorgd kunnen worden.”

2.8

In reactie op deze brief heeft [statutair directeur] aan [general manager] in een ongedateerde brief - voor zover relevant - het volgende meegedeeld.

“Ik heb persoonlijk een aantal keren een gesprek gehad met Uw voorganger en Dhr. [X.]. Op een gegeven moment hebben wij concessies gedaan op basis van het aantal kilometers en routes om systemfarma tegemoet te komen.

Wij zijn overeengekomen om vanaf dat moment op basis van 7200 kilometer per week met een aangepast tarief van 0,63 euro per kilometer verder te gaan.

Op basis van deze gemaakte afspraken zouden we de huidige contractperiode uitdienen.”

2.9

Bij brief van 2 juni 2006 deelt Systemfarma [eiseres] het volgende mee.

“Naar aanleiding van uw facturen met de nummers: 12842/128884 en 12885 hebben wij een controle uitgevoerd inzake de werkelijk gereden kilometers voor ons bedrijf in week 18, 19 en 20.

Wij hebben hierbij de routeplanner geraadpleegd van de ANWB en hebben de uitkomst van de gereden kilometers met 5% naar boven gecorrigeerd in verband met eventueel afwijkingen in de routeplanner en/of omrijden etc.

In week 18 is er gefactureerd 6.000 km, terwijl er in werkelijkheid maximaal 4.779 km is gereden (4551 km x 5%).

In week 19 is er gefactureerd 6.000 km, terwijl er in werkelijkheid maximaal 3.545 km is gereden (2.900 x 5%).

In week 20 is er gefactureerd 6.000 km, terwijl er in werkelijkheid maximaal 394 km is gereden (375 x 5%). Er is 1 x afgehaald i.p.v. 5 x.

Er is in totaal gefactureerd (week 18,19,20) Euro 12.390,= (ex BTW)

Er had gefactureerd moeten worden voor kilometers Euro 5.508,= (ex BTW)

Er had gefactureerd moeten worden

voor afhalen Euro 770,= (ex BTW)

-----------------------

Verschil Euro 6.112,= (ex

BTW)

Bij deze verzoek ik u vriendelijk ons een creditnota toe te zenden voor de teveel gefactureerde kilometers en afhaalkosten.”

3. De vordering

3.1

De vordering luidt om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Systemfarma te veroordelen om aan [eiseres] te betalen het bedrag van € 30.780,65, te vermeerderen met

a. buitengerechtelijke incassokosten, berekend volgens de algemene

betalingsvoorwaarden van Transport en Logistiek Nederland neerkomend op een

bedrag van € 4.617,10, subsidiair vast te stellen overeenkomstig de methodiek van

het rapport Voorwerk II;

b. wettelijke handelsrente primair vanaf de vervaldata van de facturen, subsidiair

vanaf de datum der dagvaarding, tot de dag der algehele voldoening;

met veroordeling van Systemfarma in de kosten van het geding.

3.2

[eiseres] heeft aan de vordering - kort samengevat - ten grondslag gelegd dat zij Systemfarma ter zake van de overeenkomst facturen heeft gestuurd, welke Systemfarma slechts gedeeltelijk heeft betaald.

4. Het verweer

4.1

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.

4.2

Systemfarma heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd:

- Systemfarma en [eiseres] zijn, zoals blijkt uit artikel 5.3 van de overeenkomst, expliciet overeengekomen dat [eiseres] zou factureren op basis van de werkelijk gemaakte kilometers. De gefactureerde bedragen zijn niet conform de tussen partijen gemaakte afspraken.

- De algemene voorwaarden maken geen deel uit van de overeenkomst, althans dienen te worden vernietigd, zodat op grond van de algemene voorwaarden geen buitengerechtelijke incassokosten en rente verschuldigd zijn.

- [eiseres] heeft bovendien onvoldoende gesteld dat zij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt die meer omvatten dan de verrichtingen waarvoor de artikelen 56 en 57 Rv een vergoeding plegen in te sluiten. [eiseres] heeft niet meer gedaan dan het versturen van een enkele sommatie.

- De wettelijke rente is bovendien niet verschuldigd, nu de vertraging in de betaling niet aan Systemfarma kan worden toegerekend.

5. De beoordeling

5.1

Kern van het geschil is de vraag of de gevorderde bedragen die [eiseres] aan Systemfarma heeft gefactureerd voor de periode vanaf 12 december 2005 tot en met 19 mei 2006 zijn gebaseerd op tussen [eiseres] en Systemfarma gemaakte afspraken.

5.2

[eiseres] baseert haar vordering allereerst op de overeenkomst. Zij stelt dat de vrachtprijs in de overeenkomst was gebaseerd op het volume van 2003, maar dat dit volume in de loop der tijd fors is gedaald, als gevolg van de door Systemfarma overgehevelde adressen van de routes van [eiseres] naar nachtdistributie van DHL. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat [eiseres] meent dat zij, wanneer dit volume van 2003 niet zou worden gehaald, gerechtigd was over te gaan tot het factureren op basis van een vast aantal kilometers in plaats van op basis van het werkelijk aantal gereden kilometers.

Systemfarma heeft aangevoerd dat in de overeenkomst geen minimum, vast of garantie aantal kilometers is opgenomen en dat partijen dit bij het aangaan van de overeenkomst ook niet voor ogen hadden, zodat zij niet is gehouden tot betaling van het gevorderde voor zover gebaseerd op het vaste aantal kilometers van 7200 respectievelijk 6000.

5.3

Ten aanzien van de vrachtprijs is in de overeenkomst het volgende bepaald.

“Artikel 5) Vrachtprijs

De tarieven zijn berekend op basis van verdeling van het gehele pakket, zoals door VST getransporteerd gedurende het jaar 2003. De voorgestelde tarieven zijn, zoals in het vorige contract overeengekomen, gebaseerd op het tarief 2003 + de CPI van het C.B.S.

Aflevering vanaf Zwijndrecht: € 33,75 per uur

òf € 0,68 per kilometer

(…)

De berekening van de kilometers/uren vind altijd plaats vanaf en tot standplaats Zwijndrecht. De berekening zal gebeuren over het maximum van de werkelijk gemaakte kilometers en gemaakte uren per route, en zal aan het einde van een week voor de afgelopen week plaatsvinden.”

(…)

In principe vindt een jaarlijkse tarief correctie plaats op de 1e januari. Tussentijdse aanpassingen i.v.m. extreem kostenverhogende factoren vinden alleen na wederzijds overleg plaats. Bepalend voor een jaarlijkse tarief aanpassing is het afgeleide CPI - alle huishoudens.”

Volgens de zuiver taalkundige uitleg van deze bepaling diende [eiseres] wekelijks de werkelijk gemaakte kilometers te factureren. Vaststaat dat [eiseres] tot 12 december 2005 ook op deze manier aan Systemfarma heeft gefactureerd en dat Systemfarma deze facturen steeds heeft betaald. De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding van partijen is geregeld en of dit contract een leemte laat die moet worden aangevuld, kan echter niet worden beantwoord op grond van alleen maar een zuiver taalkundige uitleg van de bepalingen van dat contract. Voor de beantwoording van die vraag komt het immers volgens vaste jurisprudentie aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Vaststaat dat de vrachtprijs in de overeenkomst is gebaseerd op het volume van 2003. Daaruit volgt echter nog niet dat partijen bij het opnemen van deze bepaling voor ogen hadden dat [eiseres] eenzijdig over mocht gaan op het factureren op basis van een minimum, vast of garantie aantal kilometers, wanneer het volume van 2003 niet geëvenaard zou worden. Een dergelijke uitleg laat zich ook niet rijmen met het zesde lid van artikel 5. Hierin is immers bepaald dat, wanneer extreem kostenverhogende factoren zich zouden voordoen - waartoe een fors dalend volume als zich in het onderhavige geval heeft voorgedaan, kan worden gerekend - aanpassingen van het tarief alleen na wederzijds overleg plaatsvindt. Deze bepaling laat zich niet anders verstaan dan dat een prijsverhoging eerst dan kan worden doorgevoerd, nadat partijen daaromtrent een nadere afspraak hebben gemaakt. De vordering is dan ook niet toewijsbaar voor zover deze is gegrond op de stelling dat reeds uit hoofde van de overeenkomst gefactureerd mocht worden op basis van een vast aantal kilometers.

5.4

[eiseres] heeft haar vordering voorts gebaseerd op een nieuwe afspraak tussen partijen. Volgens [eiseres] hebben partijen in de diverse gesprekken die zijn gevoerd naar aanleiding van het teruglopen van het aantal door [eiseres] gereden kilometers in 2005 in verband met het door Systemfarma onderbrengen van de nachtleveringen bij een andere transporteur, afgesproken om tot week 10 2006 verder te gaan op basis van 7200 kilometer per week tegen een aangepast tarief van € 0,63 per kilometer en vanaf week 10 2006 op basis van 6000 kilometer per week tegen een aangepast tarief van € 0,63 per kilometer. Bij deze gesprekken waren [statutair directeur], [X.] en de toenmalig directeur van Systemfarma, de heer [voormali[voormalig directeur] (hierna: [voormalig directeur]) aanwezig, aldus [eiseres]. Tijdens de comparitie van partijen is de totstandkoming van deze afspraak nog toegelicht door [statutair directeur]. [statutair directeur] zou in een gesprek in 2005 hebben gezegd dat hij tot het einde van het contract zou factureren op basis van 7200 kilometer en [voormalig directeur] zou daar, zij het niet expliciet, mee akkoord zijn gegaan. Systemfarma heeft erkend dat naar aanleiding van de ontstane situatie overleg heeft plaatsgevonden, maar daarbij zijn volgens haar geen afspraken gemaakt over een minimum, vast of garantie aantal kilometers. Ter motivering van haar verweer heeft Systemfarma verklaringen overgelegd van [X.] en [voormalig directeur].

Aangezien Systemfarma deze afspraak gemotiveerd heeft betwist en op [eiseres] de bewijslast daarvan rust, zal [eiseres] worden toegelaten tot het bewijs.

5.5

Indien [eiseres] slaagt in het haar opgedragen bewijs, zal de vordering worden toegewezen.

Indien zij daarin niet slaagt, dient nog te worden vastgesteld of en zo ja hoeveel Systemfarma nog aan [eiseres] is verschuldigd op basis van het werkelijk aantal gereden kilometers. Nu dit op basis van de thans voorliggende stukken niet kan worden vastgesteld, zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld zich daarover nader uit te laten bij conclusie na enquête.

6. De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt [eiseres] op het bewijs dat [eiseres] en Systemfarma hebben afgesproken om tot week 10 2006 verder te gaan op basis van 7200 kilometer per week tegen een aangepast tarief van

€ 0,63 per kilometer en vanaf week 10 2006 op basis van 6000 kilometer per week tegen een aangepast tarief van € 0,63 per kilometer;

bepaalt dat indien [eiseres] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. G.J. Heevel;

bepaalt dat de procureur van [eiseres] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden juni, juli en augustus 2008 en dat de procureur van Systemfarma binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Heevel.

615/1515

Uitgesproken in het openbaar.