Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9720

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-03-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
275989/HA ZA 07-57
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering jegens gecombineerd vervoerder die niet zou hebben gezorgd voor het afgeven van T1-documenten aan de ontvanger; met de vervoerovereenkomst samenhangende verplichting; verjaring ingevolge 8:1714 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010, 20

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 275989/HA ZA 07-57

Uitspraak: 26 maart 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EURO BOX LOGISTICS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr R.W.J.M. te Pas,

advocaat mr E.F.V. Vanlerberghe,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TRACCO LOGISTICS COMPANY B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr O.E. Meijer,

advocaat mr L.F. Jansen te Hoofddorp.

Partijen worden hierna aangeduid als "Euro Box" respectievelijk "Tracco".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 28 december 2006 en de door Euro Box overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen

is bevolen;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 5 juli 2007;

- de voor de comparitie van partijen door partijen toegezonden producties (brief mr Scholte

d.d. 21 juni 2007 en brief mr Jansen d.d. 3 juli 2007);

- conclusie van repliek tevens houdende akte tot vermindering van eis, met producties;

- conclusie van dupliek, met producties;

- akte houdende uitlating producties van Euro Box.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

Euro Box heeft aan Tracco een drietal "transportopdrachten" gegeven (18 november 2003, 31 augustus 2004 en 13 oktober 2004) voor het vervoer van goederen van Rotterdam naar Dublin. Dit vervoer heeft plaatsgevonden.

2.2

In opdracht van Euro Box heeft de douane-expediteur Geodis Vitesse Overseas B.V. (hierna: Geodis) in verband met deze transporten T1-documenten opgemaakt.

De Belastingdienst heeft aan Geodis uitnodigingen tot betaling (utb) uitgereikt vanwege het niet zuiveren van deze documenten. Geodis heeft Euro Box aansprakelijk gehouden voor de betaling van de bedragen van de utb's.

3. De vordering

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad Tracco te veroordelen tot betaling van € 7.679,38 en € 768,- met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Euro Box aan de vordering - kort en zakelijk weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1

Tracco is toerekenbaar tekortgekomen ten aanzien van haar verplichtingen, door in strijd met de instructies niet te zorgen dat de T1-documenten meegingen met de zendingen en op het losadres in Dublin werden aangeboden en afgegeven aan de ontvanger. Ook heeft Tracco nagelaten deze documenten na te sturen. Als gevolg daarvan en van het feit dat de zuivering ook niet op andere wijze kon worden aangetoond zijn de utb's uitgereikt en gehandhaafd.

3.2

Euro Box heeft Geodis de bedragen van de utb's voldaan. Tracco is daarvoor aansprakelijk: een bedrag van € 7.679,38 (inclusief de kosten van een bankgarantie), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 dagen na de betreffende factuurdata, althans vanaf de dag van dagvaarding. De buitengerechtelijke incassokosten bedragen € 768,-, te vermeerderen met de rente vanaf de dag van dagvaarding.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Euro Box in de kosten van het geding.

Tracco heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1

De vordering is verjaard, primair krachtens art. 8:1740 lid 1 BW (vordering uit overeenkomst tot het doen vervoeren), subsidiair krachtens art. 8:1711 BW (vordering die samenhangt met het vervoer van bepaalde zaken).

4.2

Tracco heeft wel degelijk voldaan aan haar zorgverplichting om de T1-documenten te bestemder plaatse af te leveren.

4.3

Euro Box had de schade kunnen voorkomen door tijdig in bezwaar te gaan en de bij haar aangeleverde documenten over te leggen.

5. De beoordeling

5.1

De drie zendingen goederen waar het hier om gaat waren telkens over zee vanuit het Verre Oosten in Rotterdam aangekomen. Naar de rechtbank begrijpt, werden deze zendingen onder de douaneregeling extern communautair douanevervoer van Rotterdam naar Dublin vervoerd. Met het oog daarop werd in Rotterdam een T1-document opgemaakt door Geodis als aangever en 'titularis', waarmee van dat douanevervoer aangifte werd gedaan.

Dit T1-document moest, na aankomst van de zending op de plaats van bestemming in Dublin, worden gezuiverd.

In beginsel is voor zuivering vereist dat het T1-document en de goederen worden aangebracht bij het douanekantoor van de plaats van bestemming, Daarna wordt een kennisgeving van aankomst gezonden aan het daarvoor aangewezen douanekantoor in het land van vertrek. Bij gebreke van een dergelijke kennisgeving binnen de vastgestelde vervoerstermijn, wordt de aangever geïnformeerd en verzocht om alternatief bewijs te leveren dat de goederen hun bestemming hebben gevolgd. Indien dat bewijs niet wordt geleverd, blijft de aangifte ongezuiverd en zal aan de aangever een uitnodiging tot betaling worden uitgereikt tot het betalen van douanerechten en omzetbelasting, eventueel vermeerderd met een boete.

Het is de rechtbank niet duidelijk of ten aanzien van deze drie zendingen andere regels (vereenvoudigingen) golden, bijvoorbeeld door het gebruik van scheepsmanifesten.

5.2

De door Euro Box aan Tracco gegeven "transportopdrachten" hielden in dat de drie zendingen werden vervoerd van Rotterdam naar Dublin. Niet blijkt dat Tracco daarbij optrad als expediteur en niet als vervoerder. Concrete feiten op grond waarvan daartoe wel zou kunnen worden geconcludeerd zijn niet gesteld. Bij de comparitie is namens Tracco erkend dat Tracco zich had verbonden tot het vervoeren.

Kennelijk ging het om overeenkomsten van gecombineerd goederenvervoer (weg, zee, weg). Tevens brachten deze voor de vervoerder een verplichting mee ten aanzien van de

T1-documenten. De aard van die verplichting is door partijen verschillend omschreven. Afgaande op de conclusie van repliek (onder 3, 4, 21, 26 en 45) en de conclusie van dupliek (onder 5, 6 en 10) gaat de rechtbank ervan uit dat Tracco ervoor diende te zorgen dat de bij de zendingen behorende T1-documenten die haar ter hand waren gesteld, werden afgeleverd bij de ontvanger in Dublin, Celtic Forwarding Ltd. (hierna: Celtic), door deze documenten met de zendingen te laten meereizen of door deze na te sturen.

Niet kan worden aangenomen dat Tracco ervoor moest zorgen dat de T1-documenten werden gezuiverd, nu niet is gesteld of gebleken dat daartoe aan Tracco (duidelijk) opdracht was gegeven.

5.3

De verplichting van Tacco om te zorgen dat de T1-documenten werden afgeleverd bij de ontvanger in Dublin kan worden aangemerkt als een met de vervoerovereenkomst verbonden nevenverplichting (vgl. de artt. 8:395 lid 2 en 8:1115 lid 2 BW). Niet blijkt dat partijen deze verplichting ten tijde van het geven van de "transportopdrachten" beschouwden als een van de vervoerovereenkomst losstaande opdracht. Zo is gesteld noch gebleken dat daarvoor een aparte vergoeding werd bedongen of betaald. Uit de "transportopdrachten" volgt dat bij het ophalen van de te vervoeren goederen in de aangegeven loods in Rotterdam het daar aanwezige T1-document moest worden meegenomen. Het was kennelijk de bedoeling dat dit document vervolgens met de goederen zou meereizen naar de bestemming in Dublin.

5.4

Voor een op deze verplichting van Tacco gebaseerde vordering geldt ingevolge

art. 8:1714 aanhef en onder a BW jis de artt. 8:1711 en 8:1722 BW een verjaringstermijn van één jaar, welke termijn begint met de aanvang van de dag volgende op de dag van aflevering.

Uit overgelegde producties kan worden afgeleid dat de aflevering van de zendingen in Dublin plaatsvond op of omstreeks 28 november 2003 (opdracht 1 van 18 november 2003), 6 september 2004 (opdracht 2 van 31 augustus 2004) en 18 oktober 2004 (opdracht 3 van

13 oktober 2004).

5.5

Met betrekking tot de verschillende "transportopdrachten" is onder meer het volgende gebleken.

Ten aanzien van opdracht 1, met aflevering op of omstreeks 28 november 2003:

(a) bij (fax)brief van 2 december 2003 deelde Euro Box aan Tracco mee te hebben vernomen dat het transport niet was uitgevoerd op de door Euro Box opgegeven datum en dat de zending een week later was uitgevoerd zonder gebruik te maken van het

T1-document; Tracco werd aansprakelijk gehouden voor alle kosten die konden voortvloeien uit het niet zuiveren van het T1-document;

(b) de Belastingdienst heeft wegens het niet-zuiveren van T1-document 4433663 aan Geodis een utb uitgereikt, gedateerd 28 september 2004, nr. 0018.71.407-03.7.0194, ten bedrage van € 2.513,16 en een boete van € 90,-;

(c) op 10 november 2004 zond Tracco aan Euro Box een aantal documenten toe als 'bewijsvoering voor aanzuivering';

(d) Geodis heeft op 4 januari 2005 bij de Belastingdienst bezwaar gemaakt tegen de utb;

(e) de Belastingdienst heeft dit bezwaar op 4 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; de voorliggende gegevens (kennelijk: de toegezonden documentatie) gaven ook geen aanleiding tot ambtshalve terugbetaling of kwijtschelding;

(f) tussen Geodis en Euro Box is in de periode november 2004/januari 2005 gecorrespondeerd over het toegezonden 'bewijsmateriaal';

(g) bij brief van 23 februari 2006 heeft Euro Box aan Tracco laten weten dat Tracco niet (altijd) had voldaan aan haar verplichting om zorg te dragen dat de vervoers- en belastingdocumenten op de juiste wijze werden uitgevoerd en ter bestemder plekke werden gedeponeerd, waardoor voor Euro Box schade was ontstaan; aangekondigd werd dat Euro Box deze schade via juridische weg op Tracco zou verhalen; in deze brief werd verwezen naar een schrijven d.d. 18 januari 2006 dat niet is overgelegd;

(h) in een brief van 1 maart 2006 aan Tracco maakte Euro Box aanspraak op vergoeding van de uit de wanprestatie van Tracco voortvloeiende kosten en bij factuur d.d. 2 maart 2006 werd terzake van genoemde utb € 2.513,16 in rekening gebracht wegens het niet zuiveren van het T1-document;

(i) dagvaarding vond plaats op 28 december 2006.

Ten aanzien van opdracht 2 met aflevering op 6 september 2004:

(a) de Belastingdienst heeft wegens het niet-zuiveren van T1-document 04nl56632508541474 aan Geodus een utb uitgereikt, gedateerd 20 juli 2005,

nr. 0018.71.407/03.7.0328, ten bedrage van € 4.823,93;

(b) Geodis heeft op 20 juli 2005 bij de Belastingdiens bezwaar gemaakt tegen de utb;

(c) tussen Geodis en Euro Box is in februari 2006 gecorrespondeerd over toegezonden 'bewijsmateriaal';

(d) bij brief van 23 februari 2006 heeft Euro Box aan Tracco laten weten dat Tracco niet (altijd) had voldaan aan haar verplichting om zorg te dragen dat de vervoers- en belastingdocumenten op de juiste wijze werden uitgevoerd en ter bestemder plekke werden gedeponeerd, waardoor voor Euro Box schade was ontstaan; aangekondigd werd dat

Euro Box deze schade via juridische weg op Tracco zou verhalen;

(e) in een brief van 1 maart 2006 aan Tracco maakte Euro Box aanspraak op vergoeding van de uit de wanprestatie van Tracco voortvloeiende kosten en bij factuur d.d. 2 maart 2006 werd terzake van genoemde utb € 4.823,93 in rekening gebracht wegens het niet zuiveren van het T1-document;

(g) de Belastingdienst heeft op 25 april 2006 aan Geodis meegedeeld dat het bezwaar ongegrond zou worden verklaard tenzij alsnog bepaalde documenten zouden worden overgelegd;

(h) bij brief van 15 juni 2006 heeft Tracco aan Euro Box meegedeeld dat zij aan haar verplichtingen had voldaan en dat zij niet tot betaling zou overgaan;

(i) de Belastingdienst heeft op 30 mei 2006 het bezwaar ongegrond verklaard;

(j) dagvaarding vond plaats op 28 december 2006.

Ten aanzien van opdracht 3 met aflevering op 18 oktober 2004:

(a) bij brief van 15 juni 2005 heeft Euro Box aan Tracco meegedeeld dat zij Tracco opdracht had gegeven de betreffende zending voor haar te verschepen naar Dublin op T1-document, dat zij ten aanzien van T1-document 04NL56632511062639 van de douane mededeling van niet-zuivering had ontvangen en dat zij Tracco aansprakelijk hield voor alle kosten en nadelige gevolgen hiervan;

(b) de Belastingdienst deelde op 16 augustus 2005 aan Geodis mee dat de toegezonden bescheiden onvoldoende waren voor zuivering; Geodis heeft dat doorgegeven aan

Euro Box;

(c) de Belastingdienst heeft wegens het niet-zuiveren van T1-document 4NL56632511062639 aan Geodus een utb uitgereikt, gedateerd 2005,

nr. 0018.71.407/03.7.0355 ten bedrage van € 127,29;

(d) Euro Box heeft aan Geodis op 9 en 21 september 2005 een aantal documenten toegezonden;

(e) Euro Box schreef op 18 januari 2006 aan over haar verantwoordelijkheden als vervoerder en voor het aanleveren van deugdelijke documenten;

(f) bij brief van 23 februari 2006 heeft Euro Box aan Tracco laten weten dat Tracco niet (altijd) had voldaan aan haar verplichting om zorg te dragen dat de vervoers- en belastingdocumenten op de juiste wijze werden uitgevoerd en ter bestemder plekke werden gedeponeerd, waardoor voor Euro Box schade was ontstaan; aangekondigd werd dat

Euro Box deze schade via juridische weg op Tracco zou verhalen;

(g) in een brief van 1 maart 2006 aan Tracco maakte Euro Box aanspraak op vergoeding van de uit de wanprestatie van Tracco voortvloeiende kosten;

(h) Geodis heeft terzake van de utb aan Euro Box € 127,29 in rekening gebracht;

(i) Euro Box heeft bij factuur van 17 juli 2006 aan Tracco terzake van de utb € 127,29 en

€ 75,-- administratiekosten in rekening gebracht;

(j) dagvaarding vond plaats op 28 december 2006.

5.6

Ten aanzien van opdracht 1 geldt dat de brief van 2 december 2003 kan worden beschouwd als een stuiting van de verjaring, evenals de brief van 23 februari 2006, terwijl niet blijkt van een tussentijdse stuiting. Dat betekent dat de vordering terzake van opdracht 1 is verjaard.

Ten aanzien van opdracht 2 geldt dat de eerste stuitingshandeling is verricht met de brief van 23 februari 2006, zodat ook de vordering terzake van opdracht 2 is verjaard.

De rechtbank gaat voorbij aan het bewijsaanbod van de tijdige stuiting van de desbetreffende verjaringstermijnen nu Euro Box daaromtrent geen concrete feiten heeft gesteld.

Ten aanzien van opdracht 3 geldt dat de verjaring door de brief van 15 juni 2005 tijdig is gestuit en opnieuw door de brieven van 18 januari en 23 februari 2006, waarna binnen de opnieuw aangevangen termijn is gedagvaard. Dit gedeelte van de vordering is derhalve niet verjaard.

5.7

Gelet op de overgelegde producties kan worden aangenomen dat Tracco haar verplichtingen met betrekking tot het T1-document van opdracht 3 toerekenbaar niet is nagekomen, ook niet door het achteraf verschaffen van bewijsmateriaal. Het gevolg daarvan was de uitreiking van een utb, waarvan het bedrag van € 127,29 door Geodis in rekening is gebracht aan Euro Box en dat Tracco weer dient te vergoeden aan Euro Box. Slechts in zoverre is de vordering toewijsbaar. Voor het overige dient deze te worden afgewezen. Als de voornamelijk in het ongelijk gestelde partij zal Euro Box worden veroordeeld in de proceskosten.

6. De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt Tracco om aan Euro Box te betalen € 127,29 met de wettelijke rente daarover vanaf 28 december 2006;

wijst af het meer of anders gevorderde;

veroordeelt Euro Box in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Tracco begroot op

€ 296,- aan vast recht en op € 1.152,- aan salaris van de procureur;

verklaart het vonnis wat betreft deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.