Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9712

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
255834/HA ZA 06-533
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

schadestaatprocedure; koers- en renteschade; geen verplichting tot schadebeperking

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 255834/HA ZA 06-533

Uitspraak: 19 maart 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GENCHART B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres,

procureur mr E.A. Bik,

advocaat mr C.M. Koevoet,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te Limassol, Cyprus,

gedaagde,

procureur mr P.H.C.M. van Swaaij,

advocaat mr G.B.M. Zuidgeest (Alphen aan den Rijn).

Partijen worden hierna aangeduid als "Genchart" respectievelijk "[gedaagde]".

1. Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d.17 november 2005 en de door Genchart overgelegde producties;

- akte aanvulling/wijziging eis/schadestaat, met producties;

- conclusie van antwoord in de schadestaatprocedure, met productie;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 13 september 2006, waarbij een comparitie van

partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 6 februari 2007;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek in de schadestaatprocedure, met productie;

- de stukken van het op 17 oktober 2005 ten verzoeke van Genchart en ten laste van [gedaagde]

gelegde conservatoire vreemdelingenbeslag op een onroerende zaak te Nieuwerbrug.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1

[gedaagde] was directeur van Genchart. Op 26 maart 2003 heeft hij een aan Genchart toekomend bedrag van USD 527.985,- laten overmaken naar een rekening bij CenE / Van Lanschot en op 9 april 2003 nog eens USD 55.179,54, in totaal derhalve USD 583.164,54. Deze rekening was niet ten name gesteld van Genchart doch was de derdengeldenrekening van het advocatenkantoor Snoek De Jong Advocaten, over welke rekening Genchart niet kon beschikken (de rekening was aangeduid als "Stichting Derdengelden Snoek de Jong Advocaten en Genchart B.V. "; hierna: de CenE-rekening).

Op 15 april 2003 hebben [gedaagde] en mededirecteur Spliethoff ten laste van Genchart conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de Stichting Derdengelden Snoek De Jong Advocaten. Door dit beslag kon het overgemaakte totaalbedrag niet vanaf de CenE-rekening worden geretourneerd en was dit niet beschikbaar voor Genchart.

2.2

[gedaagde] heeft bij deze rechtbank een procedure aanhangig gemaakt tegen Genchart onder zaak-/rolnummer 198115/HA ZA 03-1448. Genchart heeft een vordering in reconventie ingesteld. In het in deze zaak door de rechtbank gewezen vonnis van 14 september 2005 is geoordeeld dat de rechtbank het ervoor houdt dat [gedaagde] opzettelijk gelden die Genchart toekwamen heeft laten overboeken naar een rekening die niet op haar naam stond met de bedoeling over die gelden te beschikken, zonder evenwel daartoe bevoegd of gemachtigd te zijn. Ook na verzoek daartoe door de Raad van Commissarissen van Genchart Holding B.V. - de moedermaatschappij van Genchart - heeft [gedaagde] die gelden niet laten terugstorten op een rekening van Genchart (Holding). Dat betekent dat [gedaagde] is tekort geschoten in de vervulling van zijn taken als bestuurder en dat hij aansprakelijk is voor de schade die Genchart als gevolg van deze tekortkoming heeft geleden.

De rechtbank heeft [gedaagde] in reconventie veroordeeld tot vergoeding van de schade die Genchart heeft geleden als gevolg van koers- en renteverlies, nader op te maken bij staat, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding en uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze veroordelingen.

De vorderingen van [gedaagde] in conventie, onder meer tot betaling van een schadevergoeding wegens het hem gegeven ontslag op staande voet en vanwaardeverklaring van het derdenbeslag, werden afgewezen.

Tegen dit vonnis is door [gedaagde] hoger beroep ingesteld.

2.3

Nadat de voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht bij vonnis in kort geding van

11 april 2006 [gedaagde] had veroordeeld tot opheffing van het derdenbeslag, is op 24 april 2006 USD 499.605,30 overgemaakt van de CenE-rekening naar de derdengeldenrekening van de advocaat van Genchart en op 16 mei 2006 nog eens USD 740,92, in totaal dus

USD 500.346,22.

3. De vordering

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad de koers- en renteschade vast te stellen conform de gewijzigde schadestaat en [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Genchart van het daarop vermelde totaalbedrag van € 125.649,62 met wettelijke rente daarover vanaf 24 april 2006, althans het bedrag dat de rechtbank juist zal achten, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Genchart aan de vordering ten grondslag gelegd dat het koersverlies € 63.507,18 beloopt en dat het totale renteverlies per 24 april 2006 € 62.142,44 bedraagt, beide bedragen te vermeerderen met wettelijke rente vanaf genoemde datum.

4. Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Genchart in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

1. Genchart was geen rechthebbende op de naar de CenE-rekening overgemaakte gelden; het ging om betalingen van vrachtpenningen door Genchart Brasil die toekwamen aan

CV Maria Green; Genchart was alleen bevoegd tot inning voor CV Maria Green en had slechts aanspraak op 3% van de vracht als beheersvergoeding. Genchart heeft derhalve - buiten die vergoeding - geen schade geleden;

2. Genchart had een deel van de schade kunnen en moeten voorkomen door al in juni 2003 USD 141.620,- op te vragen en door zekerheid te stellen voor het onder beslag liggende bedrag;

3. de omvang van de gestelde schade wordt betwist:

(a) het was geen gebruik om ontvangen dollarbedragen direct om te boeken naar euro's;

(b) niet blijkt dat Genchart het dollarbedrag direct na ontvangst heeft omgewisseld in euro's;

4. een eventuele veroordeling dient niet uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard.

5. De beoordeling

5.1

Het thans gevoerde verweer dat Genchart geen rechthebbende was op het overgemaakte geld en daarom geen koers- en renteschade in eigen vermogen heeft geleden strookt niet met hetgeen is overwogen in het vonnis in de hoofdprocedure van 14 september 2005.

Daarin is onder de vaststaande feiten vermeld (1.6) dat in opdracht van [gedaagde] betalingen van een debiteur van Genchart, Genchart Brasil in Buenos Aires (van welke bedragen Genchart inningsbevoegd was) tot een bedrag van in totaal USD 583.194,54 zijn gestort op een rekening van Snoek De Jong Advocaten. Bij de beoordeling is overwogen (3.5) dat [gedaagde] erkent dat hij aan Genchart toekomende bedragen heeft laten storten op een rekening die niet ten name was gesteld van Genchart Holding of van één van de onder haar ressorterende vennootschappen. Voorts staat daarin (3.7) dat de rechtbank het ervoor houdt dat [gedaagde] opzettelijk gelden die Genchart toekwamen heeft laten overboeken naar een rekening die niet op haar naam stond.

5.2

Deze vaststellingen en oordelen zullen onderwerp kunnen zijn van het tegen dit vonnis ingestelde hoger beroep. Voor de onderhavige schadestaatprocedure dient echter van de juistheid van die vaststellingen en oordelen te worden uitgegaan. Ten overvloede zij opgemerkt dat denkbaar is dat de ook nu door [gedaagde] erkende inningsbevoegdheid ten aanzien van de door Genchart Brasil overgemaakte bedragen zou kunnen meebrengen dat Genchart - aangesteld als manager voor diverse scheeps-CV's, die ontvangen vracht kon verrekenen met voorgeschoten betalingen ten behoeve van deze scheeps-CV's - ook bevoegd was en is om in eigen naam vergoeding te vorderen van de koers- en renteschade die werd veroorzaakt door de handelingen van [gedaagde], waardoor de aan Genchart te betalen en aan haar en haar opdrachtgever toekomende bedragen werden weggesluisd.

[gedaagde] heeft overigens op de comparitie van partijen erkend dat Genchart belang heeft bij de onderhavige schadestaatprocedure.

5.3

In de berekening van het koersverlies wordt door Genchart uitgegaan van een totaal door [gedaagde] sinds 26 maart 2003 geblokkeerd bedrag van USD 493.309,50. De reden daarvoor is kennelijk dat van het op de CenE-rekening overgemaakte bedrag van (in totaal)

USD 583.164,54 tussen 10 en 15 april 2003 diverse bedragen van samen USD 89.855,04 zijn overgeboekt naar een rekening van het advocatenkantoor Snoek De Jong Advocaten vanwege een aantal aan Genchart gezonden declaraties (daarvan is op 14 juli 2003

USD 50.045,43 [of € 50.000,-] door het advocatenkantoor aan Genchart terugbetaald).

5.4

Naar de koers van 26 maart 2003 (0,937471) kwam USD 493.309,50 overeen met

€ 462.463,35. Op 24 april 2006 was dat (0,808734) € 398.956,17. Het verschil bedraagt

€ 63.507,18. Dit is de koersverliesschade die het gevolg was van het feit dat het bedrag van

USD 493.309,50 niet door Genchart kon worden omgezet in de tegenwaarde in euro's en het feit dat de koers van de USD in het betreffende tijdvak ten opzichte van de euro is gedaald.

5.5

De rechtbank acht het voldoende aannemelijk dat een koersverlies is geleden van

€ 63.507,18.

Genchart was een in Nederland gevestigd bedrijf, dat veel van haar uitgaven in Nederland in euro's zal hebben gedaan, zoals betaling van salaris aan het personeel (volgens opgave van [gedaagde] zou het bij het salaris gaan om € 350.000,- per maand) en betaling van Nederlandse leveranciers. Ook de scheeps-CV's voor wie Genchart als manager optrad waren kennelijk in Nederland gevestigd.

Uit een bij akte in het geding gebracht overzicht blijkt dat de koers van de USD in de periode kort na 26 maart 2003 sterk daalde, op grond waarvan omzetting van een ontvangen bedrag in USD in euro's voor de hand zou liggen.

Of Genchart na ontvangst in maart 2003 mogelijk een deel van het bedrag in USD zou hebben gebruikt voor betalingen in USD aan (brandstof)leveranciers, laat zich achteraf moeilijk meer vaststellen. Aangenomen kan worden dat die betalingen in USD wel zijn gedaan, niet uit de gelden afkomstig van Genchart Brasil maar uit andere bronnen.

Dat door Genchart en de scheeps-CV's dollar-rekeningen werden aangehouden staat aan een en ander niet in de weg. Voor het kunnen vorderen van het koersverlies is niet vereist dat Genchart het uiteindelijk van de CenE-rekening terugontvangen bedrag in USD meteen heeft omgezet in euro's.

5.6

De berekening van het renteverlies, sluitend op een bedrag van € 62.142,44, is als zodanig niet betwist. Volgens Genchart werd bij de afsluiting van de CenE-rekening nog een rente bijgeschreven van USD 762,54, doch werden daarop bankkosten in mindering gebracht zodat USD 740,92 door Genchart werd ontvangen. Genchart vindt het prima als de rechtbank zeg USD 50,- in mindering brengt op de te betalen schadevergoeding.

De rechtbank vat dit op als een vermindering van eis met € 40.

5.7

De rechtbank verwerpt het standpunt van [gedaagde] dat Genchart de schade deels had kunnen en moeten voorkomen.

Wie een conservatoir verhaalsbeslag legt handelt op eigen risico. Indien achteraf wordt geoordeeld dat het beslag ten onrechte was gelegd omdat een deugdelijke vordering ontbrak, is de beslaglegger aansprakelijk voor de schade die door het ongegronde beslag is veroorzaakt. Dat geval doet zich hier voor.

Kennelijk heeft Genchart, nadat [gedaagde] derdenbeslag had laten leggen op de door hemzelf overgemaakte bedragen op de CenE-rekening, een vordering in kort geding ingesteld tot opheffing van dat beslag en heeft de voorzieningenrechter op 3 juni 2003 bepaald dat

€ 300.000,- (of € 400.000,-) onder het beslag zou blijven liggen en dat het beslag voor het overige werd opgeheven. Het was duidelijk dat Genchart terugbetaling wenste (in het vonnis in de hoofdprocedure van 14 september 2005 wordt onder 1.9 melding gemaakt van een op 9 april 2003 aan [gedaagde] gericht verzoek om de overgemaakte gelden per omgaande op de rekening van Genchart te storten). Aangenomen kan worden dat Genchart niet kon beschikken over de CenE-rekening, terwijl [gedaagde] het wel in zijn macht had ervoor te zorgen dat (tenminste) het niet langer beslagen gedeelte zou worden overgemaakt naar Genchart. Het lag derhalve op de weg van [gedaagde] om daarvoor te zorgen teneinde verdere schade te voorkomen.

Genchart was niet verplicht - bijvoorbeeld ingevolge art. 6:101 BW, art. 6:2 BW of

art. 705 lid 2 Rv - om ter algehele opheffing van het beslag zekerheid te stellen, ook niet ter voorkoming van schade.

5.8

De door [gedaagde] te betalen schadevergoeding wegens koers- en renteverlies kan worden vastgesteld op € 63.507,18 + € 62.142,44 - € 40,- = € 125.609,62. De reeds bij vonnis van 14 november 2005 uitgesproken veroordeling en uitvoerbaarverklaring bij voorraad zal hieronder worden herhaald. [gedaagde] zal tevens worden veroordeeld in de kosten van deze schadestaatprocedure, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de kosten van het op

17 oktober 2005 gelegde beslag.

6. De beslissing

De rechtbank,

stelt de schade die Genchart heeft geleden als gevolg van koers- en renteverlies vast op

€ 125.609,62;

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijke kwijting aan Genchart te betalen € 125.609,62, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 24 april 2006 tot de dag van betaling;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Genchart begroot op € 2.668,- aan vast recht, € 471,82 aan overige verschotten en € 5.684,- aan salaris van de procureur;

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.