Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9701

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
17-04-2008
Zaaknummer
265528 / HA ZA 06-2001
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2009:BK0919, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevrijdende verjaring. Bezit of houderschap. Artikelen 3:105 lid 1 en 3:107 e.v. BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 265528 / HA ZA 06-2001

Uitspraak: 19 maart 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GROEN & BREGMAN BOUW B.V.,

gevestigd te Hazerswoudedorp,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. H.E. Schweers,

advocaat mr. J. Wols te Leiden,

- tegen -

de publiekrechtelijke rechtspersoon

HET HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

procureur mr. J.G.M. Roijers,

advocaat mr. J.M. de Heer te Rotterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als “Groen & Bregman” respectievelijk “het Hoogheemraadschap”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 14 juli 2006 en de door Groen & Bregman overgelegde producties;

conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

- conclusie van repliek in conventie, tevens houdende conclusie van antwoord in reconventie;

- conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, met producties;

- conclusie van dupliek in reconventie.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Op 27 december 1972 is tussen de heren [verkoper 1] en [verkoper 2] als verkopers en het Zuidplaspolder in Schieland (de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap) als koper een schriftelijke koopovereenkomst tot stand gekomen ter zake de verkoop van een gedeelte van ongeveer 2681 centiare van een perceel agrarische grond en water, gelegen aan de Tweede Bloksweg te Waddinxveen, kadastraal bekend Gemeente Waddinxveen, sectie E, nummer 150, groot circa 3 hectare, voor een koopprijs van fl. 8.043,-.

2.2 Deze schriftelijke koopovereenkomst houdt – voor zover hier van belang – het volgende in:

“(...)

Partij-verkoopster verklaart te hebben verkocht aan partij-koopster, die verklaart te hebben gekocht voor en namens de Zuidplaspolder in Schieland: het navolgende door partij-koopster voor het uitvoeren van het plan tot verbetering van de waterbeheersing benodigde onroerende goed (...).

(...)

Partijen verklaren, dat deze koop en verkoop (...) heeft plaats gehad onder de navolgende bedingen.

(...)

3. Partij-koopster heeft het recht het gekochte in gebruik te nemen zodra zij dit voor de uitvoering van het bovengenoemde plan nodig heeft. Tot dit tijdstip blijft het gekochte om niet in gebruik bij partij-verkoopster.

(...)

11. Van deze verkoop en koop zal een notariële akte van transport worden opgemaakt, zodra partij-koopster zulks zal verkiezen (...).

(...)”.

2.3 Direct na het aangaan van voormelde overeenkomst heeft de Zuidplaspolder in Schieland het gekochte perceelsgedeelte in gebruik genomen door daarop een gemaal te realiseren, daarop bestrating aan te brengen en het perceelsgedeelte te omheinen. De koopsom van fl. 8.043,- is door Zuidplaspolder in Schieland op 18 januari 1973 voldaan.

2.4 De akte van levering is nooit gepasseerd.

2.5 Op 20 november 1998 heeft [verkoper 1] het perceel, kadastraal bekend als E150, aan [X. B.V.] verkocht. [X. B.V.] heeft het perceel op 20 maart 2002 verkocht aan Groen & Bregman. De levering vond plaats op 2 februari 2004. Groen & Bregman heeft het grootste deel van het perceel verkocht aan Hopman Interheem Groep B.V. Hierdoor werd dit perceel in twee percelen, te weten E770 en E771, gesplitst. Perceel E771 is overgedragen aan Hopman Interheem Groep B.V. en perceel E770 is nog eigendom van Groen & Bregman.

2.6 Op 18 februari 2005 is een akte houdende verjaring gepasseerd, welke – voor zover hier van belang – het volgende inhoudt:

“De voormalige Zuidplaspolder in Schieland te Gouda, van welke rechtspersoon het Hoogheemraadschap van Schieland (...) rechtsopvolger onder algemene titel is, heeft blijkens de aangehechte kopie akte de dato zeven en twintig december negentienhonderd twee en zeventig van de heer Leendert Visser gekocht een perceel grond en water ter grootte van ongeveer zes en twintig honderd een en tachtig centiaren van het perceel kadastraal bekend gemeente Waddinxveen, sectie E, nummer 150. Dit perceel maakt thans deel uit van de percelen 770 (geheel) en 771 (gedeeltelijk) Dit is op de aangehechte tekening aangeduid gezamenlijk met schuine arcering en kruislingse arcering.

(...)

Sinds negentienhonderd twee en zeventig heeft de Zuidplaspolder in Schieland respectievelijk het Hoogheemraadschap van Schieland het onafgebroken bezit van een gedeelte van bedoeld perceel, met kruislingse arcering op de aangehechte tekening aangegeven, gehad. Dit gedeelte omvat het stuk grond met opstallen dat binnen de omheining ligt alsmede de omheining zelve, welke opstallen en omheining zijn gesticht voor rekening van de Zuidplaspolder in Schieland. Door verjaring is het Hoogheemraadschap van Schieland eigenaar geworden van bedoeld perceel grond en water. (...)

Het onafgebroken bezit gedurende een periode van meer dan twintig jaar heeft tot de verjaring geleid.

De verjaring wordt aanvaard door Hopman Interheem Groep B.V.(...). De verjaring wordt (...) betwist door Groen & Bregman Bouw B.V. (...).

(...)”.

2.7 De akte van verjaring is vervolgens ingeschreven in het kadaster.

3 De vordering in conventie

De gewijzigde vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

voor recht te verklaren dat Groen & Bregman (nog steeds) eigenaar is van het kadastrale perceel E770 aan de Tweede Bloksweg te Waddinxveen;

voor recht te verklaren dat de inschrijving van de registerverklaring van verjaring waardeloos is;

met veroordeling van het Hoogheemraadschap in de kosten van deze procedure en de nakosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Groen & Bregman aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Het Hoogheemraadschap en haar rechtsvoorgangsters hebben het bewuste perceel nooit krachtens een vermeend eigen recht (bezit) gehouden, doch dit slechts met toestemming van de eigenaar krachtens houderschap gebruikt. Een professionele instantie als een Hoogheemraadschap heeft zich nooit als een juridische eigenaar kunnen gedragen, omdat zij weet, althans behoort te weten, dat levering hiervoor een vereiste is en deze levering nooit heeft plaatsgevonden. Er kan mitsdien geen sprake zijn van verkrijgende dan wel bevrijdende verjaring, zodat de inschrijving van de hiervoor onder 2.6 vermelde verjaringsakte in het kadaster onterecht is geschied.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Groen & Bregman in de kosten van het geding.

Het Hoogheemraadschap heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Het Hoogheemraadschap en haar rechtsvoorgangsters hebben van het perceelsgedeelte sinds begin 1973 gedurende meer dan 20 jaren het onafgebroken bezit gehad. De rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap heeft zich van meet af aan als bezitter gedragen en zich ook zo mogen gedragen. Het was ook voor een ieder aanstonds en onmiskenbaar duidelijk dat de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap het perceelsgedeelte voor zichzelf ging houden en de oorspronkelijke bezitter/eigenaar geen enkele bezitsdaad op het perceelsgedeelte meer uitoefende. Het Hoogheemraadschap heeft derhalve op grond van extinctieve verjaring de eigendom van het perceelsgedeelte verkregen.

5 Het geschil in reconventie

5.1 De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren voor recht:

primair dat het Hoogheemraadschap eigenaar is geworden middels verjaring van het perceelsgedeelte dat met kruislingse arcering is aangeduid op de tekening gehecht aan de akte van verjaring d.d. 18 februari 2005 verleden voor notaris J.P.F. Kooijman te Rotterdam;

subsidiair dat het Hoogheemraadschap door verjaring een onherroepelijk opstalrecht om niet heeft verkregen ten laste van de juridisch eigenaar van de grond, welk opstalrecht omvat de door het Hoogheemraadschap geplaatste hekwerken en de daarbij behorende en zich daarbinnen bevindende bouwwerken;

meer subsidiair dat het Hoogheemraadschap een onherroepelijk gebruiksrecht heeft dat het perceelsgedeelte en de daarop gerealiseerde opstallen omvat, welk gebruiksrecht tegen Groen & Bregman inroepbaar is en tegen haar eventuele rechtsopvolgers inroepbaar moet blijven door opneming in een kettingbeding;

met veroordeling van Groen & Bregman in de kosten van het geding in reconventie.

5.2 Het Hoogheemraadschap heeft aan haar primaire vordering ten grondslag gelegd hetgeen zij in conventie heeft aangevoerd.

Aan haar subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen heeft zij de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

de eigenaren van het perceel waren bekend met de zich hierop bevindende opstallen van het Hoogheemraadschap en hebben zich daartegen nimmer verzet;

middels een kettingbeding zijn de onvoorwaardelijke gebruiksrechten van het Hoogheemraadschap bij de levering overgegaan, zodat het Hoogheemraadschap die rechten ook onverkort en ongeclausuleerd jegens Groen & Bregman kan doen gelden.

5.3 Groen & Bregman heeft onder verwijzing naar haar stellingen in conventie verweer gevoerd en geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

6 De beoordeling in conventie en in reconventie

6.1 Gezien de samenhang van de vorderingen in conventie en in reconventie zullen beide vorderingen tegelijkertijd besproken worden.

6.2 In conventie ligt ter beoordeling voor de vraag of het Hoogheemraadschap door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van het kadastrale perceel E770 aan de Tweede Bloksweg te Waddinxveen. In reconventie ligt primair ter beoordeling voor of het Hoogheemraadschap door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van het perceel dat met kruislingse arcering is aangeduid op de tekening gehecht aan de akte van verjaring d.d. 18 februari 2005 verleden voor notaris J.P.F. Kooijman te Rotterdam. Alhoewel de stellingen van partijen hieromtrent niet geheel duidelijk zijn, gaat de rechtbank ervan uit dat het kadastrale perceel E770 samenvalt met het in de akte van verjaring aangeduide perceelsgedeelte, althans hier geheel binnenvalt, zodat in conventie en (primair) in reconventie de gelijke vraag voorligt. Het stuk grond dat onderwerp is van onderhavig geschil (hierna: ‘het stuk grond’) is slechts een deel van het oorspronkelijk door de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap gekochte perceelsgedeelte.

6.3 Krachtens artikel 73 van de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek dient de vraag of het Hoogheemraadschap door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van ‘het stuk grond’ aan de hand van het sinds 1 januari 1992 in werking getreden recht beantwoordt te worden. Artikel 3:105 lid 1 BW bepaalt dat hij die een goed bezit op het tijdstip waarop de verjaring van de rechtsvordering strekkende tot beëindiging van het bezit wordt voltooid, dat goed verkrijgt. Krachtens artikel 3:306 BW geldt voor de verjaring van de hiervoor bedoelde rechtsvordering een termijn van 20 jaar.

6.4 Tussen partijen is in geschil of de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap ‘het stuk grond’ voor zichzelf is gaan houden (bezit), zoals artikel 3:105 lid 1 BW vereist, of voor de eigenaar (houderschap). Is dit laatste het geval dan kan er geen sprake zijn van bevrijdende verjaring.

Krachtens artikel 3:108 BW wordt de vraag of iemand een goed houdt voor zichzelf of voor een ander naar verkeersopvatting beoordeeld, met inachtneming van de in de artikelen 3:109-3:117 BW vermelde regels en overigens op grond van uiterlijke feiten. Ingevolge de artikelen 3:112 en 3:113 BW wordt bezit onder andere verkregen door inbezitneming, te weten door zich daarover de feitelijke macht te verschaffen.

In onderhavige zaak staat vast dat de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap het perceelsgedeelte, waarvan ‘het stuk grond’ onderdeel uitmaakte, had gekocht van de eigenaren. Voorts staat, als niet dan wel onvoldoende gemotiveerd betwist vast, dat de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap direct na het sluiten van de koopovereenkomst ‘het stuk grond’ heeft omheind en bestraat en vervolgens hierop een gemaal heeft gerealiseerd. Niet anders kan geconcludeerd worden dan dat zij deze handelingen (evenals de betaling van de koopsom) verrichtte vooruitlopend op de levering van het perceelsgedeelte aan haar en dat zij op deze wijze ‘het stuk grond’ als toekomstig eigenaar in bezit nam als bedoeld in de artikelen 3:112 en 3:113 BW. Door het plaatsen van de omheining was het ook voor een ieder duidelijk dat de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap dit stuk grond in bezit had genomen. Daarnaast heeft deze inbezitneming, gezien punt 3 van de koopovereenkomst, plaatsgevonden met instemming van de eigenaren van het perceelsgedeelte.

6.5 Gezien het voorgaande staat vast dat de rechtsvoorgangster van het Hoogheemraadschap ‘het stuk grond’ voor zichzelf is gaan houden en er mitsdien sprake is van bezit. Nu dit bezit meer dan 20 jaar heeft voortgeduurd, is het Hoogheemraadschap door bevrijdende verjaring eigenaar van ‘het stuk grond’ geworden. De vordering in conventie ligt mitsdien voor afwijzing en de primaire vordering in reconventie voor toewijzing gereed.

6.6 Groen & Bregman zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten in conventie en in reconventie. Gezien de samenhang tussen conventie en reconventie zullen de proceskosten in reconventie op nihil worden begroot.

7 De beslissing

De rechtbank,

In conventie

wijst af de vordering van Groen & Bregman.

veroordeelt Groen & Bregman in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap bepaald op € 248,- aan vast recht en op € 904,- aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis voor zover het de veroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad;

In reconventie

verklaart voor recht dat het Hoogheemraadschap eigenaar is geworden middels verjaring van het perceelsgedeelte dat met kruislingse arcering is aangeduid op de tekening gehecht aan de akte van verjaring d.d. 18 februari 2005 verleden voor notaris J.P.F. Kooijman te Rotterdam;

veroordeelt Groen & Bregman in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van het Hoogheemraadschap bepaald op nihil;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.

Uitgesproken in het openbaar.

204