Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC9129

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-04-2008
Datum publicatie
09-04-2008
Zaaknummer
302698 / KG ZA 08-189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gebruik handelsnaam, dienstmerk en domeinnaam verboden wegens verwarringsgevaar

Wetsverwijzingen
Handelsnaamwet
Handelsnaamwet 5
Handelsnaamwet 5b
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2008/82

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer 302698 / KG ZA 08-189

Uitspraak: 8 april 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Havenziekenhuis en Instituut voor Tropische Ziekten B.V.,

“Havenziekenhuis Rotterdam”,

2. de stichting Stichting Oogziekenhuis Rotterdam,

“Oogziekenhuis Rotterdam”, 3. de publiekrechtelijke rechtspersoon op basis van artikel 1.13 (2)

van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Academisch Ziekenhuis bij de openbare universiteit te Rotterdam,

“Erasmus MC”,

alle gevestigd te Rotterdam,

eiseressen,

procureur mr. E.J. Hengeveld,

advocaat mrs. D. van der Kolk en R.S. le Poole,

- tegen -

de stichting Stichting Medisch Centrum Rijnmond-Zuid,

“MCRZ”,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. J.W. Bitter,

advocaat mr. R.M.R. van Leeuwen.

Eiseressen worden hierna gezamenlijk als zodanig aangeduid en afzonderlijk aangeduid als respectievelijk “Havenziekenhuis Rotterdam”, “Oogziekenhuis Rotterdam” en “Erasmus MC”. Gedaagde wordt hierna als zodanig, dan wel als “MCRZ” aangeduid.

1. Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 5 maart 2008;

- pleitnotities, aanvullende pleitnotities en producties mrs. Van der Kolk en Le Poole;

- pleitnotities en producties van mr. Van Leeuwen.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van

25 maart 2008.

2. De feiten

In dit kort geding wordt van de volgende feiten uitgegaan.

2.1

Het MCRZ is in 2000 tot stand gekomen door een fusie tussen het Zuiderziekenhuis (1939) en het St. Clara Ziekenhuis (1949).

2.2

MCRZ heeft aangekondigd medio 2008 haar naam te zullen wijzigen in “Ziekenhuis Rotter-dam” en deze naam ook als handelsnaam te zullen gaan voeren. Zij heeft reeds onder het personeel folders en promotieartikelen met vermelding van deze naam verspreid. Voorts is op de bouwplaats van de te zijner tijd in gebruik te nemen locatie deze naam op een bord/spandoek vermeld.

2.3

Op 25 mei 2007 heeft MCRZ de domeinnaam www.ziekenhuisrotterdam.nl geregistreerd.

Indien deze naam thans wordt ingetoetst wordt de gebruiker doorgelinkt naar de site van gedaagde; in de toekomst zal ook op deze site de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam ge-voerd worden.

2.4

Op 5 oktober 2007 heeft MCRZ onder nummer 1144552 een afbeelding van het beeldmerk ‘ZIEKENHUIS ROTTERDAM’ gedeponeerd bij het merkenregister van de Benelux. Dit beeldmerk ziet er als volgt uit:

MCRZ zal dit beeldmerk als dienstmerk voor diensten op het gebied van de ziekenhuiszorg gaan gebruiken.

2.5

Partijen handelen binnen hetzelfde marktsegment (ziekenhuiszorg) en opereren in dezelfde regio.

3. Het geschil

3.1

Eiseressen vorderen dat de voorzieningenrechter, een en ander, voor zover de wet het toe-laat, uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en op alle dagen en uren:

1. Gedaagde veroordeelt om binnen vijf werkdagen, althans binnen een door de voor-zieningenrechter te bepalen termijn, na betekening van het te wijzen vonnis ieder (voorgenomen) gebruik (waaronder begrepen de overdracht aan derden) van de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam, de domeinnaam ziekenhuisrotterdam.nl en het onder 1144552 voor de Benelux geregistreerde beeldmerk, te staken en gestaakt te houden en gedaagde te bevelen om, ingeval zij het teken Ziekenhuis Rotterdam in haar handelsnaam, domeinnaam en/of merknaam wil (blijven) voeren, daaraan bin-nen die termijn een onderscheidend woordelement toe te voegen, een en ander op straffe van een dwangsom van € 10.000,=, althans een door de voorzieningen-rechter te bepalen dwangsom, voor elke dag dat gedaagde niet aan het gevorderde voldoet.

2. Gedaagde veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding overeenkomstig ar-tikel 1019h Rv, te vermeerderen met de nakosten ten belope van € 131,= zonder be-tekening, dan wel € 199,= in het geval van betekening, een en ander te voldoen bin-nen veertien dagen na betekening van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor vol-doening.

3. Te bepalen dat op basis van art. 1019i Rv de termijn waarbinnen een bodem-procedure aanhangig moet worden gemaakt zes maanden is, te rekenen vanaf de da-tum van het vonnis.

3.2

Eiseressen leggen aan deze vordering ten grondslag dat MCRZ handelt in strijd met de arti-kelen 5 en 5b Handelsnaamwet en artikel 6:162 BW. Het gebruik van de naam Ziekenhuis Rotterdam als handelsnaam en het gebruik van de geregistreerde domeinnaam die ook als handelsnaam gebruikt zal worden door MCRZ wekt ten opzichte van hun respectieve zie-kenhuizen verwarring, is misleidend en ook overigens onrechtmatig. Het gebruik van het beeldmerk als dienstmerk is evenzeer onrechtmatig jegens eiseressen.

Ter onderbouwing van deze stellingen hebben eiseressen - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht.

Op grond van artikel 5 Handelsnaamwet is verwarring onder het publiek te duchten tussen een ziekenhuis met de naam “Ziekenhuis Rotterdam” en eiseressen sub 1 en sub 2, die res-pectievelijk (ondermeer) als Handelsnaam hanteren (het)” Oogziekenhuis Rotterdam” en (het) “Havenziekenhuis Rotterdam”. Hierbij is mede in ogenschouw genomen dat de aard van de activiteiten van de ondernemingen overeenstemmen en dat zij alle zijn gevestigd in Rotterdam. Ook ten aanzien van de domeinnaam www.ziekenhuisrotterdam.nl is voor-noemde verwarring te duchten.

Voor zover een beroep op artikel 5 Handelsnaamwet niet zou slagen, doen eiseressen een beroep op artikel 5b van deze wet. De naam Ziekenhuis Rotterdam geeft immers een onjuis-te indruk van de onder die naam gedreven onderneming als gevolg waarvan het publiek kan worden misleid. De naam Ziekenhuis Rotterdam kan immers de suggestie wekken dat het bedoelde ziekenhuis het enige, grootste, beste, algemene of overkoepelende ziekenhuis in Rotterdam is.

Tot slot hebben eiseressen aangevoerd dat MCRZ handelt in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid door het (voorgenomen) gebruik van de naam Ziekenhuis Rotterdam.

De door eiseressen gedane vordering tot verbod van het door MCRZ gedeponeerde beeld-merk d.d. 5 oktober 2007 is, tegen de achtergrond van het voorgaande, gegrond op onrecht-matige daad.

3.3

MCRZ voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling

4.1

Een vordering als de onderhavige wordt naar haar aard geacht spoedeisend te zijn.

4.2

De voorzieningenrechter stelt voorop dat artikel 5 Handelsnaamwet het voeren van een han-delsnaam verbiedt die reeds door een ander rechtmatig wordt gevoerd, of die van diens han-delsnaam slechts in zo geringe mate afwijkt dat, in verband met de aard van beide onderne-mingen en de plaats waar zij gevestigd zijn, bij het publiek tussen de onder die handelsna-men gedreven ondernemingen verwarring te duchten is.

4.3

MCRZ heeft (ondermeer) aangevoerd de naam “Ziekenhuis Rotterdam” te hebben gekozen na een lange, zorgvuldige consultatieperiode; uit onderzoek is, zo stelt zij, naar voren geko-men dat deze nieuwe naam appelleert aan de nieuwe identiteit die zij zich wil aanmeten, te weten een echt Rotterdams ziekenhuis, verankerd in de Rotterdamse omgeving. Rondom het ziekenhuis zullen tevens andere zorgaanbieders worden gevestigd onder de naam “Zorgbou-levard Rotterdam”.

Voorts heeft MCRZ aangevoerd dat eiseressen onder de handelsnamen “het Havenzieken-huis”, “het Oogziekenhuis” en “het Erasmus MC” hun onderneming drijven en dat derhalve - op grond van artikel 5 Hnw - geen verwarring te duchten valt tussen de naam Ziekenhuis Rotterdam en deze namen. “Haven”, “Oog” en “Erasmus” vormen de meest kenmerkende bestanddelen van deze handelsnamen. De naam Ziekenhuis Rotterdam vertoont geen gelij-kenis met, dan wel wijkt in grote mate af van de namen het Havenziekenhuis, het Oogzie-kenhuis en het Erasmus MC.

Door het ontbreken van de vereiste gelijkenis én door het feit dat de eiseressen bekende zie-kenhuizen zijn, met gevestigde onderscheidende handelsnamen, is bij het publiek - in de meest brede zin van het woord - geen verwarring tussen (de ondernemingen van) de betrok-ken ziekenhuizen te duchten.

4.4

De voorzieningenrechter overweegt hieromtrent als volgt.

Een handelsnaam is, gelet op artikel 1 Hnw, de naam waaronder men feitelijk handelt, de naam die naar buiten toe wordt gebruikt als aanduiding van de onderneming. Hoewel op dit moment MCRZ de litigieuze naam “Ziekenhuis Rotterdam” vrijwel niet gebruikt, zal de voorzieningenrechter er, met partijen, vanuit gaan dat zij, zodra zij daarvoor klaar is (later dit jaar), deze naam op zodanige wijze zal voeren dat dit is aan te merken als handelsnaam-gebruik.

4.4.1

Nu Erasmus MC heeft aangegeven zich niet te beroepen op artikel 5 Hnw is niet aan de orde of MCRZ ten opzichte van haar in strijd met dit artikel heeft gehandeld.

4.4.2

Gelet op de betwisting door MCRZ op dit punt dient eerst te worden vastgesteld of “Haven-ziekenhuis Rotterdam” en “Oogziekenhuis Rotterdam” als door eiseressen 1 en 2 gevoerde handelsnamen kunnen gelden.

Mede gelet op de door eiseressen overgelegde producties 1 en 3, bestaande uit onder meer briefpapier, logo’s en schermafdrukken van websites, is voldoende aannemelijk geworden dat Havenziekenhuis Rotterdam en Oogziekenhuis Rotterdam thans, en reeds gedurende enige tijd, feitelijk door eiseressen 1 en 2 als handelsnaam worden gevoerd. Daarbij doet niet ter zake dat deze ziekenhuizen soms ook onder de namen “Havenziekenhuis” en “Oog-ziekenhuis” naar buiten treden of dat deze verkorte versies in het dagelijks verkeer met in-stemming van eiseressen door derden (bijvoorbeeld de dienst die de bewegwijzering in de stad verzorgt) gebruikt worden. Een onderneming kan immers meerdere handelsnamen voe-ren.

4.4.3

Kenmerkend voor het handelsnaamrecht is dat aan het onderscheidend vermogen lage eisen worden gesteld en dat in beginsel iedere aanduiding, ook als deze beschrijvend van aard is, voor bescherming in aanmerking komt, mits zij daadwerkelijk als handelsnaam wordt ge-voerd. Wel geldt dat naarmate een handelsnaam van zichzelf of door gebruik een groter on-derscheidend vermogen heeft (verkregen), deze een ruimere bescherming geniet, terwijl naarmate een handelsnaam meer beschrijvend is, een meer beperkte beschermingsomvang bestaat.

4.4.4

Door eiseressen wordt niet betwist dat het gedaagde vrij staat om de beschrijvende woorden “Ziekenhuis”en “Rotterdam” in haar nieuwe handelsnaam te gebruiken. In die zin wil zij deze woorden niet monopoliseren. Het bezwaar van eiseressen is daarin gelegen dat MCRZ haar nieuwe handelsnaam tot die twee woorden wil beperken; zij menen dat in dat geval strijdig met artikel 5 Hnw wordt gehandeld.

Nu vast staat dat partijen handelen binnen hetzelfde marktsegment (ziekenhuiszorg) en ope-reren in dezelfde regio gaat het om de vraag of verwarring bij het publiek te duchten is tus-sen de onderneming met de naam “Ziekenhuis Rotterdam” en de ondernemingen met de namen “Havenziekenhuis Rotterdam” en “Oogziekenhuis Rotterdam”.

Een ziekenhuis heeft in zijn algemeenheid een diffuus publiek, bestaande uit enerzijds pro-fessionele partijen (verwijzende huisartsen, ambulancediensten, maar ook leveranciers) en anderzijds niet professionele partijen, met name patiënten en hun bezoekers.

Hoewel eiseressen stellen dat ook professionele hulpverleners, zoals ambulancepersoneel, bij gebruik van de nieuwe handelsnaam ten prooi zouden vallen aan verwarring, is dat on-voldoende aannemelijk geworden.

De toets op dit punt moet, nu de naam nog niet of nauwelijks daadwerkelijk wordt gebruikt, noodzakelijkerwijs een nogal theoretische zijn. Een brief van een ambulancedienst is door eiseressen wel genoemd maar niet overgelegd, MCRZ heeft de stellingen van eiseressen gemotiveerd betwist en het komt de voorzieningenrechter onaannemelijk voor dat functiona-rissen die dagelijks zeer geregeld met de verschillende ziekenhuizen in Rotterdam te maken hebben daadwerkelijk zouden menen ofwel dat MCRZ onder haar nieuwe naam hetzelfde ziekenhuis is als het Havenziekenhuis of het Oogziekenhuis (direct verwarringsgevaar) of-wel dat zij op enigerlei wijze gelieerd zijn (indirect verwarringsgevaar). Daarbij is meege-wogen enerzijds de omstandigheid dat Havenziekenhuis Rotterdam en Oogziekenhuis Rot-terdam al jaren bestaande en bekende ziekenhuizen zijn en anderzijds dat met name de (se-mi)medische dienstverleners zich, gelet op het belang van de keuze voor het juiste zieken-huis, meer dan gemiddeld bewust zullen zijn van dit probleem.

Anders is dit voor het overige publiek, voornamelijk bestaande uit patiënten en hun bezoe-kers, zoals familieleden. Bij hen ligt, nu alle drie de ziekenhuizen de namen “Ziekenhuis” en “Rotterdam” in hun handelsnaam (zullen) gebruiken, bepaald voor de hand dat zij zullen menen dat deze ziekenhuizen op enigerlei wijze met elkaar gelieerd zijn of zelfs gelijk zijn als aan Ziekenhuis Rotterdam geen enkel ander woord is toegevoegd. Dat de woorden “Ha-ven” en “Oog” kenmerkende bestanddelen vormen van de handelsnamen van respectievelijk het Havenziekenhuis Rotterdam en het Oogziekenhuis Rotterdam, doet hier niet aan af; der-gelijke woorden laten zich immers heel wel verklaren door het bestaan van diverse speciali-saties binnen een ziekenhuis. Hierbij is meegewogen dat een aanzienlijk deel van dit publiek eenmalig of voor de eerste maal van de diensten van voornoemde ziekenhuizen gebruik maakt. Bovendien is tussen partijen in confesso dat bezoekers/ patiënten van ziekenhuizen vaak gespannen zullen zijn, terwijl voorts een deel vanwege herkomst of leeftijd, minder dan optimaal oplettend zal zijn. Dit effect hangt samen met de normale samenstelling en gesteldheid van ziekenhuispubliek en moet dus, voor het verwarringsgevaar, worden mee-gewogen.

Bij ingebruikneming van de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam zal dus zowel direct, het ene ziekenhuis wordt ten onrechte voor het andere ziekenhuis gehouden, als indirect, er wordt een niet bestaand verband tussen de ziekenhuizen verondersteld, verwarringsgevaar te duchten zijn bij een relevant deel van het publiek. Dat betekent dat het MCRZ verboden zal worden de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam te voeren. Hierbij is meegewogen dat ver-warring tussen ziekenhuizen verstrekkender gevolgen met zich mee kan brengen dan ver-warring tussen andersoortige ondernemingen.

4.5

Nu tussen partijen niet in geschil is dat de domeinnaam www.ziekenhuisrotterdam.nl ge-bruikt wordt of zal worden als handelsnaam geldt mutatis mutandis het hiervoor overwoge-ne ook voor de domeinnaam.

Gelet op het voorgaande zal de vordering namens Havenziekenhuis Rotterdam en Oogzie-kenhuis Rotterdam op basis van artikel 5 Hnw worden toegewezen als na te melden en kun-nen de andere grondslagen van hun vordering onbesproken blijven.

4.6

Erasmus MC heeft primair een beroep gedaan op artikel 5b Handelsnaamwet, dat verbiedt om een handelsnaam te voeren welke een onjuiste indruk geeft van de onder die naam ge-dreven onderneming, voor zover dientengevolge misleiding van het publiek is te duchten en subsidiair dat MCRZ onrechtmatig handelt door het (gaan) voeren van de naam “Ziekenhuis Rotterdam” en de overeenkomstige domeinnaam.

MCRZ heeft aangaande het primaire verweer aangevoerd - verkort en zakelijk weergegeven - dat dit artikel zijn oorsprong vindt in de wens om misleiding tegen te gaan die het gevolg zal zijn van het creëren van een niet met de werkelijkheid strokend imago, waarbij moet worden gedacht aan handelsnamen die misleidend zijn ten aanzien van de aard, het karakter of de betekenis van de onderneming; zij stelt dat hiervan in casu geen sprake is.

Dit verweer treft doel. Met de naam “Ziekenhuis Rotterdam” wordt het publiek geen onjuis-te voorstelling gegeven over de aard van de onder die naam gedreven onderneming, omdat het inderdaad een ziekenhuis gevestigd te Rotterdam betreft. Dat is op zichzelf niet door-slaggevend. De benaming Ziekenhuis Rotterdam zou onder omstandigheden de indruk kun-nen wekken dat zij het enige, althans het overkoepelende ziekenhuis in Rotterdam is. Dat er sprake is van zulke omstandigheden is echter thans onvoldoende aannemelijk. Daarbij is enerzijds gelet op de algemeen bekende omstandigheid dat Rotterdam meer dan één zieken-huis telt, waaronder de drie eiseressen, die alle een reeds jaren gevestigde reputatie hebben, ten dele ook internationaal. Anderzijds is in aanmerking genomen het door MCRZ geuite, niet betwiste voornemen de naam vooral te gebruiken in combinatie met verwijzingen naar de Zorgboulevard. In die situatie kan thans niet worden gezegd dat misleiding van het pu-bliek als bedoeld in artikel 5b van de Hnw te duchten is.

4.7

Erasmus MC erkent dat zij zelf reeds jaren geen handelsnaam meer voert waarin de elemen-ten “ziekenhuis” en/of “Rotterdam” voorkomen. Ter terechtzitting heeft Erasmus MC des-gevraagd verklaard dat zij niet stelt dat MCRZ met opzet ge-(of mis)bruik wil maken van de bekendheid van Erasmus MC. Hoewel in theorie het gebruik van de naam Ziekenhuis Rot-terdam ook ten opzichte van Erasmus MC onrechtmatig zou kunnen zijn, zelfs als zij zich niet op de bescherming van artikel 5 of artikel 5b Hnw kan beroepen, is hetgeen Erasmus MC daaromtrent heeft aangevoerd onvoldoende. Nu het handelsnaamgebruik nog niet of nauwelijks daadwerkelijk is aangevangen, zodat aan de ervaringen in de praktijk geen addi-tionele argumenten te ontlenen zijn, strandt het beroep van Erasmus MC hier.

Gelet op het voorgaande worden de vorderingen van Erasmus MC aangaande de handels-naam en de domeinnaam afgewezen.

4.8

Nu in casu sprake is van een oudere handelsnaam en een jonger merk verzetten eiseressen zich tegen het gebruik van het beeldmerk op grond van de stelling dat gebruik van dat merk een onrechtmatige daad oplevert. Zij voeren hiertoe aan dat dit beeldmerk, waarvan ZIE-KENHUIS ROTTERDAM het (visueel) dominante element is, ten onrechte de suggestie wekt dat Ziekenhuis Rotterdam het enige, grootste, beste, algemene en overkoepelende zie-kenhuis is, dat het een verwarrend en misleidend merk is en dat het bovendien verwarring-wekkend overeenstemt met Oogziekenhuis Rotterdam en Havenziekenhuis Rotterdam.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Vooropgesteld moet worden dat gesteld noch gebleken is dat het (diensten)beeldmerk in-breuk maakt op een beeldmerk van één van eiseressen.

Het logo van het Havenziekenhuis Rotterdam (dat het als beeldmerk is gedeponeerd is niet gesteld), omvat (slechts) de woorden Havenziekenhuis in combinatie met een logo, bestaan-de uit een reddingsboei met daar bovenin in het klein vermeld het woord “Havenziekenhuis” en onderin het woord “Rotterdam”. Het logo van het Oogziekenhuis Rotterdam (dat het als beeldmerk is gedeponeerd is niet gesteld) heeft in het groot de letters OOG met boven deze letter G een kleine “H” als ziekenhuisteken en onderin in het klein de woorden “het oogzie-kenhuis Rotterdam”en “the Rotterdam eye hospital”.

Nu Erasmus MC heeft aangegeven haar beeldmerk met Academisch Ziekenhuis Rotterdam niet meer te voeren zal zij bij dit gedeelte van de vordering buiten beschouwing worden ge-laten.

Gelet op het beeldmerk van Ziekenhuis Rotterdam (bestaande uit deze woorden onder elkaar met daaronder een sterretje) kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van onrecht-matig handelen van MCRZ door de visuele presentatie. De logo’s wijken te zeer van elkaar af. MCRZ mag echter op de hiervoor weergegeven gronden de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam niet (meer) voeren. Deze naam maakt een zeer prominent onderdeel uit van het beeldmerk. Ter terechtzitting is door MCRZ verklaard dat zij dit beeldmerk als dienstmerk gaat gebruiken. Gelet op de aard van de onderneming - een ziekenhuis - valt redelijkerwijs te verwachten dat het publiek geen onderscheid zal maken tussen het gebruik van de han-delsnaam ter aanduiding van de onderneming en het gebruik van het merk - waarvan de handelsnaam het meest in het oog springende deel is - ter aanduiding van de diensten van de onderneming. Dat betekent dat het gebruik van het dienstmerk en dat van de handelsnaam samenvallen of elkaar ten minste overlappen, zodat het verbod op het voeren van de han-delsnaam voorshands ook het verbod op het gebruik van het merk meebrengt. Voortgezet gebruik van het dienstmerk na staking van het gebruik van de handelsnaam Ziekenhuis Rot-terdam zou immers het verwarringsgevaar waarop in overweging 4.4.4 is gedoeld in stand houden en wellicht nog vergroten.

Gelet op het voorgaande zal de vordering om het gebruik van het onder nummer 1144552 voor de Benelux geregistreerde beeldmerk te staken worden toegewezen.

4.9

De voorzieningenrechter ziet aanleiding MCRZ een terme de grâce van drie maanden te gunnen; niet valt in te zien waarom het nodig zou zijn dat nu meteen het bord van de bouw-plaats wordt weggehaald of de domeinnaam van het net. Uiteraard wordt daarmee MCRZ geen vrijbrief gegeven om nieuw gebruik van de handelsnaam Ziekenhuis Rotterdam te ma-ken of deze te voeren op andere wijze dan zij nu feitelijk doet. Deze terme de grâce houdt uitsluitend in, dat het beperkte gebruik van de handelsnaam en het beeldmerk dat nu reeds een feit is niet onmiddellijk, maar pas over drie maanden gestaakt hoeft te worden, een en ander zoals in het dictum omschreven.

4.10

Het onder 1 gevorderde bevel zal gelet op de onbepaaldheid van de vorderingen en de vrij-heid van MCRZ bij het kiezen van een andere handelsnaam voor het ziekenhuis worden af-gewezen. MCRZ kan niet de vrijheid worden ontnomen een handelsnaam te kiezen die zij passend acht, mits zij daarbij de kenbare rechten van anderen respecteert. Van eiseressen mag worden verwacht dat zij begrip hebben voor de - al dan niet op redelijke gronden ge-stoelde - bezwaren van MCRZ tegen opname van het element “Zuid” in haar naam. Tegen het voeren van een naam als “Clara Ziekenhuis Rotterdam” zou geen bezwaar gemaakt worden, aldus eiseressen ter terechtzitting, maar dat behoeft voor MCRZ geen rol te spelen.

4.11

Bij de proceskostenveroordeling is gelet op artikel 1019 Rv juncto artikel 1019h Rv. In het onderhavige geval hadden partijen voor de zitting afgesproken dat de in het ongelijk gestel-de partij € 20.000,00 aan advocatenkosten aan de andere partij zal betalen.

Gelet op de afwijzing van de vorderingen van Erasmus MC zal, nu eiseressen gezamenlijk in deze procedure optreden, het bedrag van de door Erasmus MC aan MCRZ verschuldigde proceskosten worden gecompenseerd met de door MCRZ aan het Havenziekenhuis Rotter-dam en het Oogziekenhuis Rotterdam verschuldigde vergoeding voor advocatenkosten. MCRZ zal worden veroordeeld tot betaling van € 13.500,00 aan het Havenziekenhuis Rot-terdam en het Oogziekenhuis Rotterdam voor de door hen gemaakte advocatenkosten.

4.12

Het onder 3 gevorderde zal worden afgewezen. Bij een (primair) beroep op het handels-naamrecht is bij een (gedeeltelijke) toewijzing van de vordering op die grondslag artikel

260 danwel 1019i Rv niet van toepassing. Wel staat het partijen uiteraard vrij om alsnog een bodemprocedure aanhangig te maken.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst af de vorderingen van Erasmus MC;

verbiedt MCRZ om met ingang van vijf dagen na betekening van dit vonnis de handels-naam Ziekenhuis Rotterdam te voeren op een plaats of wijze die zij nog niet gebruikte ten tijde van de terechtzitting op 25 maart 2008;

veroordeelt MCRZ om met ingang van drie maanden na betekening van dit vonnis ieder gebruik van de domeinnaam www.ziekenhuisrotterdam.nl, de handelsnaam Ziekenhuis Rot-terdam en het beeldmerk gedeponeerd onder nr. 1144552 te staken en gestaakt te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 voor iedere keer of iedere dag dat MCRZ in gebreke blijft daaraan te voldoen, met een maximum van € 1.000.000,-;

veroordeelt MCRZ in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde

van Havenziekenhuis Rotterdam en Oogziekenhuis Rotterdam bepaald op € 339,44 aan ver-schotten en op € 13.500,00 aan salaris voor de advocaten;

compenseert de kosten tussen Erasmus MC en MCRZ;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten, voorzieningenrechter,

in tegenwoordigheid van mr. H.C. Fraaij, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

1862/106

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.