Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC7045

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-03-2008
Datum publicatie
18-03-2008
Zaaknummer
10/711116-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zijn echtgenote en dochter vermoord. Verdachte sterk verminderd toerekingsvatbaar.

Oplegging van een gevangenisstraf voor de tijd van 15 jaar met aftrek van voorarrest, alsmede de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 289, geldigheid: 2008-03-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/711116-07

Datum uitspraak: 18 maart 2008

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichtingen Rijnmond [naam P.I.] te Rotterdam,

raadsvrouw mr. Pieterse, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 4 maart 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. Bonnes heeft gerequireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 impliciet primair, 2 impliciet primair en 3 ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar, met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling van de verdachte met dwangverpleging.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 1 impliciet primair, 2 impliciet primair en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 05 september 2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

opzettelijk en met voorbedachten rade, een persoon

genaamd [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen, met een hamer op het hoofd van die [slachtoffer 1]

geslagen en- (vervolgens) met beide handen de keel/hals van die [slachtoffer 1] dichtgeknepen

en/of dichtgedrukt gehouden en- (vervolgens) meermalen, met een mes in het hoofd en de

hals/nek en de borst enschouder van die [slachtoffer 1] gestoken

en geprikt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

2.

hij op 05 september 2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

opzettelijk en met voorbedachten rade, een persoon

genaamd [slachtoffer 2] (geboren [datum]) van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,

meermalen, met een mes in de hals/nek

en de borst van die [slachtoffer 2] gestoken ,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

3.

hij in de periode van 05 september 2007 tot en met 07 september

2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

zonder redelijk doel , bij een dier, te weten een hond (genaamd Luna),

pijn en letsel, heeft veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van

voornoemde hond heeft benadeeld door die hond meermalen, met

een hamer, te slaan en meermalen, met een mes te steken

en(vervolgens) toen die hond door voorgaande handelingen hulpbehoevend was

geworden, die hond de nodige verzorging heeft onthouden door die hond niet

naar een dierenarts te brengen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

1. Moord

2. Moord

3. De voortgezette handeling van:

een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 36 lid 1 van

de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

en

een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 36 lid 3 van

de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING/ MOTIVERING MAATREGEL

De straf en de maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte trof, bij thuiskomst na een weekje vakantie met zijn gezin, diverse brieven van incassobureaus aan. In de daarop volgende dagen volgden nog meer incasso- en aanmaningsbrieven. De verdachte kon zijn financiële problemen niet meer overzien en heeft op dinsdagavond bedacht dat zijn gezin er helemaal niet meer moest zijn en dat het ombrengen van zijn gezin de volgende ochtend zou gebeuren. De verdachte kon zich, naar zijn zeggen, niet tegen deze gedachte verzetten.

Op woensdagochtend heeft de verdachte op voorhand de gordijnen gesloten en is vervolgens de hond uit gaan laten. Na terugkomst is hij met een hamer achter het gordijn bij de trap gaan staan en heeft daar zijn vrouw opgewacht. Toen zijn vrouw korte tijd later naar beneden kwam heeft hij haar van achteren aangevallen door met een hamer meermalen op haar hoofd te slaan. Daarna heeft de verdachte haar gewurgd. Toen de verdachte merkte dat zijn vrouw nog leefde is hij naar de keuken gelopen en heeft daar een mes gepakt, waarmee hij haar meerdere malen heeft gestoken in haar hoofd, de hals, de nek en de borst.

Vervolgens heeft de verdachte de hond, Luna, meerdere malen met een hamer geslagen en met een mes gestoken.

Daarna is de verdachte naar zijn dochtertje gegaan, die boven in haar slaapkamer was. Hij heeft haar in de ouderslaapkamer een verhaaltje voorgelezen en daarna geprobeerd haar te verwurgen, waardoor zij bewusteloos raakte. De verdachte heeft zijn dochtertje naar haar eigen bedje gebracht, is beneden het mes gaan halen en heeft vervolgens zijn dochtertje, die inmiddels weer bij bewustzijn was gekomen, gestoken in de hals en de borst. Zijn vrouw en dochtertje zijn tengevolge van bovengenoemde gedragingen overleden.

De verdachte heeft hen de daaropvolgende dagen in de woning laten liggen en gedaan of er niets aan de hand was. Zo ging hij dezelfde middag naar een garage om papieren af te leveren voor een pas gekochte auto en ging hij die avond bij vrienden eten. De volgende dag bezocht hij zijn vader met wie hij over uitgebrachte hypotheek-offertes sprak. Na de moorden verzond de verdachte ook (sms)berichten op naam van zijn -overleden- vrouw. Voor de hond, waarvan de verdachte wist dat deze nog in leven was heeft hij gedurende deze dagen niets gedaan. De verdachte is, na vergeefse pogingen ook zichzelf van het leven te beroven, uiteindelijk naar de politie gegaan.

Omtrent de verdachte zijn diverse rapportages uitgebracht.

De rechtbank heeft kennis genomen van het psychiatrisch onderzoek d.d. 29 december 2007, opgemaakt door prof. dr. H.J.C. van Marle, hoogleraar forensische psychiatrie en drs. S. Geldermans, arts in opleiding tot psychiater. De deskundigen rapporteren dat er bij betrokkene sprake is van een aanpassingsstoornis met angstige en depressieve stemming de periode voorafgaand en ten tijde van het delict. De avond voor het delict is de verdachte steeds meer gaan piekeren over zijn schulden en kon hij uiteindelijk aan niets anders meer denken dan aan de schulden. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een bewustzijnsvernauwing. De persoonlijkheidsstructuur van de verdachte vertoont afhankelijke en ontwijkende trekken. Er is sprake van een gebrekkige identiteitsontwikkeling bij de verdachte, waardoor hij weinig grip heeft op zichzelf en geen zicht heeft op eigen doen en laten en de frustratietolerantie is rigide. De verdachte is introvert, egocentrisch en krenkbaar (narcisme). Er is sprake van sterk verminderde toerekeningsvatbaarheid. Wanneer de verdachte in een soortgelijke situatie terecht zal komen is de kans op een herhalingsdelict verhoogd. Door het gebrek aan ziekte-inzicht zal een langdurige behandeling noodzakelijk zijn. Gezien de beschreven factoren en condities adviseren de deskundigen de verdachte op te nemen in een TBS-instelling middels een bevel tot verpleging.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het psychologisch rapport d.d. 30 januari 2008, opgemaakt door dr. S.G. Vitale, psycholoog. De deskundige rapporteert dat er bij de verdachte sprake is van een gebrekkige identiteitsontwikkeling en van sterk vermijdende en afhankelijke persoonlijkheidskenmerken. De verdachte is angstig voor afkeuring van anderen en zal er alles aan doen om narcistische krenking te voorkomen. De verdachte beschikt daarbij over onvoldoende interne controlemechanismen om (agressieve) impulsen te voorkomen. Tijdens het tenlastegelegde feit was de verdachte niet meer in staat om de bestaande financiële problemen af te wenden door vermijding met als gevolg schaamte en angst voor narcistische krenking. Vanwege de beperkte controlemechanismen was het voor hem niet meer mogelijk om de aanwezige doodswensen af te wenden. Hij heeft gehandeld in een moment van bewustheidsvernauwing. De verdachte is sterk verminderd toerekeningsvatbaar te achten, omdat er sprake is van een gebrekkig ontwikkelde identiteit waarbij weinig grip is op zichzelf, waardoor de kans op recidive meer dan gemiddeld is. Daarbij dient tevens in ogenschouw genomen te worden dat het zowel voor de verdachte zelf als voor zijn omgeving niet zichtbaar is wat er in hem omgaat. Hierdoor kan de verdachte voor de buitenwereld en zichzelf lange tijd aangepast en adequaat functioneren, maar dan onverwacht en plotseling deviant gedrag vertonen. De deskundige adviseert de verdachte verplicht op te nemen in een TBS-instelling.

Ten slotte heeft de rechtbank kennis genomen van de rapportage d.d. 9 oktober 2007, opgemaakt door Th.J.G. Bakkum en het Milieurapport d.d. 1 januari 2008, opgemaakt door R. Liekens-Willems, reclasseringswerker.

De rechtbank neemt de bevindingen van de deskundigen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid en de kans op recidive over. Zij acht de verdachte derhalve sterk verminderd toerekeningsvatbaar.

In die omstandigheid ziet de rechtbank aanleiding de aan de verdachte op te leggen straf aanzienlijk te matigen, doch niet tot de door de officier van justitie geëiste 12 jaar. Immers, het opzettelijk en met voorbedachten rade benemen van het leven van een ander behoort tot de zwaarste categorie strafbare feiten die de wet kent. De verdachte heeft het leven genomen van twéé personen, die beiden geen schijn van kans maakten tegen de buitengewoon geweldadige wijze waarop de verdachte te werk is gegaan.

De ernst van deze feiten, zoals deze ook in zijn algemeenheid tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum bij een tijdelijke gevangenisstraf, dat met ingang van 1 februari 2006 is verhoogd van 20 jaren naar 30 jaren, maakt dat de rechtbank een hogere dan door de officier van justitie geëiste gevangenisstraf, aangewezen acht. De rechtbank heeft daarbij tevens meegewogen dat de verdachte onherstelbaar leed heeft toegebracht aan de nabestaanden en dat zijn daden tot grote maatschappelijke onrust hebben geleid.

Gelet op al het vorenstaande is de rechtbank tevens van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel terbeschikkingstelling met dwangverpleging eisen. De rechtbank ziet in de bewezenverklaarde feiten en in de omstandigheden, noch in de persoonlijkheid van de verdachte aanleiding om, zoals door de raadsvrouwe verzocht, ingevolge artikel 37b, lid 2, van het Wetboek van Strafrecht, een advies op te nemen dat ertoe strekt de tenuitvoerlegging van de TBS eerder, dan wel uiterlijk nadat eenderde van de opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer is gelegd, te laten aanvangen.

Alles afwegend worden na te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikel 37a, 37b, 56, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 36, 121 en 122 van de gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 impliciet primair, 2 impliciet primair en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van 15 (vijftien) jaar;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

- beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Kolk, voorzitter,

en mrs. Rijperman en Van der Ven, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Van den Heuvel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 maart 2008.

Bijlage bij vonnis van 18 maart 2008:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 september 2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon

genaamd [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk,

- meermalen, althans éénmaal, met een hamer op het hoofd van die [slachtoffer 1]

geslagen en/of

- (vervolgens) met beide handen de keel/hals van die [slachtoffer 1] dichtgeknepen

en/of dichtgedrukt gehouden en/of

- (vervolgens) meermalen, althans éénmaal, met een mes in het hoofd en/of de

hals/nek en/of de borst en/of een/de schouder(s) van die [slachtoffer 1] gestoken

en/of geprikt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 1] is overleden;

(artikel 289/287 van het Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 05 september 2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, een persoon

genaamd [slachtoffer 2] (geboren [datum]) van het leven heeft beroofd,

immers heeft verdachte opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg,

althans opzettelijk, meermalen, althans éénmaal, met een mes in de hals/nek

en/of de borst van die [slachtoffer 2] gestoken en/of geprikt,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer 2] is overleden;

(artikel 289/287 van het Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 05 september 2007 tot en met 07 september

2007 te Melissant, gemeente Dirksland,

zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van

zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier, te weten een hond (genaamd Luna),

pijn of letsel, heeft veroorzaakt dan wel de gezondheid of het welzijn van

voornoemde hond heeft benadeeld door die hond meermalen, althans eenmaal, met

een hamer, te slaan en/of meermalen, althans eenmaal, met een mes te steken

en/of

(vervolgens) toen die hond door voorgaande handelingen hulpbehoevend was

geworden, die hond de nodige verzorging heeft onthouden door die hond niet

naar een dierenarts te brengen;

(artikel 36, lid 1 en 3 van de gezondheids- en welzijnswet voor dieren);