Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC6331

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-02-2008
Datum publicatie
12-03-2008
Zaaknummer
244421 / HA ZA 05-2314
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tekortkoming in de nakoming onderhoud computersysteem?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 244421 / HA ZA 05-2314

Uitspraak: 13 februari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid APPLICATIONPLAZA B.V., mede h.o.d.n. KNOWLEDGEPLAZA APPLICATIONS,

gevestigd te Hoogeveen,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. [procureur eiseres],

advocaat mr. [advocaat eiseres],

- tegen -

[gedaagde],

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. [procureur gedaagde],

advocaat mr. [advocaat gedaagde].

Partijen worden hierna aangeduid als "Knowledge" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 9 augustus 2005 en de door Knowledge overgelegde producties;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 9 november 2005, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- conclusie van antwoord in reconventie, met producties;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 3 februari 2006.

2 De vaststaande feiten in conventie en in reconventie

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 In december 2002 is ten gevolge van een stroomstoring te Rotterdam bij [gedaagde] het computersysteem uitgevallen.

2.2 [gedaagde] heeft Knowledge mondeling opdracht gegeven om werkzaamheden te verrichten aan het computersysteem van [gedaagde]. De werkzaamheden zijn verricht in de periode tussen begin januari 2003 en medio juli 2004. In dezelfde periode heeft Knowledge computerapparatuur aan [gedaagde] geleverd.

2.3 Knowledge heeft voor het verrichten van de werkzaamheden en het leveren van computerapparatuur in 2003 en 2004 facturen gestuurd.

2.4 Op 16 juni 2004 is het computersysteem van [gedaagde] gecrasht.

3 De vordering in conventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 16.750,22 en tot betaling van wettelijke rente vanaf 12 juli 2005 over een bedrag na correctie in de conclusie van antwoord in reconventie van € 15.423,97 met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Knowledge aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 In of omstreeks januari tot en met november 2003, alsmede in juni en juli 2004 heeft Knowledge in opdracht en voor rekening van [gedaagde] werkzaamheden verricht aan de computer-infrastructuur van [gedaagde]. Voorts heeft Knowledge aan [gedaagde] computerapparatuur verkocht en geleverd. Met het totaal openstaande bedrag over 2003

(€ 33.270,02) is reeds een bedrag ad € 8.270,02 (goodwill verleende diensten door [gedaagde]) verrekend en voorts heeft [gedaagde] € 12.500,= voldaan, zodat over 2003 een bedrag openstaat van € 12.500,=. Tezamen met de openstaande facturen over 2004 ter hoogte van € 2.436,64 en € 487,33 bedraagt de totale vordering van Knowledge op [gedaagde] € 15.423,97. Ondanks aanmaning heeft [gedaagde] dit bedrag niet betaald.

3.2 Knowledge heeft een incasso-mediair moeten inschakelen en maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 800,=.

3.3 Voorts vordert Knowledge wettelijke rente vanaf 28 augustus 2004, welke rente berekend tot en met 11 juli 2005 € 526,20 bedraagt.

4 Het verweer in conventie

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, tot het gelasten van een getuigenverhoor en tot het verlenen van akte van het bewijsaanbod, met veroordeling van Knowledge in de kosten van het geding.

[gedaagde] heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 [gedaagde] betwist dat er nog facturen openstaan ter zake door Knowledge geleverde computerapparatuur.

4.2 Onduidelijk is op welke werkzaamheden de facturen betrekking hebben.

4.3 [gedaagde] betwist de hoogte van de facturen.

4.4 Voor zover [gedaagde] enig bedrag aan Knowledge schuldig zou zijn, geldt dat Knowledge tekortgeschoten is in haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten gevolge waarvan [gedaagde] schade heeft geleden. [gedaagde] beroept zich op verrekening en op schuldeisersverzuim aan de zijde van Knowledge.

4.5 Om de reden vermeld in 4.4 is [gedaagde] geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd.

5 De vordering in reconventie

De vordering luidt - verkort weergegeven - om

• Knowledge te veroordelen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een voorschot van € 15.000,= op de aan [gedaagde] te betalen schadevergoeding,

• Knowledge te veroordelen tot betaling van € 8.270,02, vermeerderd met de wettelijke rente, en subsidiair, indien de rechtbank dit mocht afwijzen dat de vordering zal worden meegenomen in de uiteindelijke schadestaatprocedure,

• een verklaring voor recht te geven dat Knowledge onrechtmatig heeft gehandeld, danwel wanprestatie heeft gepleegd jegens [gedaagde],

• de procedure te verwijzen naar de schadestaatprocedure ter berekening en afdoening van de door [gedaagde] geleden schade,

• tot het gelasten van een getuigenverhoor,

• tot het verlenen van akte van het bewijsaanbod,

een en ander met veroordeling van Knowledge in de kosten van de procedure.

Aan deze vordering heeft [gedaagde] naast hetgeen in conventie als verweer is aangevoerd, de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

5.1 Tussen partijen is medio januari 2003 mondeling een overeenkomst gesloten tot advisering, onderhoud en support op het gebied van de IT-infrastructuur van [gedaagde]. Knowledge is tekortgeschoten in de uitvoering van deze overeenkomst. Door gebrekkig onderhoud aan het computersysteem is in juni 2004 het computersysteem van [gedaagde] gecrasht. De bedrijfsvoering van [gedaagde] is hierdoor stil komen te liggen. Bovendien heeft Knowledge op eigen initiatief vanaf december 2003 geen back-ups meer gemaakt van het computersysteem van [gedaagde]. Hierdoor zijn na de computercrash dossiergegevens en gegevens op financieel gebied van [gedaagde] over een periode van meer dan een half jaar verloren gegaan. Ook in de algemene uitvoering van de overeenkomst heeft Knowledge steken laten vallen. Uit hoofde van artikel 6: 74 BW danwel onrechtmatige daad is Knowledge verplicht de door [gedaagde] geleden schade te vergoeden.

5.2 Knowledge heeft een factuur van [gedaagde] uit hoofde van een overeenkomst tot belangenbehartiging als raadsman voor de helft onbetaald gelaten. Partijen hebben over deze door [gedaagde] aan Knowledge verleende juridische diensten afgesproken dat de helft van de declaratie van [gedaagde] in mindering zou worden gebracht op de vordering van Knowledge. De andere helft van de declaratie heeft [gedaagde] kwijtgescholden. Gelet op de wanprestatie aan de zijde van Knowledge acht [gedaagde] zich in redelijkheid niet meer gebonden aan deze afspraak. [gedaagde] herroept de afspraak en vordert betaling van het door hem kwijtgescholden bedrag. Dit betreft een opeisbaar bedrag ter hoogte van € 8.270,02.

6 Het verweer in reconventie

Het verweer strekt ten aanzien van de vordering tot betaling van € 8.270,02 tot onbevoegdverklaring van de rechtbank en ten aanzien van de overige vorderingen tot afwijzing, met veroordeling van [gedaagde] bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

Naast hetgeen Knowledge in conventie heeft betoogd, heeft Knowledge daartoe het volgende aangevoerd:

6.1 Met betrekking tot de vordering tot betaling van € 8.270,02 ter zake door [gedaagde] verrichte werkzaamheden beroept Knowledge zich op de tussen partijen gemaakt afspraken tot kwijtschelding en verrekening en de uitvoering van deze afspraken. Voorts betwist Knowledge de verschuldigdheid van het gevorderde bedrag en de redelijkheid van het bedrag. Ook betwist Knowledge dat er ooit een factuur voor de werkzaamheden is verzonden. Verder voert Knowledge aan dat de rechtbank niet bevoegd is om kennis te nemen van de vordering. Nu de declaratie is betwist, dient [gedaagde] de procedure van artikel 32 e.v. Wet tarieven in burgerlijke zaken te volgen. Subsidiair stelt Knowledge zich op het standpunt dat [gedaagde] de vordering deugdelijk dient te onderbouwen.

6.2 Ten aanzien van het gevorderde voorschot heeft [gedaagde] niet aannemelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden.

6.3 Knowledge betwist dat zij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen danwel onrechtmatig zou hebben gehandeld, zodat Knowledge niet aansprakelijk is voor de door [gedaagde] beweerdelijk geleden schade.

6.4 De schade die [gedaagde] stelt te hebben geleden, is niet aan Knowledge toe te rekenen.

7 De beoordeling

In conventie en in reconventie

7.1 Vaststaat tussen partijen dat [gedaagde] op enig moment mondeling opdracht aan Knowledge heeft gegeven om werkzaamheden aan het computersysteem van [gedaagde] te verrichten. Niet in geschil is voorts dat Knowledge computerapparatuur aan [gedaagde] heeft geleverd. Evenmin is in geschil dat Knowledge betaling heeft ontvangen voor het verrichten van werkzaamheden en/of geleverde computerapparatuur. Hieruit volgt dat tussen partijen enigerlei overeenkomst tot stand is gekomen.

7.2 Naar het oordeel van de rechtbank hebben partijen een gemengde overeenkomst in de zin van artikel 6: 215 BW gesloten. De overeenkomst voldoet wat de verrichte werkzaamheden betreft aan de omschrijving van opdracht en wat de geleverde computerapparatuur betreft aan de omschrijving van koop.

7.3 Eerst dient de vraag te worden beantwoord of [gedaagde] door Knowledge verzonden facturen tot een bedrag van € 15.423,97 dient te voldoen.

7.4 Met betrekking tot de geleverde computerapparatuur betwist [gedaagde] dat er nog facturen openstaan. Ten verwere heeft Knowledge gesteld dat de factuur met nummer 1925 (mede) ziet op door Knowledge in 2003 geleverde computerapparatuur. Dit is door [gedaagde] niet bestreden. Het verweer faalt derhalve.

7.5 Het verweer van [gedaagde], zonder enige toelichting, dat onduidelijk is op welke werkzaamheden de facturen betrekking hebben, treft geen doel. Knowledge heeft specificaties van facturen in het geding gebracht en aangevoerd dat bepaalde facturen zien op geoffreerde en door [gedaagde] goedgekeurde werkzaamheden.

In het licht hiervan heeft [gedaagde] zijn verweer dat onduidelijk is op welke werkzaamheden de facturen betrekking heeft onvoldoende (nader) onderbouwd, zodat dit verweer niet slaagt

7.6 Voorts betwist [gedaagde] de hoogte van de facturen. Hoewel van [gedaagde] niet kan worden gevraagd dat hij in detail aangeeft waarom de hoogte van de facturen niet klopt, kan wel verlangd worden dat de onderbouwing uit meer bestaat dan de enkele opmerking dat de facturen te hoog zijn. Dit verweer van [gedaagde] wordt dan ook als onvoldoende onderbouwd verworpen.

7.7 Als onvoldoende gemotiveerd betwist is daarmede komen vast te staan dat de gefactureerde werkzaamheden zijn verricht en de gefactureerde computerapparatuur is geleverd, zodat de gevorderde hoofdsom van € 15.423,97 in beginsel toewijsbaar is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente vanaf 28 augustus 2004 liggen als onweersproken voorshands eveneens voor toewijzing gereed.

7.8 De onder 7.7 bedoelde vorderingen behoeft [gedaagde] (nog) niet (geheel) te voldoen, als komt vast te staan dat Knowledge is tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van de tussen partijen gesloten overeenkomst en Narullah ten gevolge van deze tekortkoming schade heeft geleden.

7.9 Thans dient te worden beoordeeld of Knowledge tekortgeschoten is in nakoming van haar verplichtingen.

7.10.1 [gedaagde] legt aan zijn vordering tot schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming ten eerste ten grondslag dat in januari 2003 tussen partijen mondeling een overeenkomst is aangegaan tot advisering, onderhoud en support op het gebied van de IT-infrastructuur van [gedaagde] waarbij is afgesproken dat Knowledge het computersysteem zou onderhouden. [gedaagde] stelt dat Knowledge het computersysteem gebrekkig heeft onderhouden, waardoor het op 16 juni 2004 is gecrasht. De rechtbank begrijpt deze stelling aldus dat [gedaagde] betoogt dat op Knowledge de verplichting rustte om het systeem op zodanige wijze te onderhouden dat – in ieder geval - een crash van het computersysteem zou worden voorkomen.

7.10.2 Knowledge voert aan dat zij niet de contractuele verplichting had om het computersysteem te onderhouden. Vanaf eind oktober/begin november 2003 gold volgens Knowledge tussen partijen een ‘ad hoc offerte basis’- afspraak, die inhield dat Knowledge uitsluitend na een opgetreden storing werd ingeschakeld, waarbij het plan van aanpak eerst door [gedaagde] moest worden goedgekeurd. Knowledge wijst er daarbij op dat zij in de periode december 2003 tot medio juni 2004 geen werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. In juni en juli 2004 heeft Knowledge werkzaamheden voor [gedaagde] uitgevoerd, op verzoek van [gedaagde] en nadat [gedaagde] hier een offerte voor had goedgekeurd, aldus Knowledge. Voorts stelt Knowledge dat zij [gedaagde] en zijn medewerkers Van Bakkum en Benamar meermalen tijdens verschillende gelegenheden in 2003 en 2004 heeft gewaarschuwd dat de centrale server dringend aan vervanging toe was, en dat een algehele crash van het computersysteem bij gebreke van onderhoud te verwachten was. In dit kader heeft Knowledge diverse malen getracht om een onderhoudscontract met [gedaagde] te sluiten, waarbij diverse concept overeenkomsten en offertes aan [gedaagde] zijn voorgelegd.

7.10.3 Conform de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust op [gedaagde] als de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde feiten, de bewijslast van zijn stelling dat partijen in januari 2003 zijn overeengekomen dat Knowledge het systeem op zodanige wijze zou onderhouden dat – in ieder geval - een crash van het computersysteem zou worden voorkomen en dat deze afspraak onverkort tussen partijen gold tot 16 juni 2004. Gelet op het bewijsaanbod van [gedaagde] zal de rechtbank [gedaagde] tot dit bewijs toelaten.

7.11.1 [gedaagde] stelt ten tweede dat Knowledge tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst door op eigen initiatief vanaf december 2003 geen back-ups meer te maken van het computersysteem van [gedaagde]. [gedaagde] legt aan deze stelling ten grondslag dat in januari 2003 tussen partijen mondeling een overeenkomst is aangegaan tot advisering, onderhoud en support op het gebied van de IT-infrastructuur van [gedaagde], waarbij is afgesproken dat Knowledge dagelijks een back-up zou maken.

7.11.2 Knowledge betwist dat sprake is van een tekortkoming en betoogt dat zij in januari 2003 slechts opdracht van [gedaagde] heeft gekregen om een acuut probleem op te lossen, bestaande uit het verhelpen van de gevolgen van de stroomstoring. Ten tijde van de crash van het computersysteem op 16 juni 2004 gold tussen partijen de hierboven in 7.10.2 aangeduide ‘ad hoc offerte basis’-afspraak, aldus Knowledge.

7.11.3 Conform de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust op [gedaagde] als de partij die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door hem gestelde feiten, de bewijslast van zijn stelling dat partijen in januari 2003 zijn overeengekomen dat Knowledge dagelijks een back up van het computersysteem zou maken en dat deze afspraak onverkort tussen partijen gold tot 16 juni 2004. Gelet op het bewijsaanbod van [gedaagde] zal de rechtbank [gedaagde] tot dit bewijs toelaten.

7.12.1 [gedaagde] stelt ten derde dat Knowledge is tekortgeschoten in de algemene uitvoering van de overeenkomst. Daartoe voert [gedaagde] aan dat de helpdesk van Knowledge niet functioneerde, Knowledge eind 2003 geoffreerde en door [gedaagde] op 3 maart 2004 goedgekeurde apparatuur en werkzaamheden niet heeft geleverd c.q. uitgevoerd, Knowledge na de computercrash van 16 juni 2004 een leenserver heeft geïnstalleerd die Knowledge in strijd met de afspraken via een remote verbinding op afstand heeft stilgezet, en Knowledge [gedaagde] tegen de afspraken in niet heeft geadviseerd over apparatuur en software op het gebied van tijdregistratie en dossierbeheer.

7.12.2 Knowledge betoogt dat zij de door [gedaagde] opgedragen werkzaamheden naar beste kunnen heeft uitgevoerd. Vanaf eind oktober/begin november 2003 verrichtte Knowledge uitsluitend werkzaamheden op basis van de hierboven in 7.10.2 aangeduide ‘ad hoc offerte basis’-afspraak. Knowledge betwist dat zij de contractuele verplichting had tot beheer van het computersysteem. Volgens Knowledge heeft zij nimmer de leenserver stilgelegd. De remote verbinding is uitgeschakeld op uitdrukkelijk – schriftelijk - verzoek van [gedaagde], aldus Knowledge.

7.12.3 In het midden kan blijven of de door [gedaagde] in dit kader gestelde verbintenis(sen) op Knowledge rustten, alsmede of Knowledge deze ondeugdelijk heeft uitgevoerd. Nog daargelaten dat Knowledge dit heeft betwist, geldt indien een schuldenaar aanvankelijk een ondeugdelijke prestatie heeft geleverd, doch deze vatbaar is voor herstel door alsnog een deugdelijke prestatie te leveren of het gebrek in de geleverde prestatie te herstellen, en van de schuldeiser gevergd kan worden dat hij de schuldenaar daartoe in de gelegenheid stelt, verzuim te dien aanzien in beginsel pas zal intreden nadat de schuldeiser de schuldenaar op de voet van art. 6:82 lid 1 BW de gelegenheid tot herstel heeft gegeven.

7.12.4 Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde] Knowledge in gebreke heeft gesteld bij een schriftelijke aanmaning dat de helpdesk niet functioneerde, dat apparatuur en werkzaamheden niet werden geleverd c.q. uitgevoerd, dat een leenserver is stilgezet en advies over apparatuur en software op het gebied van tijdregistratie en dossierbeheer uitbleef, waarbij Knowledge een redelijke termijn voor nakoming is gegund, terwijl dit van [gedaagde] kon worden gevergd gezien de aard van de gestelde tekortkomingen. Knowledge verkeerde derhalve niet in verzuim. Het voorgaande brengt mede dat de vordering tot betaling van schadevergoeding in verband van de algemene uitvoering van de overeenkomst niet kan worden toegewezen op de gestelde grondslag artikel 6: 74 BW.

7.13 Indien [gedaagde] niet slaagt in het bewijs als bedoeld onder 7.10.3 en niet slaagt in het bewijs als bedoeld in 7.11.3, zullen de vorderingen in conventie te zijner tijd worden toegewezen. De vorderingen in reconventie tot het geven van een verklaring voor recht dat Knowledge wanprestatie heeft gepleegd, tot het betalen van schadevergoeding en tot het betalen van een voorschot daarop zullen alsdan worden afgewezen.

7.14 In het geval [gedaagde] slaagt in de bewijslevering als bedoeld onder 7.10.3 en/of 7.11.3 zal Knowledge gehouden zijn tot schadevergoeding. Hierbij geldt ingevolge artikel 6: 98 BW dat alleen schade voor vergoeding in aanmerking komt die in een zodanig verband staat met de gebeurtenis waarop de aansprakelijkheid van de schuldenaar berust, dat zij hem, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend. Voorts is de benadeelde in beginsel gehouden om maatregelen te nemen ter voorkoming of beperking van schade.

7.15 Wat betreft de door [gedaagde] gevorderde schade op te maken bij staat, overweegt de rechtbank reeds nu het volgende. [gedaagde] stelt dat ten gevolge van de computercrash op 16 juni 2004 zijn bedrijfsvoering is komen stil te liggen en dat ten gevolge van het beëindigen van de back-up procedure door Knowledge, tijdens de computercrash gegevens van dossiers en op financieel gebied over een periode van meer dan een half jaar verloren zijn gegaan. Mede gezien de bij dagvaarding overgelegde brief van [gedaagde] van 20 december 2004 aan de incasso-intermediair van Knowledge waarin een voorlopige schadeberekening is vervat, komt het de rechtbank voor dat [gedaagde] de hier bedoelde schade inmiddels geheel kan begroten. [gedaagde] zal te zijner tijd in de gelegenheid worden gesteld bij conclusie na enquête een dergelijke begroting over te leggen.

7.16 In afwachting van de bewijsvoering houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

In reconventie voorts

7.17 Voor zover de vordering tot betaling van schadevergoeding is gestoeld op een door Knowledge gepleegde onrechtmatige daad, was het aan [gedaagde] om deze grondslag te onderbouwen. Van [gedaagde] kan worden verwacht dat hij uiteenzet waaruit de gestelde onrechtmatige daad van Knowledge heeft bestaan. [gedaagde] heeft dit evenwel nagelaten. [gedaagde] heeft derhalve niet aan zijn stelplicht voldaan, zodat de vordering op deze grond niet toewijsbaar is.

7.18.1 [gedaagde] legt aan de vordering tot betaling van € 8.270,02 ten grondslag een herroeping van de overeenkomst tussen partijen die bestond uit het verrekenen van de helft van de declaratie van [gedaagde] met de openstaande vordering van Knowledge en uit het kwijtschelden door [gedaagde] van de andere helft van de declaratie.

7.18.2 Vast staat dat deze overeenkomst door partijen is uitgevoerd. [gedaagde] stelt dat hij destijds de helft van de declaratie heeft kwijtgescholden. Uit het als produktie 1 bij de dagvaarding overgelegde overzicht van 13 april 2004 blijkt dat Knowledge een bedrag van

€ 8.270,02 heeft verrekend met een opeisbare vordering harerzijds.

7.18.3 Onduidelijk is op grond van welke feiten en omstandigheden [gedaagde] meent gerechtigd te zijn tot herroeping van de reeds uitgevoerde overeenkomst. Het enkele stellen door [gedaagde] in onderdeel 8 van de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie dat hij zich gelet op de wanprestatie aan de zijde van Knowledge in de overeenkomst tot het verrichten van werkzaamheden aan het computersysteem en het leveren van computerapparatuur in alle redelijkheid niet meer gebonden acht aan de in 7.18.1 bedoelde overeenkomst, is ten enenmale onvoldoende. Van [gedaagde] kan worden verlangd dat hij feiten en omstandigheden stelt op grond waarvan [gedaagde] – naar de rechtbank begrijpt - zich op de vernietigbaarheid van de overeenkomst beroept. Nu dergelijke feiten en omstandigheden niet zijn gesteld noch hiervan is gebleken, dient de vordering als onvoldoende onderbouwd te worden afgewezen.

7.18.4 Uit het bovenstaande volgt dat de subsidiaire vordering van [gedaagde] tot het opnemen van de vordering ter hoogte van € 8.270,02 als schadepost in de schadestaatprocedure evenmin kan worden toegewezen.

7.18.5 Het voorgaande brengt mede dat de overige verweren van Knowledge tegen de onderhavige vordering onbesproken kunnen blijven.

8 De beslissing

De rechtbank,

in conventie en in reconventie

alvorens verder te beslissen,

laat [gedaagde] toe tot het bewijs van zijn stelling dat partijen in januari 2003 zijn overeengekomen dat a) Knowledge het systeem op zodanige wijze zou onderhouden dat – in ieder geval - een crash van het computersysteem zou worden voorkomen, b) Knowledge dagelijks een back up van het computersysteem zou maken, en dat deze afspraken onverkort tussen partijen golden tot 16 juni 2004;

bepaalt dat indien [gedaagde] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr. M.P. van der Stroom;

bepaalt dat [gedaagde] binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden februari tot en met april 2008 en dat de procureur van Knowledge binnen dezelfde termijn opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. van der Stroom.

Uitgesproken in het openbaar.

1921/106