Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4392

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
14-02-2008
Datum publicatie
14-02-2008
Zaaknummer
298385/KG ZA 07-1189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Europese aanbesteding met betrekking tot opdracht tot het verrichten van WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning)- en Vraagafhankelijk Taxivervoer. Aanbestedingsprocedure verloopt volgens het zgn 'Zeeuws model'. De tegen de aanbestedingsprocedure door eiseres gerichte bezwaren, die betrekking hebben op de systematiek van het Zeeuwse model en op het - in wezen - hanteren van selectiecriteria bij wijze van gunningscriteria, worden door de voorzieningenrechter terzijde geschoven, nu deze bezwaren (veel) te laat aan de aanbestedende dienst kenbaar zijn gemaakt. Voor de duur van de aanbestedingsprocedure is door de aanbestedende dienst een zgn 'noodmaatregel' getroffen, die volgens de voorzieningenrechter in de omstandigheden van het onderhavige geval niet Europees behoeft te worden aanbesteed. Deze noodmaatregel houdt in dat met een derde een tijdelijk contract is gesloten. De vordering van de tussenkomende partij tot - in wezen - beperking van de duur van de noodmaatregel wordt toegewezen.

Wetsverwijzingen
Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2008/15
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 298385/KG ZA 07-1189

Uitspraak: 14 februari 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ZEEUWS-VLAAMSE REGIE B.V.,

gevestigd te Terneuzen,

eiseres,

procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

advocaat mr. H.C. Struijk te Middelburg,

- tegen -

de openbare rechtspersoon de gemeenschappelijke regeling SAMENWERKINGSVER-BAND COLLECTIEF VERVOER ZEEUWSCH-VLAANDEREN,

gevestigd te Terneuzen,

gedaagde,

procureur mr. J. Kneppelhout,

advocaten mr. D.C. Orobio de Castro en mr. S.F.K. Dittner te Amsterdam

en

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAXICENTRALE OOST-BURG B.V.,

gevestigd te Oostburg;

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAXI SEGERS B.V.,

gevestigd te Phillippine, gemeente Terneuzen;

3. de vennootschap onder firma TAXIBEDRIJF GRENSZICHT,

gevestigd te Clinge, gemeente Hulst,

gevoegde partijen aan de zijde van gedaagde,

procureur mr. S.P.J.F. Zwanen,

advocaat mr. J. de Bliek te Tilburg

- zomede -

de vennootschap onder firma TAXI DE ZWART V.O.F.,

gevestigd te Breskens,

tussenkomende partij,

procureur mr. J. van den Brande,

advocaat mr. G.J. van de Wetering te Enschede.

Eiseres wordt hierna aangeduid als “Regie”, gedaagde als “het Samenwerkingsverband”, de gevoegde partijen aan de zijde van Het Samenwerkingsverband gezamenlijk als “de Combi-natie” en de tussenkomende partij als “Taxi De Zwart”.

1 Het verloop van het geding

1.1

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 23 november 2007 voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg;

- brief d.d. 6 december 2007 van de raadsman van Regie aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg;

- akte overlegging producties d.d. 18 december 2007 van Regie voor de voorzieningen-rechter van de rechtbank Middelburg, met vijf producties;

- akte overlegging producties d.d. 18 december 2007 van het Samenwerkingsverband voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg, met negen producties, ge-nummerd 10 t/m 18;

- incidentele conclusie met verzoek tot tussenkomst (subsidiair voeging) d.d. 18 decem-ber 2007 van de Combinatie voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te Middel-burg, met zes producties;

- incidenteel vonnis d.d. 21 december 2007 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg, waarbij de zaak tussen Regie en het Samenwerkingsverband in de stand waarin deze zich bevond is verwezen naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam, sector civiel rechter, alsmede de aan dit incidentele vonnis ten grondslag liggende processtukken;

- oproepingsexploot d.d. 21 januari 2008, waarbij ten verzoeke van Regie het Samenwer-kingsverband en Taxi De Zwart worden opgeroepen te verschijnen voor de voorzienin-genrechter van de rechtbank Rotterdam op 31 januari 2008;

- oproepingsexploot d.d. 22 januari 2008, waarbij ten verzoeke van Regie de Combinatie wordt opgeroepen te verschijnen voor de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotter-dam op 31 januari 2008;

- brief d.d. 28 januari 2008 van de raadsman van Regie aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam;

- akte overlegging producties d.d. 31 januari 2008 van het Samenwerkingsverband, met zes producties, genummerd 19 t/m 24;

- productie 27 van Het Samenwerkingsverband;

- nadere conclusie tevens houdende akte wijziging/vermeerdering van eis d.d. 31 januari 2008 van Regie, met zeven producties, genummerd 6 t/m 12;

- incidentele conclusie tot voeging d.d. 31 januari 2008 van de Combinatie;

- akte houdende wijziging/vermeerdering van eis in tussenkomst (subsidiair voeging) d.d. 31 januari 2008 van Taxi De Zwart;

- pleitnotities van mr. Struijk;

- pleitnotities mrs. Orobio de Castro en Dittner;

- pleitnotities van mr. De Bliek;

- pleitnotities van mr. Van de Wetering.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 31 januari 2008.

1.2

De Combinatie heeft een incidentele vordering tot voeging aan de zijde van het Samenwer-kingsverband ingesteld en Taxi De Zwart een incidentele vordering tot tussenkomst. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter deze vorderingen, nadat hem was gebleken dat hierte-gen geen bezwaren bestonden, toegewezen.

2 De vaststaande feiten

2.1

Het Samenwerkingsverband heeft twee openbare Europese aanbestedingsprocedures uitge-schreven: voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer (EG-publicatienummer 2007-214000) en voor het leerlingenvervoer (EG-publicatienummer 2007-214002). Het aan te besteden vervoer heeft betrekking op Zeeuws-Vlaanderen en betreft de periode 1 januari 2008-31 december 2009. (WMO is de afkorting voor Wet Maatschappelijke Ondersteu-ning.) De bestekken die door het Samenwerkingsverband zijn vastgesteld, voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer en voor het leerlingenvervoer, dateren van 14 september 2007.

2.2

Op de aanbestedingen is van toepassing het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsop-drachten (Bao).

2.3

Het Samenwerkingsverband hanteert als gunningscriterium de economisch meest voordelige inschrijving. Dit gunningscriterium is nader uitgewerkt in hoofdstuk 4 van de bestekken.

2.4

Regie, de Combinatie en Taxi De Zwart hebben tijdig offertes voor beide aanbestedingen ingediend, dat wil zeggen, vóór 29 oktober 2007 om 13.00 uur, het in de bestekken vermel-de uiterste tijdstip.

2.5

Bij brieven d.d. 8 november 2007 heeft het Samenwerkingsverband aan de inschrijvers laten weten voornemens te zijn de opdracht voor het leerlingenvervoer te gunnen aan Taxi De Zwart en de opdracht voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer aan alle drie de in-schrijvers te gunnen (voorlopige-gunningsbesluiten). Deze voornemens zijn (uiteindelijk) gehandhaafd nadat op 21 november 2007 een verificatiebespreking heeft plaatsgehad met alle inschrijvers.

2.6

In verband met het door Regie bij voormelde dagvaarding d.d. 23 november 2007 aanhangig gemaakte kort geding, waardoor nog niet kon worden overgegaan tot een definitieve gun-ning, heeft het Samenwerkingsverband besloten - bij wijze van “noodmaatregel”- tot ver-lenging over te gaan van de met Regie op 28 juni 2000 gesloten “Overeenkomst voor de uitvoering van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer en het Leerlingenvervoer tussen Samenwerkingsverband Collectief Vervoer Zeeuwsch-Vlaanderen en Zeeuws Vlaamse Re-gie B.V.”, welke overeenkomst zou aflopen op 31 december 2007. Hiertoe is door het Sa-menwerkingsverband en Regie op 20 december 2007 een overeenkomst, met als titel “Over-eenkomst verlenging contract Leerlingenvervoer en WMO-VTV-vervoer”, gesloten voor de duur van ongeveer een half jaar. Van deze laatste overeenkomst maakt onder meer de vol-gende bepaling deel uit - aangehaald voor zover relevant:

“Zodra wordt geconstateerd dat Regie BV niet in staat is om de ritten uit te voeren, zal meteen het vervoer opgedragen worden aan een andere vervoerder. De periode die een andere vervoerder nodig heeft om zich voor te bereiden op het uitvoeren van de ritten wordt conform bovenstaande boetebepa-lingen bij Regie BV in rekening gebracht. (…)”.

2.7

Nadat problemen waren gerezen met (onder meer) de uitvoering van het leerlingenvervoer, heeft Samenwerkingsverband bij brief d.d. 16 januari 2008 aan Regie genoemde overeen-komst van 20 december 2007 buitengerechtelijk ontbonden met ingang van 17 januari 2008.

2.8

Regie heeft haar vorderingen, voor zover deze betrekking hebben op het leerlingenvervoer, op of omstreeks 16 januari 2008 ingetrokken.

2.9

Het Samenwerkingsverband heeft vervolgens, door middel van twee afzonderlijke overeen-komsten, de uitvoering van het leerlingenvervoer en van het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer voor de periode 17 januari-4 juli 2008 opgedragen aan de Combinatie.

3 Het geschil

3.1

De gewijzigde vordering van Regie luidt dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

A. het Samenwerkingsverband gebiedt de huidige aanbestedingsprocedure voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer stop te zetten;

B. het Samenwerkingsverband gelast, voor zover zij de opdracht betreffende het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer wenst uit te besteden, een nieuwe Europese aanbesteding te verrichten conform het BAO met inachtneming van de algemene aanbestedingsbeginselen;

C. het Samenwerkingsverband verbiedt de opdracht voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer bij uitsluiting van de overige inschrijvers aan de Combinatie te gunnen, althans het Samenwerkingsverband gelast te bewerkstelligen dat zij geen verdere uitvoering zal ge-ven aan (de voorbereiding op) en het uitvoeren van de werkzaamheden behorende tot de opdracht (WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer), in welke vorm dan ook, door één van de inschrijvers met uitsluiting van de overige inschrijvers, zolang niet de uitkomst van een - conform de uitspraak van de voorzieningenrechter - herziene gunning bekend zal zijn ge-maakt aan alle betrokken inschrijvers,

Subsidiair:

D. voor het geval de primaire vordering van Regie wordt afgewezen, het Samenwerkings-verband verbiedt het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer voorlopig - en al dan niet bij wijze van noodmaatregel - uit te besteden aan de Combinatie, dit bij uitsluiting van de ove-rige inschrijvers,

Primair en subsidiair:

E. het Samenwerkingsverband veroordeelt tot betaling aan Regie van een eenmalige dwang-som groot € 1.000.000,--, althans een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepa-len bedrag, bij overtreding door het Samenwerkingsverband van een of meer van de hier-voor gevorderde ge- en verboden;

F. het Samenwerkingsverband veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2

De vorderingen van Taxi De Zwart luidt - voor zover relevant - dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

Primair:

(I. Incidentele vordering tot tussenkomst;)

II. Regie niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen A, B en C, althans deze vorderin-gen afwijst;

III. het Samenwerkingsverband gebiedt de opdracht voor WMO- en Vraagafhankelijk taxi-vervoer binnen vier weken na dit vonnis te gunnen aan en uit te laten voeren door alle in-schrijvers aan wie zij heeft bericht voornemens te zijn deze opdracht te gunnen, waaronder in ieder geval Taxi De Zwart, voor het geval dat het Samenwerkingsverband deze opdracht niet in eigen beheer wenst uit te voeren maar aan derden wenst op te dragen, op straffe van een aan Taxi De Zwart te verbeuren dwangsom van € 100.000,-- per dag of dagdeel dat hieraan niet wordt voldaan, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

IV. het Samenwerkingsverband verbiedt het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxiver-voer - namelijk zolang dit vervoer niet definitief gegund is - uitsluitend door de Combinatie te laten uitvoeren en het Samenwerkingsverband gebiedt de overeenkomst voor het tijdelijke het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer met de Combinatie op te zeggen, althans te be-eindigen, voor zover deze hiermee in strijd is, een en ander te voldoen binnen vier weken na dit vonnis, op straffe van een aan Taxi De Zwart te verbeuren dwangsom van € 100.000,-- per dag of dagdeel dat hieraan niet wordt voldaan, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;

V. het Samenwerkingsverband gebiedt het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer - namelijk zolang dit vervoer niet definitief gegund is - binnen vier weken na dit vonnis te gunnen aan en uit te laten voeren door alle inschrijvers aan wie zij heeft bericht voornemens te zijn de aanbestede opdracht voor WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer te gunnen, waaronder in ieder geval Taxi De Zwart, voor het geval dat het Samenwerkingsverband dit tijdelijke vervoer niet in eigen beheer wenst uit te voeren maar aan derden wenst op te dra-gen, op straffe van een aan Taxi De Zwart te verbeuren dwangsom van € 100.000,-- per dag of dagdeel dat hieraan niet wordt voldaan, althans een zodanige dwangsom als de voorzie-ningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,

althans zodanige maatregelen neemt als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,

met veroordeling van Regie en/of het Samenwerkingsverband in de kosten van dit geding, waaronder begrepen een redelijke tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand en een bedrag aan salaris voor de procureur van Taxi De Zwart;

Subsidiair:

(VI. Incidentele vordering tot voeging aan de zijde van het Samenwerkingsverband met be-trekking tot vorderingen A, B, en C van Regie;)

VII. Regie niet-ontvankelijk verklaart in haar vorderingen A, B en C, althans deze vorderin-gen afwijst;

(VIII. Incidentele vordering tot voeging aan de zijde van Regie met betrekking tot vordering D van Regie;)

IX. de vordering D van Regie toewijst en het Samenwerkingsverband veroordeelt binnen vier weken na dit vonnis hieraan te voldoen op straffe van een aan Taxi De Zwart te verbeu-ren dwangsom van € 100.000,-- per dag of dagdeel dat hieraan niet wordt voldaan, althans een zodanige dwangsom als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,

althans zodanige maatregelen neemt als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren,

met veroordeling van Regie en/of het Samenwerkingsverband in de kosten van dit geding, waaronder begrepen een redelijke tegemoetkoming in de kosten van rechtsbijstand en een bedrag aan salaris voor de procureur van Taxi De Zwart.

4 De beoordeling

4.1

De vorderingen in deze zaak betreffen uitsluitend de aanbesteding van het WMO- en Vraag-afhankelijk taxivervoer, niet de aanbesteding van het leerlingenvervoer.

4.2

Bij de aanbesteding van het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer heeft het Samenwer-kingsverband het zogeheten ‘Zeeuwse model’ toegepast. Ingevolge dit model wordt de op-dracht gegund aan alle aanbieders die voldoen aan de minimumeisen en de door de aanbe-stedende dienst vastgestelde prijs. Zie paragraaf 1.4 van het bestek - aangehaald voor zover relevant:

“ De Opdracht zal worden gegund aan alle Inschrijvers die voldoen aan de minimaal gestelde eisen en zich bereid verklaren te werken tegen het door de aanbesteder vooraf vastgestelde tarief. Burgers zijn vrij om te bepalen door wie van de geselecteerde aanbieders zij zich willen laten vervoeren.”

4.3

De bezwaren van Regie hebben enerzijds betrekking op de omstandigheid dat, vanwege de toepassing van het Zeeuwse model, de kans bestaat dat het vervoer niet aan één maar aan meer dan één aanbieder wordt gegund. Volgens Regie is de markt waarop alle geselecteerde aanbieders moeten opereren te klein om op een gezonde bedrijfseconomische basis te kun-nen concurreren met elkaar. Door het Zeeuwse model te kiezen heeft het Samenwerkings-verband, aldus Regie, dan ook in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur gehandeld, meer in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel. Het andere bezwaar van Re-gie houdt in dat het Samenwerkingsverband, in strijd met de toepasselijke regels, in het be-stek geen werkelijke gunningscriteria heeft opgenomen maar in feite uitsluitend criteria die als uitsluitingscriteria hebben te gelden. Volgens Regie kan aan de hand van de in het bestek onder het kopje “Gunningscriteria”, aan het begin van hoofdstuk 4 van het bestek, opgeno-men minimumeisen geen beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van het gunnings-criterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ plaatsvinden.

4.4

Als (een van de) meest verstrekkend(e) verwe(e)r(e)n tegen deze bezwaren voeren het Sa-menwerkingsverband, de Combinatie en Taxi De Zwart aan dat Regie met deze bezwaren te laat is.

4.5

Niet in geschil is dat alle drie inschrijvers aan wie het Samenwerkingsverband de opdracht voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer voorlopig heeft gegund, namelijk Regie, Taxi De Zwart en de Combinatie, hebben voldaan aan alle in het bestek neergelegde mini-mumeisen (en de door het Samenwerkingsverband vastgestelde prijs hebben aanvaard) als hierboven bedoeld onder 4.2.

4.6

De bezwaren van Regie - zie hierboven onder 4.3 - betreffen uitsluitend de vraag of de door het Samenwerkingsverband gehanteerde aanbestedingssystematiek die is neergelegd in het bestek, zoals de in het bestek opgenomen criteria waaraan inschrijvers moeten voldoen, cor-rect is. In ieder geval niet later dan op het moment waarop Regie kennis had genomen van het bestek, namelijk omstreeks 14 september 2007, was Regie bekend met deze door het Samenwerkingsverband gehanteerde aanbestedingssystematiek. Niettemin is niet, althans onvoldoende, gebleken dat Regie haar bezwaren aan het Samenwerkingsverband kenbaar heeft gemaakt in de periode voorafgaande aan het uitbrengen van de dagvaarding op 23 no-vember 2007, nog daargelaten de vraag of Regie niet reeds veel eerder haar bezwaren aan het Samenwerkingsverband kenbaar had moeten maken, bijvoorbeeld voorafgaande aan de voorlopige gunning op 8 november 2007 of zelfs nog eerder, bijvoorbeeld vóór het uiterste tijdstip voor het indienen van de offertes, 29 september 2007 om 13.00 uur. In haar dag-vaarding van 23 november 2007 beweert Regie weliswaar dat zij het Samenwerkingsver-band “al in een vroegtijdig stadium” heeft “geattendeerd” op de problematiek van het hante-ren van uitsluitings- en selectiecriteria bij wijze van gunningscriteria en dat hierop van de zijde van het Samenwerkingsverband niet is gereageerd - zonder dat Regie deze bewering overigens met enige stukken of feitelijke omstandigheden onderbouwt -, maar Regie heeft deze bewering later ten processe niet meer herhaald, laat staan onderbouwd, zelfs niet nadat door de andere partijen uitdrukkelijk aan de orde was gesteld dat Regie voorafgaande aan de dagvaarding van 23 november 2007 haar bezwaren niet kenbaar had gemaakt aan het Sa-menwerkingsverband. Zie bijvoorbeeld onder 14-19 van de pleitnota van Taxi De Zwart.

4.7

De voorzieningenrechter is dan ook voorlopig van oordeel dat Regie (veel) te lang heeft stil-gezeten alvorens haar bezwaren tegen de in het bestek neergelegde aanbestedingssystema-tiek aan het Samenwerkingsverband kenbaar te maken en dat zij daarmee haar rechten heeft verwerkt. Als inschrijver is Regie gehouden haar bezwaren tegen deze voorwaarden zo tij-dig aan de aanbestedende dienst kenbaar te maken dat een naar aanleiding van deze bezwa-ren eventueel noodzakelijke heraanbestedingsprocedure niet leidt tot aanzienlijke vertraging van de definitieve gunning van de aanbestede opdracht. Deze plicht heeft Regie in het on-derhavige geval verzaakt. Het gaat hier immers om in een bestek neergelegde voorwaarden waaraan inschrijvers moeten voldoen en waarmee zij reeds geruime tijd voorafgaande aan het uiterste tijdstip van indiening van de offertes, althans geruime tijd voorafgaande aan de voorlopige gunning, bekend zijn. Haar bezwaren tegen deze voorwaarden had Regie dan ook veel eerder dan bij haar dagvaarding van 23 november 2007 aan het Samenwerkings-verband kenbaar moeten maken. Hier komt nog bij dat ook uit het bestek zélf volgt dat Re-gie haar bezwaren (veel) eerder dan eerst op of omstreeks 23 november 2007 aan Samen-werkingsverband kenbaar had dienen te maken. Zie daarvoor de volgende passages van pa-ragraaf 2.4, in welke paragraaf de titel “Voorwaarden” heeft en deel uitmaakt van Hoofd-stuk 2, het hoofdstuk inzake de “Voorwaarden voor de Offertes”:

“Door het indienen van een Inschrijving stemt de Inschrijver in met de voorwaarden – waaronder (maar niet beperkt tot) in deze paragraaf “Voorwaarden” – zoals opgenomen in dit Bestek.

(…)

“Indien een inschrijver meent dat informatie of een bepaling in het Bestek of andere aanbestedings-documentatie – waaronder (maar niet uitsluitend) de minimumeisen en/of de Gunningscriteria – on-juist, onrechtmatig of op andere wijze onregelmatig is, dient die die inschrijver binnen vier weken na ontvangst van het aanbestedingsdocument waarin de betreffende informatie of bepaling is opgeno-men de aanbestedende dienst schriftelijk te attenderen op die vermeende onjuistheid, onrechtmatig-heid of onregelmatigheid anderszins vóór 5 oktober 2007 om 17.00. Indien een inschrijver niet tijdig op de voorgeschreven wijze de aanbestedende dienst aldus heeft geattendeerd, is die inschrijver niet ontvankelijk in enige (latere) vordering gericht tegen de vermeende onjuistheid, onrechtmatigheid of onregelmatigheid anderszins.”

Terzijde zij nog opgemerkt dat Regie aanvankelijk haar zaak tegen het Samenwerkingsver-band aanhangig had gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg - waarna deze rechter de zaak bij voormeld incidenteel vonnis van 21 december 2007 naar de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft verwezen -, ondanks dat het Regie ten tijde van het aanhangig maken van de procedure voor de rechtbank Middelburg al lang duidelijk had moeten zijn dat niet deze rechtbank, maar de rechtbank Rotterdam, bevoegd was. Zo is gebleken dat Regie in het kader van de nota van inlichtingen een vraag had ge-steld over de bevoegdheid van de rechtbank Rotterdam en daarop een duidelijk antwoord heeft gekregen dat deze rechtbank inderdaad bevoegd is. Op de vraag:

“in het bestek is vermeld [in paragraaf 2.4, zoals op een eerdere plaats in de antwoordenlijst is vermeld; voorzieningenrechter] dat geschillen naar aanleiding van deze aanbesteding in eerste instan-tie voorgelegd moeten worden aan de bevoegde rechter te Rotterdam. De vervoerder veronderstelt dat dit berust op een misverstand. Haars inziens moet dit zijn de bevoegde rechter te Middelburg. Is dit juist?”

heeft het Samenwerkingsverband namelijk het volgende antwoord gegeven:

“Het samenwerkingsverband heeft gekozen voor de bevoegde rechter te Rotterdam.”

Zie de ‘vragen en antwoorden bestek WMO en vraagafhankelijk vervoer’ (prod. 12 van het Samenwerkingsverband).

Eventueel zou deze omstandigheid, zoals het Samenwerkingsverband, de Combinatie en Taxi De Zwart van mening zijn, nog een extra omstandigheid kunnen zijn op grond waarvan geoordeeld moet worden dat Regie haar voormelde plicht tot het betrachten van de benodig-de spoed niet is nagekomen.

4.8

Op grond van het bovenstaande liggen de primaire vorderingen van Regie voor afwijzing gereed.

4.9

De subsidiaire vordering van Regie heeft betrekking op de hierboven onder 2.9 bedoelde overeenkomst die het Samenwerkingsverband bij wijze van ‘noodmaatregel’ is aangegaan met de Combinatie om het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer te verzorgen in de peri-ode 17 januari-4 juli 2008, welke overeenkomst de plaats heeft ingenomen van de hierboven onder 2.6 genoemde, eveneens bij wijze van ‘noodmaatregel’ door Samenwerkingsverband gesloten, overeenkomst met Regie.

4.10

Niet in geschil is dat het Samenwerkingsverband, gegeven het door Regie bij dagvaarding van 23 november 2007 aanhangig gemaakte geding, niets anders restte dan naar een tijdelij-ke oplossing te zoeken voor de periode vanaf 1 januari 2008, wanneer de hierboven onder 2.6 genoemde overeenkomst van 28 juni 2000 niet meer van kracht zou zijn. Waar partijen wél over twisten, is de vraag of het Samenwerkingsverband de gerezen noodzaak van vo-renbedoelde tijdelijke oplossing aan zichzelf te wijten heeft. Zo had, aldus (onder andere) Taxi De Zwart, het Samenwerkingsverband bij haar planning van de aanbestedingsprocedu-re rekening moeten houden met de mogelijkheid dat een kort geding tegen de gunnings-voornemens aanhangig gemaakt kon worden en mitsdien haar aanbestedingsprocedure eer-der moeten organiseren.

4.11

Zoals hierboven reeds is overwogen, was Regie, gelet op de aard van haar bezwaren, die immers geen betrekking hadden op de gunningsvoornemens van het Samenwerkingsverband maar uitsluitend op de in het bestek neergelegd voorwaarden, gehouden om aanzienlijk eer-der dan eerst op 23 november 2007 - Regie was immers al omstreeks 14 september 2007 bekend met het bestek - haar bezwaren aan het Samenwerkingsverband kenbaar te maken. Had Regie aldus geopereerd, dan valt helemaal niet uit te sluiten dat het treffen van een ‘noodmaatregel’ niet noodzakelijk zou zijn geweest. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter valt het Samenwerkingsverband dan ook geen verwijt te maken van de gerezen noodzaak van zulk een maatregel. Vgl. ook artikel 31 lid 1 sub c Bao.

4.12

Zou, zoals Regie en Taxi De Zwart van mening zijn, de onderhavige tijdelijke opdracht openbaar moeten worden aanbesteed, dan mag op voorhand geenszins worden uitgesloten dat ook een dergelijke ‘onder-aanbestedingsprocedure’, net zoals reeds het geval is met de onderhavige ‘hoofd-aanbestedingsprocedure’, stil komt te liggen wegens (bijvoorbeeld) aan-hangig gemaakte gedingen. Gelet op de noodzaak van de continuïteit van het onderhavige vervoer zou dit betekenen dat vervolgens weer op zoek moet worden gegaan naar een vol-gende ‘noodmaatregel’ voor de duur van de ‘onder-aanbestedingsprocedure’ enz. Gelet hierop en in het licht van hetgeen hierboven is overwogen onder 4.11, is de voorzieningen-rechter dan ook voorlopig van oordeel dat de onderhavige tijdelijke opdracht niet openbaar hoeft te worden aanbesteed.

4.13

Regie beroept zich op de “onherroepelijk verregaande consequenties voor de continuïteit van de bedrijfsvoering van de overige inschrijvers”. Die overige inschrijvers met wie het Samenwerkingsverband voor de tijdelijke opdracht (uiteindelijk) niet (meer) in zee is ge-gaan zijn Regie en Taxi De Zwart.

Reeds omdat Taxi De Zwart zich zélf niet op een zo verregaand belang beroept dat zij zou hebben bij toewijzing (mede) aan haar van de tijdelijke opdracht, is de voorzieningenrechter onvoldoende gebleken van een situatie waarin Taxi De Zwart het bij het mislopen van de tijdelijke opdracht niet zou overleven.

Vooralsnog is onvoldoende gebleken dat Regie het mislopen van de tijdelijke opdracht niet zou overleven. Maar nog afgezien daarvan moet, naar het voorlopige oordeel van de voor-zieningenrechter, het door het Samenwerkingsverband hiertegenover geplaatste belang zwaarder wegen. Dit is namelijk het belang van een, maatschappelijk gezien, relatief kwets-bare groep mensen die gebruik (moeten) maken van het door het Samenwerkingsverband aangeboden vervoer en die gebaat zijn bij meer continuïteit, bijvoorbeeld in de vorm van minder wisselingen van chauffeurs dan in de eerste helft van januari 2008, toen het vervoer, als gezegd, werd uitgevoerd door, althans onder supervisie van, Regie en, naar voldoende is gebleken, Regie dit vervoer niet aankon wegens omstandigheden waarvan zij bij het sluiten van de overeenkomst van 20 december 2007 al op de hoogte was, zoals de omstandigheid dat zij ter uitvoering van haar overeenkomst niet (in wezenlijke mate) meer gebruik kon maken van chauffeurs van Taxi De Zwart en van de Combinatie. Bovendien was Regie er reeds bij het aangaan van die overeenkomst mee bekend dat het Samenwerkingsverband in het geval van toerekenbare tekortkomingen van Regie in haar verplichtingen uit genoemde overeenkomst van 20 december 2007 terstond met een andere partij in zee zou gaan. Zie de hierboven onder 2.6 aangehaalde bepaling van die overeenkomst. Onder deze omstandighe-den dient Regie de afwikkeling van de gunningsprocedure af te wachten en kan zij geen aanspraak maken op ‘hernieuwde’ deelname aan een voorlopige regeling die betrekking heeft op de periode tot aan de definitieve gunning.

4.14

Daarmee liggen ook de subsidiaire vorderingen van Regie voor afwijzing gereed.

4.15

Met betrekking tot de primaire vorderingen III, IV en V van Taxi De Zwart overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.16

Nu het Samenwerkingsverband kenbaar heeft gemaakt de opdracht Taxi De Zwart voorlopig te gunnen als bedoeld onder 2.5, gaat de voorzieningenrechter er van uit dat deze partijen binnen een afzienbare termijn een definitieve overeenkomst terzake zullen sluiten.

4.17

Taxi De Zwart heeft zich nog beroepen op haar e-mailbericht van 4 december 2007 waarin zij het Samenwerkingsverband heeft medegedeeld gaarne in aanmerking te willen komen voor de tijdelijke opdracht, op welk aanbod het Samenwerkingsverbod vervolgens kennelijk niet is ingegaan. Voorts heeft Taxi De Zwart zich op het gelijkheidsbeginsel beroepen, welk beginsel het Samenwerkingsverband zou schenden in geval van het niet in aanmerking laten komen van Taxi De Zwart voor de tijdelijke opdracht.

4.18

Ter zitting is gebleken dat Taxi De Zwart ongeveer vier weken aan voorbereidingstijd nodig heeft alvorens een aanvang te kunnen maken met de uitvoering van de aanbestede opdracht inzake het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer.

Nu - zoals volgt uit het vorenoverwogene - de bezwaren van Regie geen aanleiding vormen voor een heraanbestedingsprocedure, ligt het in de rede dat het Samenwerkingsverband de onderhavige aanbestedingsprocedure zal kunnen afronden binnen vier à zes weken. Zie in dit verband de termijn van ruim vier weken die volgens de onder 1.5.2 van het bestek opge-nomen planningstabel is gelegen tussen het moment van verzenden van het voorlopig gun-ningsbesluit en het moment van verzenden van het definitief gunningsbericht het Bureau voor officiële publicaties van de EU. Er bestaat dan ook onvoldoende aanleiding voor het voortduren tot en met 4 juli 2008 van de bij wijze van noodmaatregel door het Samenwer-kingsverband aan de Combinatie onderhands gegunde tijdelijke opdracht voor het WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer.

4.19

Op grond van een afweging van de wederzijdse belangen, waarbij de voorzieningenrechter mede de mogelijkheid betrekt dat het Samenwerkingsverband in geval van voortijdige be-eindiging van de vorenbedoelde met Combinatie gesloten tijdelijke overeenkomst tot enige vorm van financiële compensatie gehouden zal zijn, alsmede op grond van de door het Sa-menwerkingsverband jegens Taxi De Zwart in acht te nemen beginselen van zorgvuldigheid en gelijke behandeling, zal de voorzieningenrechter het Samenwerkingsverband verbieden het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer, zolang dit vervoer niet definitief ge-gund is, vanaf 1 april 2008 uitsluitend door de Combinatie te laten uitvoeren en het Samen-werkingsverband gebieden het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer, zolang dit vervoer niet definitief gegund is, vanaf 1 april 2008 eveneens te doen uitvoeren door Taxi De Zwart . In de houding van het Samenwerkingsverband ziet de voorzieningenrechter voorlopig onvoldoende aanleiding het Samenwerkingsverband een dwangsom op te leggen.

4.20

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Regie zal in de proceskosten van het Samenwer-kingsverband worden veroordeeld, waaronder de kosten van het voor de voorzieningenrech-ter van de rechtbank Middelburg gevoerde bevoegdheidsincident. Voorts zal het Samenwer-kingsverband als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Taxi De Zwart worden veroordeeld. Ten slotte zal de Combinatie haar eigen kosten dienen te dragen. In zoverre dienen de proceskosten derhalve te worden gecompenseerd.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst de incidentele vordering van de Combinatie tot voeging aan de zijde van het Samen-werkingsverband toe;

wijst de incidentele vordering van Taxi De Zwart tot tussenkomst toe;

wijst de vorderingen van Regie af;

verbiedt het Samenwerkingsverband het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer, zolang dit vervoer niet definitief gegund is, vanaf 1 april 2008 uitsluitend door de Combina-tie te laten uitvoeren;

gebiedt het Samenwerkingsverband het tijdelijke WMO- en Vraagafhankelijk taxivervoer, zolang dit vervoer niet definitief gegund is, vanaf 1 april 2008 eveneens te doen uitvoeren door Taxi De Zwart;

wijst het meer of anders gevorderde af;

veroordeelt Regie in de proceskosten, die aan de zijde van het Samenwerkingsverband zijn bepaald op € 251,-- aan verschotten en € 1.632,-- aan salaris voor de procureur;

veroordeelt het Samenwerkingsverband in de proceskosten, die aan de zijde van Taxi De Zwart zijn bepaald op € 251,-- aan verschotten en € 816,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart genoemd verbod, genoemd gebod en genoemde proceskostenveroordelingen uit-voerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten voor het overige, in die zin dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.F. de Heer, griffier.

Uitgesproken in het openbaar.

901/676