Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4209

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
13-02-2008
Zaaknummer
273280 / HA ZA 06-3237
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

leidingschade; onrechtmatige daad leidingbeheerder; KLIC-melding; onderzoeksplicht aannemer; informatieplicht leidingbeheerder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 273280 / HA ZA 06-3237

Uitspraak: 30 januari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAN DER LEIJ BOUWBEDRIJVEN B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur mr. P.H.C.M. van Swaaij,

advocaat mr. H.A. van Ramshorst te Amsterdam,

- tegen -

de naamloze vennootschap NV ENECO,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. J. Kneppelhout,

advocaat mr. J.J. Jacobse te Middelburg.

Partijen worden hierna aangeduid als "Van der Leij" respectievelijk "Eneco".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 14 november 2006;

- akte aan de zijde van Van der Leij, met producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 24 januari 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de brieven van mr. Van Ramshorst d.d. 16 en 29 mei 2007, met bijlagen;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 5 juni 2007;

- conclusie van repliek, tevens akte houdende wijziging van eis, met producties;

- conclusie van dupliek, met producties.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 Van der Leij heeft in 1999 van Hopman Projectrealisatie B.V. te Zoetermeer (hierna: Hopman) opdracht gekregen voor de bouw van een woontoren met appartementen aan de Bovendijk te Wateringseveld, gemeente Den Haag.

2.2 De daarvoor noodzakelijke heiwerkzaamheden diende Van der Leij uit te voeren overeenkomstig een in opdracht van Hopman opgesteld palenplan d.d. 20 september 1999.

2.3 Bij de aanvang van de heiwerkzaamheden op 25 oktober 1999 heeft Van der Leij op 6,2 meter diepte een stalen 8 bar gasleiding van Eneco beschadigd.

2.4 Bij brief van 11 november 1999 heeft Van der Leij Eneco aansprakelijk gesteld voor de schade die zij als gevolg van de beschadiging van de gasleiding heeft geleden.

3 De vordering

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Eneco te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 222.275,26, met rente en kosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Van der Leij aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Voor de aanvang van de heiwerkzaamheden is bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (hierna: KLIC) een melding gedaan. Uit de naar aanleiding daarvan door Eneco verstrekte tekening zijn Van der Leij geen kabels en leidingen gebleken die bij het verrichten van de heiwerkzaamheden een belemmering zouden kunnen opleveren.

3.2 Eneco is tekortgeschoten in haar informatieplicht door Van der Leij naar aanleiding van de KLIC-melding een tekening te verstrekken waarop de ligging van de op 25 oktober 1999 beschadigde gasleiding onjuist was weergegeven. Aldus heeft Eneco onrechtmatig – want onzorgvuldig – gehandeld jegens Van der Leij en is zij aansprakelijk voor de schade die Van der Leij als gevolg van de beschadiging van de gasleiding heeft geleden.

3.3 De schade bedraagt in totaal € 222.275,26 en bestaat – kort gezegd – uit de herstelkosten (ad € 195.008,26) alsmede de kosten ter zake van technische en juridische bijstand

(ad € 23.267,-- respectievelijk € 4.000,--).

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Van der Leij in de kosten van het geding, met rente.

Eneco heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Eneco betwist dat Van der Leij voor de aanvang van de heiwerkzaamheden een KLIC-melding heeft gedaan. Op Eneco rust slechts een informatieplicht nadat een KLIC-melding is gedaan. Nu van der Leij geen KLIC-melding heeft gedaan, rustte op Eneco geen informatieplicht, zodat zij daarin ook niet kan zijn tekortgeschoten.

4.2 Met het niet doen van een KLIC-melding daar waar zij dat wel had behoren te doen, is Van der Leij tekortgeschoten in haar onderzoeksplicht. De schade die Van der Leij als gevolg van de beschadiging van de gasleiding stelt te hebben geleden, dient dan ook voor haar rekening te blijven.

4.3 Subsidiair betwist Eneco het bestaan en de omvang van de gestelde schade.

5 De beoordeling

5.1 Bij conclusie van repliek heeft Van der Leij haar eis gewijzigd in die zin dat zij thans naast de bij dagvaarding (productie 2.3) gespecificeerde schade ad € 195.008,26 (bestaande uit – kort gezegd – de herstelkosten) tevens vordert vergoeding van de kosten ter zake van technische en juridische bijstand ad € 23.267,-- respectievelijk € 4.000,--.

5.2 Eneco heeft bij conclusie van dupliek geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijziging. Nu de wijziging geen strijd oplevert met de eisen van een goede procesorde, zal op de gewijzigde eis recht worden gedaan.

5.3 Uitgangspunt is dat op de aannemer die werkzaamheden als de onderhavige gaat verrichten de (zelfstandige) plicht rust zich op de hoogte te stellen van de aanwezigheid en ligging van ondergrondse kabels en leidingen. De aannemer dient daartoe voor de aanvang van de werkzaamheden een zogenoemde KLIC-melding te doen, als gevolg waarvan de betrokken kabel- en leidingbeheerders geïnformeerd worden over de voorgenomen werkzaamheden. Op de betrokken kabel- en leidingbeheerders rust een informatieplicht. Zij dienen de aannemer die een KLIC-melding heeft gedaan te voorzien van actuele informatie omtrent de aanwezigheid en ligging van ondergrondse kabels en leidingen. Uit het voorgaande volgt dat op de betrokken kabel- en leidingbeheerders eerst een informatieplicht rust, nadat een KLIC-melding is gedaan.

5.4 Tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Eneco is het aan Van der Leij, nu zij zich op de rechtsgevolgen daarvan beroept, om bewijs te leveren van haar stelling dat zij (1) voor de aanvang van de heiwerkzaamheden een KLIC-melding heeft gedaan en (2) uit de naar aanleiding daarvan van Eneco verkregen tekening kon afleiden dat de heiwerkzaamheden konden worden verricht zonder daarbij schade toe te brengen aan de gasleiding van Eneco, tot welk bewijs Van der Leij, overeenkomstig haar daartoe strekkend aanbod, thans wordt toegelaten.

5.5 Indien Van der Leij niet slaagt in dat bewijs ligt de vordering – als ongegrond – voor afwijzing gereed. Immers, in dat geval staat niet vast dat op Eneco een informatieplicht rustte, zodat zij daarin ook niet kan zijn tekortgeschoten.

5.6 In afwachting van de bewijslevering houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt Van der Leij op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat zij (1) voor de aanvang van de heiwerkzaamheden een KLIC-melding heeft gedaan en (2) uit de naar aanleiding daarvan van Eneco verkregen tekening kon afleiden dat de heiwerkzaamheden konden worden verricht zonder daarbij schade toe te brengen aan de gasleiding van Eneco;

bepaalt dat indien Van der Leij dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter

mr. C. Bouwman;

bepaalt dat de procureur van Van der Leij binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank - sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam - opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden maart, april en mei 2008 en dat de procureur van Eneco binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

801/1729