Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4164

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-01-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
170610/HA ZA 02-283
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Provisionele vorderingen; internationale distributie/commissiecontracten; toepasselijk recht; wanprestatie; rekening en verantwoording

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 170610/HA ZA 02-283

Uitspraak: 30 januari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging PARANÁ CITRUS INTERNATIONAL IMPORT AND EXPORT CORPORATION,

gevestigd te Totola, Britse Maagdeneilanden,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging PARANÁ CITRUS S/A, thans genaamd COCAMAR COOPERATIVA AGROINDUSTRIAL,

gevestigd te Maringa, Brazilië,

eiseressen in conventie,

verweersters in reconventie,

eiseressen in het incident houdende provisionele eis,

procureur mr R.W.J.M. te Pas,

advocaat mr H.K.P. Ex (Amsterdam),

- tegen -

de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging CROSSPORTS MERCANTILE INC.,

gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

verweerster in het incident houdende provisionele eis,

procureur mr J.G.A. van Zuuren,

advocaat mr J.W. Bruidegom.

Eiseressen in conventie/verweersters in reconventie worden hierna samen aangeduid als "Paraná" en afzonderlijk als "Paraná International" en "Paraná Brazilië"; gedaagde in conventie/eiseres in reconventie wordt hierna aangeduid als "Crossports".

1. Het verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 21 december 2001;

- conclusie van eis;

- vonnissen van 13 juni 2002, 1 augustus 2002 en 22 november 2006 in de incidenten tot

het stellen van zekerheid en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in

reconventie, met producties;

- incidentele conclusie houdende provisionele eis van Paraná;

- akte houdende producties van Paraná, met producties;

- incidentele conclusie van antwoord inzake provisionele eis, met producties;

- akte bij pleidooi aan de zijde van Crossports, met producties;

- pleitnotities van de raadslieden bij het op 21 mei 2007 gehouden pleidooi;

- akte aan de zijde van Crossports, met producties;

- antwoordakte tevens akte houdende wijziging van eis in het incident van Paraná, met

producties;

- akte houdende uitlating wijziging van eis en uitlating producties van Crossports, met

productie.

- stukken betreffende een aantal op 25 september 2001, 2 oktober 2001 en 18 oktober 2001

ten verzoeke van Paraná en ten laste van Crossports en anderen gelegde conservatoire

derdenbeslagen en één conservatoir beslag tot afgifte.

1.2

Partijen hebben hun standpunten in het incident doen bepleiten door hun raadslieden, die zich daarbij bedienden van pleitnotities. Bij die gelegenheid heeft de raadsman van bij akte nog een aantal producties overgelegd, die aan zijn pleitnota zijn gehecht.

2. De vorderingen in de hoofdzaak in conventie en in reconventie

2.1

De vordering van Paraná in conventie luidt - verkort weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

1. Crossports veroordeelt om aan Paraná te betalen USD 5.046.180,-, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag,

2. Crossports veroordeelt om door middel van justificatoire bescheiden aan Paraná aan te tonen welke betalingen E.A. Jencquel GmbH & Co. KG (de oorspronkelijke medegedaagde, hierna: Jencquel) aan Crossports heeft verricht ten aanzien van de gerealiseerde verkopen van de oogsten 1999/2000 en 2000/2001, op straffe van een dwangsom,

3. Crossports veroordeelt om, gestaafd door justificatoire bescheiden, aan Paraná rekening en verantwoording af te leggen over de gerealiseerde verkopen van deze oogsten, op straffe van een dwangsom,

4. Crossports veroordeelt om aan Kloosterboer Rotterdam B.V. (hierna: Kloosterboer) schriftelijk toestemming te geven om aan Paraná onvoorwaardelijk en onbeperkt inzicht te verschaffen in de administratie van Kloosterboer ten aanzien van de partijen FCOJ die door Paraná Brazilië zijn geproduceerd uit deze oogsten en die Kloosterboer in opslag heeft of heeft gehad en welke partijen door Crossports en Jencquel zijn verkocht, op straffe van een dwangsom,

5. Crossports veroordeelt aan Paraná af te dragen de bedragen die zij blijkens de (deugdelijk) afgelegde rekening en verantwoording nog aan Paraná verschuldigd is,

met veroordeling van Crossports in de kosten van het geding, die van de beslagen daaronder begrepen.

2.2

Paraná heeft daaraan - zeer kort weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

Paraná produceert frozen concentrated orange juice (FCOJ) in Brazilië. Paraná heeft uit de oogst 1999/2000 15.185.670 kg en uit de oogst 2000/2001 3.066.160 kg FCOJ verscheept naar Rotterdam. In opdracht en voor rekening van Paraná hebben Crossports en/of Jencquel bemiddeld bij de verkoop op de Europese markt van dat FCOJ, dat was opgeslagen in het koelhuis van Kloosterboer in Rotterdam.

Omtrent de afrekening van de verkopen uit de oogst 1999/2000 is op 10 augustus 2000 een settlement agreement gesloten. Op grond daarvan diende Crossports aan Paraná

USD 3.450.000,- te betalen.

Ten aanzien van de oogst 2000/2001 is tenminste nog een bedrag verschuldigd van

USD 1.546.180,-.

Vermeerderd met USD 50.000,- incassokosten heeft Paraná in ieder geval USD 5.046.180,- te vorderen. Daarnaast dient rekening en verantwoording te worden afgelegd over de gerealiseerde verkopen van deze oogsten en moeten een eindafrekening en een eindbetaling plaatsvinden.

Subsidiair wordt de vordering gebaseerd op onrechtmatige daad, daarin bestaande dat Crossports weigert inzicht te geven in haar onderlinge rechtsverhouding met Jencquel.

2.3

De vordering in reconventie luidt - verkort weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis voorzover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat de contracten tussen Paraná International en Crossports en voorzover relevant Paraná Brazilië als medeschuldenaar van Paraná International voor de oogst 2000/2001 nietig zijn en/of ontbonden,

2. voor recht verklaart dat Paraná, althans Paraná International aansprakelijk is jegens Crossports voor een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst voor de oogst 2000/2001,

3. Paraná veroordeelt tot betaling aan Crossports van:

(i) USD 392.266,51 wegens niet ontvangen commissie,

(ii) USD 1.715.773,11 wegens delinquent interest over de contractswaarde van wat Paraná

in gebreke is gebleven te leveren,

(iii) USD 767.002,38 wegens dekkingsaankopen die Crossports moest doen,

(iv) USD 132.500,- wegens schade en kosten als gevolg van kwaliteitsgebreken,

(v) USD 374.562,13 wegens schadevergoeding voor het onregelmatig beëindigen van de

handelsrelatie tussen partijen,

(vi) USD 58.892,61 wegens boete voor dat onregelmatig beëindigen,

(vii) een nader door de rechtbank vast te stellen bedrag, overeenkomend met het bedrag dat

Paraná onrechtmatig heeft gevorderd,

(viii) EUR 33.658,43, EUR 64.457,84 en USD 233.397,38 wegens kosten die Crossports

aan derden heeft moeten vergoeden als gevolg van het onrechtmatig handelen van

Paraná,

(ix) USD 106.389,57 wegens door Crossports zelf als gevolg daarvan gemaakte kosten,

(x) USD 43.354,25 wegens aan Crossports verschuldigde commissie uit andere contracten,

een en ander met rente,

4. de door Paraná gelegde beslagen opheft,

5. Paraná veroordeelt in de proceskosten.

2.4

Aan deze vordering heeft Crossports - zeer kort weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

Voor de oogst 1999/2000 is tussen Crossports en Paraná International een tweetal contracten gesloten, evenals vervolgens voor de oogst 2000/2001. Met de schikkingsovereenkomst van 10 augustus 2000 heeft Crossports niet ingestemd. Paraná is in gebreke gebleven haar leveringsverplichtingen uit de overeenkomsten voor de oogst 2000/2001 na te komen. Tevens is een specifieke afspraak tot het leveren van 3.000 mt niet door Paraná nagekomen. Paraná is aansprakelijk voor de schadelijke gevolgen daarvan, zoals gevorderd.

3. De provisionele eis

3.1

De gewijzigde provisionele vordering van Paraná luidt - verkort weergegeven - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

(i) Crossports veroordeelt tot betaling aan Paraná International van USD 3.041.642,94, met rente,

(ii) Crossports zal bevelen aan Paraná International kopieën te verschaffen van een aantal nader aangeduide documenten betreffende de af te leggen rekening en verantwoording, op straffe van een dwangsom,

(iii) Crossports zal bevelen aan Paraná International kopieën van een aantal andere, nader aangeduide inlichtingen/documenten betreffende de financiële positie van Crossports, op straffe van een dwangsom,

(iv) Crossports zal veroordelen tot afgifte van de door de rechtbank te bepalen bescheiden,

met veroordeling van Crossports in de kosten van het incident.

Paraná baseert deze provisionele vordering op de - zakelijk weergegeven - stellingen dat zij in elk geval aanspraak heeft op het genoemde bedrag en op afgifte van de bedoelde documenten voor de rekening en verantwoording, alsmede op het verstrekken van inlichtingen over de vermogenspositie van Crossports en dat zij een spoedeisend belang heeft bij toewijzing van het provisioneel gevorderde.

3.2

Crossports heeft hiertegen verweer gevoerd en geconcludeerd dat deze vordering moet worden afgewezen, met veroordeling van Paraná in de kosten van het incident. Zij voert daartoe - kort weergegeven - het navolgende aan. Deze provisionele vordering vergt een zo diepgaand onderzoek, met name ten aanzien van de oogst 1999/2000, dat dit moet worden gelijkgesteld aan het onderzoek dat nodig is om te komen tot de definitieve beslissing over de rechtspositie van partijen in de hoofdzaak. De vordering is in strijd met de proceseconomie (overigens is de grondslag van de vordering in de hoofdzaak niet gelijk aan die van de provisionele vordering). Voor toewijzing van het geldbedrag is vereist dat het zeer waarschijnlijk is dat in de hoofdzaak de conventionele vordering van Paraná wordt toegewezen en de reconventionele vordering van Crossports wordt afgewezen, waarbij tevens het zeer aanzienlijke restitutierisico onder ogen moet worden gezien. Een eventueel toewijzend vonnis behoort niet uitvoerbaar bij voorraad te worden verklaard, althans niet zonder de voorwaarde van zekerheidstelling.

Crossports heeft voldaan aan het afleggen van de rekening en verantwoording waarop Paraná contractueel recht heeft. Voor het overige ontbreekt voor het onder (ii) en (iii) gevorderde iedere grond.

4. De beoordeling van de provisionele eis

het toepasselijke recht

4.1

Nu de dagvaarding (in de hoofdzaak) is uitgebracht op 21 december 2001, wordt het geding in deze instantie beheerst door het voor 1 januari 2002 geldende procesrecht. Ook onder het oude recht was een voorlopige voorziening tijdens een procedure mogelijk.

4.2

De vordering is uitdrukkelijk gebaseerd op de contracten gesloten op 17 en 18 juni 1999 en op 11 augustus 2000. Crossports wijst erop dat er ook nog een contract is gesloten op 31 mei 2000. Deze contracten bevatten geen rechtskeuze. Partijen hebben ook nadien niet gekozen voor toepassing van een bepaald rechtsstelsel. Het toepasselijk recht moet derhalve worden gevonden aan de hand van art. 4 EVO. In dat verband is het navolgende van belang.

(a) De genoemde contracten zijn gesloten tussen Paraná International ernerzijds en Crossports anderzijds. Paraná Brazilië was daarbij geen partij (en heeft daaruit dus ook geen vorderingsrecht). Zowel Paraná International als Crossports is gevestigd op de Britse Maagdeneilanden, zodat de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten aldaar is gevestigd.

(b) Partijen zijn het niet geheel eens over de kwalificatie van hun rechtsverhouding. Bij dagvaarding stelt Paraná dat Crossports en/of Jencquel in opdracht en voor rekening van Paraná hebben bemiddeld bij de verkoop op de Europese markt. Crossports is van mening dat de contracten kunnen worden aangemerkt als gemengde contracten: consignatieverkoop en commissie.

(c) In het contract van 17 juni 1999 ("Commercial contract for the sale and purchase of FCOJ"), gaat het om verkoop door Paraná International als 'Seller' aan Crossports als 'Buyer' van 7.000 mt FCOJ, oogst 1999/2000, geproduceerd en verpakt in Brazilië, geleverd CIF Vlissingen of Rotterdam.

(d) Het contract van 18 juni 1999 ("Commercial agreement") betreft de samenwerking tussen Paraná International als 'the Co.' en Crossports als 'the Agent' bij de distributie van de FCOJ op de Europese markt; eerstgenoemde zou zorgen voor de levering van de zendingen op basis CIF en zou de kosten dragen tot aan de opslag bij Kloosterboer; laatstgenoemde zou de zendingen in bezit nemen; de FCOJ zou in onderlinge overeenstemming worden afgezet bij afnemers; Crossports zou een voorschot betalen van 65% van de Europese marktprijs ten tijde van de verscheping; Crossports zou de verdere kosten voldoen tot de eindafrekening die zou plaatsvinden nadat de opbrengsten door Crossports waren geïnd. Crossports zou als Agent een commissie ontvangen van 3% van de FOB (Brazilië)-waarde van de zendingen.

(e) Het contract van 31 mei 2000 ("Commercial contract for the sale and purchase of FCOJ") betreft de verkoop van 15.000 mt FCOJ, oogst 2000/2001, geleverd CFR Rotterdam, op grotendeels dezelfde voorwaarden als het contract van 17 juni 1999.

(f) Het contract van 11 augustus 2000 ("Commercial agreement distribuition") ziet op de distributie van de door Paraná International aan Crossports verkochte FCOJ, waarin eerstgenoemde wordt aangeduid als 'the Supplier' en laatstgenoemde als 'the Distributor', op merendeels dezelfde voorwaarden als het contract van 18 juni 1999.

(g) Tevens staat vast dat Crossports de FCOJ op eigen naam in consignatie doorverkocht aan Jencquel, die deze weer verkocht aan diverse Europese afnemers. De prijs die Crossports na aankomst van de zendingen in Nederland diende te betalen was geen werkelijke koopprijs, maar niet meer dan een voorschot op de opbrengst die Crossports van Jencquel zou ontvangen en die zij, met een verantwoording, moest afrekenen met Paraná International. De van Jencquel ontvangen opbrengst moest Crossports afdragen aan Paraná International, na aftrek van alle kosten die na de aankomst in Rotterdam waren gemaakt (o.a. opslag, monsterneming, verder vervoer, verzekering), na aftrek van de 3% commissie als vergoeding voor haar werkzaamheden en na aftrek van de betaalde voorschotten.

De financiering (m.n. van de te betalen voorschotten en de kosten na het vervoer naar Nederland) vond plaats met behulp van bankkredieten (eerst van drie banken, later alleen van Fortis Bank), die werden verstrekt aan Jencquel. Het risico van de opbrengst en de kosten van de opslag na aankomst in Rotterdam lag kennelijk bij Paraná International.

4.3

De overeenkomsten tussen partijen - waarbij de twee contracten voor elk oogstseizoen in onderling verband moeten worden bezien - hadden elementen van koop in consignatie en van commissieverkoop (lastgeving), doch droegen overwegend de kenmerken van dat laatste. Dat leidt ertoe dat Crossports moet worden aangemerkt als de karakteristieke prestant, gevestigd op de Britse Maagdeneilanden.

De rechtbank ziet onvoldoende reden om - in afwijking van het vermoeden van art. 4 lid 2 EVO - aan te nemen dat de overeenkomsten nauwer verbonden waren met een ander land, te weten Brazilië of Nederland. Een deel van de activiteiten die verband hielden met het na de productie in Brazilië op de Europese markt brengen van de FCOJ vond plaats in Brazilië, een ander deel in Nederland (en daarnaast ook in Duitsland en andere Europese landen), zonder dat moet worden gezegd dat het zwaartepunt daarvan zich in één bepaald land bevond. Niet blijkt dat Crossports haar werkzaamheden verrichtte in één ander land dan de Britse Maagdeneilanden, noch dat de vestigingsplaats van de beide contractspartijen op de Britse Maagdeneilanden geen werkelijke aanknopingswaarde had.

Op grond van het vorenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat de contractuele rechtsverhouding tussen deze partijen wordt beheerst door het recht van de Britse Maagden-eilanden.

de voorlopige voorziening strekkende tot betaling

4.4

De eerste gevorderde voorziening behelst de provisionele toewijzing van een deel van het in de hoofdzaak gevorderde bedrag, t.w. USD 3.041.642,94.

Het enkele feit dat Crossports erkent dat zij in beginsel nog USD 3.041.642,94 verschuldigd is, betekent niet dat dit bedrag als voorlopige voorziening dient te worden toegewezen zonder dat rekening wordt gehouden met de gestelde tegenvordering van Crossports die een hoger bedrag beloopt en die zij wenst te verrekenen. Crossports beroept zich ter zake ook op een opschortingsrecht.

Voor toewijsbaarheid van enig bedrag als voorlopige voorziening is vereist dat voldoende aannemelijk is dat Paraná International per saldo een vordering heeft op Crossports, waarbij ook moet worden gelet op het verweer van Crossports, waaronder het beroep op verrekening met een tegenvordering en op een opschortingsrecht.

Tevens geldt dat in het kader van een voorlopige voorziening geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar de juistheid van vordering en tegenvordering.

4.5

Partijen verwijten elkaar dat de ander haar verplichtingen niet is nagekomen ingevolge de contracten voor het oogstseizoen 1999/2000, respectievelijk het oogstseizoen 2000/2001. Aan hun stellingname ontlenen zij dat zij gerechtigd waren hun eigen verplichtingen op te schorten. Paraná International vordert een bedrag dat zij naar haar mening in elk geval nog van Crossports zou moeten krijgen, Crossports beroept zich erop dat zij, vanwege de wanprestatie van Paraná International en de daardoor geleden schade een grotere tegenvordering heeft.

4.6

De contracten voor het oogstseizoen 1999/2000 voorzagen in de levering van 7.000 mt FCOJ, die voor het oogstseizoen 2000/2001 in de levering van 15.000 mt FCOJ. In het seizoen 1999/2000 is kennelijk veel meer geleverd dan 7.000 mt (volgens Paraná: 15.185,670 mt, volgens Crossports: 15.200 mt). In het seizoen 2000/2001 is slechts 3.066,160 mt geleverd. Inmiddels is alle FCOJ op de Europese markt verkocht.

4.7

Uit de contracten van 17 en 18 juni 1999 leidt de rechtbank het volgende af: Crossports zou aan Paraná International de "invoice value" van de achtereenvolgende zendingen betalen binnen tien werkdagen nadat aan Crossports een volledig stel verschepings-documenten was gepresenteerd. Deze "invoice value" bedroeg 65% van de Europese marktprijs ten tijde van de verscheping. Nadat Crossports de opbrengst van de verkopen uit een volledige zending had ontvangen, zou de afrekening van elke zending plaatsvinden, waarbij van die opbrengst de gemaakte kosten zouden worden afgetrokken, evenals 3% commissie voor Crossports en het al betaalde voorschot.

4.8

Medio 2000 traden er problemen op bij de uitvoering van de contracten. Naar de rechtbank begrijpt, waren de problemen enerzijds het gevolg van het feit dat de Europese afzetmarkt voor FCOJ slechter werd en de afzetprijzen sterk daalden. In verband daarmee verlangde Fortis Bank voor het seizoen 2000/2001 extra zekerheid in de vorm van zendingen FCOJ die aan haar in onderpand werden gegeven. Tevens werd de afzet van de FCOJ aan afnemers van Jencquel bemoeilijkt. Anderzijds maakte Paraná International aanspraak op afrekening van de opbrengsten uit de leveranties in het oogstseizoen 1999/2000, voordat zij uitvoering wilde geven aan de leveringsafspraken voor het oogstseizoen 2000/2001 ingevolge het contract van 31 mei 2000, op grond waarvan de achtereenvolgende leveringen van 1.500 mt per maand hadden moeten beginnen in juni 2000.

4.9

Partijen en Jencqel hebben over de problemen overleg gevoerd. Dat heeft geresulteerd in het contract van 11 augustus 2000 (dat namens Crossports pas op 29 augustus 2000 zou zijn ondertekend). Dit contract voorzag in een nieuw schema voor de leveranties, te beginnen in augustus 2000 met 1.500 mt, vervolgens 3.000 mt in september 2000 en daarna vanaf oktober tot en met april 2001 telkens 1.500 mt per maand. De eerste 3.000 mt (1.500 mt in augustus en 1.500 mt in september) was bestemd om aan de bank te worden gegeven tot zekerheid en zou vooralsnog niet worden verkocht.

De waarde van ieder van deze eerste twee zendingen van 1.500 mt werd gesteld op

USD 1 miljoen.

4.10

Voor het geschil over de wanprestatie lijkt van groot belang hoe dit contract van 11 augustus 2000 moet worden uitgelegd en welke verplichtingen daaruit voortvloeiden. Partijen zijn het daarover oneens.

In het contract stond onder meer het volgende.

(a) "Payment terms

When the product (FCOJ) is to be used as bank guarantee: The "invoiced price" will be paid to the Supplier by the Distributor till no later than 10 working days from the arrivel of the goods, of each shipment at the coldstore.

The "market difference" relative to those lots: Appox. 60 days from date of invoice and delivery of each sale (independent of quality), deducted of expenses and comission (..).

When the product is not used as bank guarantee, the payment will be done based on the "selling price" till approx. 60 days from date of invoice and delivery of each sale (independent of quality), deducted of expenses and comission (..).

The Distributor will make available to the Supplier a minimun amount of USD 1.300.000 (..) per month, from November, 2000 provided the Supplier delivers a minimun of 1.500 tons of FCOJ per month from August, 2000 onwards."

(b) De bedoelde "invoicing price" bedroeg 65% van de marktprijs zoals deze tevoren door de bank was vastgesteld, dan wel (indien hoger) de Braziliaanse minimum exportprijs.

De "selling price" was gebaseerd op de heersende Europese marktvoorwaarden ten tijde van elke verkoop aan de afnemer, FCA (Free Carrier) coldstore.

(c) "Provided the Supplier delivers a minimun of 1.500 tons/month from August 2000 onwards, and subject to market condition allow regular sales to be created, the parts agree that the operation (sales, deliveries, payments) will be as follow:

Month Deliveries Sales to Value financed by bank Value to be paid

to coldstore market due to the Supplier related to sales.

Tons Tons Thousand US dollars Thousand Usdollars

August-2000 1.500* none 1.000 none

September 3.000** 1.500 1.000 none

October 1.500 1.500 none none

November 1.500 1.500 none 1.300

(...)

* 1.500 tons to be given as bank guarantee.

** From the 3.000 tons, a total of 1.500 tons will be given in guarantee to the bank."

4.11

Duidelijk is dat ingevolge dit contract - dat in zoverre in de plaats kwam van het contract van 31 mei 2000 - Paraná International verplicht was om in augustus 2000 1.500 mt te leveren, in september 2000 3.000 mt en van oktober 2000 tot en met april 2001 elke maand 1.500 mt.

De 1.500 mt van augustus 2000 en 1.500 mt van september 2000 zouden tot zekerheid strekken van de bank en niet worden verkocht, zodat daarvan geen inkomsten konden worden verwacht tot na april 2001. De overige zendingen van 1.500 mt (te beginnen met september 2000) zouden telkens op de markt worden gebracht en deze zouden - na verloop van enige tijd - opbrengsten opleveren die, na aftrek van kosten en commissie, zouden worden afgedragen aan Paraná International. Vanaf november 2000 zou aldus (ten minste) USD 1,3 miljoen per maand worden afgedragen.

4.12

Minder duidelijk is of Crossports ten aanzien van de eerste twee zendingen van 1.5000 mt die aan de bank tot zekerheid zouden worden gegeven verplicht was tot het betalen van de "invoicing price" van 65% van de marktprijs, elk gesteld op USD 1 miljoen. Volgens Paraná was dat het geval, terwijl Crossports aanvoert dat zij pas in november 2000 iets zou hoeven te betalen voor de met ingang van augustus 2000 gedane leveranties. Naar zeggen van Paraná zou de bank tegenover het als zekerheid verkrijgen van de eerste twee zendingen daarvoor elk een krediet verlenen van USD 1 miljoen. Crossports bestrijdt dat.

Crossports heeft in september 2000 wel USD 993.616 betaald, volgens haar onverplicht en louter op voortdurend aandringen van Paraná (net zoals zij in juni 2000 USD 520.000 zegt te hebben betaald). Daarna heeft Crossports niets meer betaald.

4.13

Weliswaar zou uit de eerste zin van de hiervoor genoemde "payment terms" kunnen worden afgeleid dat Crossports inderdaad ook voor de in zekerheid te geven twee eerste zendingen een voorschot zou moeten betalen, terwijl uit de laatste kolom van het weergegeven schema zou kunnen worden opgemaakt dat (voorshands) geen opbrengsten konden worden verwacht uit deze (voorlopig) niet op de markt te brengen zendingen. Het is de rechtbank echter niet goed duidelijk dat de bank deze voorschotten voor de twee eerste zendingen zou financieren voor een bedrag van elk USD 1 miljoen. Het komt immers eerder aannemelijk voor dat de bank deze aan haar als meedere zekerheid gegeven zendingen slechts in onderpand zou houden in verband met de verslechterde en mogelijk nog slechter wordende afzetmarkt voor FCOJ voor het oogstseizoen 2000/2001 en niet bereid zou zijn om tot de aangegeven waarde daarvan (die bij een dalende markt wellicht spoedig nog te hoog zou blijken te zijn) krediet te geven ter betaling van voorschotten aan Paraná International. Dat Crossports uit dergelijke kredieten meteen voorschotbetalingen zou doen van tweemaal USD 1 miljoen kan de rechtbank ook niet zonder meer opmaken uit de overige tekst van de "payment terms" en uit het weergegeven schema.

4.14

Crossports heeft onder meer een verklaring d.d. 2 mei 2007 overgelegd van C. Rabbow, directeur van Jencquel, die kennelijk aanwezig was bij de besprekingen die leidden tot het contract van 11 augustus 2000. Daaruit blijkt niet dat Crossports voor de twee eerste zendingen voorschotten diende te betalen. Wel zou de bank, nadat zij die zendingen als zekerheid had verkregen, de kosten financieren die in verband met deze en volgende zendingen moesten worden gemaakt om deze op de markt af te zetten en voordat enkele maanden later de opbrengst van de afnemers zou zijn ontvangen (volgens Crossports zou ook krediet worden aangewend voor een 'cash deposit'; overigens zou de bank bij een verder dalende markt nog aanvullende zekerheid verlangen). Er zijn geen verklaringen overgelegd van anderen die betrokken waren bij het tot stand komen van het contract van 11 augustus 2000.

4.15

Gelet op het voorgaande, acht de rechtbank het vooralsnog onvoldoende aannemelijk geworden dat Crossports verplicht was om voor de twee eerste zendingen tien dagen na verscheping of aankomst in Nederland telkens USD 1 miljoen te betalen.

Naar de rechtbank begrijpt, heeft Paraná International ingevolge het contract van 11 augustus 2000 in augustus 2000 1.737,36 mt FCOJ verscheept en in september 2000 nog 1.328,80 mt, in totaal 3.066,16 mt, die in Nederland werd afgeleverd en heeft zij geweigerd verdere leveranties te doen. Paraná beroept zich op een opschortingsrecht. Voorzover deze opschorting was gebaseerd op het niet betalen door Crossports van tweemaal

USD 1 miljoen, kan voorshands niet worden gezegd dat deze gerechtvaardigd was.

4.16

Ter rechtvaardiging van het opschorten van de leveranties voert Paraná voorts aan dat Crossports een groot aantal voorschotnota's ter zake van de oogst 1999/2000 nog niet had betaald en dat Crossports in gebreke bleef met het afrekenen van de leveranties van de oogst 1999/2000 (afrekening van de in augustus en september 2000 geleverde ca. 3.000 mt, die voorlopig niet zou worden verkocht, was ten tijde van de opschorting nog niet aan de orde).

4.17

In dat kader beroept Paraná zich mede op een "settlement agreement" d.d. 10 augustus 2000 betreffende de afwikkeling van de oogst 1999/2000. Ingevolge dat stuk zou Jencquel uiterlijk op 30 september 2000 USD 1,8 miljoen en uiterlijk op 30 oktober 2000

USD 1,65 miljoen betalen aan Crossports, welke bedragen Crossports onmiddellijk aan Paraná zou doorbetalen. Uiterlijk 30 november 2000 zou Jencquel rekening en verantwoording afleggen ten aanzien van de oogst 1999/2000 en het daaruit blijkende resterende saldo aan Crossports overmaken, die dit weer onmiddellijk zou doorbetalen aan Paraná.

Crossports heeft betwist dat deze "settlement agreement" door haar of bevoegd namens haar is ondertekend. Volgens Paraná is dat stuk ondertekend door de directeur van Crossports, O.H. Lara, hetgeen door Crossports gemotiveerd en aan de hand van overgelegde stukken is bestreden. Vooralsnog kan niet ervan worden uitgegaan dat Crossports aan de inhoud van dat stuk is gebonden. Het niet-nakomen van hetgeen daarin was bepaald, kan daarom voorshands niet worden aangemerkt als voldoende rechtvaardiging van het opschorten van de leveranties door Paraná.

4.18

Paraná stelt dat in augustus 2000 terzake van de oogst 1999/2000 een groot aantal voorschotnota's nog niet door Crossports was betaald en tevens dat van die oogst slechts

ca. 7.000 mt van de op dat moment verscheepte 15.000 mt FCOJ door middel van liquidation notes was verantwoord en afgerekend, terwijl er toen al zeker 10.000 mt FCOJ door Crossports/Jencquel was verkocht en geleverd.

Crossports heeft één en ander gemotiveerd betwist. Daarbij beroept zij zich mede op de tussen partijen afgesproken en gebruikelijke wijze waarop werd afgerekend, zoals hieronder bij 4.20/21 nader aangeduid. Een verder onderzoek naar de juistheid van de stellingen van Paraná gaat het kader van een beoordeling van een voorlopige voorziening te buiten. Derhalve kan voorshands niet worden uitgegaan van de juistheid van die stellingen en kan niet worden aangenomen dat Crossports in augustus/september 2000 in gebreke was met haar betalingsverplichtingen of haar afrekeningsverplichtingen jegens Paraná terzake van de oogst 1999/2000.

4.19

Uit het voorafgaande volgt dat voorshands niet is gebleken dat Paraná gerechtigd was haar leveranties ingevolge het contract van 11 augustus 2000 op te schorten. Dit tot uitgangspunt genomen, volgt daaruit dat Paraná, door niet te leveren, in de nakoming van haar verplichtingen uit dat contract tekortschoot. Deze wanprestatie van Paraná vormt de basis voor de tegenvordering van Crossports (en haar beroep op een opschortingsrecht). Tevens zou een specifieke afspraak (uit december 2000) om 3.000 mt te leveren door Paraná zijn geschonden.

Deze tegenvordering - de vordering in reconventie - berust voorts op een groot aantal stellingen van Crossports met betrekking tot de schade die zij als gevolg van die wanprestatie zou hebben geleden. Deze stellingen zijn door Paraná gemotiveerd bestreden. Ook het onderzoek daarnaar gaat het kader van een voorlopige voorziening te buiten.

Nu niet bij voorbaat kan worden gezegd dat de tegenvordering - geheel of grotendeels - ongegrond is, moet worden geconcludeerd dat voorshands niet voldoende aannemelijk kan worden geacht dat Paraná van Crossports tenminste USD 3.041.642,94 (of een bepaald ander bedrag) verschuldigd is. De provisionele eis is derhalve in zoverre niet toewijsbaar.

de voorlopige voorziening strekkende tot afgifte van documenten in het kader van de rekening en verantwoording

4.20

Ten aanzien van de afrekening van de oogst 1999/2000 was in het contract van 18 juni 1999 onder meer bepaald:

(a)"Finally after the proceeds of sales are duly collected by the Agent, a final settlement of accounts will be issued to the Co. and balances cleared.

Based on the respective complementary invoices for each lot, the final payments will be effected to the Co.

It is agreed between the parties that the lots will be liquidated based on Stock Lots i.e. each individual delivery/vessel is to be completely sold out, delivered and proceeds are collected.

A monthly statement will consolidated the portion(s) of each individual lot which upon it's respective delivery are collection and this will prevail for cash flow porpoises.

However, taking in account that relevant lots/values can be handled in single transactions, partial settlements will be issued immediately after collection of amounts over

USD 100,000.00."

(b) Bij de afrekening zou Crossports (de Agent) een groot aantal kosten in mindering brengen op de opbrengst, onder meer kosten van inslag en uitslag koelhuis, handling, opslag, monsterneming, monsteronderzoek en financiering.

"Those expenses are to be reported on monthly basis to the Co. by the Agent or at earliest upon collection of the respective legal support evidence of the pertinent expenses/costs to be showing in the final accounts settlements of each individual lot.

All support documentation will be placed at the office of the Agent for record keeping and are open to inspection by the Co. at any time."

4.21

Crossports heeft verklaringen overgelegd van een aantal voormalige werknemers van Paraná Brazilië, G.C. Dal Cól, N.M. Pinkoff en M.E. Loli, alsmede van C. Rabbow, directeur van Jencquel.

Uit deze verklaringen, bezien in onderling verband en in samenhang met de hiervoor weergegeven tekst van het contract van 18 juni 1999 en met hetgeen partijen naar voren hebben gebracht en verder aan producties hebben overgelegd, kan - in het kader van de beoordeling van de provisionele vordering - het volgende worden opgemaakt:

(a) de afrekening van opbrengsten en kosten tussen Crossports en Paraná zou plaatsvinden per verscheepte zending, nadat de betreffende zending (veelal in gedeeltes) volledig aan afnemers was verkocht en nadat de betalingen van de afnemers waren geïnd (naar de rechtbank begrijpt, zou een gedeeltelijke afrekening alleen plaatsvinden indien en nadat uit de afzet van één enkele deelpartij een bedrag van meer dan USD 100.000,- zou zijn ontvangen);

(b) voor de afrekening werd gebruik gemaakt van bepaalde tarieven voor diverse logistieke kosten, welke tarieven tevoren waren afgesproken;

(c) de afrekening vond plaats aan de hand van "liquidation notes" die aan Paraná werden toegestuurd; deze werden opgesteld mede op basis van deze afgesproken tarieven; in deze liquidation notes was opgenomen: de aanduiding van de zending (verscheping), de voorschotnota van Paraná, het gewicht, de naam van de Europese afnemer; de gerealiseerde verkoopprijs, de commissie voor Crossports, het betaalde voorschot, de diverse kosten die Crossports (en Jencquel) zou hebben gemaakt en het af te dragen saldo;

(d) Paraná International stuurde voor elke verscheepte zending aan Crossports een factuur voor het te betalen voorschot; Crossports stuurde op haar beurt aan Jencquel een "commercial invoice" op basis van de waarde CIF Rotterdam of soms FCA Rotterdam - duty unpaid;

(e) op verzoek van Paraná stuurde Jencquel voor elke (deel)verkoop aan een afnemer een pro forma-factuur "copy for suppliers purposes" met gewichten en prijzen op basis van

FCA Rotterdam-duty/taxes unpaid;

(f) Paraná kreeg van tijd tot tijd informatie over de voorraden FCOJ die voor haar bij Kloosterboer lagen opgeslagen;

(g) Paraná werd regelmatig geïnformeerd over de afnemers en bracht kennismakingsbezoeken aan afnemers van Jencquel (en andersom); er werd in een aantal gevallen aan Paraná om toestemming gevraagd voor transacties met een bepaalde afnemer; er was veelvuldig contact tussen Paraná, Crossports en Jencquel.

4.22

In het contract van 11 augustus 2000 betreffende de oogst 2000/2001 stond een opsomming van de in mindering te brengen kosten, vergelijkbaar met die in het contract van 18 juni 1999, en voorts:"All these costs and expenses are to be duly supported by commercial invoices/debit-notes to the Distributor and will be reflected by items in the statements of accounts and/or liquidation documents respectively."

Verder werd in het contract van 11 augustus 2000 bepaald dat Crossports Paraná voortdurend op de hoogte moest houden van de voortgang van de afzet van de zendingen op de Europese markt en Paraná wekelijks of maandelijks moest voorzien van allerlei informatie en overzichten (o.a. sales confirmations, cash flow, stock position).

Ten aanzien van de afrekening was vermeld:

"Liquidations will be issued covering each individual invoice in serial sequence in order to show and reflect each individual lot and it's economical and financial situation after the procedures of sales, deliveries and collections are duly effected."

4.23

Uit het voorgaande blijkt dat Crossports tegenover Paraná gehouden was tot het afleggen van rekening en verantwoording ten aanzien van de verkopen aan de afnemers, de van deze ontvangen betalingen, de in mindering te brengen kosten en de voorraden bij Kloosterboer. Voordat de eindafrekening van elke zending kon plaatsvinden was Crossports gehouden Paraná op de hoogte te houden van de voortgang van de afzet op de Europese markt. In de contracten is ook sprake van inzage in de onderliggende documenten.

4.24

Crossports heeft de liquidation notes overgelegd voor alle zendingen FCOJ uit de oogst 1999/2000 en 2000/2001 die zij van Paraná heeft ontvangen. Tevens zijn de pro forma-facturen van Jencquel overgelegd betreffende de verkoop aan afnemers van die FCOJ. Omdat Crossports niet aan anderen verkocht dan Jencquel, zijn er geen koopcontracten en facturen tussen Crossports en de Europese afnemers en zijn er evenmin betalingen verricht door de Europese afnemers aan Crossports.

Crossports zegt dat zij niet beschikt over de koopovereenkomsten die Jencquel met de afnemers sloot en dat zij evenmin beschikt over de facturen die verband hielden met de opslag en handling van de FCOJ, die plaatsvond op naam en voor rekening van Jencquel, noch over de premienota's van verzekeringsmaatschappijen betreffende transport-, opslag- en kredietrisico, nu Jencquel voor de verzekering zorgdroeg. Crossports wijst erop dat voor de diverse logistieke kosten vaste tarieven waren overeengekomen. Crossports heeft verder stukken overgelegd die inzicht moeten geven in de betalingen van Crossports aan Paraná (het komt de rechtbank voor dat Paraná zelf ook over administratie terzake moet beschikken). Crossports heeft rapportages van haar accoountants overgelegd. Crossports voert aan dat Paraná bekend zou zijn met de financieringsovereenkomst d.d. 26 november 1998 (over latere overeenkomsten tussen de bank en Jencquel is dat niet gesteld).

Na het pleidooi heeft Crossports nog nadere stukken overgelegd en verdere toelichting gegeven.

4.25

Zoals hiervoor is weergegeven bij 4.20 (b) en 4.22, diende Crossports aan Paraná zowel ten aanzien van de verkopen aan en betalingen door de afnemers als ten aanzien van de gemaakte kosten inzage te geven in de onderliggende documenten. Dat betekent dat Paraná, behoudens afwijkende afspraken, met de vermeldingen in de liquidation notes Paraná geen genoegen behoefde te nemen.

Nu Crossports, naar eigen zeggen, al hetgeen zij onder de contracten van Paraná International ontving back-to-back doorverkocht aan Jencquel als de Europese distributeur, die de FCOJ verkocht aan Europese afnemers, zulks met medeweten en instemming van Paraná International -kennelijk was in feite sprake van een samenwerking tussen deze drie partijen - moeten de bewuste passages in de contracten aldus worden begrepen dat Crossports ook de onderliggende documenten ter inzage moest kunnen geven die betrekking hadden op de verkopen en ontvangsten van Jencquel en de aan deze in rekening gebrachte kosten. Daarbij moet een uitzondering worden gemaakt ten aanzien van de kosten waarvoor tussen partijen vaste, forfaitaire tarieven waren overeengekomen en waarvoor overigens de verdere benodigde gegevens blijken uit andere verschafte documentatie. Gezien haar verplichtingen tegenover Paraná, lag het op de weg van Crossports dat zij, op haar beurt, soortgelijke afspraken maakte met Jencqel over inzage in de documentatie ten aanzien van de verkopen door Jencquel en de van de afnemers ontvangen betalingen (Crossports heeft een contract d.d. 26 mei 1998 tussen haar en Jencquel overgelegd met een bepaling over "accounting and documentation").

Het voorgaande brengt, naar voorlopig oordeel, mee dat Paraná in elk geval aanspraak heeft op inzage in documentatie ten aanzien van deze verkopen door Jencqel en de door de afnemers gedane betalingen, alsmede in de daaruit voortvloeiende betalingen door Jencquel aan Crossports. Het komt voorshands aannemelijk voor dat de pro forma-facturen van Jencquel daartoe onvoldoende waren.

Ten aanzien van de in mindering gebrachte kosten is het de rechtbank, mede gelet op wat is overgelegd met betrekking tot vaste tarieven, niet duidelijk geworden welke informatie nog van Jencquel zou moeten worden verkregen. Datzelfde geldt ook voor de kosten die verband houden met de kredietverlening door de bank(en) aan Jencquel.

4.26

Er is geen dan wel onvoldoende grond om Crossports - in dit stadium - te bevelen de door Paraná genoemde documenten te verstrekken op straffe van een dwangsom.

de voorlopige voorziening strekkende tot het verschaffen van informatie met betrekking tot de financiële positie van Crossports

4.27

Reeds omdat vooralsnog geen sprake is van een veroordeling van Crossports tot betaling van een geldsom aan Paraná, is er geen grond voor toewijzing van deze provisionele eis.

de voorlopige voorziening strekkende tot het afgeven van door de rechtbank aan te duiden bescheiden

4.28

Bij gebreke van toelichting hierop, is deze provisionele eis evenmin toewijsbaar.

de slotsom

4.29

Geen van de gevorderde voorlopige voorzieningen zal worden toegewezen. De procedure zal naar de rol worden verwezen, waar Paraná aan het woord is voor repliek in conventie en antwoord in reconventie.

4.30

De rechtbank merkt op dat zij het niet tot haar taak rekent om aan de hand van de grote hoeveelheid overgelegde producties na te gaan of en in hoeverre de leveranties en verkopen van FCOJ voor de oogstjaren 1999/2000 en 2000/2001 tussen Paraná en Crossports geheel en deugdelijk zijn afgerekend. Daartoe zal een deskundigenonderzoek dienen plaats te vinden. Daarnaast zullen waarschijnlijk bewijsopdrachten moeten worden gegeven.

De rechtbank wijst partijen erop dat de verdere beoordeling van het onderhavige geschil - niet alleen waar het gaat om de eigenlijke afrekening, maar ook wat betreft de diverse al dan niet gemaakte afspraken en de gegrondheid van de tegenvorderingen van Crossports - nog een omvangrijk nader onderzoek zal vergen, dat langdurig en kostbaar zal zijn. Er zullen vermoedelijk ook inlichtingen moeten worden ingewonnen over buitenlands recht. Met het oog op dit alles geeft de rechtbank partijen met klem in overweging met elkaar in overleg te treden om te trachten alsnog een minnelijke regeling te bereiken.

5. De beslissing

De rechtbank,

in het incident houdende provisionele eis

wijst de vorderingen af;

houdt de beslissing over de kosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

in de hoofdzaak

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 26 maart 2008 voor conclusie aan de zijde van Paraná;

houdt iedere verdere uitspraak aan.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.