Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4121

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-01-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
290800 / KG ZA 07-800
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt een spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde voorziening. Aldus is niet voldaan aan één van de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Dit betekent dat de vordering zal worden afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 290800 / KG ZA 07-800

Uitspraak: 28 januari 2008

VONNIS in kort geding in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SETTLE SERVICE B.V.,

gevestigd te Bennebroek en kantoorhoudende te Haarlem,

eiseres,

procureur mr. P.J. de Waal,

advocaat mr. N.F. Hessels,

- tegen -

[GEDAAGDE],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. M. Dorgelo.

Partijen worden hierna aangeduid als “Settle Service” respectievelijk “[gedaagde]”.

1 Het verloop van het geding

De voorzieningenrechter heeft kennis genomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 31 augustus 2007;

- pleitnotities en producties van mr. Hessels;

- producties van mr. Dorgelo.

De raadslieden van partijen hebben de respectieve standpunten toegelicht ter zitting van 14 januari 2008.

2 De vaststaande feiten

In dit kort geding wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1 Op 22 mei 2007 hebben (de rechtsvoorganger van) de besloten vennootschap ICG Im-migration Consulting Group B.V. (hierna: “ICG”) als verkoper en Settle Service als koper een overeenkomst tot koop en verkoop van activa en passiva gesloten (hierna: “de Koop-overeenkomst”). In het kader van de Koopovereenkomst, waarbij de debiteuren bij ICG zijn gebleven, heeft Settle Services aan ICG een bedrag van € 150.000,-- geleend (“de Lening”). Hiertoe is een geldleningsovereenkomst gesloten, die als bijlage 6 bij de Koopovereenkomst is opgenomen. Aflossing diende plaats te vinden op basis van de betalingen door de debiteu-ren, met dien verstande dat volledige aflossing op 31 augustus 2007 moest hebben plaatsge-vonden.

2.2 In artikel 9.1 van de Koopovereenkomst staat - voor zover hier relevant -:

“9.1 Tot zekerheid voor de nakoming van de navolgende verplichtingen van de Verkoper uit hoofde van deze Koopovereenkomst, garandeert [gedaagde] hierbij onvoorwaardelijk en onherroepelijk, als haar eigen onafhankelijke verplichting, en dus niet als borg,

- de volledige en tijdige nakoming door de Verkoper ten opzichte van de Ko-per ter zake de Lening;

- ..”

2.3 ICG is op 16 oktober 2007 failliet verklaard.

3 Het geschil

Settle Service vordert, na wijziging van eis, dat het de voorzieningenrechter, recht doende in kort geding, behage om bij vonnis, volledig uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut en op alle dagen en uren:

A. [gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Settle Ser-vice te betalen het bedrag van € 127.928,71 (zegge: honderd zevenentwintig dui-zend negenhonderd achtentwintig euro en eenenzeventig eurocent), vermeerderd met de overeengekomen rente over dit bedrag van 4% per jaar vanaf 1 september 2007, alsmede vermeerderd met de overeengekomen boeterente over dit bedrag vanaf 9 september 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

B. [gedaagde] jegens Settle Service te veroordelen in de kosten van het geding, de kosten van beslaglegging daaronder begrepen, onder de bepaling dat (i) de proces-kosten voldaan dienen te worden binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en (ii) voor het geval voldoening binnen deze termijn niet plaatsvindt te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf bedoelde termijn voor vol-doening, alsmede (iii) met veroordeling van [gedaagde] in de nakosten van € 131,-- dan wel, indien betekening plaatsvindt, van € 199,--.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Settle Service aan haar vordering ten grondslag gelegd dat uit artikel 9.1 van de Koopovereenkomst blijkt dat [gedaagde] zich in privé hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de volledige en tijdige nakoming door ICG van de verplichtingen die voortvloeien uit de Lening. Nu ICG haar verplichtingen ter zake niet volledig en tijdig is nagekomen - per 1 september 2007 staat nog een bedrag van

€ 127.928,71 (inclusief rente) open - en nu bovendien het faillissement van ICG is uitge-sproken, is er reden om [gedaagde] thans in privé aan te spreken tot betaling van het open-staande bedrag (inclusief rente), de boeterente en de buitengerechtelijke incassokosten.

[gedaagde] heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarop in het kader van de beoordeling - voor zover nodig - zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1 [gedaagde] heeft het spoedeisend belang van Settle Service bij de gevraagde voorziening bestreden. Ter zake wordt het volgende overwogen.

4.2 Vooropgesteld wordt dat een geldvordering voor toewijzing in kort geding in aanmer-king kan komen, indien die vordering voldoende aannemelijk is. Voorts geldt dat terughou-dendheid geboden is, mede met het oog op het restitutierisico, en dat dienaangaande naar behoren feiten en omstandigheden moeten worden aangewezen die meebrengen dat een zo-danige voorziening uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is (HR 22 januari 1982, NJ 1982, 505, nadien herhaaldelijk bevestigd, laatstelijk in HR 15 juni 2007, LJN: BA1522). Uit deze jurisprudentie volgt dat de aanwezigheid van spoedeisend belang een noodzakelijk en apart te toetsen vereiste is voor toewijzing van een geldvordering in kort geding.

4.3 Tegen deze achtergrond is met de (overigens door [gedaagde] bestreden) stelling van Settle Service dat zij betaling vordert van “een opeisbare, niet voor serieuze betwisting vat-bare schuld” het spoedeisend belang niet gegeven. De andersluidende opvatting van Settle Service berust op een onjuiste uitleg van bedoelde jurisprudentie, waaronder het door haar aangehaalde arrest HR 29 maart 1985, NJ 1986, 84 (zie ook gerechtshof Amsterdam, 2 no-vember 2006, LJN AZ9774).

4.4 Ter zitting heeft Settle Service nog aangevoerd dat een bodemprocedure meer tijd in be-slag neemt dan een kort geding procedure, waardoor zij mogelijk een verhaalsrisico loopt. Dit geldt evenwel in wezen voor iedere geldvordering en is derhalve te algemeen om, bij gebreke van concrete aanwijzingen omtrent een te verwachten verslechtering van de ver-haalspositie van [gedaagde] - die niet zijn genoemd -, te kunnen aannemen dat de gevraagde voorziening thans uit hoofde van onverwijlde spoed geboden is.

4.5 Het vorenoverwogene leidt tot de conclusie dat Settle Service onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt een spoedeisend belang te hebben bij de gevraagde voorziening. Aldus is niet voldaan aan één van de vereisten voor toewijzing van een geldvordering in kort geding. Dit betekent dat de vordering zal worden afgewezen. De overige geschilpunten kunnen onbe-sproken blijven.

4.6 Settle Service zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden ver-oordeeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter,

wijst af de vordering van Settle Service;

veroordeelt Settle Service in de kosten van dit kort geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] bepaald op € 251,-- aan verschotten en op € 816,-- aan salaris voor de procureur;

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.A.M. Cooijmans, voorzieningenrechter, in tegenwoor-digheid van mr. A.M. van Kalmthout, griffier.

Uitgesproken ter openbare terechtzitting.

1775/1694