Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4110

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
276481 / HA ZA 07-154
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kosten ontmanteling hennepkwekerij. Vordering tot vernietiging besluit tot toepassing bestuursdwang door gemeente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 276481 / HA ZA 07-154

Uitspraak: 16 januari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[opposant],

wonende te [woonplaats],

opposant,

procureur mr. G. Jairam,

- tegen -

De publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE ROTTERDAM,

zetelende te Rotterdam,

geopposeerde,

procureur mr. R.W. van Harmelen,

Partijen worden hierna aangeduid als "[opposant]" respectievelijk "de gemeente".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- verzetsdagvaarding d.d. 4 januari 2007 en de door [opposant] overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 18 april 2007, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 17 juli 2007;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door mr. S.C. Borger, namens de gemeente, bij brief d.d. 25 april 2007 overgelegde producties.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voorzover van belang - het volgende vast:

2.1 [opposant] huurt sinds 1 februari 1998 het pand gelegen aan de [straat en huisnummer] te Rotterdam (hierna: het pand).

2.2 Op 7 november 2005 is in het pand door ambtenaren van de gemeente een hennepkwekerij aangetroffen. Diezelfde dag is de hennepkwekerij in opdracht van de gemeente door de Roteb ontmanteld, waarbij 294 hennepplanten, 16 armaturen, 30 assimilatielampen, 20 transformatoren, 4 afzuigers, 2 filters, 2 dompelpompen, 1 bevloeiingsinstallatie, 1 digitale PH-meter, 1 digitale EC-meter, 2 thermo-hydrometers, 1 schakelkast, 1 relaiskast, 4 tijdschakelaars, 1 klimaat-controller, 2 kachels/heaters, 3 ventilatoren, 1 insecticide-spuit, 1 thermometer en 5 flacons (4 liter) in beslag zijn genomen, afgevoerd en vernietigd zijn.

2.3 Voor de ontmanteling van de hennepkwekerij heeft de Roteb bij de gemeente een factuur in rekening gebracht ad € 2.717,50 inclusief BTW.

2.4 De Dienst Stedenbouw + Volkshuisvesting van de gemeente (hierna: DS+V) heeft het besluit tot toepassing van bestuursdwang per aangetekende brief met handtekening retour, d.d. 28 november 2005 schriftelijk aan [opposant] kenbaar gemaakt met de mededeling dat de kosten verbonden aan de ontmanteling van de hennepkwekerij op [opposant] verhaald zullen worden. In deze brief staat tevens vermeld dat ingevolge de Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) binnen zes weken na de verzenddatum daarvan bij de gemeente een gemotiveerd bezwaarschrift kan worden ingediend. Bij aangetekende brief met handtekening retour, d.d. 9 december 2005 heeft DS+V [opposant] verzocht de kosten verbonden aan de ontmanteling ad € 3.421,25 binnen 30 dagen aan de gemeente te voldoen. De gemeente heeft de gemaakte kosten als volgt gespecificeerd:

(…)

Kosten ontmanteling hennepkwekerij 2.500,00

Beheerskosten 15% 375,00

BTW 19% 546,25

-----------

Totaal te voldoen voor 08-01-2006 3.421,25

-----------

(…)

2.5 Bij aangetekende brief met handtekening retour, d.d. 6 maart 2006 heeft DS+V [opposant] aangemaand om tot betaling over te gaan. [opposant] heeft de rekening van de gemeente onbetaald gelaten. Op 16 juni 2006 heeft de gemeente een dwangbevel uitgevaardigd tot invordering van de kosten van bestuursdwang ad € 3.442,12 vermeerderd met de verschuldigde rente.

2.6 Bij brief d.d. 3 januari 2006 (bedoeld is 2007) heeft mr. Jairam, voornoemd, aan het adres van de deelgemeente Feyenoord, bezwaar gemaakt tegen het besluit d.d. 28 november 2005.

2.7 Bij beslissing op bezwaar d.d. 26 maart 2007 heeft de gemeente het bezwaar van [opposant] niet-ontvankelijk verklaard. De gemeente heeft hiertoe overwogen dat zij de in het advies, zoals gegeven door de bezwaarschriftencommissie van de deelgemeente Feyenoord, vervatte overwegingen onverkort overneemt en deze overwegingen als herhaald en ingelast dienen te worden geschouwd.

Het advies van de bezwaarschriftencommissie vermeldt onder meer - zakelijk weergegeven en voor zover van belang - dat zij aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift niet is toegekomen aangezien het buiten de in de Awb genoemde termijn van zes weken is ingediend en [opposant] niet binnen de door de gemeente gestelde termijn heeft gereageerd op de vraag naar de reden van de termijnoverschrijding. Voorts vermeldt het advies dat volgens opgave van de burgerlijke stand [opposant] ten tijde van het bestreden besluit woonachtig was aan de [straat en huisnummer] zodat het besluit naar het juiste adres gestuurd is en op juiste wijze is betekend. Het had op de weg van [opposant] gelegen om ervoor zorg te dragen dat de post tijdens zijn afwezigheid, om wat voor reden dan ook, geopend en beantwoord werd. Naar de mening van de bezwaarschriftencommissie is er geen ruimte voor het oordeel dat [opposant] niet in verzuim is geweest en dient het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard te worden.

2.8 Op 31 mei 2007 heeft [opposant] tegen de beslissing op bezwaar een beroepschrift ingediend.

3 De vordering

De vordering luidt - verkort weergegeven - om het besluit van de gemeente nietig te verklaren, althans te vernietigen, voorts de gemeente in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren, althans haar deze te ontzeggen en met veroordeling in de proceskosten.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [opposant] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Het besluit tot toepassing van bestuursdwang is nog niet onherroepelijk. Het beroep dat tegen de beschikking op het bezwaar is gemaakt, dient nog te worden behandeld. Het beroep richt zich tegen de niet-ontvankelijkheid waarbij door [opposant] is aangevoerd dat hij het besluit tot toepassing van bestuursdwang niet eerder ontvangen heeft dan per fax in januari 2007.

3.2 [opposant] betwist dat hij gehouden is het bedrag ad € 3.421,25 alsmede de rente, de invorderingskosten en de kosten van het exploot aan de gemeente te voldoen. [opposant] heeft nimmer een schrijven van de gemeente ontvangen tot betaling van enig geldbedrag en heeft eveneens nimmer een aanmaning ontvangen van de gemeente tot betaling van enig geldbedrag. Ten tijde van het besluit, verbleef [opposant] in het Huis van Bewaring te Rotterdam.

3.3 De door de gemeente gemaakte kosten dienen voor haar eigen rekening te blijven. De feitelijke uitvoering van de bestuursdwang heeft op een onrechtmatige wijze plaatsgevonden. De gemeente had [opposant] eerst in de gelegenheid moeten stellen om alles weer in orde te maken. De gemeente had slechts zelf mogen ingrijpen en de gemaakte kosten mogen verhalen indien [opposant] nalatig zou zijn gebleven.

3.4 De kosten voor het ontmantelen van de hennepkwekerij zijn veel hoger dan welke redelijkerwijs gemaakt behoefden te worden.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, onder ongegrond verklaring van het verzet, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van [opposant] in de kosten van het geding.

De gemeente heeft daartoe het volgende aangevoerd:

4.1 Van de rechtmatigheid van het bestuursdwangbesluit van 28 november 2005 kan worden uitgegaan, nu eerst op 3 januari 2007, ruimschoots buiten de bezwarentermijn, bezwaar is ingesteld en dit bezwaar - waarop nog niet definitief is beslist - niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Het besluit heeft formele rechtskracht gekregen nu [opposant] geen gronden tegen de rechtmatigheid van het besluit heeft aangevoerd. De bestuursdwang is niet onterecht toegepast.

4.2 De gemeente betwist dat [opposant] nimmer een schrijven van de gemeente heeft ontvangen waaruit blijkt dat hij gehouden is tot betaling van enig geldbedrag. Het bestuursdwangbesluit, de nota met het verschuldigde bedrag voor de kosten van de ontmanteling van de hennepkwekerij en de daaropvolgende aanmaningen zijn alle aangetekend verzonden naar het adres waar [opposant] blijkens de gemeentelijke basisadministratie woonachtig was, zijnde [straat en huisnummer]. De gemeente mag er in beginsel van uitgaan dat het opgegeven correspondentieadres juist is. [opposant] heeft op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt of onderbouwd dat het besluit hem niet heeft bereikt.

4.3 In het pand is een hennepkwekerij aangetroffen, waarbij het gezien de mogelijk schadelijke effecten van een hennepkwekerij van belang is dat door de gemeente direct wordt ingegrepen, zonder dat de overtreders tijd wordt gegund alles weg te halen. Op grond van artikel 5:24 lid 6 Awb is het de gemeente toegestaan om de beslissing tot toepassing van bestuursdwang achteraf op schrift te stellen.

4.4 Op grond van artikel 5:25 Awb is [opposant] als overtreder gehouden de kosten van de toegepaste bestuursdwang verschuldigd. Uit de specificatie van de kosten blijkt dat deze kosten samenhangen met de ten aanzien van het pand toegepaste bestuursdwang. De gevorderde kosten voor de manteling zijn door de gemeente daadwerkelijk gemaakt, zijn gangbaar en niet onredelijk hoog. Het percentage beheerskosten ad 15% is in de jurisprudentie aanvaardbaar geacht. De beheerskosten bestaan uit de kosten die in rekening zijn gebracht voor de door de gemeente gemaakte kosten van salarissen van ambtenaren die belast zijn met de voorbereiding van de feitelijke uitvoering en begeleiding van de toegepaste bestuursdwang.

Op grond van artikel 5:26 lid 1 Awb is [opposant] aan de gemeente de invorderingskosten en de kosten van het exploit verschuldigd. [opposant] is op grond van artikel 6:119 de wettelijke rente verschuldigd.

5 De beoordeling

5.1 [opposant] heeft tegen de beslissing op het bezwaar tegen de bestuursdwang-aanschrijving van 28 november 2005 een beroepschrift ingediend, waarop nog niet is beslist. De bestuursdwangaanschrijving heeft nog geen formele rechtskracht zodat de rechter niet kan uitgaan van de rechtmatigheid daarvan. Teneinde tegenstrijdige beslissingen te voorkomen, zal de rechtbank haar beslissing aanhouden, totdat op het beroep tegen de beslissing op het bezwaar een onherroepelijke beslissing is verkregen. [opposant] zal dan ook in de gelegenheid worden gesteld bij akte de rechtbank van de beslissing van de bestuursrechter op het beroepschrift tegen de beschikking op het bezwaar tegen de bestuursaanschrijving op de hoogte te stellen.

5.2 Indien het aanschrijvingsbesluit onherroepelijk wordt, overweegt de rechtbank als volgt.

5.2.1 Bij de uitoefening van bestuursdwang zijn door de gemeente kosten gemaakt die zij bij dwangbevel invordert van [opposant]. Ten aanzien van de hoogte van die kosten stelt de rechtbank voorop dat op grond van artikel 5:25 lid 1 Awb als uitgangspunt heeft te gelden dat de overtreder, in casu [opposant], de kosten van de uitoefening van bestuursdwang verschuldigd is. Dit is slechts anders indien de kosten redelijkerwijs niet of niet geheel ten laste van de overtreder dienen te komen.

5.2.2 [opposant] stelt zich op het standpunt dat de feitelijke uitvoering van de bestuursdwang op onrechtmatige wijze is uitgevoerd. Voor zover [opposant] daarmee bedoelt te stellen dat de gemeente ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen voorafgaand aan de aanschrijving, wordt overwogen dat in dit geval sprake was van een spoedeisende situatie vanwege het aantreffen van een hennepkwekerij in het pand. Immers leidt de exploitatie van een hennepkwekerij tot een verhoogd risico op brand, waterschade, stank- en geluidsoverlast voor de bewoners en omwonenden, waaraan zo spoedig mogelijk een einde gemaakt dient te worden. Gegeven deze situatie was de gemeente dan ook bevoegd om direct over te gaan tot het toepassen van bestuursdwang en de aanschrijving achteraf op schrift te stellen en bekend te maken, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5:24 lid 6 Awb.

5.2.3 De stelling van [opposant] dat de door de gemeente gemaakte kosten voor haar eigen rekening dienen te blijven omdat [opposant] eerst in de gelegenheid had moeten worden gesteld om zelf alles weer in orde te maken en de gemeente slechts zelf had mogen ingrijpen indien [opposant] nalatig zou zijn gebleven, wordt in het licht van hetgeen hiervoor is overwogen eveneens verworpen. De vereiste spoed verzet zich tegen het stellen van een termijn voor [opposant] om zelf de verboden situatie te beëindigen.

5.2.4 Nu [opposant] zijn stelling dat de door de gemeente gevorderde kosten voor het ontmantelen van de hennepkwekerij veel hoger zijn dan redelijkerwijs gemaakt behoefden te worden, niet heeft onderbouwd, zal de rechtbank deze stelling passeren wegens het ontbreken van een deugdelijke grondslag.

5.2.5 Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot het oordeel dat, indien het aanschrijvingsbesluit van 28 november 2005 onherroepelijk wordt en de rechtbank van de rechtmatigheid daarvan kan uitgaan, het verzet van [opposant] ongegrond is en dat de vordering van [opposant] zal worden afgewezen, met veroordeling van [opposant] in de kosten van de procedure.

5.3 In afwachting van de beslissing van de bestuursrechter, houdt de rechtbank iedere verdere beslissing aan.

6 De beslissing

De rechtbank,

in oppositie

stelt partijen in de gelegenheid om de beslissing door de bestuursrechter op het beroep tegen de beschikking op het bezwaar op de bestuursaanschrijving bij akte over te leggen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Franken.

Uitgesproken in het openbaar.

1158/1580