Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC4047

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-01-2008
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
284236 / HA ZA 07-1290
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet nakomen betalingstermijnen overeengekomen kredietvergoeding. Primair beroep op dwaling. Afgewezen: niet plicht kredietmaatschappij te controleren wat contractspartijen (echtelieden) in hun eigen, niet de Nederlandse, taal communiceren. Subsidiair beroep ontslag hoofdelijke aansprakelijkheid/matiging van de vordering, eveneens afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 284236 / HA ZA 07-1290

Uitspraak: 16 januari 2008

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de naamloze vennootschap FINANCIERINGSMAATSCHAPPIJ MAHUKO N.V., rechtsopvolgster van de naamloze vennootschap MNF Bank N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

procureur en advocaat mr. D.L.A. van Voskuilen,

- tegen -

1) [gedaagde sub 1],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

gedaagde,

niet verschenen,

2) [gedaagde sub 2],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

procureur en advocaat mr. M.K. Durdu-Agema.

Partijen worden hierna aangeduid als "Mahuko" respectievelijk “[gedaagde sub 1]” en "[gedaagde sub 2]".

1 Het verloop van het geding

1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaardingen d.d. 16 februari 2007 en 21 februari 2007 en de door Mahuko overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 22 augustus 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 5 december 2007;

- brief d.d. 20 november 2007 met bijlagen van mr. D.L.A. van Voskuilen.

1.2 Tegen [gedaagde sub 1] is verstek verleend.

2 De vordering

2.1 De vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan Mahuko te betalen de somma van € 34.941,83, vermeerderd met de overeengekomen kredietvergoeding over € 31.986,55 vanaf 31 januari 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, kosten rechtens.

2.2 Mahuko heeft aan de vordering de stelling ten grondslag gelegd dat zij met gedaagden een kredietovereenkomst heeft gesloten en dat gedaagden thans hun betalingsverplichtingen niet nakomen.

3 Het verweer

[gedaagde sub 2] heeft primair het verweer gevoerd dat zij de overeenkomst is aangegaan onder invloed van dwaling en dat daaruit volgt dat de overeenkomst vernietigd dient te worden en de vordering van eiseres afgewezen dient te worden, met veroordeling van eiseres in de kosten van het geding.

Subsidiair heeft [gedaagde sub 2] het verweer gevoerd dat zij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ontslagen dient te worden van de hoofdelijke aansprakelijkheid en de vordering van eiseres dientengevolge afgewezen dient te worden, met veroordeling van eiseres in de kosten van het geding.

Meer subsidiair heeft [gedaagde sub 2] aangevoerd dat de hoogte van de vordering gematigd dient te worden, kosten rechtens.

4 De beoordeling

4.1 Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist en op grond van de overgelegde bescheiden, voor zover niet bestreden, staat het volgende tussen partijen vast:

a. eiseres heeft met gedaagden een kredietovereenkomst gesloten;

b. de overeenkomst is zowel door [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2] ondertekend;

c. [gedaagde sub 2] wist dat er een overeenkomst tot het verstrekken van krediet gesloten werd.

4.2 [gedaagde sub 2] heeft ter onderbouwing van haar verweer dat zij heeft gehandeld onder invloed van dwaling aangevoerd dat zij analfabeet is en dat zij de Nederlandse taal ten tijde van het sluiten van de overeenkomst niet machtig was. Mahuko heeft zich er niet van vergewist of aan [gedaagde sub 2] alle consequenties van het sluiten van de overeenkomst, met name de hoofdelijke aansprakelijkheid, duidelijk waren.

4.3 Mahuko heeft hiertegen aangevoerd dat het niet aan de kredietverstrekkende instantie is om te controleren wat echtelieden in hun eigen taal bespreken tijdens het sluiten van de overeenkomst. Daarnaast voert Mahuko aan dat het duidelijk was dat [gedaagde sub 2] wist dat er een kredietovereenkomst gesloten werd - zoals ter comparitie van partijen door [gedaagde sub 2] bevestigd - zodat er geen dwaling bestond destijds omtrent een hoofdkenmerk van de overeenkomst.

4.4 De rechtbank begrijpt het verweer van [gedaagde sub 2] aldus dat zij kennelijk een beroep doet op het bepaalde in artikel 6 : 228 lid 1 sub b Burgerlijk Wetboek. Tussen partijen staat vast dat [gedaagde sub 2] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst wist dat zij en [gedaagde sub 1] een kredietovereenkomst sloten met Mahuko zodat Mahuko daarover geen inlichtingen aan [gedaagde sub 2] hoefde te verstrekken. De rechtbank is van oordeel dat het niet aan Mahuko als kredietverstrekker is om te controleren of hetgeen [gedaagde sub 1] bij het sluiten van de overeenkomst aan zijn echtgenote [gedaagde sub 2] in de eigen - niet de Nederlandse - taal heeft meegedeeld, juist is en of dit een volledige voorstelling van zaken betreft. Gelet hierop kan niet worden geoordeeld dat Mahuko wist dan wel behoorde te weten dat [gedaagde sub 2], zoals door haar gesteld, niet op de hoogte was van de consequenties van het aangaan van de overeenkomst. De rechtbank wijst het beroep op dwaling af.

4.5 Omtrent hetgeen door [gedaagde sub 2] subsidiair en meer subsidiair is aangevoerd, overweegt de rechtbank dat het financiële onvermogen van [gedaagde sub 2] geheel voor haar risico komt en geen aanleiding kan vormen tot het afwijzen van de hoofdelijke aansprakelijkheid danwel tot het matigen van de vordering, zodat het verweer op deze punten faalt.

4.6 De rechtbank zal de vordering van Mahuko, met in begrip van de gevorderde en niet weersproken kredietvergoeding, toewijzen. Gedaagden zullen als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de proceskosten.

5 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt gedaagden, hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Financieringsmaatschappij Mahuko N.V. te betalen het bedrag van € 34.941,83 (zegge: vierendertigduizend negenhonderdéénenveertig euro en drieëntachtig eurocent), vermeerderd met de overeengekomen kredietvergoeding over € 31.986,55 vanaf 31 januari 2007 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt gedaagden in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiseres bepaald op € 770,00 aan vast recht, op € 87,58 aan overige verschotten en op € 1.158,00 aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog.

Uitgesproken in het openbaar.

1411/548