Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2008:BC2704

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-01-2008
Datum publicatie
25-01-2008
Zaaknummer
10/640035-07 en 10/643817-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Overval met de dood van het slachtoffer tot gevolg, gekwalificeerd als gekwalificeerde doodslag (art. 288 WvSr). Toerekening van de dood van het slachtoffer aan de verdachten. Naast de veroordeling voor dit feit verdachte veroordeeld voor 4 straatroven, 1 poging zware mishandeling, 4 inbraken en de diefstal van 2 auto’s.

Straf en maatregel: 12 jaren gevangenisstraf en tbs met dwangverpleging.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 287
Wetboek van Strafrecht 288
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummers: 10/640035-07 en 10/643817-07

Datum uitspraak: 25 januari 2008

Tegenspraak

VONNIS

van de RECHTBANK ROTTERDAM, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] (Venezuela),

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de [detentieadres],

raadsman mr. R.P. van den Adel, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 10 en 11 januari 2008.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen met de parketnummers 10/640035-07 en 10/643817-07. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officieren van justitie, mr. Bos en mr. Bijl, hebben gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de onder parketnummer 10/640035-07 onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 en de onder parketnummer 10/643817-07 onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf jaren met aftrek van voorarrest, alsmede ter beschikkingstelling van de verdachte met bevel tot dwangverpleging;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] tot een bedrag van € 12.824,81, alsmede het opleggen van de maatregel tot schadevergoeding ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tot een bedrag van € 6.280,01, alsmede het opleggen van de maatregel tot schadevergoeding ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

- niet-onvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 3] in haar vordering.

GELDIGHEID DAGVAARDING 10/643817-07 VOOR WAT BETREFT FEIT 6

De verdachte had op de onder parketnummer 10/643817-07 onder feit 6 (zaak Groene Hilledijk) ten laste gelegde pleegdatum, te weten 30 augustus 2006, de leeftijd van achttien jaren niet bereikt. Ten onrechte is de verdachte voor dit feit niet als minderjarige gedagvaard. De rechtbank is tot die slotsom eerst na sluiting van het onderzoek ter terechtzitting gekomen. De dagvaarding met het parketnummer 10/643817-07 is voor wat betreft het onder 6 ten laste gelegde feit nietig.

VRIJSPRAAK

Het onder parketnummer 10/643817-07 onder 5 ten laste gelegde feit (de zaak Ballegooy-singel) is niet wettig en overtuigend bewezen, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Hieromtrent wordt het volgende overwogen.

Volgens de aangeefster is in haar woning ingebroken op 3 januari 2007 tussen 04.18 uur en 04.20 uur. Zij hoorde op het eerstgenoemde tijdstip dat de ruit van de achterdeur van haar woning werd ingeslagen. Bij de inbraak is onder meer een zwarte handtas weggenomen. Deze handtas is door aangeefster in het park achter haar woning teruggevonden. Zij heeft de tas op 3 januari 2007 omstreeks 13.35 uur aan de politie overhandigd. Op de handtas werd een bloedspoor aangetroffen, waarvan de DNA-kenmerken blijkens de NFI-rapportage van 15 mei 2007 overeenkomen met die van verdachte.

Verdachte heeft verklaard zich niet te kunnen herinneren dat hij de inbraak heeft gepleegd.

Weliswaar kan op grond van het voorgaande een verband worden gelegd tussen verdachte en de bij de inbraak weggenomen tas. Echter, nu uit het dossier niet blijkt op welk moment vóór 13.35 uur de tas door aangeefster is teruggevonden, bestaat de mogelijkheid dat er geruime tijd is verstreken tussen de inbraak en het terugvinden van de tas. Nu overig ondersteunend bewijs ontbreekt, is met het uitsluitend aantreffen van een bloedspoor van verdachte op de weggenomen tas, niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde wegnemingshandelingen heeft gepleegd. Een andere betrokkenheid dan als pleger van de inbraak kan immers niet uitgesloten worden.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte de onder parketnummer 10/640035-07 onder 1 primair, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 en de onder parketnummer 10/643817-07 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat:

10/640035-07

1.

hij op 21 februari 2007 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

een ander

opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers hebben verdachte en zijn mededaderopzettelijk genoemde [slachtoffer]

- tegen de grond gewerkt en

- meermalen bij de nek beetgepakt en

- meermalen geslagen en

- in de buik geschopt en/of getrapt en- in het gezicht geslagen en gestompt en

- stevig vastgehouden en

- met plakband/tape de voeten vastgebonden en

- de armen vastgebonden met het snoer van een föhn en

- een doek in de mond gestopt en

- plakband/tape om de mond en/of de nek en het hoofd gedaan en

- een hand voor en/of op de mond gehouden en

- naar de kast gesleept en

- in een kast opgesloten,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven

doodslag werd gevolgd en vergezeld van enig strafbaar feit,

te weten diefstal van een horloge en een geldbedrag en een kluis en

een auto, Renault Clio gekentekend [kenteken], en welke doodslag werd gepleegd

met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en

gemakkelijk te maken ;

2.

hij op 21 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Papegaaistraat, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon en een portemonnee met inhoud (waaronder geld en een bankpas

en een toegangspas van TNT) en een horloge en een sleutelbos, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken welk geweld bestond uit het

die [slachtoffer] onverhoeds vastpakken en vasthouden, en

-vervolgens die [slachtoffer] ten val brengen, en

-terwijl die [slachtoffer] op de grond lag schoppen en slaan en/of

stompen tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer], en

-doorzoeken van de zakken van die [slachtoffer];

3.

hij op 13 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Westerstraat,

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

portemonnee met inhoud (waaronder een rijbewijs en identiteitspapieren

en bankbescheiden) en een mobiele telefoon en huissleutels en

autosleutels en een auto (merk BMW, type 3ER, kenteken [kenteken]), toebehorende aan [slachtoffer/benadeelde partij], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken ,

welk geweld bestond uit het

-onverhoedsmet kracht die [slachtoffer] tegen het achterhoofd slaan

en/of stompen, en

-die [slachtoffer] ten val brengen, en

-die [slachtoffer] met kracht met het hoofd tegen de grond duwen, en

-doorzoeken van de zakken van die [slachtoffer];

4.

hij op 21 februari 2007 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen,

met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in een schouder heeft

gestoken ,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

5.

hij op 01 februari 2007 te Rotterdam

op de openbare wegen de Parklaan en/of de Coolsingel, tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee en een mobiele telefoon toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld

tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken ,

en

met het oogmerk om zich eneen ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van geld (negenhonderdvijftig euro ), toebehorende aan die [slachtoffer],

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

-die [slachtoffer] onverhoeds vastpakken, en

-die [slachtoffer] een hand op de mond leggen, en

-die [slachtoffer] in het gezicht slaan en/of stompen, en

-doorzoeken van de zakken van die [slachtoffer], en

-die [slachtoffer] telkens dwingen naar pinautomaten te lopen,

en

-telkens dicht achter die [slachtoffer] blijven lopen en die [slachtoffer]

in de rug duwen, en

-die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "ik heb een

pistool" en "ik heb een mes" en "het is veel te weinig, loop naar een

pinautomaat" ;

6.

hij op 06 maart 2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een restaurant gelegen

aan de Van Vollenhovenstraat heeft weggenomen een slof sigaretten en drie

flessen sterke drank, toebehorende aan Restaurant [restaurant], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming, te weten

door via een kapot dakkraam voornoemd restaurant binnen te gaan;

7.

hij op 06 maart 2007 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

een ander , met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in een woning aan de Heiligerleelaan 3 heeft weggenomen

laptops en een mobiele telefoon, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn

mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben

verschaft door middel van braak, te weten door een ruit van die woning in te slaan;

10/643817-07

1.

hij op 13 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Houtlaan, tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer], welke diefstal werd voorafgegaan van geweld

en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden ,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

-onverhoeds vastpakken van die [slachtoffer] en

-doorzoeken van de zakken van die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] toevoegen de woorden : "heb je geld";

2.

hij op 19 februari 2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander ,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan

de Burgemeester van Walsumweg heeft weggenomen een tas en een rijbewijs

en diverse passen en een laptop en een portemonnee, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft verschaft door middel van inklimming, te weten

door op het balkon van voornoemde woning te klimmen envervolgens

voornoemde woning binnen te gaan;

3.

hij in de periode van 13 februari 2007 tot en met 14 februari

2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in een woning gelegen aan

de Kastanjesingel heeft weggenomen autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming, te weten

door via een raam voornoemde woning binnen te gaan;

4.

hij in de periode van 13 februari 2007 tot en met 14 februari

2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met anderen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

-een auto (Hyundai Atos-Prime, kleur geel, kenteken [kenteken]) en

-een auto (Peugeot 307, kleur blauw, kenteken [kenteken]),

toebehorende aan [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van het onder parketnummer 10/640035-07 onder 1 primair bewezen verklaarde feit wordt in het bijzonder het volgende overwogen.

De raadsman heeft ter terechtzitting het verweer gevoerd – zakelijk weergegeven – dat er geen causaal verband is tussen de in de tenlastelegging opgesomde handelingen en de dood van het slachtoffer. Uit het obductieverslag van dr. R. Visser, arts en patholoog, van 27 september 2007, blijkt dat de bij sectie gebleken letsels ten gevolge van de geweldshandelingen op zich niet dodelijk zijn verlopen. Voorts komt uit het onderzoek naar voren dat het slachtoffer diverse hartkwalen had waaraan het overlijden kan worden toegeschreven.

Daarnaast heeft de raadsman aangevoerd dat het opzet van verdachte en zijn medeverdachte niet – ook niet in voorwaardelijke zin – gericht is geweest op de dood van het slachtoffer. De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte het slachtoffer niet opzettelijk van het leven hebben willen beroven. Het door de verdachte en zijn medeverdachte gebruikte geweld is gericht geweest op het onder controle houden van het slachtoffer en op het voorkomen van betrapping. Zij gingen ervan uit dat het slachtoffer de overval zou overleven en zij hebben ook dienovereenkomstig gehandeld. Van opzet op de dood is daarmee geen sprake.

De rechtbank verwerpt deze verweren en overweegt daartoe het volgende.

Causaal verband

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het volgende komen vast te staan:

Gedragingen van verdachten

Het slachtoffer is rond 6:30 uur, terwijl hij in de bakkerij aan het schoonmaken was, door de verdachten overrompeld. Daarbij is het slachtoffer:

- vastgepakt en tegen de grond gewerkt;

- meermalen geslagen;

- in de buik getrapt;

- een hand op de mond gehouden;

- de armen met een snoer vastgebonden;

- de voeten met tape vastgebonden;

- een doek in de mond gestopt;

- de mond en het hoofd ingetaped;

- naar een kast gesleept en daar in gestopt, waarna een bureau vóór de deur van die kast is geschoven.

De verdachte heeft verklaard dat hij en zijn medeverdachte aan het slachtoffer de code van de kluis hebben gevraagd en dat, toen het slachtoffer antwoordde dat hij de code niet wist, de medeverdachte het slachtoffer driemaal op zijn hoofd heeft gestampt, waardoor het slachtoffer buiten bewustzijn is geraakt. Omdat de verdachte “het een beetje te agressief vond” heeft hij zijn medeverdachte nog gevraagd: “Wil je hem dood hebben?”

De verdachte heeft voorts verklaard dat zijn medeverdachte de tape om de mond van het slachtoffer een beetje strak vast deed en dat diens mond helemaal bedekt was. Het slachtoffer ademde moeilijk, aldus verdachte. Ook heeft de verdachte verklaard dat het slachtoffer, toen hij in de meterkast werd gestopt, “flauw” was en hijgde. De verdachten hebben een bureau voor die kast geschoven en het slachtoffer daar achtergelaten. Zij hebben ongeveer een half uur na binnenkomst de bakkerij verlaten.

Nadat de zoon van het slachtoffer zijn vader omstreeks 8:20 uur in de meterkast van de bakkerij had aangetroffen, constateerde korte tijd later een politieagent dat het slachtoffer niet ademde en geen hartslag had. De pogingen van die agent tot beademing en reanimatie hadden geen positief gevolg. Enige minuten later heeft het personeel van de GGD eveneens tevergeefs geprobeerd het slachtoffer te reanimeren.

De doodsoorzaak

Dr. R. Visser, arts en patholoog, heeft op 22 februari 2007, de uit- en inwendige schouwing verricht op het stoffelijk overschot van het slachtoffer. Zijn bevindingen heeft hij vastgelegd in een obductieverslag van 27 september 2007. Hierin is onder meer het volgende opgenomen:

“Bij sectie werd een oudere man gezien. Er waren diverse huidletsels. Deze zijn opgeleverd door inwerking van uitwendig mechanisch geweld (vallen, stoten en/of slaan). Gelet op de schedelbreuk was(ren) de geweldsinwerking(en) ter plaatse van het hoofd ernstig.

(..)

Het hart was ziek. Delen van de hartspier werden in consult onderzocht door prof. dr. Niessen. Uit dit onderzoek bleek ondermeer dat er sprake was van ontsteking van de hartspier (z.g. myocarditis) vermoedelijk door virusinfectie. Myocarditis op zich kan oorzaak zijn van plots overlijden. Daarnaast bleek recent versterf van (delen van) de hartspier (z.g. “hartinfarct”). Op basis van het microscopische beeld paste dit bij een infarctduur van 6 tot 12 uren.

Ten aanzien van de doodsoorzaak kan worden gesteld:

- De ontsteking van de hartspier (myocarditis) kan op zich – door hartritmestoornissen – oorzaak zijn van het intreden van de dood.

- De recente infarcering van de hartspier (“hartinfarct”) kan op zich – door hartritmestoornissen – oorzaak zijn van het intreden van de dood.

- De combinatie van myocarditis en recente hartinfarcering kan oorzaak zijn van het intreden van de dood; een andere of bijkomende doodsoorzaak is niet gebleken. Het is waarschijnlijker dat de combinatie oorzaak is van het intreden van de dood dan myocarditis of infarct apart.

- Het is niet uitgesloten dat stress van betekenis is geweest (in combinatie met bestaande myocarditis en recente hartinfarcering) ten aanzien van de oorzaak van de hartritmestoornis en/of ten aanzien van het ontstaan van het infarct (en daarmee het intreden van de dood – zie bijgevoegde informatie “Acute emotional stress and the heart”-. Deze stress moet dan wel aanwezig zijn geweest op het moment van het ontstaan van het hartinfarct (circa 6 tot 12 uren voor het intreden van de dood).

De bij sectie gebleken letsels zijn op zich niet dodelijk verlopend; er was weliswaar breuk van de schedel maar dit is niet apert dodelijk verlopend letsel. De letsels zullen wel tot stress aanleiding hebben gegeven.

Conclusie:

Bij [slachtoffer], oud 69 jaren, werden bij sectie diverse recente letsels vastgelegd, opgelopen door (meerdere keren) inwerking van uitwendig mechanisch geweld. Het intreden van de dood kan worden verklaard door bij sectie en microscopisch onderzoek gebleken hartziekte. Het is niet uitgesloten dat stress van betekenis is geweest ten aanzien van de oorzaak van het intreden van de dood.”

Ter terechtzitting heeft dr. Visser als getuige-deskundige onder meer het volgende ter aanvulling op en ter verduidelijking van het obductieverslag verklaard:

“Bij sectie heb ik een aantal letsels geconstateerd en in het obductierapport beschreven. Indien de heer [slachtoffer] het toebrengen van dit letsel bewust heeft meegemaakt, kan hieruit worden herleid dat die omstandigheden stressvol zijn geweest.

Met de zinsnede “deze stress moet dan wel aanwezig zijn geweest op het moment van het ontstaan van het hartinfarct (circa 6 tot 12 uren voor het intreden van de dood)” bedoel ik stress die heeft kunnen leiden tot het infarct. Als daar dan later weer stress bij komt, kan dat leiden tot verergering van de klachten. Het is voorstelbaar dat het incident heel stressvol is geweest en heeft kunnen leiden tot het overlijden. Het is niet aan te geven in welke mate die stress daartoe heeft bijgedragen.

Ik kan niet met zekerheid zeggen of hartritmestoornis of de stress de dood heeft veroorzaakt. Ik kan als patholoog stress niet vaststellen. Daarom heb ik het algemeen gehouden dat stress van invloed kan zijn. Ik kan niet vaststellen dat het geleid moet hebben tot een hartritmestoornis. Dat is de reden dat ik het wetenschappelijke artikel heb meegestuurd waarin wordt uitgelegd dat mensen met hartproblemen onder stress risico’s lopen.”

Causaal verband tussen gedragingen verdachten en de dood van het slachtoffer

De rechtbank is van oordeel dat de dood van het slachtoffer redelijkerwijs is toe te rekenen aan de gedragingen van verdachte en zijn medeverdachte. Daarbij is van belang dat het slachtoffer kort na de overval waarbij ernstig geweld op hem is uitgeoefend, is overleden. Het slachtoffer is ongeveer anderhalf uur nadat de verdachte en zijn mededader hem gekneveld en in hulpeloze toestand in de meterkast hadden achtergelaten, aldaar dood aangetroffen. Het behoeft geen betoog dat het zeer gewelddadige optreden van de beide verdachten tot hevige emoties en stress bij het slachtoffer heeft geleid. Het slachtoffer is een oudere man met een geschiedenis van hartklachten. Het is een feit van algemene bekendheid dat het blootstellen van een dergelijk kwetsbaar persoon aan hoge stress en hevige emoties fatale gevolgen kan hebben. De getuige-deskundige Visser heeft ter terechtzitting bevestigd dat het incident voor het slachtoffer stressvol moet zijn geweest, hetgeen heeft kunnen leiden tot het overlijden. Voorts heeft hij benadrukt dat hartpatiënten onder stress risico’s lopen, met verwijzing naar een wetenschappelijke publicatie uit The Journal of the American Medical Association, “Acute Emotional Stress and the Heart” (July 18, 2007-Vol 298, No. 3).

Bovenstaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat de gedragingen van de verdachten de dood van het slachtoffer teweeg hebben gebracht.

Daaraan doet niet af dat het slachtoffer, zoals blijkt uit het obductierapport, reeds leed aan diverse hartkwalen, welke op zich of in combinatie met elkaar dodelijk kunnen zijn. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat zonder het gewelddadig handelen van de daders, het slachtoffer eveneens op dat moment zou zijn komen te overlijden aan de bij hem reeds bestaande hartklachten. Immers, het slachtoffer voelde zich kennelijk goed genoeg om ondanks zijn bestaande hartklachten in de ochtend van de overval aan het werk te gaan.

De dood van het slachtoffer kan redelijkerwijs aan de gedragingen van de verdachten worden toegerekend.

Opzet

Nu de dood van het slachtoffer redelijkerwijs is toe te rekenen aan de gedragingen van de verdachte en zijn medeverdachte, resteert de vraag of het opzet van verdachten ook op de dood gericht is geweest.

De rechtbank beantwoordt op basis van het reeds bovenbeschreven feitencomplex en op grond van de navolgende overwegingen deze vraag bevestigend.

De verdachten hebben bij een overval op een al ouder slachtoffer hevig geweld uitgeoefend.

Dat de verdachte zich bewust was dat dit geweld fatale gevolgen voor het slachtoffer zou kunnen hebben, maakt de rechtbank op uit de vraag van de verdachte aan zijn medeverdachte: “wil je hem dood hebben”, toen deze medeverdachte meermalen op het gezicht van het slachtoffer trapte. De medeverdachte heeft hierop blijkens de verklaring van de verdachte onverschillig gereageerd.

Voorts heeft geen van de verdachten op enig moment geprobeerd een eind te maken aan het geweld dat door de ander werd uitgeoefend. Integendeel, zij hebben het slachtoffer gekneveld, bloedend, gedeeltelijk buiten bewustzijn en moeilijk ademend in een kast achtergelaten. De verdachten hebben de telefooninstallatie onklaar gemaakt en bij het verlaten van de bakkerij de deur op slot gedaan. Hierdoor hebben zij ervoor gezorgd dat het slachtoffer geen hulp zou kunnen inroepen. Door zo te handelen hebben de verdachte en zijn medeverdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer als gevolg van hun handelingen zou komen te overlijden.

Hieraan doet niet af dat het slachtoffer mogelijk nog leefde toen de verdachte en zijn medeverdachte de bakkerij verlieten, nadat zij handelingen hadden verricht die erop gericht waren dat het slachtoffer derden niet kon waarschuwen. Uit deze omstandigheden kan immers niet worden afgeleid dat de verdachte en zijn medeverdachte niet (langer) de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van hun handelingen zou komen te overlijden.

STRAFBAARHEID FEITEN

De bewezen feiten leveren op:

10/640035-07

1 primair.

Medeplegen van doodslag, gevolgd en vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken.

2.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

3.

Diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

4.

Poging tot zware mishandeling.

5.

De voortgezette handeling van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

6.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

7.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

10/643817-07

1.

Diefstal, voorafgegaan van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en door twee of meer verenigde personen.

2.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

3.

Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming.

4.

Diefstal door twee of meer verenigde personen.

De feiten zijn strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

MOTIVERING STRAF EN MAATREGEL

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich, samen met zijn medeverdachte, schuldig gemaakt aan gekwalificeerde doodslag, één van de zwaarste delicten die de Nederlandse samenleving kent en dat in het Wetboek van Strafrecht wordt bedreigd met levenslange gevangenisstraf. Het slachtoffer, een man van 69 jaar, is in de vroege ochtend terwijl hij bezig was met schoonmaakwerkzaamheden in zijn banketbakkerij, door de verdachte en zijn medeverdachte overvallen en zeer ernstig mishandeld. De beide verdachten hebben tenslotte hun slachtoffer, gewond en gekneveld, in hulpeloze toestand in een kast in de winkel achtergelaten. Kort na de overval is het slachtoffer overleden.

Met het plegen van dit feit hebben de verdachte en zijn medeverdachte het slachtoffer het meest fundamentele recht, namelijk het recht op leven, ontnomen. Aan hun zucht naar geld werd het leven van een ander welbewust opgeofferd. Zij hebben daardoor de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht.

Dit feit draagt een voor de rechtsorde zeer schokkend karakter en veroorzaakt daarnaast, zoals de beroering die de overval heeft gewekt heeft aangetoond, gevoelens van onrust, angst en onveiligheid in de samenleving. Deze gevoelens worden nog eens versterkt doordat uit het onderzoek ter terechtzitting en uit het strafdossier ten aanzien van de verdachte en zijn medeverdachte een beeld oprijst van twee meedogenloze jongemannen die, rondlopend in de stad, doelbewust op zoek waren naar een makkelijke en zwakke prooi.

In dit beeld passen in ieder geval de twee gewelddadige straatroven in de zaken Papegaaistraat en Parklaan, straatroven waaraan de verdachte zich, samen met dezelfde medeverdachte, eveneens heeft schuldig gemaakt. De slachtoffers van deze berovingen werden door de verdachte en zijn medeverdachte onverhoeds vastgepakt, geslagen en geschopt.

De verdachten kozen - al dan niet bewust - minder weerbare personen als slachtoffer. Het slachtoffer van de overval in de banketbakkerij was een oudere man terwijl de slachtoffers van deze straatroven ’s-nachts alleen over straat liepen, één van hen bovendien in enigszins beschonken toestand.

In de zaken Westerstraat en Houtlaan heeft de verdachte zich voorts met een andere medeverdachte schuldig gemaakt aan nog eens twee straatroven.

De verdachte en zijn medeverdachte hebben zich daarnaast schuldig gemaakt aan een tweetal inbraken, één in een restaurant en één in een woning en aan de diefstal van twee personenauto’s, waarvan zij de sleutels uit die woning hadden weggenomen.

Met dit soort feiten wordt materiële schade toegebracht aan de benadeelden. Door woninginbraken wordt bovendien een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van burgers, hetgeen een groot gevoel van onveiligheid veroorzaakt.

Tenslotte heeft de verdachte - slechts enkele uren vóór de overval in de bakkerij - een ander slachtoffer met een mes in diens schouder gestoken.

Door aldus te handelen heeft de verdachte de lichamelijke integriteit van dat slachtoffer op grove wijze geschonden. Dat het bij ‘slechts’ een steekwond ter hoogte van het linker schouderblad is gebleven, is echter geenszins aan de verdachte te danken geweest.

Op deze zeer ernstige feiten dient in ieder geval te worden gereageerd met het opleggen van een gevangenisstraf van zeer aanzienlijke duur.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het nadeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij, zoals blijkt uit het op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 1 november 2007, reeds eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten, te weten gewelds- en vermogensdelicten.

De rechtbank is voorts van oordeel dat niet met het opleggen van een gevangenisstraf kan worden volstaan. Voorkomen moet worden dat de verdachte, als hij weer op vrije voeten komt, zijn leven zoals hij dat in de periode waarin de thans bewezen verklaarde reeks delicten plaatsvond leidde, weer ongewijzigd oppakt. Dat de verdachte moet worden behandeld wordt door de deskundigen die over hem hebben gerapporteerd, unaniem geadviseerd.

Omtrent de verdachte zijn de navolgende rapporten uitgebracht:

- een rapport ‘oriënterend psychiatrisch onderzoek’ opgemaakt door de forensisch psychiater dr. R.A. van der Pol d.d. 12 juni 2007;

- een tweetal rapporten opgemaakt door de klinisch en forensisch psycholoog prof. dr. J.J. Baneke d.d. 22 augustus 2007 en 26 november 2007;

- een tweetal rapporten opgemaakt door de psychiater dr. B.A. Blansjaar d.d. 30 juli 2007 en 12 november 2007;

- een voorlichtingsrapport namens Reclassering Nederland, opgemaakt door E.A. Smits, reclasseringswerker, d.d. 10 augustus 2007 gevolgd door een adviesrapport d.d. 21 november 2007 en een maatregelenrapport d.d. 9 januari 2007, beide opgemaakt door mevrouw A. Peire, reclasseringswerker.

De rapporten van de forensisch psycholoog Baneke houden, zakelijk weergegeven, in dat er bij de verdachte sprake is van beperkte verstandelijke vermogens en verder van ernstige defecten in de psychosociale ontwikkeling, met veel verwaarlozing en - in elk geval later - ook mishandeling. Op basis van het aanvullend onderzoek zijn er niet alleen voldoende indicaties voor een gedragsstoornis, maar tevens voor een ziekelijke stoornis, te weten een antisociale persoonlijkheidsstoornis, mogelijk een psychopathie en misbruik van diverse middelen (vooral cannabis).

Deze ziekelijke stoornis beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes c.q. zijn gedragingen ten tijde van de thans bewezen verklaarde feiten ten dele.

Door instabiliteit, onveiligheid, verwaarlozing, mishandeling en stress in de opvoeding en ontwikkeling is verdachte al op jonge leeftijd in een verkeerd milieu terecht gekomen en op straat gaan leven. In zijn levensonderhoud voorzag hij door stelen en roven. De genoemde stoornissen en zijn sociale leven liepen volledig in elkaar over en daardoor was de verdachte onvoldoende in staat te stoppen met het randcriminele bestaan.

Geadviseerd wordt de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De verdachte laat veel risicofactoren zien en daardoor moet de kans op recidive, ook van delicten met enige vorm van geweld, als hoog worden geschat.

Gezien de ernst van het bewezen verklaarde feit in de zaak Van der Heijden, het grote aantal overige feiten, de eerder genoemde problematiek en stoornissen van de verdachte en het verhoogde risico op recidive, is een zeer stringente maatregel nodig om de verdachte adequaat, langdurig en continu te behandelen. Hierbij zijn stevige sanctiemogelijkheden nodig, omdat de verdachte zich bij herhaling onttrokken heeft aan begeleiding en behandeling. Geadviseerd wordt om aan de verdachte een terbeschikkingstelling met verpleging op te leggen.

De rapporten van de psychiater Blansjaar houden, zakelijk weergegeven, in dat er bij de verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens in de vorm van een antisociale persoonlijkheidsstructuur, met psychopathische kenmerken in ontwikkeling.

Ten tijde van de thans bewezen verklaarde feiten was er ook al sprake van deze gebrekkige ontwikkeling van verdachtes geestvermogens. Deze feiten zijn deels voortgekomen uit die gebrekkige ontwikkeling, met name uit beperkingen van zijn gewetensfuncties en van zijn empathische vermogens met een egocentrische, op directe behoeftebevrediging gerichte beleving.

De verdachte kan licht verminderd toerekeningsvatbaar worden geacht voor het thans bewezen verklaarde, op grond van meergenoemde gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens.

De kans op herhaling van soortgelijke en andere strafbare feiten is verhoogd door genoemde gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van de verdachte.

Geadviseerd wordt de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden aan de verdachte op te leggen, mits een adequaat behandelingsplan kan worden opgesteld door de reclassering. Wanneer geen adequaat behandelingsplan kan worden opgesteld of plaatsing in een geschikte instelling niet kan worden gerealiseerd, wordt de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging geadviseerd.

In haar maatregelenrapport van 9 januari 2008 rapporteert de reclasseringswerker over de mogelijkheden van een tbs met voorwaarden. De rapporteur heeft de vraag voorgelegd aan de TBS-commissie van de drie reclasseringsorganisaties, aan welk overleg ook een consulent psychiater en de consulent psycholoog deelnamen. Rekening is gehouden met:

- het hoge gevaars- en recidiverisico;

- het feit dat verdachte zich in het verleden diverse keren heeft onttrokken aan begeleiding en behandeling en de mededeling van verdachte makkelijk weg te lopen uit de instelling waar hij gedwongen wordt te verblijven als de kans zich voordoet;

- de beperkte verstandelijke vermogens van verdachte;

- het feit dat verdachte blijkens het psychologisch Pro Justitia rapport lastig te begeleiden is;

- het gebruik door verdachte van verdovende middelen en alcohol.

Gelet op de complexe en zware problematiek van verdachte zal een langdurige en continue behandeling nodig zijn in een klinisch-forensische setting waarbij de beveiliging gewaarborgd is. Volgens de reclassering zou deze behandeling kunnen worden geboden door twee instellingen, te weten de FPK Assen en Hoeve Boschoord.

De opnamecoördinator van Hoeve Boschoord heeft op 21 november 2007 meegedeeld dat, gezien de Pro Justitia rapportages en het voorlichtingsrapport van de reclassering, de verdachte niet tot de doelgroep van de instelling behoort, gelet op zijn niveau van verstandelijk functioneren.

Naar aanleiding van een intakegesprek met de verdachte op 19 december 2007 werd in het intakeberaad van de FPK Assen op 8 januari 2008 geconcludeerd dat de verdachte niet in aanmerking komt voor opname aldaar, omdat de problematiek van verdachte te groot en complex is.

De reclassering concludeert dat er geen mogelijkheden zijn om de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden te realiseren.

De rechtbank neemt de bevindingen en conclusies met betrekking tot de geestvermogens, de persoonlijkheidsstructuur, de verminderde toerekeningsvatbaarheid en het recidiverisico uit de rapporten over en maakt die tot de hare.

Nu de thans bewezen verklaarde feiten behoren tot de in artikel 37a, eerste lid onder 1, van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijven en de veiligheid van personen en goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege vereisen, is de rechtbank, gezien de deskundigenrapporten, van oordeel dat de verdachte ter beschikking dient te worden gesteld met het bevel dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank adviseert, gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte en de noodzaak van een zo snel mogelijk begin van de behandeling, en mede gelet op artikel 42, eerste lid, van de Penitentiaire Maatregel, om niet later dan nadat de verdachte een derde deel van de hem opgelegde gevangenisstraf heeft uitgezeten, de tenuitvoerlegging van de maatregel van terbeschikkingstelling een aanvang te doen nemen.

Gelet op het grote aantal en de ernst van de thans bewezen verklaarde feiten en al hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank, ondanks de vrijspraak van het onder parketnummer 10/643817-07 onder 5 ten laste gelegde feit en de nietigheid van de dagvaarding voor wat betreft feit 6 op de dagvaarding onder datzelfde parketnummer, tot oplegging van een straf en maatregel gelijk aan de eis van de officier van justitie.

Alles afwegend worden na te noemen straf en maatregel passend en geboden geacht.

VORDERINGEN BENADEELDE PARTIJEN

Vordering van [benadeelde partij 1]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 1], wonende te [woonplaats], ter zake van feit 1 primair onder parketnummer 10/640035-07. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 12.824,81.

De bij de vordering als bijlage gevoegde factuur, welke factuur aan de vordering ten grondslag ligt, betreft een factuur begrafeniskosten van [begrafenisonderneming] d.d. 5 april 2007, gericht aan mevrouw [echtgenote slachtoffer]. Mevrouw [echtgenote slachtoffer] moet dus aangemerkt worden als de benadeelde partij in de zin van de wet.

Niet gebleken is dat de heer [benadeelde partij 1] gemachtigd is om de onderhavige vordering namens mevrouw [echtgenote slachtoffer] in te dienen zodat de vordering niet door of - met machtiging - namens de benadeelde zelf is ingediend. De rechtbank kan niet anders dan concluderen dan dat de vordering, ondanks bijstand van Slachtofferhulp Nederland, formeel onjuist is ingediend, hetgeen de rechtbank belet de vordering toe te kunnen wijzen.

De vordering van benadeelde partij [benadeelde partij 1] zal dan ook moeten worden afgewezen.

Vordering [benadeelde partij 2]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], ter zake van feit 2 onder parketnummer 10/640035-07. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 5.630,01.

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 2 onder parketnummer 10/640035-07 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade is toegebracht en de gevorderde schadevergoeding, voor zover dit betreft de posten ‘tijdelijke vervanging voortand’ ad € 311,10 en ‘begroting voor implantaat’ ad € 3.961,06, de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de vordering ten aanzien van die posten, een totaalbedrag van € 4.272,16, worden toegewezen.

Het deel van de vordering van de benadeelde partij dat betrekking heeft op de overige posten is niet van zo eenvoudige aard, dat dit deel van de vordering zich leent voor behande¬ling in dit strafgeding. De benadeelde partij zal daarin niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aange¬bracht.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

Vordering [benadeelde partij 3]

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd [benadeelde partij 3], gevestigd te [vestigingsplaats], ter zake van feit 3 onder parketnummer 10/640035-07. De benadeelde partij vordert vergoeding van materiële schade tot een bedrag van € 10.000,00.

De door de benadeelde partij gevorderde vergoeding heeft betrekking op de gestolen BMW, gekentekend [kenteken]. Echter, ter beoordeling van de vordering is nodig een dagwaardebepaling van de desbetreffende BMW. Nu deze dagwaardebepaling ontbreekt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Behalve op de reeds genoemde artikelen is gelet op de artikelen 37a, 37b, 45, 47, 57, 63, 287, 288, 302, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart de dagvaarding onder parketnummer 10/643817-07 nietig voor zover het betreft het onder 6 ten laste gelegde feit;

- verklaart de dagvaarding onder parketnummer 10/643817-07 voor het overige geldig;

- verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder parketnummer 10/643817-07 onder 5 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

- verklaart bewezen, dat de verdachte de onder parketnummer 10/640035-07 onder 1primair, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 en de onder parketnummer 10/643817-07 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van twaalf (12) jaren;

- gelast dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld;

- beveelt dat de terbeschikkinggestelde van overheidswege wordt verpleegd;

- adviseert de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege te doen aanvangen niet later dan nadat de veroordeelde een derde deel van de hem opgelegde gevangenisstraf heeft uitgezeten;

- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] af;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € 4.272,16 (zegge: VIERDUIZEND TWEEHONDERDTWEEËNZEVENTIG EURO EN ZESTIEN EUROCENT) en veroor¬deelt de verdachte dit bedrag tegen kwij¬ting aan [benadeelde partij 2], wonende te [woonplaats], te betalen;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] niet-ontvankelijk in de vordering voor wat betreft het overig gevorderde en bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

- legt aan de verdachte de schadevergoedingsmaatregel op, inhoudende de verplichting aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] te betalen € 4.272,16 (zegge: VIERDUIZEND TWEEHONDERDTWEEËNZEVENTIG EURO EN ZESTIEN EUROCENT), bij gebreke van volledige betaling en volle¬dig verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van vijfentachtig (85) dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hech¬tenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

- verstaat dat betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] tevens geldt als betaling aan de Staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd;

- verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 3] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van Klaveren, voorzitter,

en mrs. Soffers en Frankruijter, rechters,

in tegenwoordigheid van Meulendijk, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2008.

Bijlage bij vonnis van 25 januari 2008:

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

10/640035-07

1.

(zaak Van der Heijden)

hij op of omstreeks 21 februari 2007 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,

immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

opzettelijk genoemde [slachtoffer]

- tegen de grond gewerkt en/of

- meermalen, althans eenmaal, bij de nek/hals beetgepakt en/of

- meermalen, althans eenmaal, geslagen en/of

- in de buik, althans tegen het lichaam, geschopt en/of getrapt en/of

- in het gezicht geslagen en/of gestompt en/of

- (stevig) vastgehouden en/of

- (met plakband/tape) de voeten en/of de handen vastgebonden en/of

- een arm/de armen vastgebonden (met het snoer van een föhn) en/of

- een doek in de mond gestopt en/of gedrukt en/of

- plakband/tape om de mond en/of de nek en/of het hoofd gedaan en/of

- een hand voor en/of op de mond gehouden en/of

- naar de kast gesleept en/of

- in een kast heeft opgesloten,

tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden, welke vorenomschreven

doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit,

te weten diefstal van een horloge en/of een geldbedrag en/of een kluis en/of

een auto, Renault Clio gekentekend [kenteken], en welke doodslag werd gepleegd

met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of

aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het

wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

[SR 47/288]

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 21 februari 2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

horloge en/of een geldbedrag en/of een kluis en/of een auto, Renault Clio

gekentekend [kenteken], in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld

misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het die [slachtoffer]

- tegen de grond werken en/of

- meermalen, althans eenmaal, bij de nek/hals beetpakken en/of

meermalen, althans eenmaal, slaan en/of

- in de buik, althans tegen het lichaam, schoppen en/of trappen en/of

- in het gezicht slaan en/of stompen en/of

- (stevig) vasthouden en/of

- (met plakband/tape) de voeten en/of de handen vastbinden en/of

- een arm/de armen vastbinden (met het snoer van een föhn) en/of

- een doek in de mond stoppen en/of drukken en/of

- plakband/tape om de mond en/of de nek en/of het hoofd doen en/of

- een hand voor en/of op de mond houden en/of

- naar de kast slepen en/of

- in de kast opsluiten,

ten gevolge van welk feit genoemde [slachtoffer] is overleden;

[SR 312/3]

2.

(zaak Papegaaistraat)

hij op of omstreeks 21 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Papegaaistraat, tezamen en in vereniging met een ander

of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon en/of een portemonnee met inhoud (waaronder geld en/of een bankpas

en/of een toegangspas van TNT) en/of een horloge en/of een sleutelbos, in elk

geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit

van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

die [slachtoffer] (onverhoeds) vastpakken en/of vasthouden, en/of

-(vervolgens) die [slachtoffer] ten val brengen, en/of

-(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) schoppen en/of trappen en/of slaan en/of

stompen tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer], en/of

-doorzoeken van de/een zak(ken) van die [slachtoffer], en/of

-pakken van de portemonnee en/of mobiele telefoon en/of sleutelbos uit de/een

zak(ken) van die [slachtoffer], en/of

-pakken van het horloge van een arm van die [slachtoffer];

[SR 47/312]

3.

(zaak Westerstraat)

hij op of omstreeks 13 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Westerstraat, in elk geval op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een

portemonnee met inhoud (waaronder een rijbewijs en/of identiteitspapieren

en/of bankbescheiden) en/of een mobiele telefoon en/of huissleutels en/of

autosleutels en/of een auto (merk BMW, type 3ER, kenteken [kenteken]), in elk

geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij/slachtoffer], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

-(onverhoeds) (met kracht) die [slachtoffer] op/tegen het (achter)hoofd slaan

en/of stompen, en/of

-die [slachtoffer] ten val brengen, en/of

-die [slachtoffer] (met kracht) met het hoofd op/tegen de grond duwen, en/of

-doorzoeken van de/een zak(ken) van die [slachtoffer], en/of

-pakken van de portemonnee en/of mobiele telefoon en/of huissleutels en/of

autosleutels uit de zak(ken) van die [slachtoffer];

[SR 47/312]

4.

(zaak Pompenburg)

hij op of omstreeks 21 februari 2007 te Rotterdam

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te

brengen,

met dat opzet die [slachtoffer] met een mes in een schouder, althans het lichaam heeft

gestoken en/of gesneden,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[SR 45/302]

5.

(zaak Parklaan)

hij op of omstreeks 01 februari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg(en) de Parklaan en/of de Coolsingel, in elk geval op een

openbare weg, meermalen, althans eenmaal (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

een portemonnee en/of een mobiele telefoon en/of geld (negenhonderdvijftig

euro of daaromtrent), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om

die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij

betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de

afgifte van geld (negenhonderdvijftig euro of daaromtrent), in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

-die [slachtoffer] (onverhoeds) vastpakken, en/of

-die [slachtoffer] een hand op de mond leggen, en/of

-die [slachtoffer] in het gezicht slaan en/of stompen, en/of

-doorzoeken van de zakken van die [slachtoffer], en/of

-pakken van de portemonnee en/of mobiele telefoon uit de zakken van die

[slachtoffer], en/of

-die [slachtoffer] (telkens) dwingen naar (een) pinautoma(a)t(en) te lopen/gaan,

en/of

-(telkens dicht) achter die [slachtoffer] gaan/blijven lopen en/of die [slachtoffer]

(telkens) in de rug duwen, en/of

-(telkens daarbij) die [slachtoffer] toevoegen van de woorden: "ik heb een

pistool" en/of "ik heb een mes" en/of "het is veel te weinig, loop naar een

pinautomaat" en/of "je kan je spullen terugkrijgen als je voor ons gaat

pinnen";

[SR 47/312/317]

6.

(zaak Van Vollenhovenstraat)

hij op of omstreeks 06 maart 2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een restaurant gelegen

aan de Van Vollenhovenstraat heeft weggenomen een slof sigaretten en/of drie

flessen (sterke) drank, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan Restaurant [restaurant], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming, te weten

door via een (kapot) dakkraam voornoemd restaurant binnen te gaan;

[SR 310/311]

7.

(pnr. 10.651046/07)

hij op of omstreeks 06 maart 2007 te Rotterdam tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening in / uit een woning aan de Heiligerleelaan 3 heeft weggenomen

(een)laptop(s) en/of een mobiele telefoon, in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn

mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben

verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik

heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming,

te weten een ruit van die woning in te slaan, althans te verbreken;

[SR 310/311]

10/643817-07

1.

(zaak Houtlaan)

hij op of omstreeks 13 januari 2007 te Rotterdam

op de openbare weg, de Houtlaan, in elk geval op een openbare weg,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele

telefoon en/of een portemonnee, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

-(onverhoeds) vastpakken van die [slachtoffer] en/of

-doorzoeken van de/een zak(ken) van die [slachtoffer] en/of

-pakken van de telefoon en/of portemonnee met inhoud (waaronder diverse passen

en/of een creditcard en/of een id-kaart) uit de/een zak(ken) van die [slachtoffer]

en/of

-(daarbij) die [slachtoffer] toevoegen (de) woorden (van de strekking): "heb je geld";

[SR 47/312]

2.

(zaak Van Walsumweg)

hij op of omstreeks 19 februari 2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de Burgemeester van Walsumweg heeft weggenomen een tas en/of een rijbewijs

en/of diverse passen en/of een laptop en/of een portemonnee, in elk geval enig

goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een

ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming, te weten

door op/over het balkon van voornoemde woning te klimmen en/of (vervolgens)

voornoemde woning binnen te gaan;

[SR 311]

3.

(zaak Kastanjesingel)

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2007 tot en met 14 februari

2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de Kastanjesingel heeft weggenomen autosleutels, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander

of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming, te weten

door via een raam voornoemde woning binnen te gaan;

[SR 311]

4.

(zaak Kastanjesingel)

hij in of omstreeks de periode van 13 februari 2007 tot en met 14 februari

2007 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen

-een auto (Hyundai Atos-Prime, kleur geel, kenteken [kenteken]) en/of

-een auto (Peugeot 307, kleur blauw, kenteken [kenteken]),

in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te

weten door die auto('s) (telkens) met een sleutel, tot het gebruik waartoe

hij, verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtig was/waren, in elk geval

een valse sleutel, te starten;

[SR 311]

5.

(zaak Ballegooysingel)

hij op of omstreeks 03 januari 2007 te Rotterdam

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning gelegen aan

de Ballegooysingel heeft weggenomen een laptop en/of een tas met inhoud

(waaronder een telefoon en/of een portemonnee en/of een rijbewijs en/of

diverse pasjes en/of sleutels) , in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of [slachtoffer],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/ het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door

middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door een ruit van een

deur van voornoemde woning in te slaan, in elk geval kapot te maken;

[SR 311]

6.

(zaak Groene Hilledijk)

hij op of omstreeks 30 augustus 2006 te Rotterdam

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning (eigendom

van [woningstichting]) gelegen aan de Groene Hilledijk heeft weggenomen een kluis met

inhoud (14.00 euro en/of een gouden euromunt en/of sieraden) en/of drie

telefoons en/of een televisie en/of een computerbeeldscherm en/of een

fotocamera, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)

waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft

en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben

gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, te weten door een

(voor)deur van voornoemde woning in te trappen, in elk geval kapot te maken.

[SR 311]