Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BC4117

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-12-2007
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
265169 / HA ZA 06-1949
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

verzekeringsrecht, schending meldingsplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 265169 / HA ZA 06-1949

Uitspraak: 19 december 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de naamloze vennootschap REAAL LEVENSVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Alkmaar,

eiseres,

procureur mr. J.G.A. van Zuuren,

advocaat mr. W.A. Luiten en mr. A. van Duijn-Koopman te Rotterdam,

- tegen -

de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND

SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. O.E. Meijer,

advocaat mr. N.C. Haase te Amsterdam.

Partijen worden hierna aangeduid als "Reaal" respectievelijk "Erasmus".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 7 juli 2006 en de door Reaal overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek, met producties;

- conclusie van dupliek, met een productie;

- akte uitlating productie aan de zijde van Reaal.

2 Het geschil

De vordering luidt om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat Allianz gehouden is dekking te verlenen en aan Reaal te betalen al hetgeen Reaal in de procedure tussen haar en [betrokkene] gehouden zal zijn aan [betrokkene] te betalen, alsmede aan Reaal te vergoeden alle kosten van verweer in de procedure tussen Reaal en [betrokkene], dit alles te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop Reaal enig bedrag zal hebben te betalen, alsmede Allianz te veroordelen in de kosten van deze procedure.

Allianz heeft de vordering van Reaal gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Reaal bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

3.1 De rechtbank neemt de volgende feiten als vaststaand aan:

a. Tussen de naamloze vennootschap Nieuwe Hollandse Lloyd Levensverzekering-maatschappij N.V. (hierna: NHL), rechtsvoorgangster van Reaal, en Allianz is in 1985 door tussenkomst van ABN-AMRO makelaars in Assurantiën een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven en beroepen gesloten. De werkgeversaansprakelijkheid maakt deel uit van de dekking.

De rechtbank zal hierna NHL tevens aanduiden als Reaal.

b. De verzekeringsvoorwaarden luiden - voor zover relevant - als volgt:

“7. SCHADE

7.1 VERPLICHTINGEN VAN VERZEKERDEN

7.1.1. Aanmelding:

zodra een verzekerde kennis draagt van een aanspraak of omstandigheid die voor verzekeraars tot een verplichting tot uitkering kan leiden is hij verplicht dit zonder uitstel mee te delen aan verzekeraars.

7.1.2. Gegevens verstrekken:

verzekerden zijn verplicht alle in verband met de schade ontvangen brieven, documenten (zoals gerechtelijke stukken, dagvaardingen en aansprakelijkstellingen) en alle overige informatie die op schade betrekking heeft zo spoedig mogelijk aan verzekeraars te overleggen.

(…)

7.1.4 Gevolgen bij niet nakomen:

niet nakoming van de verplichtingen heeft geen verval van rechten op schadevergoeding tot gevolg behalve indien verzekeraars aannemelijk maken dat daardoor de aansprakelijkheid van verzekerden is ontstaan of vergroot.

(…)

7.3. VERVAL VAN RECHTEN

het recht op uitkering vervalt indien de aanmelding van de schade niet plaatsvindt binnen drie jaar na het moment waarop verzekerden wisten van een aanspraak en/of omstandigheid die voor verzekeraars tot een verplichting tot uitkering zou kunnen leiden. (…)”

c. Ingaande 1 januari 2000 heeft Reaal de verzekeringsmaatschappij Elvia Verzekeringen (hierna: Elvia) overgenomen. Werknemers van Elvia traden met ingang van die dag in dienst van Reaal.

d. Op 6 september 2000 heeft een voormalig werknemer van Elvia, [betrokkene] zich ziek gemeld. Met ingang van 6 september 2001 heeft [betrokkene] een WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80% gekregen. Met ingang van 21 mei 2003 is zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld naar de klasse van 80 tot 100%.

e. Bij brief van 15 april 2005 heeft het Bureau Beroepsziekten van de FNV Reaal namens [betrokkene] aansprakelijk gesteld voor de schade die [betrokkene] zou hebben geleden als gevolg van het feit dat Reaal haar verplichtingen als werkgever niet was nagekomen. Reaal heeft deze brief niet doorgezonden aan Allianz.

[betrokkene] heeft Reaal bij dagvaarding van 7 februari 2006 gedagvaard voor de rechtbank Utrecht, sector kanton. [betrokkene] stelt in het kader van deze procedure - kort samengevat - dat hij in de uitoefening van zijn werkzaamheden bij Reaal psychisch letsel heeft opgelopen en dat Reaal aansprakelijk is voor de door hem geleden en nog te lijden schade.

g. Reaal heeft bij e-mail van 13 februari 2006 de schade aan Allianz gemeld.

3.2 Reaal legt aan haar vordering ten grondslag dat Allianz op basis van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden gehouden is dekking te verlenen voor de door haar geclaimde schade.

Allianz voert hiertegen als verweer aan dat Reaal de op haar rustende mededelingsplicht, zoals neergelegd in artikel 7.1.1 van de verzekeringsvoorwaarden, heeft geschonden door eerst vijf en een half jaar nadat het Reaal in oktober 2000 duidelijk was dat de uitval van [betrokkene] mogelijk werkgerelateerd was bij Allianz de schade te melden, dat Allianz door de (veel) te late melding in een redelijk belang is geschaad en dat de aansprakelijkheid van Reaal voor schade door de te late melding is ontstaan en/of vergroot zodat op grond van artikel 7.1.4 van de verzekeringsvoorwaarden het recht op uitkering is komen te vervallen.

Allianz voert voorts als verweer aan dat de aanspraak van Reaal op dekking krachtens de verzekeringsvoorwaarden is verjaard, zodat Reaal geen dekking meer hoeft te verlenen. Ter onderbouwing van dit verweer stelt Allianz dat op grond van artikel 7.3 van de verzekeringsvoorwaarden een verjaringstermijn geldt van drie jaar. In aanmerking nemende dat [betrokkene] zich op 1 september 2000 (de rechtbank leest: 6 september 2000) heeft ziek gemeld wegens werkgerelateerde burn-outklachten, hij in oktober 2000 de Arbo-arts heeft bezocht en in 2001 door het GAK 65-80% arbeidsongeschikt is verklaard, is de aanspraak van Reaal op een verzekeringsuitkering in de visie van Allianz verjaard op 1 september 2003 (de rechtbank leest: 6 september 2003), althans in oktober 2003, doch in ieder geval in juli 2004.

3.3 De rechtbank overweegt als volgt ter zake de (schending van de) meldingsplicht. Allianz stelt in haar conclusie van antwoord (onder 7) dat [betrokkene] nadat hij zich op 6 september 2000 had ziek gemeld in oktober 2000 de Arbo-arts heeft bezocht en dat deze de klachten van [betrokkene] (onder andere bestaande uit misselijkheid, vermoeidheid en hartkloppingen) heeft geweten aan de situatie van de laatste jaren op het werk en als diagnose heeft gestelde P619 (surmenage; overspannenheid-rechtbank), dat Reaal destijds van de Arbo-arts berichtgeving heeft ontvangen over het feit dat de uitval van [betrokkene] werkgerelateerd kon zijn en dat Reaal derhalve in oktober 2000 al wist dat de uitval van [betrokkene] mogelijk werkgerelateerd was.

Reaal heeft bij conclusie van repliek in een reactie hierop verwezen naar hetgeen zij ter zake reeds had gesteld in de onderdelen 19 en 20 van haar dagvaarding. Het aldaar door Reaal gestelde kan niet als een voldoende betwisting van de hiervoor weergegeven stellingen van Allianz worden aangemerkt. De rechtbank neemt in dit verband tevens in aanmerking dat Reaal in onderdeel 5 van de dagvaarding heeft gesteld dat uit de berichten die zij ontving van de Arbo-dienst en de Bedrijfsvereniging bleek dat [betrokkene] in verband met de overname van Elvia enige tijd in een onzekere situatie had verkeerd. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat uit de interne notitie waarnaar Reaal in dit verband verwijst voor een uiteenzetting van de problemen van [betrokkene] die tot de ziekmelding hebben geleid, en die als productie 1 bij dagvaarding is overgelegd, eveneens volgt dat een van de oorzaken van de uitval van [betrokkene] was gelegen in het feit dat hij lange tijd in een onzekere situatie had verkeerd door de overname van Elvia door NHL en dat hij als een van de laatst overgebleven medewerkers bij Elvia zich alle lopende problemen door zijn betrokkenheid erg aantrok.

Op basis van het voorgaande neemt de rechtbank als vaststaand aan dat Reaal in oktober 2000 wist dat de klachten van [betrokkene] als gevolg waarvan hij zich ziek had gemeld mogelijk werkgerelateerd waren en derhalve ook wist van een omstandigheid die voor verzekeraars tot een verplichting tot uitkering zou kunnen leiden. Hiervan uitgaande heeft Reaal in strijd gehandeld met artikel 7.1.1 van de toepasselijke verzekeringsvoorwaarden door niet in oktober 2000 deze omstandigheid aan Allianz mede te delen.

3.4 Aan voormeld oordeel staat niet in de weg dat Reaal, zoals zij stelt, geen aanleiding had om te veronderstellen dat [betrokkene] een vordering jegens haar zou instellen omdat in die periode vorderingen op een werkgever wegens burn-out vrijwel niet voorkwamen. Reaal heeft op basis van artikel 7.1.1 van de verzekeringsvoorwaarden de verplichting om aan haar bekende omstandigheden die tot een verplichting tot uitkering kunnen leiden zonder uitstel aan verzekeraars mee te delen. Gesteld noch gebleken is dat Reaal niet had kunnen en niet had behoren te beseffen dat de betreffende omstandigheden tot een verplichting tot uitkering zouden kunnen leiden. De rechtbank neemt in dit verband tevens in aanmerking dat Allianz bij conclusie van antwoord (onder 14) heeft gesteld, hetgeen door Reaal niet is betwist, dat burn-out sinds 1998 door het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten is erkend als beroepsziekte zodat vanaf die tijd werkgevers geconfronteerd konden worden, en ook werden, met een vordering wegens burn-out.

3.5 Evenmin staat aan voormeld oordeel van de rechtbank in de weg het verweer van Reaal dat Allianz in de zaak van de heer Trouwborst, destijds een collega van [betrokkene] die zich op 21 juli 2001 heeft ziek gemeld, niet het standpunt heeft ingenomen dat Reaal de schade niet meteen na de ziekmelding van Trouwborst heeft gemeld. Niet is gesteld en evenmin is gebleken dat bij Reaal als gevolg hiervan het vertrouwen was gewekt dat tijdige melding niet (meer) was vereist voor het zekerstellen van een recht op uitkering onder de verzekering. Dat bij Reaal een dergelijk vertrouwen zou zijn gewekt door de kwestie van Trouwborst ligt ook niet voor de hand nu de ziekmelding van Trouwborst dateert van na de ziekmelding van [betrokkene].

3.6 Tussen partijen is niet in geschil dat Reaal bij e-mail van 13 februari 2006 de schade aan Allianz heeft gemeld. Dit leidt ertoe dat tussen het moment waarop Reaal wist van een omstandigheid die voor Allianz tot een verplichting tot uitkering zou kunnen leiden (oktober 2000) en de aanmelding van de schade een periode van bijna vijf en een half jaar is verstreken.

3.7 Allianz heeft zich er, zoals volgt uit het voorgaande, op beroepen dat de aanspraak van Reaal onder de verzekeringsovereenkomst is verjaard omdat Reaal niet binnen de in artikel 7.3 van de verzekeringsvoorwaarden gestelde termijn van drie jaar nadat het bij haar bekend was dat de ziekte van [betrokkene] werkgerelateerd was de melding van de schade heeft gedaan. Nu Allianz dit verweer eerst bij conclusie van dupliek heeft gedaan en Reaal derhalve op dit verweer nog niet heeft kunnen reageren, wordt zij in de gelegenheid gesteld om zich hierover bij akte na tussenvonnis alsnog uit te laten. Allianz zal hierop bij antwoordakte kunnen reageren.

3.8 Allianz heeft zich er voorts op beroepen dat zij door de (veel) te late melding in een redelijk belang is geschaad en dat de aansprakelijkheid van Reaal voor schade door de te late melding is ontstaan en/of vergroot zodat op grond van artikel 7.1.4 van de verzekeringsvoorwaarden het recht op uitkering is komen te vervallen.

In dit verband voert Allianz - zeer kort weergegeven - aan dat bij een eerdere melding (en daarop gevolgd onderzoek door een expert) mogelijk een procedure voorkomen zou zijn doordat Allianz gemotiveerd aansprakelijkheid had kunnen afwijzen dan wel dat zij in dat geval aansprakelijkheid zou hebben erkend met de reële mogelijkheid dat [betrokkene] weer volledig gereïntegreerd had kunnen worden (bij Reaal of elders).

Reaal heeft hiertegen als verweer samengevat het volgende aangevoerd. De beweerde aansprakelijkheid van Reaal jegens [betrokkene] is niet door de te late melding ontstaan, nu de claim van [betrokkene] betrekking heeft op de arbeidsomstandigheden van [betrokkene] bij Reaal die losstaan van de verzekeringsrechtelijke relatie tussen Reaal en Allianz.

Allianz heeft niet aangetoond dat de beweerdelijke aansprakelijkheid van Reaal jegens [betrokkene] door de te late melding is vergroot. In dit verband wijst Reaal er in de eerste plaats op dat Allianz na de melding in februari 2006 alsnog het door haar gewenste onderzoek had kunnen verrichten. Voorts wijst Reaal erop dat, ook als nader onderzoek op het moment van melding niet meer tot de mogelijkheden behoorde, Allianz hierdoor niet in een redelijk belang is geschaad nu aangenomen moet worden dat ook als er wel onderzoek was verricht (en hieruit was gebleken dat Reaal haar zorgverplichtingen niet had geschonden) er een reële kans was geweest dat [betrokkene] een procedure tegen Reaal had gestart.

Als er al van zou moeten worden uitgegaan dat Allianz (na onderzoek) de aansprakelijkheid van Reaal had erkend en een reïntegratiedeskundige had benoemd, dan is in de visie van Reaal niet aannemelijk dat dit tot een beter resultaat zou hebben geleid. Zelfs indien moet worden aangenomen dat Allianz een beter resultaat zou hebben behaald dan Reaal bij de reïntegratie van [betrokkene] kan dit Allianz niet baten, aldus Reaal, omdat niet aannemelijk is dat Allianz aansprakelijkheid van Reaal jegens [betrokkene] zou hebben erkend en een reïntegratiedeskundige zou hebben benoemd.

3.9 De door beide partijen ingenomen standpunten lijken erop te duiden dat zij het erover eens dat artikel 7.1.4 van de verzekeringsvoorwaarden aldus dient te worden uitgelegd dat niet nakoming van de mededelingsverplichting als bedoeld in artikel 7.1.1 geen verval van rechten op schadevergoeding tot gevolg heeft, behalve indien Allianz aantoont dat zij hierdoor in een redelijk belang is geschaad. Partijen refereren in dit verband aan het op 1 januari 2006 in werking getreden artikel 7:941 lid 4 BW, welk artikel een vastlegging is van de voordien bestaande vaste rechtspraak op dit punt. Partijen discussiëren vervolgens over de vraag in hoeverre, uitgaande van deze uitleg, op Allianz de plicht rust om te stellen en bij betwisting te bewijzen dat zij door het schenden van de mededelingsplicht door Reaal in een redelijk belang is geschaad.

De rechtbank stelt partijen (eerst Reaal) in de gelegenheid om zich bij de hiervoor bedoelde akten na tussenvonnis erover uit te laten of de rechtbank hun standpunten ter zake de uitleg van artikel 7.1.4 van de verzekeringsvoorwaarden juist heeft begrepen.

3.10 De rechtbank verzoekt Reaal om eveneens bij genoemde akten na tussenvonnis de in de procedure tussen Reaal en [betrokkene] beschikbare processtukken, voor zover deze nog niet in het geding zijn gebracht en inmiddels wel beschikbaar zijn, te overleggen, alsmede om het vonnis in die procedure te overleggen, indien dit inmiddels is gewezen.

3.11 De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan.

4 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

verwijst de zaak naar de rol van woensdag 30 januari 2008 voor het nemen van een akte na tussenvonnis aan de zijde van Reaal.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F. Koekebakker.

Uitgesproken in het openbaar.

1582