Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BC4045

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
12-02-2008
Zaaknummer
270081 / HA ZA 06-2755
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Diefstal van elektriciteit is onrechtmatig jegens netwerkbeheerder (Essent). Essent is weliswaar niet de eigenaar van de elektriciteit, maar is als netwerkbeheerder wel gehouden de door de afnemer afgenomen maar niet geregistreerde elektriciteit (netverliezen) aan de elektriciteitsproducent te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 270081 / HA ZA 06-2755

Uitspraak: 5 december 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ESSENT NETWERK B.V.,

gevestigd te ’s-Hertogenbosch,

eiseres,

procureur mr. P.H.C.M. van Swaaij,

advocaat mr. G.E.M.C. Reinartz te Eindhoven,

- tegen -

[gedaagde],

wonende te Rotterdam,

gedaagde,

procureur en advocaat mr. A.W. Dolphijn te Rotterdam.

Partijen blijven hierna aangeduid als "Essent" respectievelijk "[gedaagde]".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 1 augustus 2007 en de daaraan ten grondslag liggende producties;

- akte aan de zijde van Essent d.d. 12 september 2007;

- akte aan de zijde van [gedaagde] d.d. 10 oktober 2007.

2 De verdere beoordeling

2.1

Bij voormeld vonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat in het door hem gehuurde pand buiten de meter om elektriciteit werd afgenomen. Voorts heeft de rechtbank geoordeeld dat niet duidelijk is op welke grond Essent gerechtigd is de door haar gevorderde schade op [gedaagde] te verhalen, nu vaststaat dat Essent de netwerkbeheerder en niet de eigenaar van de elektriciteit is. Essent is in de gelegenheid gesteld zich hierover nader uit te laten.

2.2

Essent heeft bij akte aangegeven dat zij weliswaar niet de eigenaar is van de elektriciteit, maar dat zij de door [gedaagde] gestolen elektriciteit wel aan de elektriciteitsproducent heeft moeten betalen. Hiertoe heeft Essent -kort gezegd- uiteengezet dat de levering van elektriciteit geschiedt door de elektriciteitsleverancier en dat het transport van de elektriciteit naar de afnemer (in casu [gedaagde]) geschiedt door de netwerkbeheerder (in casu Essent). De producent zet een afgemeten hoeveelheid elektriciteit op het elektriciteitsnet. Deze elektriciteit is ingekocht door de leverancier. Deze rekent achteraf de door de afnemers verbruikte elektriciteit met de producent af. De door de afnemers verbruikte energie wordt berekend aan de hand van de registratie op de kWh-meters van de afnemers. De verbruikte, maar niet op een kWh-meter van een afnemer geregistreerde elektriciteit kan dus niet door de leverancier worden afgerekend met de producent. Het verschil tussen de hoeveelheid elektriciteit die door de producent op het elektriciteitsnet is gezet en de hoeveelheid elektriciteit die door de leveranciers met de producent is afgerekend, zogenaamde netverliezen, moet door de netwerkbeheerder aan de producent worden betaald. Deze netverliezen zijn in de eerste plaats het gevolg van het feit dat het transporteren van elektriciteit energieverlies met zich brengt, maar kunnen in de tweede plaats het gevolg zijn van fraude met het afnemen van elektriciteit (bijvoorbeeld illegale aftakkingen of het terugdraaien of stilzetten van de kWh-meter). Omdat door fraude met het afnemen van elektriciteit netverlies optreedt dat voor rekening van de netwerkbeheerder komt heeft [gedaagde] jegens Essent onrechtmatig gehandeld.

[gedaagde] heeft gesteld het onwaarschijnlijk te achten dat de zogenaamde netverliezen voor rekening van Essent komen en voorts gesteld dat dit als niet bewezen dient te worden beschouwd nu Essent de overeenkosten(en) met de elektriciteitsproducent en de elektriciteitsleverancier niet heeft overgelegd.

De rechtbank oordeelt als volgt. De stelling van Essent -namelijk dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Essent, de netwerkbeheerder, heeft gehandeld- is voldoende nader onderbouwd nu Essent heeft toegelicht dat zij weliswaar niet de eigenaar is van de elektriciteit, maar dat zij de in het door [gedaagde] gehuurde pand afgenomen maar niet geregistreerde elektriciteit wel aan de elektriciteitsproducent heeft moeten betalen omdat zij als netwerkbeheerder gehouden is alle netverliezen aan de producent te betalen. Door slechts te stellen de nadere onderbouwing van Essent onwaarschijnlijk te achten heeft [gedaagde] deze nadere onderbouwing niet voldoende gemotiveerd betwist. De rechtbank gaat derhalve voorbij aan de stelling van [gedaagde] en neemt als vaststaand aan dat niet [gedaagde] maar Essent de in het door [gedaagde] gehuurde pand afgenomen maar niet geregistreerde elektriciteit heeft moeten betalen. Hiermee staat vast dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld jegens Essent.

2.3

[gedaagde] heeft nog betwist dat hij verantwoordelijk was voor het buiten de meter om afnemen van elektriciteit. Daarnaast heeft [gedaagde] betwist dat Essent schade heeft geleden welke is veroorzaakt door [gedaagde], althans welke aan [gedaagde] zou kunnen worden toegerekend.

Ten aanzien van de verantwoordelijkheid van [gedaagde] voor het buiten de meter om afnemen van elektriciteit heeft de rechtbank bij voormeld vonnis reeds geoordeeld dat [gedaagde] een onrechtmatige daad heeft gepleegd doordat in het door hem gehuurde pand buiten de meter om elektriciteit werd afgenomen. De rechtbank neemt in ogenschouw dat het een feit van algemene bekendheid is dat de elektriciteit ten behoeve van een hennepkwekerij veelal op illegale wijze wordt afgenomen. Van [gedaagde] mocht worden verwacht dat hij er onderzoek naar deed of dat in dit geval anders was. Nu [gedaagde] desondanks heeft nagelaten zich ervan te vergewissen dat er niet illegaal elektriciteit werd afgenomen moet deze onrechtmatige daad aan hem worden toegerekend en is [gedaagde] verplicht de schade die Essent dientengevolge heeft geleden, te vergoeden.

2.4

Ten slotte heeft [gedaagde] enerzijds ten aanzien van de berekening van de schade ter zake van het niet-geregistreerde energieverbruik en anderzijds ten aanzien van de overige door Essent gevorderde kosten verweer gevoerd.

Over de berekening van de schade ter zake van het niet-geregistreerde energieverbruik en over de overige door Essent gevorderde kosten heeft de rechtbank bij voormeld tussenvonnis reeds beslist. Zoals in het tussenvonnis is aangegeven is, nu vast is komen te staan dat Essent gerechtigd is de schade op [gedaagde] te verhalen, de vordering toewijsbaar ter zake van het niet-geregistreerde energieverbruik (€ 28.620,62), de kosten van het ongedaan maken van de illegale verzwaring (€ 124,95), de administratiekosten (€ 70,21), de kosten voor afsluiting en heraansluiting (€ 102,34) en de kosten voor de werkzaamheden van de fraude-inspecteur (€ 407,05), zodat het totaal toe te wijzen bedrag hiermee komt op

€ 29.388,17, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 9 mei 2003.

Op deze uitdrukkelijke en zonder voorbehoud gegeven beslissing kan, volgens vaste jurisprudentie, uit een oogpunt van een goede procesorde niet meer worden teruggekomen. Deze geschilpunten kunnen slechts in een volgende instantie opnieuw in debat worden gebracht. De rechtbank gaat daarom niet in op hetgeen [gedaagde] te dien aanzien nog heeft aangevoerd.

2.5

Gezien het voorgaande zal de rechtbank de vordering van Essent toewijzen.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Essent worden veroordeeld.

Aan de akte van Essent d.d. 12 september 2007 zal geen zogenaamd procespunt conform het liquidatietarief worden toegekend, nu het, naar het oordeel van de rechtbank op de weg van Essent had gelegen de nadere onderbouwing van haar stelling dat de onrechtmatige daad van [gedaagde] juist jegens Essent onrechtmatig was op een eerder moment in het geding te brengen, zodat nadere aktewisseling hierover had kunnen worden vermeden.

3 De beslissing

De rechtbank,

veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Essent te betalen het bedrag van € 29.388,17 (zegge: negenentwintigduizend driehonderdachtentachtig euro en zeventien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 BW over dit bedrag vanaf 9 mei 2003 tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Essent bepaald op € 645,- aan vast recht, op € 71,32 aan overige verschotten en op € 868,50 aan salaris voor de procureur;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege.

Uitgesproken in het openbaar.

1967/204