Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BC1215

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
07-01-2008
Zaaknummer
280407 / HA ZA 07-722
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheidsincident. Forumkeuzebeding in algemene voorwaarden met keuzemogelijkheid voor één van de partijen .

'Anders dan verweerster in incident heeft betoogd, betekent het enkele feit dat aan eiseres in incident de keuze wordt gelaten om een geschil aan de rechtbank te ‘s-Gravenhage of aan arbiters voor te leggen niet dat partijen geen geldig forumkeuzebeding zijn overeengekomen.'

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 280407 / HA ZA 07-722

Uitspraak: 24 oktober 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NACAP BENELUX B.V.,

gevestigd te Barendrecht,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

advocaat mr. B.D. Roelink,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IMTECH MARINE AND OFFSHORE B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr.W.J. Hengeveld,

advocaat mr. J.O. Berlage,

Partijen worden hierna aangeduid als "Nacap" respectievelijk "Imtech".

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in het griffiedossier. Uit die stukken blijkt het procesverloop.

1 Het geschil in het incident

1.1 Imtech heeft gevorderd dat deze rechtbank zich bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad onbevoegd verklaart om van de vordering van Nacap kennis te nemen, met veroordeling van Nacap in de kosten van de procedure met inbegrip van de nakosten, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de veertiende dag na de datum van het te wijzen vonnis.

1.2 Imtech heeft gesteld dat haar algemene inkoopvoorwaarden (hierna: de voorwaarden) deel uitmaken van de overeenkomst tussen Nacap en Imtech en in paragraaf 16.2 bepalen dat het geschil dient te worden berecht, hetzij door de bevoegde rechter in het arrondissement ’s-Gravenhage, hetzij door arbitrage.

1.3 Nacap heeft de vordering gemotiveerd betwist.

2 De beoordeling in het incident

2.1 Niet in geschil is dat de voorwaarden, inclusief paragraaf 16.2, deel uitmaken van de aan de hoofdzaak ten grondslag gelegde overeenkomst. Kern van het geschil is de vraag of paragraaf 16.2 van de voorwaarden leidt tot onbevoegdheid van deze rechtbank.

2.2 Paragraaf 16.2 van de voorwaarden luidt als volgt: “Alle geschillen (daaronder begrepen die welke slechts door één der partijen als zodanig worden beschouwd) die naar aanleiding van deze overeenkomst of daaruit voortvloeiende overeenkomsten tussen partijen mogen onstaan zullen, hetzij worden berecht door de bevoegde rechter in het arrondissement te

’s-Gravenhage, hetzij door arbitrage overeenkomstig het reglement van het Nederlandse Arbitrage Instituut (N.A.I.) te Rotterdam, een en ander ter keuze van Imtech. Indien sprake is van een geschil dat niet in der minne kan worden opgelost spreekt Imtech zich binnen vier weken na een daartoe strekkend verzoek van opdrachtnemer uit omtrent haar voorkeur”.

2.3 Anders dan Nacap heeft betoogd, betekent het enkele feit dat aan Imtech de keuze wordt gelaten om een geschil aan de rechtbank te ‘s-Gravenhage of aan arbiters voor te leggen niet dat partijen geen geldig forumkeuzebeding zijn overeengekomen.

2.4 Nacap heeft nog gewezen op de omstandigheid dat zij na het leggen van conservatoir derdenbeslag binnen twee weken de eis in de hoofdzaak diende in te stellen, terwijl Imtech op grond van paragraaf 16.2 van de voorwaarden vier weken de tijd zou hebben zich uit te spreken. Dit zou volgens haar betekenen dat Nacap geen tijd zou hebben gehad de keuze van Imtech af te wachten. Dit verweer stuit reeds af op het feit dat nergens uit blijkt dat Nacap overeenkomstig paragraaf 16.2 van de voorwaarden aan Imtech heeft gevraagd zich uit te laten conform deze paragraaf. De volgens haar bestaande onzekerheid is een situatie die zij – mede – zelf in de hand heeft en zelf in het leven heeft geroepen.

2.5 De enkele ongespecificeerde en niet nader onderbouwde stelling dat Imtech geen belang heeft bij haar incidentele vordering, omdat zij is gevestigd in Rotterdam, is onvoldoende om te leiden tot het oordeel dat rechtbank Rotterdam bevoegd is.

2.6 Imtech heeft zich, ondanks dat zij hiervoor naar het oordeel van de rechtbank de gelegenheid had in haar incidentele conclusie, niet uitgesproken over haar keuze tussen arbitrage of behandeling door de bevoegde rechter te ’s-Gravenhage. Nu het geschil in hoofdzaak reeds aanhangig is gemaakt bij de rechtbank en de rechtbank te ’s-Gravenhage volgens de voorwaarden bevoegd is kennis te nemen van het geschil in hoofdzaak, zal de rechtbank Rotterdam de zaak verwijzen naar de rechtbank ’s-Gravenhage.

2.7 Het vooroverwogene leidt tot toewijzing van de vordering, met veroordeling van Nacap in de kosten van het incident. De nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen als hierna vermeld. De wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf veertien dagen na betekening van de kosten.

2 De beslissing

De rechtbank,

verklaart zich onbevoegd van de vordering kennis te nemen en verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank te ’s-Gravenhage;

veroordeelt Nacap in de kosten van dit incident, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Imtech begroot op € 452,00 aan salaris voor de procureur;

veroordeelt Nacap , indien zij niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de veroordeling voldoet, tot betaling van € 131,-- aan nakosten, verhoogd met € 68,-- aan betekeningskosten in het geval betekening van de executoriale titel plaatsvindt;

bepaalt dat Nacap de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:120 lid 1 Burgerlijk Wetboek verschuldigd is over de proceskosten vanaf veertien dagen na de betekening van deze kosten aan Nacap tot aan de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordeling betreft.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. de Loor-Alwin.

Uitgesproken in het openbaar.

1634/1548