Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BC0822

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
21-12-2007
Datum publicatie
21-12-2007
Zaaknummer
10/637732-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

FF Kappe-project. Burgemeester van Rotterdam heeft een bevel uitgegeven wat is gebaseerd op artikel 172, derde lid van de Gemeentewet. Beschrijving aanleiding bevel. Toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit. Opzetverweer. Bewezenverklaring en oplegging geheel voorwaardelijke geldboete.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AB 2008, 200 met annotatie van A.E. Schilder, J.G. Brouwer
Gst. 2008, 104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/637732-07

Datum uitspraak: 21 december 2007

Tegenspraak

VONNIS

van de politierechter in de RECHTBANK ROTTERDAM in de zaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] (Marokko),

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [adres verdachte].

Raadsvrouw mr. A.C.G. Kaijen, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2007 en 13 december 2007.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr.drs. Vreugdenhil heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op 11 mei 2007 te Rotterdam op de 1e Middellandstraat, meermalen opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 172 lid 3 Gemeentewet, gedaan door I.W. Opstelten, burgemeester van Rotterdam, welke als ambtenaar was belast met de uitvoering van enig toezicht, immers heeft verdachte toen en daar (telkens) opzettelijk, nadat voornoemde ambtenaar hem in het belang van de openbare orde bij schriftelijk bevel met

kenmerk 07BSD01004 de dato 27 maart 2007, welk bevel de dato 04 april 2007 aan verdachte is uitgereikt of waarvan de inhoud van dat bevel aan verdachte op 04 april 2007 mondeling is medegedeeld, had bevolen, althans van hem had gevorderd om - gedurende een periode van een (1) jaar, aanvangende op 04 april 2007 - in de omgeving van de 1e Middellandstraat en in de nabij gelegen (zij)straten (onder andere) zich niet hinderlijk op te houden of te hangen in portieken, tegen gevels van gebouwen, winkels en woningen, geen gevolg gegeven aan dit bevel of die vordering, door toen en daar,

- omstreeks het tijdstip van 18.55 uur tot en met 19.02 uur zich zonder redelijk doel op te houden tegen een gevel van een gebouw (gelegen aan de 1e Middellandstraat nr.122) door met zijn voet tegen de gevel van dat gebouw te leunen, tengevolge waarvan voetgangers of passanten werden gedwongen om zich om verdachte heen te bewegen teneinde hun weg te kunnen vervolgen, en

- omstreeks het tijdstip van 19.07 uur tot en met 19.20 uur zich zonder redelijk doel op te houden in een portiek (gelegen aan de 1e Middellandstraat nr.114), door in dat portiek tegen de deur van een woning te leunen of op de drempel van die deur te staan of van die deur weg te lopen en in dat portiek te blijven staan of met zijn schouder tegen het gebouw te leunen, tengevolge waarvan verdachte gedeeltelijk, de vrije toegang tot die in dat portiek bevindende deur van een woning of deur van een kleding winkel blokkeerde of versperde;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daar van worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen.

Algemeen

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, komt naar voren dat de Burgemeester van Rotterdam op 27 maart 2007 heeft besloten om aan de verdachte voor de duur van een jaar een 'FF-kappe'-bevel op te leggen. Een dergelijk bevel is gebaseerd op artikel 172, derde lid van de Gemeentewet. Dit bevel houdt een aantal gedragsaanwijzingen in welke gelding hebben in een beperkt gebied van Rotterdam, begrensd door een aantal met name genoemde straten in de deelgemeente Delfshaven.

Uit de in het dossier aanwezige sfeerrapportage blijkt dat er in deze straten sprake is van structurele overlast van jeugdigen, die zich op deze locaties ophouden. De Burgmeester overweegt in het bevel - onder meer - dat de aanhoudende overlast een ernstige bedreiging vormt voor het leefklimaat ter plaatse.

Uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Serar d.d. 31 mei 2007 blijkt dat de verdachte in de periode van 16 januari 2002 tot en met 08 mei 2007, maar meer in het bijzonder in de jaren 2005, 2006 en 2007 diverse malen in aanraking is gekomen met de politie voor - kort gezegd - feiten zoals overtreding van een winkelverbod, hinderlijk gedrag in gebouwen, overtreding van een gebiedsontzegging, softdrugsgebruik en verdenkingen terzake diefstal, openlijke geweldpleging, bedreiging, verkeersovertredingen en het dealen van drugs.

De verdachte is hierover gehoord in een zienswijzengesprek en heeft beterschap toegezegd. De toen daar gemaakte afspraken zijn niet nagekomen en als reactie daarop heeft de Burgemeester bovengenoemd bevel uitgevaardigd.

Verbalisanten Sarar en Peters hebben de hen ambtshalve bekende [verdachte] op 11 mei 2007 de feitelijkheden zien begaan zoals deze in de bewezenverklaring zijn opgenomen. Bij zijn eerste verhoor bij de politie erkent de verdachte in beide gevallen daar te hebben gestaan. Hij betwist wel de tijdsduur van de gedragingen.

Proportionaliteit en subsidiariteit

Namens de verdachte is aangevoerd dat de vordering niet krachtens enig wettelijk voorschrift is gedaan, nu niet is voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit zoals de Gemeentewet dat vraagt.

Dit verweer wordt verworpen.

Een bevel van de burgemeester kan haar wettelijke grondslag vinden in artikel 172, derde lid van de Gemeentewet. Onder bepaalde omstandigheden kan de burgemeester om hem moverende redenen beslissen dat een individu zich in een bepaald gebied niet hinderlijk of overlastgevend zal ophouden, wanneer dit redelijkerwijs noodzakelijk te achten is voor de handhaving van de openbare orde. Hoewel de burgemeester een zekere beleidsbevoegdheid bij deze bevelsbevoegdheid toekomt, dient krachtens genoemd artikel het bevel echter steeds in overeenstemming te zijn met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit.

Het subsidiariteitsbeginsel, hiervoor genoemd, dat in acht genomen moet worden bij de toepassing van artikel 172 derde lid van de Gemeentewet, brengt mee dat toepassing van die - aanvullend bedoelde, "lichte" - bevelsbevoegdheid achterwege behoort te blijven als voldoende andere adequate middelen ter bereiking van hetzelfde doel ten dienste staan.

Verdachte heeft zich gedurende enige jaren overlastgevend gedragen. De politierechter constateert dat het hier weliswaar om kleine overtredingen gaat, maar dat zij groot in getal zijn en dat er tevens sprake is van verdere overlast en verdenkingen terzake van (een poging tot) het plegen van een misdrijf. Deze vormen van individueel concreet overlastgevend gedrag van verdachte leveren een schending van de openbare orde op. Voor de politierechter is voldoende komen vast te staan dat verdachte overlastgevend gedrag veroorzaakt heeft. De politierechter beschikt over het volledige dossier dat ten grondslag heeft gelegen aan de totstandkoming van het bevel. Hierin wordt met name gerelateerd omtrent de door de verdachte gepleegde strafbare feiten en de door hem veroorzaakte overlast, de hem eerder opgelegde (orde)maatregelen en de hulp die hem is aangeboden. Er kan dus worden geconstateerd dat het gemeentebestuur zich voldoende moeite heeft getroost door andere adequate middelen in te zetten vooraleer is besloten dit bevel uit te reiken. Zo is de verdachte onder meer een FF Kappe-contract aangeboden en heeft het Intensief Case Management contact opgenomen met de verdachte, welke hem heeft aangemeld bij hulpverleningsinstantie Nieuwe Perspectieven. De verdachte is op drie opeenvolgende afspraken voor een kennismakingsgesprek niet verschenen.

De politierechter is daarnaast van oordeel dat het gemeentebestuur het oog heeft gehad op het aanpakken van structurele vormen van overlastgevend gedrag en dat zij hierbij de grenzen van de proportionaliteit en subsidiariteit niet heeft overschreden.

Het overlastgevende gedrag van verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval de aanleiding vormen tot het opleggen van een gedragsaanwijzing als het onderhavige FF Kappe-bevel.

De tijdsduur van een jaar is weliswaar een forse periode, maar gelet op het karakter van het bevel - waarin verdachte de gedragsaanwijzing krijgt zich te onthouden van gedrag dat grotendeels toch al strafbaar is op grond van de Algemene Politie Verordening - is zulks niet onaanvaardbaar lang.

Daarbij dient in aanmerking te worden genomen dat het naar het oordeel van de politierechter een bevel betreft die de in artikel 12 van het IVBPR en artikel 2 van het Vierde Protocol bij het EVRM gewaarborgde 'liberty of movement' weliswaar beperken, maar dat deze beperking niet dusdanig buitenproportioneel is, dat deze een schending van genoemde artikelen bewerkstelligt.

Opzet

Namens de verdachte is voorts aangevoerd dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde, nu het bij de verdachte heeft ontbroken aan opzet op het niet voldoen aan het bevel. Hiertoe is aangevoerd dat het de verdachte niet verboden is zich in de met name genoemde straten te bevinden maar dat het bevel in werking treedt bij overlastgevend gedrag. Daar zou hier geen sprake van zijn, nu de gedragingen - in de woorden van de raadsvrouwe van verdachte - te 'summier' zouden zijn. Verder is aangevoerd dat de verbalisanten de verdachte op 11 mei 2007 niet op zijn gedrag hebben aangesproken en dat het daarnaast geen vreemde gedachte is dat je op enig moment in gedachten verzonken stilstaat op straat of daar met iemand in gesprek bent.

Dit verweer wordt ook verworpen.

Voor zover een en ander als een beroep op het ontbreken van het opzetvereiste zou moeten worden aangemerkt, overweegt de politierechter dat het de verdachte diverse malen is duidelijk gemaakt dat hij zich niet overlastgevend heeft te gedragen. Hem is - onder meer in het FF Kappe-bevel - voldoende feitelijk onder ogen gebracht wat het gemeentebestuur hieronder verstaat. De verdachte had ook kennis van de duur en geldigheid van het bevel. Het bevel is hem uitgereikt en hoewel de verdachte niet voor ontvangst daarvan heeft getekend, wordt uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant Peek d.d. 16 april 2007 opgemaakt dat de verdachte mondeling van inhoud van het bevel in kennis is gesteld. In het FF Kappe-bevel wordt onder meer aan de verdachte bevolen zich 'niet hinderlijk ophouden of hangen in portieken, tegen gevels van gebouwen, winkels en woningen'.

De tenlastegelegde en bewezenverklaarde feitelijkheden betreffen nu juist precies een geval zoals in het bevel vermeld. Verdachte heeft erkend dat hij toen en daar telkens aanwezig was, maar hij heeft betwist dat hij met zijn gedrag overlast heeft veroorzaakt. Het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten Sarar en Peters van 11 mei 2007 relateert dat de verdachte tussen 18:55 en 19:02 uur met zijn rechtervoet tegen de gevel van een gebouw leunde, waardoor voetgangers werden gedwongen zich om de verdachte heen te bewegen om hun weg te kunnen vervolgen en dat hij even later, tussen 19:07 en 19:20 uur, op de drempel van de voordeur van een kledingwinkel stond, waardoor de vrije toegang tot deze winkel werd versperd. De politierechter merkt bovenstaande gedragingen aan als overlastgevend gedrag. De verdachte was zich bewust, of had zich in ieder geval redelijkerwijze bewust moeten zijn, van de inhoud van het bevel en het feit dat hij daarmee in strijd handelde. Hiermee is voldaan aan het opzetvereiste.

STRAFBAARHEID FEITEN

Het bewezen feit levert op:

Opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast, meermalen gepleegd.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich opzettelijk niet gehouden aan een bevel zoals dat krachtens wettelijk voorschrift door een daartoe bevoegde ambtenaar, de Burgemeester van Rotterdam, aan hem is betekend. Naast het door de verdachte geëtaleerde overlastgevende gedrag, blijkt uit deze feiten een minachtende houding tegenover gezagsdragers en bevoegde autoriteiten.

Dit zijn vervelende en overlastgevende feiten, met name voor de buurtbewoners van de deelgemeente Delfshaven en het (deel)gemeentebestuur, welke met de hen ter beschikking staande middelen trachten de overlast door jongeren te bestrijden.

Bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gesteld uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 08 november 2007 niet eerder is veroordeeld voor dergelijke feiten.

De politierechter heeft kennis genomen van een retourzending rapportageverzoek van Reclassering Nederland d.d. 13 augustus 2007, opgemaakt door rapporteur [naam rapporteur], welk stuk - kort gezegd - inhoudt dat het niet mogelijk is gebleken te voldoen aan een verzoek tot Voorlichtingsrapportage omtrent verdachte.

Ter terechtzitting is gebleken dat verdachte sinds mei 2007 niet meer is geverbaliseerd ter zake van overlastgevend gedrag. Daarnaast is duidelijk dat verdachte inmiddels een volledige baan heeft. Om verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst wederom strafbare feiten te plegen en om hem te stimuleren de positieve tendens van het laatste halfjaar vol te houden, zal de op te leggen geldboete geheel voorwaardelijk worden opgelegd.

Tot slot is ook acht geslagen op de straffen welke terzake overtreding van artikel 2.4.6. van de APV Rotterdam worden opgelegd.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De politierechter:

- verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

- verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

- stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

- verklaart de verdachte strafbaar;

- veroordeelt de verdachte tot een geldboete ter hoogte van € 200,00 (zegge: TWEEHONDERD EURO); bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 4 dagen hechtenis;

- bepaalt dat deze geldboete niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechtbank later anders mocht gelasten;

- stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren; de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich vóór het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Zwaneveld, politierechter,

in tegenwoordigheid van H.H. Balk, griffier,

en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 december 2007.

Bijlage bij vonnis van : 21 december 2007

TEKST TENLASTELEGGING

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 11 mei 2007 te Rotterdam op of aan de 1e Middellandstraat,

meermalen, althans eenmaal, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of

een vordering, krachtens artikel 172 lid 3 Gemeentewet, in elk geval krachtens

enig wettelijk voorschrift gedaan door I.W. Opstelten, burgemeester van

Rotterdam, welke als ambtenaar was belast met de uitvoering van enig toezicht,

immers heeft verdachte toen en daar (telkens) opzettelijk, nadat voornoemde

ambtenaar hem in het belang van de openbare orde bij schriftelijk bevel met

kenmerk 07BSD01004 de dato 27 maart 2007, welk bevel de dato 04 april 2007 aan

verdachte is uitgereikt en/of waarvan de inhoud van dat bevel aan verdachte op

04 april 2007 mondeling is medegedeeld, had bevolen, althans van hem had

gevorderd om - gedurende een periode van een (1) jaar, aanvangende op 04 april

2007 - in de omgeving van de 1e Middellandstraat en in de nabij gelegen

(zij)straten (onder andere) zich niet hinderlijk op te houden of te hangen in

portieken, tegen gevels van gebouwen, winkels en woningen, geen gevolg gegeven

aan dit bevel of die vordering, door toen en daar,

- omstreeks het tijdstip van 18.55 uur tot en met 19.02 uur hinder of overlast

te veroorzaken, althans zich zonder redelijk doel op te houden tegen een

gevel van een pand/gebouw (gelegen aan de 1e Middellandstraat nr.122) door

met zijn (rechter)voet tegen de gevel van dat gebouw/pand te leunen,

tengevolge waarvan (een) voetganger(s) en/of passant(en) werd(en) gedwongen

om zich om verdachte heen te bewegen/begeven teneinde hun/zijn weg te

kunnen vervolgen, en/of

- omstreeks het tijdstip van 19.07 uur tot en met 19.20 uur hinder of overlast

te veroorzaken, althans zich zonder redelijk doel op te houden in een

portiek/nis (gelegen aan de 1e Middellandstraat nr.114), door in dat/die

portiek/nis tegen de (voor)deur van een woning te leunen en/of (vervolgens)

op de drempel van die (voor)deur te staan en/of (vervolgens) van die

(voor)deur weg te lopen en in dat/die portiek/nis te blijven staan en/of

(vervolgens) (met zijn schouder) tegen het gebouw te leunen, tengevolge

waarvan verdachte geheel, althans gedeeltelijk, de vrije toegang tot/naar

die in dat/die portiek/nis bevindende (voor)deur van een woning en/of

(zij)deur van een kleding winkel blokkeerde en/of versperde.