Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BC0219

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-11-2007
Datum publicatie
14-12-2007
Zaaknummer
252458 / HA ZA 05-3623
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW. Nederlandse reisorganisator is krachtens artikel 7:507 BW aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit ongeval dat heeft plaatsgevonden op terrein van door haar geregelde accomodatie te Zuid-Afrika. Eigen schuld slachtoffer?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 252458 / HA ZA 05-3623

Uitspraak: 28 november 2007

VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:

1. de Onderlinge Waarborgmaatschappij ZILVEREN KRUIS ZIEKENFONDS U.A., h.o.d.n. ZILVEREN KRUIS ACHMEA,

gevestigd te Noordwijk,

2. [eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseressen,

procureur mr. W.L. Stolk,

advocaat mr. Chr.H. van Dijk te Amsterdam,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OUT IN AFRICA B.V.,

gevestigd te Vlaardingen,

gedaagde,

procureur mr. J.G.A. van Zuuren,

advocaat mr. M. Eijkelenboom te Rotterdam.

Eisers worden hierna aangeduid als “Zilveren Kruis” respectievelijk “[eiseres sub 2]”. Gedaagde wordt hierna aangeduid als “Out in Africa”.

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 15 december 2005 en de door Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] bij dagvaarding en akte overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 1 maart 2006, waarbij een comparitie van partijen

is gelast;

- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 30 juni 2006;

- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] bij brieven van 14 juni 2006 en 20 juni 2006 overgelegde producties;

- conclusie van repliek, met producties;

- akte van depot d.d. 13 september 2006;

- conclusie van dupliek, met producties;

- akte vermeerdering van eis, met producties;

- de bij gelegenheid van de pleidooien overgelegde producties aan de zijde van Zilveren Kruis en [eiseres sub 2];

- de bij gelegenheid van de pleidooien overgelegde pleitnotities.

2 De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:

2.1 Op 2 juni 2004 hebben [eiseres sub 2] en haar echtgenoot (hierna: [het echtpaar]) bij Out in Africa een individuele, op maat gemaakte reis zonder begeleiding naar Zuid-Afrika geboekt. Out in Africa heeft zorggedragen voor de vliegtickets, de autohuur en de accomodaties.

2.2 Op de tussen Out in Africa en [het echtpaar] gesloten overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Out in Africa van toepassing.

Artikel 11.7 van deze voorwaarden luidt als volgt:

“De aansprakelijkheid van de reisorganisator voor andere schade dan die veroorzaakt is door dood of letsel van de reiziger is in alle gevallen beperkt tot maximaal driemaal de reissom.”.

2.3 [Het echtpaar] maakte de reis met een ander echtpaar, de heer en mevrouw [X].

2.4 Een overnachting bij Bed & Breakfast boerderij “Dusk to Dawn” in Commonsdale, Zuid-Afrika (hierna: Dusk to Dawn) maakte onderdeel uit van de reis. [Het echtpaar] en het echtpaar [X] arriveerden aldaar op 26 september 2004 in de namiddag.

2.5 Tussen 19.00 en 19.30 uur was een diner geboekt in het hoofdgebouw. Rond 19.30 uur wandelde [het echtpaar] van het gastenverblijf naar dit hoofdgebouw. Het echtpaar [X] volgde korte tijd later. Op dit tijdstip was het buiten reeds geheel donker.

2.6 Aan de zijkant van het hoofdgebouw was een kuil gegraven van tenminste anderhalve meter breed, drie meter lang en twee meter diep. Deze kuil was niet gemarkeerd of afgezet. [het echtpaar] en het echtpaar [X] waren niet gewaarschuwd voor de aanwezigheid van deze kuil op het terrein.

2.7 Bij het hoofdgebouw aangekomen, zijn [eiseres sub 2], haar echtgenoot en het echtpaar [X] naar de zijkant van dit gebouw gelopen. [eiseres sub 2] liep voorop en is in de kuil gevallen. Ook haar echtgenoot, die achter haar liep, is in de kuil gevallen.

2.8 Door de val in de kuil heeft [eiseres sub 2] een hoge dwarslaesie (niveau C6-C7) opgelopen en is zij rolstoelafhankelijk geworden.

2.9 [eiseres sub 2] heeft zich voor ziektekosten verzekerd bij Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft de ziektekosten van [eiseres sub 2] als verzekeraar aan haar vergoed. Dientengevolge is Zilveren Kruis in haar rechten tot verhaal van deze kosten gesubrogeerd.

3 De vordering

De gewijzigde vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht te verklaren dat Out in Africa jegens Zilveren Kruis aansprakelijk is voor alle uit het ongeval voortvloeiende ziektekosten die Zilveren Kruis aan [eiseres sub 2] heeft vergoed of nog zal vergoeden;

- voor recht te verklaren dat Out in Africa jegens [eiseres sub 2] aansprakelijk is voor alle door haar geleden en nog te lijden uit het ongeval voortvloeiende schade;

- Out in Africa te veroordelen tot vergoeding van door Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat, vermeerderd met de wettelijke rente;

- Out in Africa te veroordelen tot betaling aan [eiseres sub 2] van een voorschot op het smartengeld van € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente;

- Out in Africa te veroordelen tot betaling aan [eiseres sub 2] van een voorschot op haar materiële schade van € 50.000,-, vermeerderd met de wettelijke rente;

- Out in Africa te veroordelen tot betaling van een voorschot op de door Zilveren Kruis vergoede ziektekosten van in totaal € 350.964,38, vermeerderd met de wettelijke rente;

- Out in Africa te veroordelen tot voldoening van de buitengerechtelijke kosten van € 3.537,50 van Zilveren Kruis, vermeerderd met de wettelijke rente;

- Out in Africa te veroordelen tot voldoening van de buitengerechtelijke kosten van [eiseres sub 2] van in totaal € 17.907,72, vermeerderd met de wettelijke rente.

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten hebben Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:

3.1 Primair: De tussen [eiseres sub 2] (en haar echtgenoot) enerzijds en Out in Africa anderzijds tot stand gekomen overeenkomst is een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW.

Krachtens artikel 7:507 BW is Out in Africa jegens [eiseres sub 2] en Zilveren Kruis aansprakelijk voor de door de val ontstane schade. De reis is immers niet verlopen overeenkomstig de redelijke verwachtingen die [eiseres sub 2] op grond van de reisovereenkomst mocht hebben. De aanwezigheid van de kuil op het terrein van Dusk to Dawn komt voor rekening van de eigenaar, [Y]. [Y] is een hulppersoon van Out in Africa, omdat hij bij de levering van de in de reis begrepen diensten en bij de uitvoering van de reisovereenkomst was betrokken. Het niet waarschuwen voor de aanwezigheid van de kuil is een tekortkoming van [Y], welke aan Out in Africa als reisorganisator toegerekend dient te worden.

3.2 Subsidiair: [eiseres sub 2] en Out in Africa hebben een overeenkomst gesloten naar Nederlands recht en Out in Africa heeft wanprestatie gepleegd. Krachtens artikel 6:76 BW is Out in Africa aansprakelijk voor de gedragingen en het nalaten van Dusk to Dawn.

3.3 Zilveren Kruis heeft uit hoofde van de tussen haar en [eiseres sub 2] bestaande verzekeringsovereenkomst tot aan de dag der dagvaarding een bedrag ad € 191.568,31 aan ziektekosten vergoed aan [eiseres sub 2] en in de periode tussen 1 januari 2006 en 31 juli 2007 een bedrag ad € 159.396,07. In de toekomst zullen nog aanvullende betalingen moeten worden gedaan als gevolg van het ongeval.

3.4 Zilveren Kruis heeft buitengerechtelijke kosten gemaakt ten bedrage van € 3.537,50. Het gaat om verrichtingen die niet onder de proceskostenveroordeling vallen.

3.5 De geleden en nog te lijden materiële schade van [eiseres sub 2] overstijgt in ieder geval een bedrag van € 50.000,-. Ook het bedrag aan smartengeld zal, gezien het ernstige letsel van [eiseres sub 2], in ieder geval meer belopen dan € 50.000,-.

3.6 [eiseres sub 2] heeft buitengerechtelijke kosten gemaakt. Deze betreffen een factuur d.d. 7 november 2005 ad € 9.848,44 en een factuur d.d. 15 augustus 2007 ad € 8.059,28 van het door haar ingeschakelde bedrijf Claims Settlement.

4 Het verweer

Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad van Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] in de kosten van het geding.

Out in Africa heeft daartoe het volgende aangevoerd:

Primair

4.1 De tussen [het echtpaar] en Out in Africa gesloten overeenkomst is geen reisovereenkomst als bedoeld in artikel 7:500 lid 1 BW, aangezien er geen sprake is van een door Out in Africa “van tevoren georganiseerde reis”. Onder een reisovereenkomst valt niet de reis die een organisatie in opdracht en op aanwijzing van de reiziger regelt en vervolgens aan de desbetreffende reiziger in rekening brengt. In het onderhavige geval heeft Out in Africa in opdracht en op aanwijzing van het echtpaar [X] een reis samengesteld. [het echtpaar] heeft vervolgens aansluiting gezocht bij die reis. Het betrof derhalve geen reis die Out in Africa (in haar brochures en dergelijke) aan het publiek aanbiedt. De reis is niet als pakket tegen een vaste prijs verkocht, maar de prijs is berekend op basis van de reis zoals deze op verzoek van [het echtpaar] werd geboekt.

4.2 Zilveren Kruis komt geen beroep toe op de bescherming van titel 7A van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Blijkens artikel 7:500 lid 1 onder c BW vallen onder de bescherming van deze titel drie groepen “reizigers”. De Richtlijn Pakketreizen waarop deze titel is gestoeld, beoogt ook slechts de reiziger te beschermen. Een gesubrogeerd verzekeraar valt daar niet onder.

Subsidiair

4.3 Out in Africa is niet tekortgeschoten in haar verplichtingen uit hoofde van artikel 7:507 BW. Gelet op het feit dat Dusk to Dawn een “working farm” is, die op het Zuid-Afrikaanse platteland is gelegen, diende [eiseres sub 2] er redelijkerwijs rekening mee te houden dat zich kuilen (of andere gevaren) op het boerenbedrijf zouden bevinden op plaatsen waar zij als bezoeker niets te zoeken had. Dusk to Dawn hoefde niet te verwachten dat [eiseres sub 2] zich in de buurt van de kuil zou begeven, van het verharde en verlichte pad af en in een volstrekt andere richting dan de richting van de overduidelijke ingang van de accommodatie.

4.4 Een eventuele tekortkoming in de reisovereenkomst is geheel toe te rekenen aan het gedrag van [eiseres sub 2] zelf. Aangezien zij zich op een boerderij/terrein in Zuid-Afrika waar zij niet goed bekend was op het onverlichte deel van het terrein heeft begeven, heeft zij zelf het gevaar in het leven geroepen dat zich heeft gerealiseerd. Ingevolge artikel 7:507 lid 2 BW is Out in Africa derhalve niet gehouden de door [eiseres sub 2] gestelde geleden en nog te lijden schade te vergoeden.

Meer subsidiair

4.5 [eiseres sub 2] heeft schuld in de zin van artikel 6:101 BW aan het haar overkomen ongeluk. Hoewel zij voorafgaand aan de reis is gewaarschuwd voor gevaren die reizen in Zuid-Afrika met zich brengt en zij wist, althans behoorde te weten dat het zich begeven op een volledig onverlicht gedeelte van een haar onbekend (boeren)terrein risico’s met zich bracht, heeft zij zonder enige noodzaak daartoe het verlichte pad verlaten. Door zodanig ondoordacht te handelen en onvoldoende voorzichtigheid te betrachten, heeft [eiseres sub 2] het ongeluk in overwegende mate aan zichzelf te wijten.

De door [eiseres sub 2] gemaakte fouten leiden ertoe dat, bij afweging van de over en weer gemaakte fouten, de eigen schuld van [eiseres sub 2] begroot moet worden op 50%. Indien de rechtbank van oordeel is dat het percentage eigen schuld ten aanzien van [eiseres sub 2] op grond van de billijkheid naar beneden toe zou moeten worden bijgesteld, dient dit niet te gelden ten aanzien van Zilveren Kruis.

Beperking aansprakelijkheid jegens Zilveren Kruis

4.6 Artikel 7:509 BW laat voor andere schade dan die door dood en letsel toe dat de reisorganisator zijn aansprakelijkheid tot driemaal de reissom beperkt. Dat heeft Out in Africa ook gedaan in artikel 11.7 van haar algemene voorwaarden. Deze voorwaarde is van toepassing, nu de schade die Zilveren Kruis lijdt, gekwalificeerd dient te worden als vermogensschade.

Deze beperking van de aansprakelijkheid jegens Zilveren Kruis is ook redelijk nu titel 7A van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek beoogt reizigers, derhalve consumenten, te beschermen en deze regeling niet bedoeld is voor regresnemende instanties als een ziektekostenverzekeraar. Bovendien heeft Zilveren Kruis premie ontvangen voor het risico dat zich verwezenlijkt heeft. Verder treft Out in Africa zelf geen verwijt.

Ten aanzien van de gevorderde schade

4.7 Niet bestreden wordt dat Zilveren Kruis aanmerkelijke kosten heeft moeten maken, doch de omvang van de in deze procedure gevorderde bedragen wordt betwist, gezien de summiere onderbouwing hiervan. Deze gevorderde bedragen kunnen dan ook niet bij wege van voorschot integraal worden toegewezen.

4.8 De door Zilveren Kruis gevorderde buitengerechtelijke kosten vallen geheel dan wel grotendeels onder de proceskostenveroordeling. Deze kosten dienen maximaal gesteld te worden op twee punten van het toepasselijke liquidatietarief.

4.9 Betwist wordt dat [eiseres sub 2] de facturen van Claims Settlement heeft voldaan of zal moeten voldoen, aangezien Claims Settlement werkt op basis van “no cure no pay”.

In ieder geval kunnen de werkzaamheden van Claim Settlement hangende de procedure niet als buitengerechtelijk worden aangemerkt. De enige uitzondering hierop vormen de werkzaamheden in augustus 2006 welke direct gemoeid waren met de bespreking tussen de expert van Out in Africa en [eiseres sub 2] in het kader van de inventarisatie van de schade.

Meer subsidiair wordt bezwaar gemaakt tegen de omvang van de gevorderde kosten.

4.10 De eigen schuldcorrectie dient ook door te werken ten aanzien van zowel de door Zilveren Kruis als de door [eiseres sub 2] gevorderde buitengerechtelijke kosten.

5 De beoordeling

5.1 Tussen partijen is allereerst in geschil of de door [eiseres sub 2] en Out in Africa gesloten overeenkomst gekwalificeerd dient te worden als een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Krachtens artikel 7:500, lid 1, onder b. wordt onder een reisovereenkomst verstaan: “de overeenkomst waarbij een reisorganisator zich jegens zijn wederpartij verbindt tot het verschaffen van een door hem aangeboden van te voren georganiseerde reis die een overnachting of een periode van meer dan 24 uren omvat alsmede ten minste twee van de volgende diensten: 1. vervoer, 2. verblijf, 3. een andere niet met vervoer of verblijf verband houdende, toeristische dienst die een significant deel van de reis uitmaakt.”

Niet in geschil is dat Out in Africa een reisorganisator is als in dit artikel bedoeld. Evenmin is in geschil dat Out in Africa in ieder geval twee van de in het artikel vermelde diensten heeft verschaft, te weten vervoer en verblijf. Out in Africa heeft echter betoogd dat er geen sprake is van een van te voren georganiseerde reis, aangezien zij in opdracht en op aanwijzing van het echtpaar [X] een reis heeft samengesteld, welke reis vervolgens tevens aan [het echtpaar] is aangeboden. Dit betoog gaat niet op. Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] hebben onbetwist gesteld dat het echtpaar [X] slechts globale wensen heeft aangegeven (te weten: mooie reis, overnachtingen in Bed&Breakfasts en eindigen in Kaapstad), waarna Out in Africa een reisschema heeft opgesteld waarin waren begrepen de vluchten, de autohuur en de accomodaties. Op deze wijze heeft Out in Africa het echtpaar [X], en dus vervolgens ook [eiseres sub 2], een van te voren georganiseerde reis aangeboden, zoals bedoeld in artikel 7:500 BW. Dat hiervan slechts sprake kan zijn indien het initiatief tot het samenstellen van de reis is uitgegaan van de reisorganisator, zoals Out in Africa heeft gesteld, volgt noch uit de wetsgeschiedenis noch uit de Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen op welke richtlijn titel 7A van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is gebaseerd (hierna: de Richtlijn).

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de tussen [eiseres sub 2] en Out in Africa gesloten overeenkomst gekwalificeerd dient te worden als een reisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW en derhalve titel 7A van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek op deze overeenkomst van toepassing is.

5.2 Out in Africa heeft nog aangevoerd dat Zilveren Kruis geen beroep toekomt op de bescherming van titel 7 van boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, aangezien de Richtlijn slechts beoogt de reiziger te beschermen.

Ook dit verweer wordt verworpen. Gesubrogeerde verzekeraars zijn niet wettelijk uitgesloten van de bescherming die genoemde titel biedt. De rechtbank is van oordeel dat de systematiek van de wet eraan in de weg staat om desondanks een dergelijke integrale uitsluiting aan te nemen.

5.3 Tussen partijen is voorts in geschil of Out in Africa tekortgeschoten is in haar verplichtingen uit hoofde van artikel 7:507 BW. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.

Het hoeft geen betoog dat de aanwezigheid van de bewuste kuil een zeer gevaarlijke situatie opleverde. Hoewel de exacte dimensies van de kuil niet vaststaan, is niet in geschil dat de kuil twee meter diep was. De kuil was dus zo diep dat verwacht kon worden dat een val in de kuil ernstig letsel zou opleveren. De plek waar de kuil zich bevond, was niet verlicht. Voorts bevond de kuil zich in de directe omgeving van het hoofdgebouw, alwaar zich de receptie, de winkel en de eetzaal voor de gasten van Dusk to Dawn bevinden. Dusk to Dawn diende derhalve rekening te houden met de mogelijkheid dat een van de gasten zich in het donker in de nabijheid van deze kuil zou begeven. Dat Dusk to Dawn zich ook bewust was van de gevaarlijke situatie blijkt uit het feit dat – naar Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] onbetwist hebben gesteld – Dusk to Dawn normaal gesproken haar gasten waarschuwde voor de aanwezigheid van deze kuil. Vast staat dat [eiseres sub 2] hiervoor niet gewaarschuwd is.

De rechtbank is voorts van oordeel dat op zeer eenvoudige en weinig kostbare wijze effectieve preventieve maatregelen genomen hadden kunnen worden om een ongeval als het onderhavige te voorkomen, bijvoorbeeld door goede verlichting van de kuil dan wel het afzetten van de kuil met lint o.i.d. Voor zover Out in Africa heeft willen betogen dat een dergelijke preventieve maatregel is getroffen door een auto van Dusk to Dawn voor de kuil te parkeren, kan haar dit niet baten. Ook indien het juist zou zijn dat de auto voor de kuil stond geparkeerd, hetgeen door Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] wordt betwist, dan is dit als preventieve maatregel onvoldoende, nu het parkeren van een auto – anders dan het spannen van een lint of plaatsen van een bord – niet kenbaar is als waarschuwing voor dit gevaar en – anders dan verlichting – het gevaar ook niet zichtbaar maakt. Anders dan een hek voorkomt het ook niet dat mensen per ongeluk in de kuil vallen. Per saldo is het effect hoogstens dat de gevaren voor een ongeval als het onderhavige worden verkleind doch niet worden weggenomen.

Nu Dusk to Dawn zich bewust was dan wel had moeten zijn van de gevaarlijke situatie en desondanks geen effectieve preventieve maatregelen heeft genomen, dient geconcludeerd te worden dat er sprake is van een tekortkoming in de zin van artikel 7:507 BW, welke aan Dusk to Dawn toegerekend kan worden. Nu voorts niet in geschil is dat de eigenaar van Dusk to Dawn een hulppersoon is in de zin van artikel 7:507 lid 2 BW, is Out in Africa als reisorganisator verplicht de schade die het gevolg is van deze tekortkoming te vergoeden.

5.4 Out in Africa heeft voorts aangevoerd dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiseres sub 2], nu zij zonder aanleiding dan wel noodzaak in het aardedonker op zoek is gegaan naar alternatieve routes naar de eetzaal. [eiseres sub 2] had immers, aldus Out in Africa, tot twee maal toe de instructie gekregen om via de voordeur van het hoofdgebouw naar de eetzaal te gaan. Zij wist waar deze voordeur zich bevond en het portaal van de voordeur en de eetzaal waren verlicht. Desondanks is [eiseres sub 2] niet naar de voordeur gelopen, doch naar de zijkant van het hoofdgebouw alwaar geen verlichting aanwezig was.

[eiseres sub 2] heeft gemotiveerd betwist dat er sprake is van eigen schuld aan haar zijde. Zij wist waar de voordeur van het hoofdgebouw zich bevond en is daar ook naartoe gelopen, doch de voordeur bleek gesloten. Het hoofdgebouw was donker en het was niet duidelijk waar de ingang van de eetzaal was. Omdat er aan de zijkant van het gebouw verlichting aanwezig was, is zij naar die zijkant gelopen op zoek naar de ingang van de eetzaal.

De rechtbank is van oordeel dat indien komt vast te staan dat (1) [eiseres sub 2] de instructie had gekregen om via de voordeur van het hoofdgebouw naar de eetzaal te gaan en (2) zij desondanks niet naar de voordeur maar direct naar de zijkant van het gebouw is gelopen (3) zonder dat er verlichting aan die zijkant aanwezig was, er geoordeeld dient te worden dat [eiseres sub 2] zonder aanleiding zodanige risico’s heeft genomen dat er gesproken dient te worden van eigen schuld aan haar zijde. Krachtens artikel 150 Rv rust op Out in Africa de bewijslast van voormelde feiten. Zij zal tot dit bewijs worden toegelaten.

5.5 De rechtbank merkt hierbij nu reeds het volgende op.

Indien Out in Africa niet slaagt in het bewijs dat [eiseres sub 2] direct naar de zijkant is gelopen (2), is de rechtbank van oordeel dat er in beginsel geen sprake kan zijn van eigen schuld aan de zijde van [eiseres sub 2]. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Tussen partijen is in geschil of de voordeur van het hoofdgebouw op slot was of niet. Dit kan echter in het midden blijven. Tijdens het pleidooi is duidelijk geworden dat volgens Out in Africa de voordeur van het hoofdgebouw dicht was en via een draaiknop geopend diende te worden. [eiseres sub 2] heeft tijdens het pleidooi verklaard dat zij naar de voordeur is gelopen en geprobeerd heeft deze open te draaien, doch dat dit niet lukte, waarna zij concludeerde dat deze op slot was. Out in Africa heeft tijdens het pleidooi niet dan wel onvoldoende betwist dat de mogelijkheid bestaat dat indien niet goed aan de draaiknop wordt gedraaid de indruk kan ontstaan dat de voordeur op slot is en niet geopend kan worden. Hiermee is voldoende komen vast te staan dat ook als de deur niet afgesloten was, [eiseres sub 2] er toch redelijkerwijs vanuit mocht gaan dat dit wel het geval was en zij derhalve een gerechtvaardigde aanleiding had om naar een alternatieve ingang voor de eetzaal te zoeken.

Indien Out in Africa echter niet slaagt in het bewijs van één van de twee overige onderdelen van de bewijsopdracht, te weten (1) dat zij [eiseres sub 2] de instructie had gegeven om via de voordeur van het hoofdgebouw naar de eetzaal te gaan dan wel (3) dat er geen verlichting aan de zijkant van het hoofdgebouw aanwezig was, kan er toch sprake zijn van eigen schuld aan de zijde van [eiseres sub 2]. Dit zal de rechtbank alsdan na de bewijslevering beoordelen aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waarbij tevens een rol kan spelen of, en zo ja in hoeverre, de portaal van de voordeur en de eetzaal verlicht waren (hetgeen tussen partijen in geschil is). Bij de getuigenverhoren zal derhalve ook dit punt aan de orde worden gesteld.

5.6 Elk oordeel omtrent het percentage waarmee de vergoedingsplicht van Out in Africa dient te worden verminderd in het geval zij slaagt in het bewijs en vast komt te staan dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van [eiseres sub 2], wordt aangehouden tot na de bewijslevering.

5.7 Tot slot wordt het volgende opgemerkt. Out in Africa heeft in haar conclusie van dupliek nog gesteld dat haar jegens Zilveren Kruis een beroep toekomt op artikel 11.7 van haar algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 4.6). Tijdens het pleidooi is het debat van partijen voornamelijk gericht geweest op de aansprakelijkheidsvraag en is dit verweer van Out in Africa slechts summier aan de orde gekomen. De rechtbank zal daarom, alvorens op dit punt een beslissing te nemen, partijen in de gelegenheid stellen zich hieromtrent nog nader uit te laten in hun conclusie na enquête.

5.8 Elke beslissing ten aanzien van de schade wordt eveneens aangehouden.

6 De beslissing

De rechtbank,

alvorens verder te beslissen,

draagt Out in Africa op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat [eiseres sub 2] de instructie had gekregen om via de voordeur van het hoofdgebouw naar de eetzaal te gaan en desondanks niet naar de voordeur, doch direct naar de zijkant van het gebouw is gelopen zonder dat daar verlichting aanwezig was;

bepaalt dat indien Out in Africa dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter-commissaris mr. Hofmeijer-Rutten;

bepaalt dat de procureur van Out in Africa binnen twee weken na vonnisdatum aan de rechtbank – sector civiel recht, afdeling planningsadministratie, kamer E 12.43, Postbus 50954, 3007 BR Rotterdam – opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan haar zijde in de maanden februari, maart, april en mei 2008 en dat de procureur van Zilveren Kruis en [eiseres sub 2] binnen dezelfde periode opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan hun zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hofmeijer-Rutten, mr. Fiege en mr. Vogels.

Uitgesproken in het openbaar.

204/106/1954