Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB9252

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
10-03-2008
Zaaknummer
227683 / HA ZA 04-3008
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vordering vergoeding letselschade als gevolg van klap met hout; bewijsopdracht in het kader van de vraag of functioneel verband bestaat tussen het incident en de dienstbetrekking van de werknemer die sloeg

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0186
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 227683 / HA ZA 04-3008

Uitspraak: 24 oktober 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

[eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in voorwaardelijke reconventie,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INSTALLATIEBEDRIJF KWEKEL B.V.

gevestigd te ’s Hertogenbosch

eiseres

procureur mr. D.J.van der Kolk,

advocaat mr. A. Overmars te ‘s Hertogenbosch,

- tegen -

1.. de naamloze vennootschap NIEUW HOLLANDSE LLOYD SCHADEVERZEKERINGMAATSCHAPPIJ N.V.,

2. de naamloze vennootschap FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V.,

gevestigd te Amstelveen

3. de naamloze vennootschap HAMPDEN INSURANCE N.V.,

gevestigd te Rotterdam

4. de naamloze vennootschap DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te Amsterdam

gevestigd te Woerden,

gedaagden in conventie,

eiseressen in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. W.J.Hengeveld,

advocaat mr. S.M.Christiaan te Rotterdam.

Partijen blijven verder aangeduid als "[eiser sub 1]”, “Kwekel”, respectievelijk "verzekeraars".

1 Het verdere verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 26 april 2006 en de daaraan ten grondslag liggende processtukken;

- het proces-verbaal van de op 12 juli 2006 gehouden comparitie van partijen;

- de door partijen na comparitie genomen conclusies, aan de zijde van [eiser sub 1] en Kwekel met producties.

2 De verdere beoordeling

in conventie

2.1

De rechtbank blijft bij haar overwegingen onder 6.3 van het tussenvonnis aangaande het functioneel verband. De aan te leggen maatstaf is die van de Hoge Raad in het zogenaamde Divi- Divi- arrest (NJ 1978,332).

Bij voormeld vonnis is op dit punt voorts overwogen, dat [eiser sub 1] desgewenst mag bewijzen dat functioneel verband bestond tussen de schadeveroorzakende klap en de werkzaamheden van [eiser sub 1] in dienst van Kwekel. Zijn bewijsaanbod is voldoende concreet; hij noemt drie getuigen en voegt toe, dat ook het destijds gehanteerde (althans een soortgelijk) balkje aan de getuigen zal worden getoond. De omstandigheid dat de getuigen in een andere procedure al zijn gehoord levert geen grond op om hem niet tot bewijslevering toe te laten. Het betrof een procedure van andere aard (een strafzaak) dan wel een verhoor op basis van een andere bewijsopdracht. Bovendien kan de rechtbank vanzelfsprekend niet vooruitlopen op de inhoud van de verklaringen.

2.2

Voor wat betreft het opzet blijft de rechtbank eveneens bij het tussenvonnis; [eiser sub 1] zal, zoals aangekondigd, op mutatis mutandis dezelfde gronden als onder 2.1 genoemd, worden toegelaten tot het aangeboden bewijs door middel van getuigen.

2.3

Gelet op het als productie 25 overgelegde vonnis van 24 augustus 2005 in de procedure tussen [eiser sub 1] en Levob en bij gebreke van enige opmerking op dit punt in de antwoordconclusie van verzekeraars gaat de rechtbank er van uit dat op de na-u-clausule inmiddels geen beroep meer wordt gedaan.

2.4

Na afloop van het laatste getuigenverhoor zal de rechtbank met partijen overleggen over de verdere voortgang van de procedure; daarbij kan ook de wijze waarop de vordering thans moet worden verstaan en de stand rond de vorderingen van UWV en/of [X] aan de orde komen.

Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

In voorwaardelijke reconventie

2.5

Op deze vordering zal zo nodig na bewijslevering in conventie worden teruggekomen.

3 De beslissing

De rechtbank,

in conventie

alvorens verder te beslissen,

draagt [eiser sub 1] op het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit kan worden afgeleid dat

- functioneel verband bestond tussen het schadeveroorzakende gedrag op 2 februari 2000 en de werkzaamheden van [eiser sub 1] in dienst van Kwekel;

-hij geen opzet op de schade had toen hij [X] met het balkje sloeg (tegenbewijs);

bepaalt dat indien [eiser sub 1] dit bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, deze zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor de rechter mr Hofmeijer-Rutten;

bepaalt dat de procureur van [eiser sub 1] binnen twee weken na vonnisdatum opgave moet doen van de voor te brengen getuigen en de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in de maanden december 2007 tot en met maart 2008 en dat de procureur van verzekeraars binnen dezelfde termijn opgave moet doen van de verhinderdata van de betrokkenen aan zijn zijde in dezelfde periode, waarna dag en uur van de verhoren zullen worden bepaald;

bepaalt dat het aan de hand van de opgaven vastgestelde tijdstip, behoudens dringende redenen, niet zal worden gewijzigd;

beveelt partijen, [eiser sub 1] in persoon en Kwekel en verzekeraars deugdelijk vertegenwoordigd door iemand die van de zaak op de hoogte is, na het slot van het laatste verhoor aanwezig te zijn met het in 2.4 bedoelde doel.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hofmeijer-Rutten

Uitgesproken in het openbaar

106