Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB7880

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-10-2007
Datum publicatie
14-11-2007
Zaaknummer
268136 / HA ZA 06-2454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

onafhankelijk assurantiemakelaar; art. 3:70 BW (instaan voor volmacht).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 268136 / HA ZA 06-2454

Uitspraak: 24 oktober 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DER HEIDE BEHEER B.V.,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VAN DER HEIDE CATHODIC PROTECTION & CORROSION ENGINEERING B.V.,

beide gevestigd te Kollum,

eiseressen,

procureur mr. P.H.C.M. van Swaaij,

advocaat mr. R. Bremer te Leeuwarden,

- tegen -

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MARSH B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

procureur mr. O.E. Meijer,

advocaat mr. C.A. Groeneweg-Heijkoop te Rotterdam.

Partijen (eiseressen gezamenlijk in het enkelvoud) worden hierna aangeduid als "Van der Heide" respectievelijk "Marsh".

1 Het verloop van het geding

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- dagvaarding d.d. 7 maart 2006 en de door Van der Heide overgelegde producties;

- conclusie van antwoord, met producties;

- conclusie van repliek tevens houdende wijziging en intrekking van eis, met producties;

- conclusie van dupliek, met producties.

2 Het geschil

De gewijzigde vordering luidt - verkort weergegeven - om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Marsh te veroordelen tot betaling aan Van der Heide van primair een bedrag van € 67.813,00, met rente, subsidiair schade op te maken bij staat, primair en subsidiair de kosten van de procedure.

Marsh heeft de vordering van Van der Heide gemotiveerd betwist en geconcludeerd tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Van der Heide in buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 894,00, met rente, en in de kosten van het geding.

3 De beoordeling

3.1 Tussen partijen staan onder meer de volgende feiten vast:

a. Van der Heide heeft in maart 2001 een zogeheten garantieverzekering afgesloten bij Ace Insurance N.V. (productie 1 bij dagvaarding; hierna: "de garantieverzekering").

b. Marsh heeft als onafhankelijk assurantiemakelaar bemiddeld bij de totstandkoming van de garantieverzekering.

c. Van der Heide heeft de garantieverzekering afgesloten ter zake van door haar uit te voeren projecten met betrekking tot betonrotbestrijding volgens de X-Cel-techniek.

d. De polis vermeldt onder meer het volgende:

"Verzekerde interesten Deze verzekering heeft betrekking op projecten uitgevoerd in het kader van betonrotbestrijding volgens de X-cel techniek, waarvoor door Verzekerde een garantiecertificaat overeenkomstig artikel 1 ten behoeve van de in dat artikel omschreven verzekerde projecten is afgegeven.

Garantietermijn 10 (tien) jaar.

e. De toepasselijke Algemene Bepalingen vermelden onder meer het volgende:

"Art. 1 Verzekerde projecten.

De verzekering heeft betrekking op alle binnen Europa uitgevoerde projecten met betrekking tot betonrotbestrijding volgens de X-Cel Techniek:

- waarbij de engineering door Van der Heide Cathodic Protection & Corrosion Engineering B.V. uitgevoerd is;

- waarvan de uiteindelijke werkzaamheden door het desbetreffende betonreparatiebedrijf uitgevoerd zijn onder supervisie van Van der Heide Cathodic Protection & Corrosion Engineering B.V.;

- waarvan een statusrapport opgemaakt is met vermelding van de resultaten van de al dan niet preventief uitgevoerde werkzaamheden en/of reparaties in relatie tot de totale betonconstructie;

- waarbij de uitvoering van de werkzaamheden is gecontroleerd en goedgekeurd door Van der Heide Cathodic Protection & Corrosion Engineering B.V.;

- waarbij de door de verzekeraar(s) goedgekeurde, en met verzekeringnemer overeengekomen, controleprocedure doorlopen is;

- waarvoor, na goedkeuring, door de verzekeringnemer, een garantiecertificaat is afgegeven volgens een door de verzekeraar(s) goedgekeurd model.

(…)

Art. 5 Aanvang van de dekking.

De dekking van een project gaat in op de dag waarop het werk is opgeleverd, mits is voldaan aan de in artikel 6 gestelde verplichtingen.

Art. 6 Verplichtingen verzekeringnemer.

De verzekeringnemer is verplicht:

a. een te verzekeren project zodra de opdracht gesloten is aan te melden bij de verzekeraar door middel van het “Projectaanmeldingsformulier t.b.v. Garantieverzekering X-Cel Techniek”;

b. een te verzekeren project binnen 14 dagen na oplevering definitief aan te melden door middel van het betreffende projectaanmeldingsformulier (zie sub a.) voorzien van de definitieve opleveringsdatum, met bijsluiting van het opgemaakte statusrapport met vermelding van de resultaten van de al dan niet preventief uitgevoerde werkzaamheden en/of reparaties in relatie tot de totale betonconstructie;

c. de verzekeraar(s) in de gelegenheid te stellen te verzekeren of verzekerde werken op elk moment te controleren;

d. gedurende de gehele garantietermijn zorg te dragen voor een passende bewaking en periodieke inspecties van de gerealiseerde projecten, de toepaste techniek te begeleiden en te controleren volgens de overeengekomen, en door de verzekeraar(s) goedgekeurde, procedures;

e. aan de verzekeraar(s) jaarlijks een verklaring te overleggen, bevattende de door de verzekeraar(s) gewenste inlichtingen omtrent de financiële positie.

Art. 7 Niet nakomen van verplichtingen.

De verzekering is niet van kracht voor projecten waarbij een in de polisvoorwaarden gestelde verplichting niet is nagekomen.

f. De toepasselijke Bijzondere Bepalingen Garantieverzekering vermelden onder meer het volgende:

Art. 11 Verzekerde.

Verzekerden met betrekking tot de dekking onder de garantieverzekering zijn de verzekeringnemer en het door Van der Heide Cathodic Protection & Corrosion Engineering B.V. erkende betonreparatiebedrijf.

Art. 12 Omvang van de dekking.

De verzekering dekt de aansprakelijkheid van de verzekerden genoemd in artikel 11 uit hoofde van een garantiecertificaat dat door de verzekeringnemer overeenkomstig artikel 1 ten behoeve van het in dat artikel omschreven verzekerde project is afgegeven.

(…)

Art. 13 Schadevergoeding.

In geval van een schade waarop de garantieregeling volgens het door de verzekeringnemer afgegeven garantiecertificaat van toepassing is, worden - met inachtneming van het in artikel 2 bepaalde - de reparatiekosten vergoed.

Van de verzekering is uitgesloten elke andere schade, door wie dan ook geleden, buiten de in dit artikel en artikel 12 omschreven kosten.

Aan reparatiekosten wordt nooit meer vergoed dan de projectwaarde, met inbegrip van de B.T.W., indien deze is meeverzekerd, herleid naar de landelijk geldende index voor bouwkosten. De herleiding bedraagt echter nooit meer dan 10% - samengesteld - per jaar.

(…)

Art. 15 Uitsluitingen.

(…)

b. De verzekeraar(s) is/zijn niet tot schadevergoeding aan een verzekerde gehouden indien en voorzover zijn/hun belangen zijn geschaad doordat de desbetreffende verzekerde een in deze polis gestelde verplichting niet nakomt.

g. In 2002 heeft Van der Heide een opdracht ontvangen voor het toepassen van de X-Cel technologie op de brugdekken 4 en 5 van de Prins Bernhardbrug ofwel de Europabrug (hierna: "de brug") te Hardenberg. Bij dit project (hierna: "het project") was de gemeente Hardenberg (hierna: "de gemeente") betrokken als opdrachtgever en Bouwbedrijf Salverda als betonreparatiebedrijf. In opdracht van de gemeente werd het project begeleid door TNO Bouw.

h. De werkzaamheden aan de brug waren op 17 maart 2003 afgerond. Vervolgens werd de brug weer in gebruik genomen.

i. TNO Bouw bracht op 6 oktober 2003 een "tussenrapportage van de begeleiding van het aanbrengen van een X-Cel systeem op de Europabrug te Hardenberg" uit. Vastgesteld werd dat het systeem niet naar behoren functioneerde.

j. Bij brief van 22 oktober 2003 heeft Van der Heide een aanmeldingsformulier met betrekking tot het project aan Marsh toegezonden.

k. In april 2004 hebben diverse contacten tussen Van der Heide en Marsh plaatsgevonden over problemen met het project en in dat kader te maken herstelkosten.

l. Marsh heeft de problemen met het project gemeld bij de verzekeraar. De verzekeraar heeft expertisebureau GAB Robins Takkenberg B.V. (hierna: "GAB Robins") ingeschakeld om onderzoek te verrichten.

m. GAB Robins heeft op 24 augustus 2004 gerapporteerd (productie 8 bij conclusie van antwoord). Het rapport van GAB Robins vermeldt dat herstel niet uitvoerbaar is, daar het erop lijkt dat het principe om voor het X-Cel systeem te kiezen een verkeerde beslissing is geweest.

n. De problematiek met betrekking tot de brug is uiteindelijk opgelost door - tegen aanzienlijke kosten - alsnog een klassiek kathodisch beschermingssysteem aan te brengen.

o. De verzekeraar heeft dekking onder de garantieverzekering geweigerd. Een van de weigeringsgronden betreft het feit dat Van der Heide het project niet (tijdig) in overeenstemming met artikel 6 sub a van de polisvoorwaarden bij de verzekeraar heeft gemeld door middel van een daartoe bestemd projectaanmeldingsformulier.

3.2 Van der Heide grondt haar vordering op de stelling dat Marsh jegens haar toerekenbaar is tekortgeschoten. Van der Heide stelt dat Marsh tijdens een bespreking van 25 augustus 2003 heeft toegezegd dat de kosten van de vervanging van het X-Cel systeem door een traditionele kathodische beschermingsinstallatie onder de afgesloten garantieverzekering vergoed zouden worden. Van der Heide stelt voorts dat zij op grond van die toezegging heeft besloten aan Bouwbedrijf Salverda en aan de gemeente aan te bieden om het aangebrachte X-Cel systeem zonder verdere kosten voor de opdrachtgever te vervangen door een ander systeem. Van der Heide verwijt Marsh tevens dat zij haar niet tijdig heeft geïnformeerd over het standpunt van de verzekeraar. Van der Heide stelt als gevolg daarvan kosten te hebben gemaakt die zij niet zou hebben gemaakt indien zij zou hebben geweten dat dekking onder de garantieverzekering ontbrak. Van der Heide vordert de maximale uitkering onder de verzekering van Marsh, stellende dat haar schade groter is dan die maximale uitkering.

3.3 Tussen partijen is in geschil wat er precies is besproken tijdens de bespreking van 25 augustus 2003.

3.4 Van der Heide heeft schriftelijke verklaringen overgelegd van drie van haar zijde bij de bespreking aanwezige personen. Zakelijk weergegeven komen deze verklaringen erop neer dat een van de thema's tijdens de bespreking de problematiek met betrekking tot het project was. [Betrokkene I] van Marsh zou op een vraag van de zijde van Van der Heide hebben geantwoord dat de kosten van het aanbrengen van het kathodische beschermings¬systeem ter vervanging van het X-Cel systeem onder de polis gedekt waren.

3.5 Marsh heeft erop gewezen dat de bespreking van 25 augustus 2003 plaatsvond op uitnodiging van Van der Heide en tot doel had om nader kennis te maken met het nieuwe management bij Van der Heide en om een (algemene) toelichting te geven op de garantieverzekering. Tijdens het gesprek is volgens een door een medewerker van Marsh opgemaakte transcript van de zijde van Van der Heide medegedeeld dat de projecten niet allemaal geweldig liepen. Ook zou aan de orde zijn geweest dat Van der Heide een vergoeding wenste in het geval het systeem vervangen zou moeten worden. Het transcript vermeldt de vraag: "Wordt het alternatieve systeem gezien als een deel van de reparatiekosten?".

3.6 Volgens Marsh is tijdens de bespreking van 25 augustus 2003 geen enkele referentie gemaakt naar het project. Dat is volgens Marsh pas gebeurd tijdens een gesprek op 5 april 2004. Marsh betwist dat zij op enig moment toezeggingen aan Van der Heide heeft gedaan. Bewijsvoering hieromtrent kan op grond van hetgeen hierna wordt overwogen achterwege blijven.

3.7 Tussen partijen is niet in geschil dat Marsh niet bevoegd was de verzekeraar te vertegenwoordigen. Van der Heide heeft zich echter beroepen op artikel 3:70 Burgerlijk Wetboek (BW).

3.8 Artikel 3:70 BW bepaalt dat hij die als gevolmachtigde handelt, ten opzichte van de wederpartij instaat voor het bestaan en de omvang van een volmacht, tenzij de wederpartij weet of behoort te begrijpen dat een toereikende volmacht ontbreekt of de gevolmachtigde de inhoud van de volmacht volledig aan de wederpartij heeft medegedeeld.

3.9 Het door Van der Heide op artikel 3:70 BW gedane beroep faalt. Marsh is een onafhankelijke assurantiemakelaar. Ten behoeve van haar cliënten, verzekeringnemers, brengt zij verzekeringen onder bij verzekeraars. Voorts behoort het tot haar taken om premies te innen en af te dragen aan de verzekeraars en om haar cliënten te begeleiden bij de schadebehandeling. Marsh handelt niet als gevolmachtigde van verzekeraars. Van der Heide heeft er ook niet op mogen vertrouwen dat Marsh als gevolmachtigde van de verzekeraar handelde. Van der Heide heeft immers geen concrete feiten of omstandigheden gesteld die - mits bewezen - de conclusie zouden rechtvaardigen dat Marsh bij Van der Heide het vertrouwen heeft opgewekt dat zij als gevolmachtigde van de verzekeraar optrad.

3.10 Naar het oordeel van de rechtbank heeft Van der Heide ook geen schade geleden als gevolg van enig toerekenbaar tekortschieten van Marsh. De rechtbank motiveert dit als volgt.

3.11 Marsh kan haar cliënten adviseren over de vraag of onder bepaalde omstandigheden in haar visie wel of niet dekking bestaat onder een verzekering. Indien Marsh een dergelijk advies geeft, betekent dat uiteraard niet dat zij zich daarmee tot verzekeraar maakt, in die zin dat zij zelf dekking dient te verlenen indien de verzekeraar dat in een concreet schadegeval zou weigeren. Het is van algemene bekendheid - en mag in ieder geval bij de directie van Van der Heide bekend worden verondersteld - dat de vraag of in een concreet schadegeval dekking zal worden verleend onder een verzekering er mede van afhankelijk is of de verzekeringnemer/verzekerde heeft voldaan aan de voor hem uit de verzekering voortvloeiende verplichtingen. Dat vergt, zodra een schadegeval op correcte wijze is gemeld bij de verzekeraar, een onderzoek door de verzekeraar. Uitsluitsel over de vraag of schade onder de verzekering zal worden vergoed, zal eerst kunnen worden verkregen nadat de verzekeraar dat onderzoek heeft afgerond.

3.12 Indien Van der Heide in vertrouwen op mededelingen van Marsh over de strekking/dekking van de garantieverzekering heeft besloten aan Bouwbedrijf Salverda en de gemeente aan te bieden om het aangebrachte X-Cel systeem zonder verdere kosten voor de opdrachtgever te vervangen door een ander systeem, komt dat voor risico van Van der Heide. Van der Heide wist immers dat zij het project in strijd met artikel 6 onder a van de verzekeringsvoorwaarden niet zodra de opdracht was gesloten had aangemeld bij de verzekeraar. Gesteld noch gebleken is dat Van der Heide Marsh tijdens de bespreking van 25 augustus 2003 over dat verzuim heeft geïnformeerd. Zelfs als Marsh Van der Heide tijdens de bespreking heeft medegedeeld dat de kosten van vervanging van het X-Cel systeem door een kathodisch beschermings¬systeem onder dekking van de garantie¬verzekering vielen, mocht Van der Heide er niet op vertrouwen dat dit ook het geval zou zijn bij het in strijd met haar verplichtingen uit de garantieverzekering niet aanmelden van het project.

3.13 Reeds uit het niet tijdig aanmelden van het project bij de verzekeraar vloeide - naar Van der Heide behoorde te begrijpen - voort dat er voor het project geen dekking tot stand kon komen onder de garantieverzekering. De keuze of zij een bepaald project al dan niet onder de dekking van de garantieverzekering wenste te brengen, diende Van der Heide te maken zodra zij de opdracht sloot. Het lag niet in de rede dat de verzekeraar bereid zou zijn het project in dekking te nemen nadat Van der Heide, op een moment dat de werkzaam¬heden al waren uitgevoerd en bekend was dat er problemen waren met het project, alsnog tot aanmelding overging.

3.14 Het verwijt van Van der Heide aan Marsh dat zij haar niet tijdig heeft geïnformeerd over het afwijzende standpunt van de verzekeraar, kan niet leiden tot toewijzing van enige schadevergoeding. Van der Heide heeft er - nadat zij het project ten tijde van de opdrachtsluiting niet had aangemeld - in de visie van de rechtbank op geen enkel moment op mogen vertrouwen dat er met betrekking tot het project dekking onder de garantie¬verzekering bestond of alsnog tot stand zou komen. Of Marsh alle mededelingen van de verzekeraar op correcte wijze heeft doorgeleid naar Van der Heide, hoeft daarom niet te worden beoordeeld.

3.15 De slotsom is dat de vordering van Van der Heide dient te worden afgewezen.

3.16 Uit de stellingen van Marsh is geen rechtsgrond af te leiden waarop de gevorderde veroordeling van Van der Heide tot betaling van buitengerechtelijke (incasso)kosten kan worden gegrond. Die vordering van Marsh zal derhalve worden afgewezen.

3.17 Als de in het ongelijk gestelde partij zal Van der Heide worden veroordeeld in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De rechtbank,

wijst af de vordering van Van der Heide;

veroordeelt Van der Heide in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Marsh bepaald op € 1.860,00 aan vast recht en op € 1.788,00 aan salaris voor de procureur;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.

Uitgesproken in het openbaar.

1729