Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB7877

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
31-10-2007
Datum publicatie
14-11-2007
Zaaknummer
221479/HA ZA 04-2168
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bevoegdheid. Beroep op arbitraal beding met rechtskeuze in charterparty. Verwijzing naar charterparty in cognossementen. Engels recht. Positie ontvangstexpediteur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2010/84
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 221479/HA ZA 04-2168

Uitspraak: 31 oktober 2007

VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging AMBERY MARITIME LTD.,

gevestigd te Valletta, Malta,

opposante,

eiseres in het incident,

procureur mr J.F. van der Stelt,

advocaat mr G.J.W. Smallegange,

- tegen -

1. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging SILVER AND BARYTE ORES MINING CO. S.A.,

gevestigd te Athene, Griekenland,

2. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging CARBOMETAL COMMERCE EXTERIEUR S.A.,

gevestigd te Monthey, Zwitserland,

3. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging OTA VI MINEN HELLAS S.A.,

gevestigd te Pireus, Griekenland,

4. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging OTA VI MINEN A.G.,

gevestigd te Eschborn, Duitsland,

5. de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging GEBR. KNAUF WESTDEUTSCHE GIPSWERKE,

gevestigd te Iphofen, Duitsland,

6. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid B.V. REBES INTERNATIONAL SHIPPING AND FORWARDING COMPANY,

gevestigd te Zwijndrecht,

geopposeerden,

verweersters in het incident,

procureur mr E.A. Bik,

advocaat mr N.J. Margetson.

Opposante wordt hierna aangeduid als "Ambery", geopposeerden samen als S&B c.s., geopposeerde sub 1 als "S & B" en geopposeerde sub 6 als "Rebes".

1. Het verdere verloop van het geding

1.1

De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

- inleidende dagvaarding van S&B c.s. d.d. 28 september 2000;

- verstekvonnis d.d. 25 april 2002 in de zaak met zaak-/rolnummer 156121/

HA ZA 01-1194;

- verzetexploit/dagvaarding van Ambery d.d. 19 en 22 maart 2004;

- akte verduidelijking petitum en houdende producties van Ambery, met producties;

- conclusie van antwoord in incident, met producties;

- akte van depot, met zes (stel) cognossementen;

- incidentele conclusie van repliek in het onbevoegdheidsincident, met producties;

- conclusie van dupliek in incident, met producties;

- akte houdende producties aan de zijde van Ambery, met producties;

- pleitnotities van de op 5 september 2005 gehouden pleidooien;

- vonnis d.d. 26 juli 2006;

- akte na tussenvonnis tevens houdende overlegging van productie aan de zijde van

S&B c.s., met producties;

- contra-akte na tussenvonnis van Ambery, met productie.

1.2

Partijen hebben hun standpunten opnieuw doen bepleiten door hun raadslieden, die zich daarbij bedienden van pleitnotities.

2. De verdere beoordeling in het bevoegdheidsincident

2.1

De vordering van S&B c.s. jegens Ambery was gebaseerd op zes kapiteinscognossementen gedateerd 11 september 1999 (nrs. 1, 5761/99, 5762/99, 5763/99, 5764/99 en 5765/99) en twee kapiteinscogossementen gedateerd 13 september 1999 (nrs. 71/99 en 74/99), ter zake van het vervoer van zendingen perliet met het ms. Amber I van Milos, Griekenland naar Rotterdam of Dordrecht. Aan boord zouden deze zendingen beschadigd zijn geraakt door vermenging met andere zendingen perliet, door vervuiling met onder meer roestdeeltjes en door water.

Op de zes cognossementen d.d. 11 september 1999 was S & B vermeld als shipper. Op de twee cognossementen d.d. 13 september 1999 was Otavi Minen Hellas S.A. vermeld als shipper. Ambery was destijds de eigenaar van de Amber I.

2.2

De acht cognossementen (Congenbill, edition 1994) vermeldden op de keerzijde "Conditions of Carriage (1) All terms and conditions, liberties and exceptions of the Charterparty, dated as overleaf, including the Law and Arbitration Clause, are herewith incorporated." Aan de frontzijde stond voorgedrukt:"Freight payable as per charter-party dated .... " Nadere aanduidingen van de charterparty ontbraken.

2.3

Ambery beroept zich op een Gencon charterparty die op 27 augustus 1999 is gesloten tussen Baltic Mercur te Sint Petersburg als managers van de owners enerzijds en S & B als charterers anderzijds. In de charterparty stond (cl. 35) dat Ambery eigenaar was van de Amber I, Moss Shipping Ltd. in Malta de rompbevrachter en Baltic Mercur de manager.

Clausule 32 van de charterparty bepaalde:"General Average and Arbitration, if any, to be settled in London and English Law to apply."

2.4

In geschil is of dit arbitraal beding met rechtskeuze geldt tussen de partijen in het onderhavige geding en of dat beding is geïncorporeerd in de cognossementen. In het vonnis van 26 juli 2006 is geoordeeld dat dit geschilpunt dient te worden beoordeeld naar Engels recht. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich (nader) uit te laten over de inhoud van het Engelse recht op dat punt.

2.5

Overgelegd zijn berichten van de solicitor D. Lucas van Middleton Potts (d.d. 27 juni 2005 en 6 december 2006), ingeschakeld door Ambery en van de solicitor C. Dunn van Waltons & Morse (d.d. 16 oktober 2006), ingeschakeld door S&B c.s. Gelet op de inhoud daarvan kan het navolgende worden overwogen.

2.5.1

Aangenomen dat de charterparty d.d. 27 augustus 1999 is totstandgekomen tussen Ambery en S & B, geldt tussen hen deze overeenkomst met het daarin opgenomen arbitraal beding en vormen de cognossementen waarop S & B is vermeld als shipper slechts een ontvangstbewijs.

2.5.2

De verwijzing in de cognossementen naar een charterparty waarvan de datum niet is ingevuld wordt beschouwd als een verwijzing naar 'the charterparty', dat wil zeggen de charterparty op grond waarvan de zaken worden vervoerd, die tussen de shipowner en de oorspronkelijke shipper.

2.5.3

De charterparty d.d. 27 augustus 1999 betrof een reisbevrachting voor het vervoer met de Amber I van Milos naar Rotterdam of Dordrecht van in totaal 6.700 ton perliet, verdeeld in een aantal deelzendingen. De gewichten van de zendingen die zijn vermeld op de acht cognossementen voor eenzelfde reis belopen in totaal 6.675,5 ton. Charterparty en cognossementen hebben derhalve onmiskenbaar betrekking op hetzelfde vervoer.

Er zijn geen aanwijzingen dat er nog een andere charterparty is gesloten waarnaar in de cognossementen zou kunnen zijn verwezen.

2.5.4

Op grond daarvan kan worden geconcludeerd dat bij de verwijzing in de cognossementen naar 'the charterparty' sprake is van een 'identifiable charterparty' en dat daarom - in zijn algemeenheid - geldig is verwezen naar de charterparty d.d. 27 augustus 1999.

Meer in het bijzonder geldt dat ook voor het in de charterparty opgenomen arbitraal beding, nu dit in de verwijzingsclausule in de cognossementen uitdrukkelijk wordt genoemd (net als de rechtskeuze) en nu de bewoordingen van de arbitrageclausule in de charterparty geen beperking inhouden, bijvoorbeeld tot geschillen die onder die charterparty rijzen.

De cognossementhouders zijn daaraan derhalve gebonden. Dat geldt ook voor S & B voorzover zij haar vordering (al dan niet terecht) baseert op de cognossementen.

Art. 629 Rv staat aan dit oordeel niet in de weg, nu dit niet ziet op een arbitraal beding.

2.5.5

Van elk van deze cognossementen is een kopie van een origineel exemplaar overgelegd, dat aan de keerzijde telkens is voorzien van een stempel met handtekening van Rebes met de toevoeging 'as agents only'. Rebes was in de charterparty d.d. 27 augustus 1999 (cl. 30) aangewezen als charterer's agent in de loshaven. De cognossementen d.d. 11 september 1999 zouden in blanco zijn geëndosseerd door S & B (geheel duidelijk is dat niet geworden).

Blijkbaar zijn alle cognossementen bij de vertegenwoordiger van de vervoerder voor aflevering gepresenteerd door Rebes en door haar afgetekend met de toevoeging 'as agents only'. In het kader van dit bevoegdheidsincident wordt het ervoor gehouden dat Rebes daarbij handelde als ontvangstexpediteur, in eigen naam doch - in elk geval bij de cognossementen d.d. 11 september 1999 - in opdracht en voor rekening van S & B.

Dat betekent dat - indien Ambery en S & B de partijen zijn onder de charterparty en los van de verwijzing in de cognossementen - Ambery zich niet alleen tegenover S & B maar ook tegenover Rebes kan beroepen op het arbitrale beding in de charterparty. Daaraan doet niet af dat Rebes zou moeten worden aangemerkt als de vorderingsgerechtigde recht- en regelmatig cognossementhouder. Indien en voorzover Rebes zou dienen te worden beschouwd als derde-cognossementhouder, geldt voor haar de verwijzing in de cognossementen naar het arbitraal beding in de charterparty zoals vermeld onder 2.5.4.

2.6

S&B c.s. voert aan dat het beroep van Ambery op het arbitraal beding en op de onbevoegdheid van de rechtbank in strijd is met de redelijkheid en billijkheid en zelfs misbruik van recht oplevert. Daartoe wordt naar voren gebracht dat Ambery pas na vele jaren, bij de verzetdagvaarding in maart 2004, een beroep heeft gedaan op dat beding en dat S&B c.s. er op mochten vertrouwen dat Ambery dat niet meer zou doen. Hetgeen S&B c.s. in dit verband aan feitelijke omstandigheden stelt is evenwel onvoldoende om - indien al bewezen - te concluderen dat deze aan dat beroep op het arbitraal beroep in de weg staan.

Het verweer dat de charterparty en het arbitraal beding vernietigbaar zouden zijn op grond van de regeling voor algemene voorwaarden in boek 6 BW kan niet slagen, nu deze regeling hier niet van toepassing is (art. 6:247 BW).

2.7

De slotsom moet zijn dat het arbitraal beding geldig is en aan S&B c.s. kan worden tegengeworpen. Dat betekent dat het verstekvonnis moet worden vernietigd en dat de rechtbank zich alsnog onbevoegd dient te verklaren (S & B heeft overigens al in september 2000 in Engeland arbitrage onder de charterparty aangemeld).

S&B c.s. zal worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de kosten van de verzetdagvaarding(en) ten laste van Ambery blijven.

3. De beslissing

De rechtbank,

vernietigt het door de rechtbank bij verstek tussen S&B c.s. als eiseressen en Ambery als gedaagde op 25 april 2002 (zaak-/ rolnummer 156121/HA ZA 01-1194) gewezen vonnis;

en opnieuw rechtdoende:

verklaart zich onbevoegd;

veroordeelt S&B c.s. in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van Ambery begroot op € 1.340,- aan vast recht en op € 4.023,- aan salaris van de procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.

Uitgesproken in het openbaar.

10.