Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2007:BB7872

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-09-2007
Datum publicatie
14-11-2007
Zaaknummer
291849 / 07-2710
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek doorhaling teboekstelling van binnenschip. Uit de tekst van en de toelichting op artikel 8:786 BW blijkt dat slechts wanneer de teboekstelling in Nederland (of een verdragsregister) niet of niet meer verplicht is het de eigenaar vrijstaat doorhaling te verkrijgen. Voor doorhaling van de teboekstelling wegens het verloren zijn gegaan van de banden met Nederland dient te worden vastgesteld dat aan geen enkele van de voorwaarden voor teboekstelling vervat in artikel 8:784 lid 1 BW (meer) wordt voldaan. De enkele omstandigheid het Schip vanuit een plaats in Duitsland wordt geëxploiteerd is onvoldoende voor doorhaling in het scheepsregister.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2009, 105

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Sector civiel recht

Zaak-/rekestnummer: 291849 / 07-2710

Uitspraak: 25 september 2007

BESCHIKKING van de enkelvoudige kamer

op het op 18 september 2007 ingekomen verzoek

van

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

gemachtigde: notaris mr. C.H. Verstoep,

strekkende tot machtiging tot doorhaling van de teboekstelling van het binnenschip “ESMEE” met brandmerk 22454 B R 1995 (hierna: het Schip).

1 Het verloop van het geding

1.1

Bij het verzoekschrift heeft verzoeker onder meer overgelegd:

(a) een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van het Schip, gedateerd 18 september 2007;

(b) een uittreksel uit het scheepsregister van 17 september 2007;

(c) een fotokopie van bladzijden uit het paspoort van verzoeker;

(d) een afschrift van een notariële akte van levering van het Schip van 14 september 2007.

1.2

De rechter heeft telefonisch op 18 september 2007 en schriftelijk op 19 september 2007 om een toelichting bij het verzoekschrift verzocht.

Bij brieven van 18 en 19 september 2007 heeft de gemachtigde van verzoeker nadere inlichtingen over de onderneming van verzoeker verschaft.

2 De beoordeling

2.1

Aan de hand van de overgelegde bescheiden kan bij de beoordeling van het volgende worden uitgegaan:

(a) het Schip is een binnenschip ten aanzien waarvan wegens het laadvermogen c.q. de verplaatsing ervan de verplichting tot teboekstelling bestaat op grond van zowel artikel 3 van het Verdrag inzake de inschrijving van binnenschepen van 25 januari 1965, met Protocollen (Trb. 1966, 228) als artikel 8:785 BW;

(b) bij de genoemde akte van levering is de eigendom van het Schip aan verzoeker overgedragen;

(c) het Schip is in het in artikel 8:783 BW bedoelde register (hierna: het scheepsregister) op naam van verzoeker ingeschreven;

(d) het Schip is niet in een verdragsregister als bedoeld in artikel 8:781 BW ingeschreven.

2.2

Verzoeker stelt dat hij er niet (langer) toe verplicht is het Schip in het scheepsregister ingeschreven te houden, omdat (a) de plaats van waaruit hij het Schip exploiteert c.q. gaat exploiteren niet in Nederland maar in Duitsland ligt en/of (b) hij in Duitsland woonachtig is. Daarom voldoet het Schip niet langer aan ten minste een van de voorwaarden van het in artikel 8:784 lid 1 aanhef en onder a BW gestelde, aldus verzoeker.

2.3

Uit de tekst van en de toelichting op artikel 8:786 BW blijkt dat slechts wanneer de teboekstelling in Nederland (of een verdragsregister) niet of niet meer verplicht is het de eigenaar vrijstaat doorhaling te verkrijgen (zie Parl. Gesch. Boek 8 BW, blzz. 725 en 726). Een van de gronden voor doorhaling van de teboekstelling kan erin gelegen zijn dat de banden met Nederland, die artikel 8:784 lid 1 BW voor teboekstelling vereist, verloren zijn gegaan. Daartoe dient te worden vastgesteld of aan geen van de voorwaarden voor teboekstelling vervat in artikel 8:784 lid 1 BW (meer) wordt voldaan. Kennelijk heeft de wetgever in artikel 8:786 lid 1 aanhef en onder b 4º BW met de woorden “aan tenminste één der in het eerste lid van artikel 784 voor teboekstelling genoemde voorwaarden” aansluiting gezocht bij de tekst van dat artikellid. Daarmee is ten uitdrukking gebracht dat voor doorhaling van de teboekstelling is vereist dat het binnenschip aan geen enkele van die voorwaarden (meer) voldoet.

Daarom volstaat het niet, zoals verzoeker kennelijk betoogt, dat het Schip niet (meer) aan één van de voorwaarden van artikel 8:784 lid 1 BW voldoet, maar dient aan geen enkele van die voorwaarden (meer) te worden voldaan.

In dit geval voldoet het Schip, ondanks de exploitatie vanuit een plaats in Duitsland, nog steeds aan de voorwaarde van artikel 8:784 lid 1 aanhef en onder b BW dat “de eigenaar van het schip een natuurlijke persoon is”en “deze Nederlander is”.

Daarom komt het Schip niet voor doorhaling in het scheepsregister in aanmerking.

2.4

Derhalve zal het verzoek worden afgewezen.

3 De beslissing

De rechtbank,

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gewezen door mr. W.P. Sprenger.

1928